DAGBOEK 16 maart 1996
Reactie op artikeltje in DVG 263 getiteld:
"De atheïst moet niet ter kerke en niet met christenen samenwerken!"
=============
Een beetje verder naar het Oosten en al of niet wat terug in de tijd kan precies dezelfde bedoeling of gedachte een andere vorm hebben: de ongelovige heeft in de moskee niets te zoeken en kan het samenwerken met moslims beter nalaten.
In mijn puzzelwoordenboek staan honderden godennamen in een grote lijst achterin. Al die goden en de bijpassende tempels en gelovigen zijn ooit en ergens bruikbaar geweest voor dezelfde gedachte vanuit een ongelovige.
=================
Die ene god van de roomsen, de christenen, de joden, de mohammedanen, die hoeft van de ongelovige geen speciale behandeling, geen apart atheïsme. Geloven, de bezigheid is fout, los van wat er geloofd wordt. Wat waar is, valt niet te geloven, niet te beweren, niet te verkondigen. Wat wij 'waar' noemen, dat zijn passende uitspraken bij feiten die wij kennen, kennen komt door waarnemen, er is geen ander waarnemen dan zelf waarnemen. De waarnemingsorganen van anderen zijn door mij niet te gebruiken. Die ander kan mij melden wat hij waarneemt, maar een melding horen is en blijft ongelijk aan waarnemen en alleen (slechts) waarnemen veroorzaakt kennen in / bij de waarnemer.
====================
Het centrale begrip van de geciviliseerden ['beschaafden' noemen ze zich graag] is 'de mens'. Als iemand een baby vermoord zeggen die beschaafden hoofdschuddend "Wat mensen elkaar toch aandoen." Want die baby is mededader, medespeler op het toneel dat volgens hen 'de wereld' is. Had de aangerande daar maar niet dan moeten zijn. Wij.
Wat binnen die ene diersoort 'mens' gedaan wordt is niet altijd wederkerig en/of samenwerken. Is dat nou zo moeilijk ?
========
Wie niet geciviliseerd is kan dat niet vatten, totdat hij doorkrijgt dat de geciviliseerde daders niet mag aanwijzen, op straffe van uitsluiting en uitsluiting voelt voor de geciviliseerde aan als dood. En voor dood-zijn is hij bang (gemaakt, zelf stelt hij: van nature). De dader is de baas, de baas is de dader. De baas is sterker, dus onaantastbaar, de sterkere is de onaantastbare en dus de baas met de macht en dus met hetgeen slaven verlenen: het gezag (het woord 'autoriteit' omvat mooi beide en is dus ideaal voor wie dat onderscheid niet opgemerkt wil hebben).
=====================
De geciviliseerde heeft verteld gekregen dat er voor mensen buiten de verzorging en bescherming door elkaar niet te overleven, laat staan te leven valt1. Feitelijk is dat ook zo voor ons, geschoolden, die lezen en schrijven leerden in plaats van 'overleven zonder kopen in winkels'. Met een weiland vol ossen als voorbeeld is ook te 'bewijzen' dat het rund zich voortaan niet kan voortplanten.
==================
Het ontkennen van het bestaan van goden (godenloosheid) houdt het ontkennen van het bestaan van die ene god (goddeloosheid, atheïsme) al in. De goden en de kabouters en andere sprookjesfiguren en romanfiguren zitten allemaal in een groep: de als daders getekende verzinsels, de verzonnen daders, "achter" hetgeen gebeurt.
Het akabouterisme is dan ook slechts, naast het atheïsme, een voorbeeld van het omvattende averzinselisme.
Wie het averzinselisme belijdt dient het sinterklaasfeest als folklore te beschouwen en met de middenstand niet samen te werken.
======================
Het volstoppen van kindergeheugens [een soort biologisch geproduceerde cd-rom met moeilijk te beheersen zoekapparatuur] met verzinsels, welke dan ook, is af te keuren.
===============
We moeten verzinsels (zoals 'het Koninkrijk der Nederlanden, Joegoslavië, de N.V. De Gruyter en de Ahold, als voorbeelden) onderscheiden van abstracties (de olifant, de geranium, de mosasaurus). Abstracties gebruiken we om aan te duiden waar we (toevallig even) niet kunnen aanwijzen. Elders en op andere tijden kunnen we wel aanwijzen. Met verzinsels zal aanwijzen nooit kunnen.
===========
Met verzinsels zal aanwijzen nooit kunnen. En dan laat ik maar na om vantevoren al te reageren op die flauwe opmerkingen als "En hoe wijs je dan de vijfde symfonie van Beethoven aan ?"
Wie het wil, kan het, onderscheiden in deze kwestie.
====================
De schrijver van het artikeltje in DVG (Pierre Meessen) wil in de kerkdiensten, bijeenkomsten, vragen kunnen stellen en/of commentaar geven.
==========
Ook weer zo'n voorbeeld van betrokken zijn bij en op die anderen. Waarom wil iemand toch met die anderen, zijn soortgenoten/tijdgenoten (nog erger komt ook voor: met zijn soortgenoten in verleden, heden en toekomst) 'van gedachten wisselen'? Ik snap daar niets van: op sexueel gebied hebben ze niets tegen masturberen, waarom moet dan ineens 'zich in taal extra-bewust maken van wat ze kennen' echt, met anderen, 'communicerend, in gesprek, gebeuren? Ik doe al vele jaren niets anders met mijn vermogen tot 'in taal uitdrukken' dan dit 'masturberen', dat dan dit uitschrijven is.
==============
De welmenende leider van welke kerk of religieuze groep dan ook, zou mij van dit 'niets anders hebben dan dit uitschrijven, voor eeuwig ongelezen blijvend', willen verlossen. Een persoonlijk, aanspreekbaar, luisterend, begrijpend, onthoudend (noterend en zich herinnerend) God is toch wel het minste dat zo iemand mij zou willen schenken.
Volkomen terecht zou hij dit opgesloten zijn in mijzelf als erg opvatten. Ook Amnesty International is tegen Einzelhaft, maar alleen bij misdadigers en lieden die nog niet hebben begrepen dat wie macht heeft onaanspreekbaar is naar de mate waarin hij macht heeft: naïevelingen dus. Wie al begrepen hadden dat alle macht en alle aanspraak uit de loop van een geweer komt, vallen buiten de bescherming van deze volkomen aan het liberalistisch democratisme aangepaste dwazen. Die opstandelingen met geweren zijn overigens ook niet de slimsten, want met die energie kunnen ze ook wel met de machthebbers meedoend zich uit de armoe enz. bevrijden. Het willen meenemen van allen, van 'de mens', is ook hun dwaasheid. ==//\\==
===============17 maart 1996 / 1.52:
Bij enig nader toezien reeds, zijn het negentiende-eeuwers, zowel de Evangelische Omroepers als de Vrijdenkers. Het is al lang duidelijk en vast staand dat godennamen geen eigennamen zijn. Achter wat er gebeurt zitten geen daders. Zowel op het niveau van de overstromingen, tornado's, vulkaanuitbarstingen, aardbevingen ontbreken de daders [ ja ook die stapelgod die alles zou doen is er niet, niet anders dan als psychisch voelgereedschap ] als op het niveau van de heldendaad en de misdaad zoals die worden uitgevoerd door personen. Die uitvoerende, daden stellende persoon, die is er niet anders dan als verzinsel, als voelgereedschap weer. Zo min als er goede geesten of boze geesten huizen in al die daders, zo min huist er een persoon, een karakter in. Die personen, die subjecten, dat zijn verzinsels, net als die goden.
==================
Het aannemen van het bestaan van goden en personen, dat denkt lekker weg, dat schept makkelijk orde in de chaos om ons heen. Het aannemen van daders achter wat er gebeurt (inclusief menselijk doen plus het voelen, gedachten zich laten invallen en praten bij dat doen) is net zo handig als het postuleren van krachten achter bewegingen. Net zo handig, alleen: bij die krachten is het beschrijven en bij dat 'zich daders denken' is het het gebruiken van die manier van beschrijven voor iets waar die manier niet meer is dan: die gebruiken als spreekbeeld. Bij de grove mechanica blijkt die beschrijving te passen, dat wil zeggen: onverwachte gebeurtenissen vrijwel volledig te voorkomen.
Bij dat 'zich daders denken', wordt er geen onverwachtheid opgeheven: de daders, oorsprong van of doorlaatbaar ding voor beweegredenen, driften, factoren of wat ook.
===================
Nog steeds roepen links en rechts allerhande bewogen lieden uit "hoe is het mogelijk ?", dat deze concrete mens dit doet, dat nalaat, dat 'de mens' zichzelf dit aandoet, enz. Allemaal gevoelens die voortkomen uit aannames, die men ook achterwege kan laten. Bijvoorbeeld: de oerstomme vraag: "waarom overkomt míj dit nou ?" Eindeloos wordt het verhaal van Job gevoeld: door aan te nemen dat wat je raakt, voor jou bestemd is, door in dit voorbeeld van Job een persoonlijke, aanspreekbare god. Dat aangenomen hebbend is wat je overkomt gelijk aan wat Hij jou aandoet, voor jou toelaat. Dat, die vertwijfeling, die wanhopige vraag, is het negatieve dat vastzit aan het buiten de mensheid hebben van een grote dader met wie te praten is, Wiens bestaan (als denkgereedschap in jou, als gelovige) orde schept, wat jij, gelovend, als positief ervaart. Bovendien, naarmate die god aanspreekbaar is en/of te gehoorzamen [---> te verplichten, gunstig te stemmen] levert Hij je ook greep op je omgeving, op de menselijke zowel als op de niet-menselijke.
===============
Als de tijdgenoten in je buurt een persoonlijkheid, een karakter, een vrije wil, hebben en aanspreekbaar zijn, dan ben je niet aan hun gezamenlijkheid als aan een gokmachine overgeleverd. Daarom maken ze zich dat zo-zijn van zichzelf en anderen wijs, de geciviliseerden, die wel restloos overgeleverd zijn aan hetgeen toevallig als resultante uit het elkaar tegenwerken der tijdgenoten komt. Ze maken zich wijs dat zij redelijke wezens zijn, dan komt Freud en zegt "Kom nou, kijk eens echt, eerlijk, bij jezelf en daarna ook bij anderen." Nou ja, na veel heen en weer schelden, erkennen velen dan nu dat in Auschwitz inderdaad, in oorlogen vroeger, nu ja, nu ook nog, jawel, economie is een vorm van oorlog, jawel, vooruit dan: de rede is zoek. Maar..Ze willen orde, niet alleen maar Bolletje.
====================
Asimow schrijft in zijn Empire-trilogie over de psycho-historie. De mensen als massa gezien, vertonen bij het 'geleid' worden als wetmatig te beschrijven gedrag: een paar procent komt actief in verzet, tegen welke maatregel dan ook. Een wat hoger percentage ontduikt de wet zonder zich als tegenstander ervan aan te melden bij de overheid om gestraft te worden.
============
Uiteindelijk komen alle gedachten die verwoord worden in de openbaarheid en elke tekst wordt door wie deze hoort verwerkt tot een bij zijn denken passend stuk onbedoelds (vanuit de spreker/schrijver van die tekst gezien). Elke overlap van 'bedoeling met' en 'opvatting van' een tekst berust op toeval en is onbedoeld door degene die opvatte.
====================
De afwezigheid van censuur is de duidelijkste uiting die mogelijk is van de verachting voor iedere tekst en iedere spreker. Voor wie geen censuur wil is ook een ware uitspraak een mening als iedere andere mening en als hij ook nog een democratist is, dan wil hij dat het aantal mensen geteld wordt dat achter die uitspraak staat. Het gaat de democratist niet om waar of onwaar, om nodig of niet nodig, om nuttig of schadelijk, maar om het aantal stemgerechtigden dat staat, achter een wens / opdracht / bevel / protest of wat ook. Neuzen tellen is voor de democratist wat het werpen van de dobbelstenen was voor oude volkeren, die natuurlijk ook niet wisten wat ze moesten doen en toch iets wilden doen.
===================
Als ik bij / in mezelf te rade ga, introspectie pleeg, dan blijk ik niets te willen. Willen gaat altijd over onnodigs, het nodige wil je niet, dat heb je nodig. Zoals je het licht niet fantaseert, dat zie je. Zoals je je geluid niet voorstelt, dat hoor je.
Menigeen heeft werk in de nijverheid die 'onzeker maken' heet: producten van die industrie zijn de reusachtig overtrokken aandacht in alle psychologieboeken voor 'gezichtsbedrog' en in filosofieboeken voor 'de argumenten voor "alles is geest"'. Wij kennen slechts met onze hersens dat wat in onze hersens is, gecodeerd, lang voordat het ons bewust wordt. Oh guttegut. Wat een diepe gedachten. Onze voorstelling van een kabouter is dan net zo keihard als onze voorstelling van het paaltje waaraan wij ons stoten, even concreet-gedacht-en-slechts-dat zijn de toetsen die ik nu beroer en mijn voorstelling van de melk die ik straks nog ga drinken. En zo voorts. Bla-bla-bla.
====================
Ieder uur besteed aan die onzin, wordt niet aan iets nuttigs en aan opmerken en waarnemen besteed. Iedere opmerking die iemand niet meer durft te maken, is toch maar mooi voorkomen. En dat is geen censuur. Zo zit dat.
____________________
1) Heel beroemd zijn die natuurschelders: Augustinus, Hobbes en ontelbare anderen. Ik heb nooit namen uit mijn hoofd geleerd. Wie de natuur (al of niet via de genen) als bron van het kwaad aanduidt, verlost de civilisatie van nader zoeken naar wortels van het kwaad daarin.
0 Reacties