2 april 1996 / 4 april 1996

Categorieën: 1996 | Dagboeken

Trefwoorden: begrippenapparaat | beschaving | civilisatie | Robinson Crusoe

citaat uit file mrt2296.dgb:

"De denkziekte van juristen en theologen is dat ze geloven in het volledig samenvallen van personen en de daarin zittende bange mensen. De natuurmens in zichzelf {zo noemen ze hun persoon: de doodkist waarin ze zitten spreekt en handelt en zuigt, als enige omgang daarmee, alle energie uit de nog lijfelijk levende, maar geestelijk, mentaal nooit txaenz voerende (zo spreekt men over kanalen en rivieren t.a.v. water , ik hier over 'natuur'(mens) resp. persoon/civilaat, produkt van civilisatie, VXK uit kind) mens."
==========
Dat kan nog duidelijker, nog leesbaarder. Vandaar het onderstaande:
========
Er is in het citaat gebruik gemaakt van twee beelden:
1/ de persoonlijkheid is als een kledingstuk dat de mens in kwestie draagt
2/ de vrije mens en de persoonlijkheid beide zijn als rivieren.
=====
Die twee beelden staan om relaties aan te geven naast een en dezelfde werkelijkheid, die onzichtbaar is.
========
Ik ben een mens, een exemplaar van die zoogdiersoort.
Ik leerde, ik leer er nog steeds bij, ik onderhoud wat ik leerde. Wat ik leerde was een deel van wat er te leren was daar waar ik was, van en ondanks de aanwezige soortgenoten. Was ik elders en/of in een andere tijd in leven gekomen,  dat had gekund, genetisch hoor ik in deze diersoort, maar niet in deze tijd, bij deze anderen , dan had ik heel andere dingen geleerd, want er waren mij heel andere dingen aangedaan en overkomen. En er waren ook heel andere dingen mogelijk en onmogelijk geweest voor mij.
=========
Ik ben dus voorzien van andere ervaringen dan had gekund. Ik heb met die ervaringen niets te maken, zoals ik met het weer en met mijn tijdgenoten niets te maken heb. 'Niets te maken hebben met' betekent hier zoiets als: 'niet bestemd zijn voor', maar dat kan ik alleen zeggen in het kader van een verhaal waarin er een Bestemmer is. Ik moet om te overleven zelfs, en niet alleen om te voorzien in wat ik nodig heb, rekening houden met wat en wie mij omgeeft en raakt. Ik dien mij er echter niet aan te ergeren dat het regent, koud is, warm is, droog is, democratisch is, kapitalistisch is, knettergek is, volstrekt oneerlijk is of wat ook. Ik heb er gewoon niets mee te maken, ik ben niet op de hoogte van enige opdracht aan mij (vanwege een (c.q. DE) grote Opdrachtgever) jegens mijn omgeving. Integendeel: als ik als suggesties voor inspanningen jegens mijn omgeving hoor, dan van mijn tijdgenoten of uit boeken van mensen die elders zijn of waren. Ik erken die anderen niet als opdrachtgevers, ze doen het maar zelf.
============
Die 'ik' die kan schrijven 'ik heb er niets mee te maken', dat is niet de door wat hij meemaakte / onderging om mij gevormde persoon / persoonlijkheid, dat ben ik, dat is die genencombinatie, die ook in een andere tijd en/of op een andere plaats en/of tussen anderen had kunnen leven.
Ik (de genencombinatie) heb met de in mijn zenuwstelsel terechtgekomen herinneringen (exacter 'herinnerbaarheden) niets te maken. Er zijn onder die herinnerbaarheden vaardigheden en die kan en zal ik waar passend gebruiken. Er zijn onder die herinnerbaarheden gevarenaanduidingen, die ik ook gebruik. Er zijn ook herinneringen aan geboden en verboden en die zijn evenzovele waarschuwingen: alles mag, maar het elfde 'gebod' is: 'gij zult niet te betrappen zijn' . Let wel: die 'geboden' zijn in feite controlepunten: als die voor jou kloppen, dan zit je goed. Als je niet te betrappen bent, dan zit je goed, wat je ook doet.
=========
De persoonlijkheden zijn de spelers in het grote rangschikspel. Alle ethiek en moraal is munitie, strijdmiddel, vechtgereedschap. Men probeert er de ander aan te houden, teneinde daaruit voordeel te trekken. Men zegt dat men het 'goede' niet eist voor zichzelf, maar voor een ideaal of een god of een ander verzinsel ('het algemeen belang' is ook een mooie en 'het nut van het algemeen' en 'het volk' en 'de partij' en 'de mensheid'). Men zegt dat omdat dat het waarschijnlijker maakt dat kinderen hen geloven en uitgroeien tot 'mensen van goeden wil', dat zijn de goedkoopste bruikbaren. Zulke mensen zorgen bijvoorbeeld zo goed voor elke andere, hun naaste, dat er op de ziektekosten sterk bezuinigd kan worden, zelfs op die voor het weer gezond maken van gebruikten / arbeiders bijvoorbeeld.
=========
Die persoonlijkheden / personen, doen elkaar, al spelend = vechtend om voorrechten onbegrensd geweld aan. Het hoofddoel van het vechtspel 'rangschikken' is: het ongelijk verdelen van de schade die aangebracht moet worden aan anderen (achterstellen bijvoorbeeld en 'van de resultaten van hun inspanning / txaenzbesteding beroven') teneinde voordeel voor zichzelf te nemen. Dat hoofddoel is gewoon de achterkant van het hoofddoel: zich voorrechten veroveren, deze verdedigen en behouden en ze vertonen, uitleven, gebruiken.
===========
De mannen die als functionaris, ouder of wat ook, de meerdere van een vrouw of kind deze 'sexueel misbruiken' doen niets anders dan dit spel spelen. Macht = recht = voorrecht. Ze worden door de gebruikten en door de spelverbergers [ en dat zijn allen die gevestigde, oude, doorgegeven voorrechten hebben, van huis uit ] daarvoor veroordeeld, om dezelfde reden worden ze veroordeeld als waarom de Nazi's werden veroordeeld en bestreden: ze maken 'het systeem' = 'het spel "rangschikken"' = 'de civilisatie' waarneembaar en daardoor kwetsbaar, vatbaar voor kritiek.
Dit gedrag, 'tekeer gaan tegen de lager geplaatste uitvoerders van het geweld' wordt uitdrukkelijk door Machiavelli als techniek aanbevolen.
De sexuele misbruikers en de nazi's namen zelf het initiatief tot het zelf uitleven van het hebben van macht, het zelf genieten van het macht hebben. Daar zijn de gevestigde machthebbers / bevoorrechten tegen, tegen dat eigen initiatief, niet tegen het genieten van macht hebben en niet tegen het schaden van zwakkeren.
bijvoorbeeld: de entrepreneur die in Afrika voor ons in de winter voor boontjes zorgt, doet het vuile werk dat er uit bestaat die onkruid en ongedierte met gif bestrijdende negers zo goedkoop mogelijk, dus zonder maskers en beschermende kleding te laten werken en daardoor kreperen. Die entrepreneur lijdt daar niet aan, maar laat zich er toch maar goed voor betalen, want hij weet van te voren dat ooit de BBC hem zwart zal maken. Voorlopig en de afgelopen 30 jaar voor mij waarneembaar, haalt dat zwart maken niets uit. Maar het is de trots van het westerse systeem, dat elk wangedrag openlijk kan worden gemeld aan wie er niets aan kunnen doen, zelfs niet indirect via verkozen politici.
Het is allemaal flauwe kul. Gespeel op kleuternivo, maar met echte wapens, echte mishandeling en echt KWAAD.
=================
DAT IS ALLEMAAL ECHT EN WAAR,
en ik heb er niets mee te maken. Wat mij niet fysiek raakt of bedreigt, en dan echt, dat gaat mij niet aan. Wat mij niet raakt, dat raakt mij niet. Wat ik niet van binnen uit nodig heb, is voor mij onnodig. Als men op mijn zenuwstelsel een ideaal had geschreven, dan hoefde ik daar geen txaenz aan te besteden.
Ik hoef geen goed te doen,
ik hoef geen kwaad te bestrijden (daartoe macht zoekend),
ik hoef geen kwaad te doen.
=========
Als ik mij beperk tot het nodige (voor mijn leven en welzijn, mijn volledig, harmonieus, volop functioneren) dan doe ik geen kwaad,
anders moet ik namelijk veronderstellen dat mijn bestaan kwaad is. Als dat zo is, dan is het bestaan van andere exemplaren van mijn en andere soorten levende wezens ook kwaad en is alle leven op aarde kwaad.
========
Kijk, waar het om gaat is: rechtspersonen en goden zijn verzinsels, in gebruik in het vechtspel 'rangschikken', ook wel 'civilisatie' genoemd. In de schaakwereld bestaan er geen niet schakers, want die zijn niet in de schaakwereld. De commerciële en de statusgevende kliek om de schakende bewoners van de door hen zodra en zolang ze bezig zijn met spelen bestaande, gestelde, schaakwereld heen, zijn geen deel van de schaakwereld. Vlooien maken geen deel uit van de olifant. Parasieten maken geen deel uit van hun gastheer. Wel van het ecosysteem, in dit geval: de civilisatie.
=========
Wil ik buiten spel zijn, dan moet ik daar (buiten) zijn met mijn vege lijf, dat wil zeggen: zonder ook maar iets van alles wat ik aangeleerd heb als agenda, als bevel, te laten werken in mijn brein. Ik kan alleen 'naakt',  zonder op mijn zenuwstelsel geschreven bevelen [idealen, voorschriften, fatsoen, ethiek, moraal, ze heten nooit bevel, want die naam wekt verzet] , naar buiten spel gaan en buiten spel zijn (verblijven). Buiten spel is een positie, een mentale staat, geen aardrijkskundig terrein, zoals ook 'de wereld' niet een aardrijkskundig terrein is.
==========
Als er ooit mensen op andere planeten landen, dan vrees ik dat dat personen zullen zijn en hun landen maakt dan van die andere planeten werelddelen. God beware die andere planeten. Amen.

Een bedding is geen rivier, evenmin is een plas een rivier. Een rivier is een waterstroom. Er is water voor nodig en een bedding met een verloop, om te maken dat er een rivier is.
======
Txaenz stroomt door een vormgevende bedding heen;
 het vege lijf, het lichaam, met zijn noden, dat is: met wat voor het leven en welzijn, het functioneren daarvan nodig is, is zo'n bedding.
de persoonlijkheid, dat wat door de omgeving, inclusief de omstanders, door 'het systeem' van ons gemaakt is, opdat wij deel uit zouden maken van de wereld, is zo'n bedding.
==========
Beide beddingen zijn elkaars rivalen: vrijwel niemand die het als persoon tot iets wil(de) brengen en/of bracht liet voldoende txaenz door zijn vege lijf stromen, om daar enige kracht aan te geven, om dat een rivier te laten worden / zijn / blijven.
=======
De rivier, de voorgevormde bedding, die ons vege lijf is, voert bij velen , ten gunste van de persoonlijkheid, nauwelijks enige txaenz. [Zie maar toe hoe mensen zich kleden: hun persoonlijkheid in hun V uiten, ten koste van wat gezond / verstandig zou zijn. Als bedding bezien krijgt het vege lijf niet eens voldoende om niet dicht te stuiven. De bedding loopt schade op, laat staan dat ze zich ontwikkelt. Body building is zoiets als kanaliseren. Elk toppresteren evenzo: misbruik van de natuur die men zelf is, van zichzelf als stuk natuur. Daar stroomt de txaenz via de persoonlijkheid, die groeit ten koste van het vege lijf.
'Veeg' is: sterfelijk, in doodsgevaar verkerend. De nadruk wordt gelegd op de vergankelijkheid van het lichaam en de persoon, die bijvoorbeeld schrijft, die blijft, laat sporen achter, draagt bij aan wat blijft: het eeuwige Rome, de zich ontwikkelende "beschaving". Over het graf heen moet er invloed uitgaan van de door dat vege lichaam gedragen persoon(lijkheid); in het boek der uitersten bijvoorbeeld wil men vermeld staan. De onsterfelijkheid is een doel van de persoon, met dat inbouwen van dat doel in de persoon bereikt de civilisatie dat deze zijn lichaam voor topprestaties gebruikt, zijn txaenz vastlegt in sporen, in produkten. Txaenz investeren, niet slechts besteden, zeker niet 'zomaar laten vergaan'.
==========
Ze verbruiken hun lichaam, hun txaenz, die personen. Die txaenz acht,  wie in een schepper gelooft  bestemd voor het voorzien in het nodige voor eigen leven en welzijn. Functioneren is ook lust en geluk ervaren. Loon aan deze zijde van het graf.
Wie in een bankiergod gelooft, die hem talenten leende, om mee te woekeren voor hem, die gelooft in de god der personen, der knechten. Of men nu tot eer van God toppresteert of dat als antwoord op de vraag "Wat kan ik doen voor de USA" (vraag van Kennedy aan de USA jeugd in verband met de Spoetnikcrisis), dat maakt niets uit. De god der talenten is de god der geciviliseerden: de geknechten, de bruikbaren.
====///////////\\\\\\\\\\===================
DAGBOEK 4 APRIL 1996
===============

IK VAT SAMEN, DE UITLEG STAAT REEDS ELDERS, in recente teksten.
=====
Omdat ik alle informatie als materiaal om mee te denken verwerp, vat ik teksten slechts op als verzamelingen voorbeelden van het gebruik van begrippen, onderscheidingen en spreekbeelden.
Deze spreekbeelden vat ik op als verzamelingen aanduidingen van relaties in de werkelijkheid elders, waarvoor geen namen gebruikt worden: ieder spreekbeeld, toegepast, bevat dan een of meer keren de stelling: a:b = c:d. [In het spreekbeeld verhoudt grootheid a zich tot grootheid b, zoals in de ermee vergeleken werkelijkheid elders, c zich verhoudt tot d.]
==========
Ik [ dat is hier: mijn brein! ] kan dan, na het lezen en bestuderen van die teksten, met het opgemerkte en geleerde begrippenapparaat 'dat wat ik ken' doordenken.
Kennen = wat ik doe met dat [deel van wat mij hier nu gegeven is (zintuiglijk, introspectief)] waaraan ik mijn txaenz hier nu besteed.
Doordenken leidt niet onvermijdelijk tot "eruit"/"op grond ervan" handelen en ook niet onvermijdelijk tot 'mij de gedachte in woorden mij laten invallen, dat is: mij bewust maken, mij met mijn geestesoor doen horen. Ik kan wel mijn brein tot dat 'mij laten invallen' provoceren: bijvoorbeeld door er voor te gaan zitten om over dat onderwerp mijn gedachten uit te schrijven.
==========
Of verhalen die mij ertoe aanzetten een onderwerp te doordenken,  al of niet met nieuwe, door middel van dat verhaal aangereikte onderscheidingen, begrippen en opgemerkte relaties , waar gebeurd of verzonnen zijn: dat is onbelangrijk.
Waarom die verhalen verteld werden: van geen belang.
Door wie, aan wie, waar en wanneer: van geen belang.
Zodra en zolang ik [c.q. de lezer] dit laat gelden, is elk boek, ook de bijbel, te lezen.
Of er mensen zijn die geloven in het bestaan en/of de historiciteit (het ooit bestaan hebben) van de verzinsels en acteurs / personen in deze verhalen, dat maakt ons dan niets uit. ========
Een vraag bij het verhaal over Abraham's offeren van zijn zoon is: "als nu mijn vader....".
Er zijn nog ontelbare andere vragen: als mijn vader nu geloofde in een afgod, als die god nu bijv. 'het Vaderland' was.
Enz. enz. Is het wel terecht een lam (eigen vee dat men bezit), resp. een wild dier, te offeren ? Offeren is altijd offeren aan een waan, een illusie, een verzinsel.
========
Ouders die een meerdere erkennen [ dat is ongelijk aan: herkennen en er rekening mee houden ! ] zijn voor hun kinderen waardeloos. Waardeloos, als beschermers, zijn allen die gezag toekennen.
Bijvoorbeeld 'moderne' (= bijdetijdse) en/of modieuze en/of morele/ethische/religieuze ouders.
Elke onnodigheid die wordt nagestreefd is een ramp voor de kinderen van de strevers. [Zie voor voorbeelden de juichende televisie verhalen.]
Elke ouder die zich binnen het spel inzet voor de bestrijding van enig kwaad is dat ook. Al is het maar in gedachten: ook die denker / dromer / zich inwendig opvretende is 'binnen', in het spel.
========
Wie offert schaadt onnodig, uit angst.
========
Wie offert doet kwaad, in plaats van dat kwaad doen over te laten aan wat / wie hij vreest.
Wie per ongeluk [dus onuitgezocht en zonder ritueel] gedood / geschaad wordt, (  exacter: geschaad raakt  ) tijdens een nodige actie, is daarmee geen offer. Wel wie bij onnodigs gedood / geschaad raakt.
===========
Zo, zoals boven voorgedaan, voor het in je laten opkomen van zulke gedachten moet / kun je teksten gebruiken.
=======
Een afgod is een concept, een verzinsel, dat zoals elk begrip, in het brein van de afgodsdienaar 'werkt' en er voor zorgt dat hem foute gedachten / bevelen / "stemmen" / plannen invallen: bijvoorbeeld dat hij zijn zoon, zijn txaenz en/of zijn andere inzichten moet offeren aan [ dat heet dan 'wijden aan' ] die afgod. [Een ander, te offeren (in dat geval op te geven) inzicht is: 'dat verzinsels als actoren / bevelgevers uit het brein verwijderd dienen te worden'.]
===========
0504'96:
Het is heel laat in mensen opgekomen hun hersens als plaats van 'mechanische' aanmaak van hun gedachten, op te gaan vatten. Als je er dat begrippensysteem in stopt, dan komen er die volzinnen, beschrijvingen, logische vertogen, consistente verhandelingen uit. Als je in mensen het joodse geloof stopt, dan komt er een keer het verhaal van Job uit. Als je in mensen het concept "tijdreisvoertuig' stopt, dan komen er hele reeksen sfverhalen uit.
Voordat deze machine (/fabriek-)opvatting er was, voordat de mensen zich in het onbeheersbare bezit van een tekstgenerator gingen voelen, vatten ze de tekst die ze in zich met hun geestesoor hoorden op als afkomstig van een ander, net als alle andere tekst die ze hoorden. Een ander in hen: hun geest. En als ze die geest, 'zichzelf' genoemd kenden, dan kon het voorkomen dat ze verbaasd stonden over wat hen ineens inviel en die vreemde inval toeschrijven aan een nieuwe, er bij gekomen, vreemde geest of aan en onzichtbare, onstoffelijke, hen deze tekst influisterende duivel of god of geest of wat dan ook.
Dat is niet vreemder, niet gekker, dan die ingebouwde tekstgenerator. Die hebben we nu wel, toen niet, dat moet hierbij bedacht worden. Alle spreken kwam van anderen, sprekers, altijd, overal.
===========
============///\\\============

Om te zien, moet een mens zelf kijken. Zien komt tot stand door bij het kijken op te letten, op te merken.
Om te weten te komen welke verzinsels in zijn brein werken, moet een mens zelf uitschrijven wat hem invalt. En dan opletten natuurlijk. Dat te weten komen in kwestie komt tot stand door wat je invalt > uitschrijft oplettend na te zoeken op wat je brein onder een noemer hield / houdt, terwijl het ongelijk is.
Voorbeeld: power betekent zowel kracht als macht. Robinson Crusoe er maar weer bij halen, in zijn eentje op zijn eiland: heeft nog wel kracht, geen macht. Kracht bestaat, macht geldt. Wie dat door heeft, heeft ook door dat macht slechts daar en dan geldt waar/wanneer er actueel kracht aan wordt bijgezet. Als er dus bijvoorbeeld maar een enkele ongewapende politieagent is die probeert een wet te laten gelden, kan wie dat bovenstaande door heeft, deze agent dood maken en als hij dat zonder gesnapt te worden kan doen, is er bewezen dat macht niet bestaat.
Alle machthebbers weten dat macht een illusie, een verzinsel, is. Vandaar dat ze gewapende politie inzetten en verwarrende priesters (in het moderne liberalistische democratisme zijn dat economen en juristen).
Alleen wie nog niet zich ontward hebben, na hun verward gemaaktworden als kind, geloven nog dat macht bestaat (rechtmatig of onrechtmatig, daarover verschillen de verwarden soms van mening).
==========
Wat, zoals in he bovenstaande uitgelegd, voor 'macht'/'kracht'/power geldt, geldt ook voor goden, nationale staten, personen en alle andere verzinsels. ==//\\==
=======
Goede Vrijdag 5 april 1996: Jezus Christ Superstar, de film, gezien op televisie. Jezus, waar ging het nu eigenlijk over ? Hij was geïnspireerd, door de bijbel, met name: het oude testament. Wat was er mis met de manier waarop het volk, zijn volk, leefde, ondanks die bijbel ? Het was zijn volk, het was zijn wereld, niet slechts die van het volk. Nee, niet zijn wereld, de wereld, en kijk, dat is in dat testament heel exact gebruikt, dat begrip, is van de civilisatie, is van Pilatus, van de Keizer en van de onderworpenen en hun leiders. Het "rijk" van Jezus is niet van de wereld, wel van de aarde. Jezus' dood is zijn dood. Zijn God, die hij zijn vader noemde, bestond niet en bestaat niet; de aarde is niet geschapen door een schepper die zich nog steeds op het niveau van zijn schepselen met hun lotgevallen bemoeit. Het geloof van de Joden was even fout als alle geloof.
Het denken met het verzinsel 'God', dat is een andere zaak. Zo goed als de nieuwste scheikundetheorieën meer greep leveren op wat er gebeurt, zo levert ook het denken met de begrippenapparatuur van het Oude Testament een betere greep op wat je mentaal, als denker, overkomt.
De Joden waar Jezus invloed op probeerde uit te oefenen, door hen te verlossen van hun leiders die hen misleiden, gebruikten, die godsdienst misbruikend, die waren kinderlijk te goeder trouw en kinderlijk bang, om precies te zijn waren ze dwangmatig in het volgen van de geboden waarvan gezegd werd dat die hen GODS ZEGEN zouden opleveren.
Mozes had het geprobeerd, zo stond in hun boek: veertig jaar had god geprobeerd de slaven uit Egypte weer tot natuurmensen, dat wil zeggen: natuurvertrouwers, Godvertrouwers. Scheppingvertrouwers, te maken.*
(Voetnoot: En omdat/toen dat mislukt was, had Mozes hen de Wet gegeven, om dan maar al gehoorzamend goed te handelen, als God=vrij ZIJN niet te bereiken was, zonder die schijnheiligheid, dat schijndeugen van dat gehoorzamen.)
Vrees niet voor de dag van morgen, elke dag levert nieuw voedsel, nieuwe lucht om te ademen, nieuw zonlicht, nieuw water, vertrouw daar nu op. LEEF ! NU !
Wees met je denken hier waar je bent nu, nu je bent. Gedenk niet: te sterven, maak je geen zorgen om het feit dat je later ziek zult worden en dood zult gaan. Leef zoals de dieren die door de geciviliseerden zo veracht worden, juist omdat die dieren zo leven, zonder verleden, met wat ze zich kunnen herinneren slechts als gereedschap (om te mijden resp. op te zoeken) en zonder toekomst. In het eeuwige heden, zoals de schepper ze schiep. En de soorten bestaan evenlang als de diersoort mens. En Jezus zei dat alles met eigen woorden, hij citeerde niet, hij had zich het begrippenapparaat en niet de tekst eigen gemaakt. Dat [je het begrippenapparaat eigen maken in plaats van de teksten van anderen] is dus wat je moet doen.
Wat je met nalaten is 'communiceren' met de anderen. Nog dieper is er door te dringen tot waar het eigenlijk over gaat, dan Jezus gedaan heeft: je kunt inzien, als je geluk hebt en ze je niet te vroeg doodmaken, dat het er niet eens om gaat begrippenapparaten te verwerven, nee, het gaat er om in te zien dat verzinsels verzinsels zijn en niet namen van iets wat bestaat [resp. uit het bestaande geabstraheerd, want daarin onderscheiden, kan worden].
De leiders van de joden ten tijde van jezus waren te bang om uit hun (c.q. het bijbels) begrijpen te leven. Ze waren bang dat hun volk onder de voet gelopen zou worden als het niet een soort van in de civilisatie passende, plaatsbare, slavenverzameling zou zijn, maar een kudde vrije wilde mensdieren. Jezus had waarschijnlijk ook geen idee van wat hij in feite had kunnen losmaken, als de angst in een klap uit de joden geweken was, wat in veertig jaar vrij zijn in de wildernis niet was gelukt, dat lukt natuurlijk ook niet door het uitleggen van de "Wet", die aan he volk was gegeven, als surrogaat voor de mentaliteit, in casu: de vrijheid, het vrijzijn, het zelf, als dier, toegang hebben tot de zorgeloosheid, de geborgenheid in het ecosysteem [voor de zeer aanpasbare mens, die zoveel kan leren vinden en kan leren doen en kan leren eten, is de hele aarde, zijn alle ecosystemen bewoonbaar herbergzaam, gebleken. en nog was het beest niet tevreden en ging het landbouw plegen, bezitten, mededieren als vee houden, DE FOUT IN: de angst voor misoogsten, de haat jegens ongedierte dat at van "zijn" a.s. oogst op 'zijn' veld of van 'zijn' vee. Haat en angst, ook jegens elkaar. Voorraden, defensie, roofovervallen, onderdrukking, civilisatie na civilisatie elke keer weer eindigend op woestijn, dood; Uiteindelijk DE civilisatie die de hele aarde omvat, > de grote dood. Waarbij niets verloren gaat, het bord wordt schoongeveegd, dat is alles.
===========
Het verhaal over Jezus is niet stuk te krijgen. Zelfs weglatingen en wanbegrip laten een mythe over, een onsterfelijk verhaal. Een verhaal om voor te lezen. Aan kinderen. Zonder commentaar en uitleg. Wat er toen was, is niet van belang: het gaat over een kind, een man, die geen enkele moord pleegt, die geen leider is, geen bevelen geeft, geen geld heeft, geen huis, geen bezit. En ze lopen achter hem aan en hij heeft geen baan. Dat hoef je niet uit te leggen en aan te wijzen: dat staat (c.q. is afwezig !) in dat verhaal.
En niemand begrijpt hem, zijn volgelingen niet, zijn vrouwen niet, zijn vijanden niet. Ze vatten er niets van. Ze vertellen het verder, later, en ze snappen er niets van. Ze geven door wat ze niet begrijpen, ze kennen alleen, herkennen als waar, als waardevol, zonder woorden, zonder begrippen om het te begrijpen, om er weten van te maken, in de vorm van het verhaal (waar of verzonnen, zie boven). En af en toe heeft er hier en daar iemand de gelegenheid om het te begrijpen en zelfs om het te zijn: DIER, schepsel, kind van die vader, noem maar op, stapel beeld op beeld, daar gaat het niet om: je hoeft niet bang te zijn, dat is de boodschap. God zorgt, niet de een of andere aan te bidden manneprojectie in de wolken, maar, om met Spinoza te spreken: God, dat is gewoon alles. Het lijkt alsof de roofdieren tegen de prooidieren zijn, maar de dierenwereld eindigt niet zoals civilisaties altijd eindigen. Niet de mens, het schepsel, de diersoort, is giftig, dood brengend, nee de geciviliseerde, de uitvinder van de slavernij, het bezit, de tegenprestatie, de topprestatie, de rangschikking. Zo erg vreemd is het niet om in het ontstaan en voortwoeden van de civilisatie een boze geest, de boze geest, de duivel, het boze, te denken. Als je maar niet gelooft, dat is: aanneemt dat je denkgereedschap bestaands benoemt. Dat denkt ook geen doordachte natuurwetenschapper.
=============
De blijde boodschap is: je bent geen enkeling, dat, een rechtspersoon, wil slechts de civilisatie van je maken; de civilisatie, meestal zelfs al bij monde (in de behandeling vanwege / door) je vader en je moeder. Je bent een vlam in een vuur en dat dooft niet als jij verdwijnt.
===========
Het concept/verzinsel God, die alwetende, aanspreekbare (niet slechts te aanbidden, zie het gesprek over Sodom en Gomorra), dat concept is te gebruiken om het bespreken en begrijpen van 'wat is' buiten inmenging van de anderen, de geciviliseerden, die je gevangen houden, te doen. Wie "mediteert" of zogenaamd "bidt" (anders dan vragenlijstjes indient bij een bovennatuurlijke postorderfirma) kan zijn begrippenapparatuur en zijn taalvermogen gebruiken zonder inmenging van menselijke hoorders.
Zoals wie masturbeert aan DE vrouw / man kan denken, ten einde zijn/haar gedachten weg te laten van de lege bezigheid, zo kan wie zich de luisterende en begrijpende, verstaande, meewetende, de context en het verleden in kwestie kennende God denkt, bespreken zonder dat hij daarmee zich bezig horend, door dat waarnemen van het eigen bezig zijn gestopt wordt.
Dat is het hele nut van het denkgereedschap: in je eentje kunnen doen wat anderen je niet of slechts tegen onbetaalbare kosten in hun gezelschap toestaan; omdat die anderen zich van [= ten koste van, parasiterende op] jouw txaenz verhogen, een rangmeerderepositie dreigen te verschaffen. De in de civilisatie gevangene heeft zulke medemensvervangende concepten nodig. Zijn tot parasiet omgebouwde tijdgenoten/soortgenoten zijn als anderen om mee te functioneren onbruikbaar gemaakt.
<======//06041996\\======>

Als er in het jaar onzes heren 4042 mensen zijn die het boek De ' Tijdmachine' van H.G.Wells hebben en lezen en geloven dat wij echt in de tijd konden reizen, bewijst dat dan dat wij geloofden dat te kunnen of zo ? Nee, het boek zal dan, in 4042 net zo leesbaar / bruikbaar (als bron voor concepten) zijn als nu.
En hoe is het dan nu met de bijbel ? Dacht U nu echt dat de verzinners van 'God' niet in de gaten hadden dat ze verzonnen hadden , d.w.z.: dat ze een stuk denkgereedschap hadden gemaakt ?
Ja, dat feit dat ze verzonnen hadden en hun eigen maaksel gebruikten, dat KENDEN zij, of ze dat nu weer bespraken, dat feit, of niet, of ze zich die kennis, die vanzelfsprak, nu bewust maakten of niet, dat maakt voor ons hier nu niet uit.
Op wat er ooit vroeger door anderen is gedaan en ervaren, daarop kunnen wij slechts onze eigen voorstellingen en vooronderstellingen projecteren, niemand van ons was erbij, we bespreken hoogstens algemeen aanvaardde verhalen. Ik heb er geen behoefte aan allerlei vormen van minder snugger zijn dan wij hier nu, te projecteren op wie vroeger leefden. Dat vernederen wordt dan altijd meteen gevolgd door een juichende beschrijving van de eigen gevorderdheid van "ons". Nou, ik heb een bijzonder laag petje op van "ons", ik ben niet zo overtuigd van de juistheid en/of doordachtheid van "onze" vanzelfsprekendheden.
============
Inderdaad, Maria, een van de centrale vormen van bevrijdzijn is het niet hebben van begeerte; het inzien dat bezitten = onvrij zijn, eeuwig zorgen en vijandschap hebben. In de allereerste vormen al ontstaat de afweer van de rest van het ecosysteem, het opdelen daarvan in eetbaars/bruikbaars enerzijds en ongedierte / 'roof'dieren / onkruid anderzijds. Het geweld uitoefenen op de rest van het ecosysteem om meer te produceren voor (ten gunste van) 'de mens', daar is het mee begonnen. Het indelen van al wat is in GOED (voor 'de mens'), "nuttig" en KWAAD ("schadelijk"). Van dat begin, het in bezit nemen, het zich toe-eigenen, is het tot ongedierte verklaren van andere mensen slechts een uitwerking. Alles wordt 'in de loop van de ontwikkeling' tot bezit, ook het gezelschap, de aan de ander besteedbare of te onthouden aandacht. Uiteindelijk verwerd iedereen tot slaaf en dat is anders te formuleren als: werd ieders txaenz zijn te ruilen en/of te verkopen bezit, en wel: alles wat hij had, tenzij hij voorrechten erfde, resp. totdat hij zich voorrechten verwierf, waardoor dan ook.
==========
In deze benadering lijkt het alsof de overgang van cultuur naar civilisatie ook wel vloeiend en sluipend zou kunnen zijn geweest. Ik projecteer op die overgang een harde geweldpleging, ik projecteer, want ik was er niet bij, ik was er alleen bij toen de school mijn eerste geciviliseerde omgeving werd. Voor mij was dat mijn eerste frontervaring.
========= ==//\\==
=============================
DAGBOEK 4 APRIL 1996
===============

IK VAT SAMEN, DE UITLEG STAAT REEDS ELDERS, in recente teksten.
=====
Omdat ik alle informatie als materiaal om mee te denken verwerp, vat ik teksten slechts op als verzamelingen voorbeelden van het gebruik van begrippen, onderscheidingen en spreekbeelden.
Deze spreekbeelden vat ik op als verzamelingen aanduidingen van relaties in de werkelijkheid elders, waarvoor geen namen gebruikt worden: ieder spreekbeeld, toegepast, bevat dan een of meer keren de stelling: a:b = c:d. [In het spreekbeeld verhoudt grootheid a zich tot grootheid b, zoals in de ermee vergeleken werkelijkheid elders, c zich verhoudt tot d.]
==========
Ik [ dat is hier: mijn brein! ] kan dan, na het lezen en bestuderen van die teksten, met het opgemerkte en geleerde begrippenapparaat 'dat wat ik ken' doordenken.
Kennen = wat ik doe met dat [deel van wat mij hier nu gegeven is (zintuiglijk, introspectief)] waaraan ik mijn txaenz hier nu besteed.
Doordenken leidt niet onvermijdelijk tot "eruit"/"op grond ervan" handelen en ook niet onvermijdelijk tot 'mij de gedachte in woorden mij laten invallen, dat is: mij bewust maken, mij met mijn geestesoor doen horen. Ik kan wel mijn brein tot dat 'mij laten invallen' provoceren: bijvoorbeeld door er voor te gaan zitten om over dat onderwerp mijn gedachten uit te schrijven.
==========
Of verhalen die mij ertoe aanzetten een onderwerp te doordenken,  al of niet met nieuwe, door middel van dat verhaal aangereikte onderscheidingen, begrippen en opgemerkte relaties , waar gebeurd of verzonnen zijn: dat is onbelangrijk.
Waarom die verhalen verteld werden: van geen belang.
Door wie, aan wie, waar en wanneer: van geen belang.
Zodra en zolang ik [c.q. de lezer] dit laat gelden, is elk boek, ook de bijbel, te lezen.
Of er mensen zijn die geloven in het bestaan en/of de historiciteit (het ooit bestaan hebben) van de verzinsels en acteurs / personen in deze verhalen, dat maakt ons dan niets uit. ========
Een vraag bij het verhaal over Abraham's offeren van zijn zoon is: "als nu mijn vader....".
Er zijn nog ontelbare andere vragen: als mijn vader nu geloofde in een afgod, als die god nu bijv. 'het Vaderland' was.
Enz. enz. Is het wel terecht een lam (eigen vee dat men bezit), resp. een wild dier, te offeren ? Offeren is altijd offeren aan een waan, een illusie, een verzinsel.
========
Ouders die een meerdere erkennen [ dat is ongelijk aan: herkennen en er rekening mee houden ! ] zijn voor hun kinderen waardeloos. Waardeloos, als beschermers, zijn allen die gezag toekennen.
Bijvoorbeeld 'moderne' (= bijdetijdse) en/of modieuze en/of morele/ethische/religieuze ouders.
Elke onnodigheid die wordt nagestreefd is een ramp voor de kinderen van de strevers. [Zie voor voorbeelden de juichende televisie verhalen.]
Elke ouder die zich binnen het spel inzet voor de bestrijding van enig kwaad is dat ook. Al is het maar in gedachten: ook die denker / dromer / zich inwendig opvretende is 'binnen', in het spel.
========
Wie offert schaadt onnodig, uit angst.
========
Wie offert doet kwaad, in plaats van dat kwaad doen over te laten aan wat / wie hij vreest.
Wie per ongeluk [dus onuitgezocht en zonder ritueel] gedood / geschaad wordt, (  exacter: geschaad raakt  ) tijdens een nodige actie, is daarmee geen offer. Wel wie bij onnodigs gedood / geschaad raakt.
===========
Zo, zoals boven voorgedaan, voor het in je laten opkomen van zulke gedachten moet / kun je teksten gebruiken.
=======
Een afgod is een concept, een verzinsel, dat zoals elk begrip, in het brein van de afgodsdienaar 'werkt' en er voor zorgt dat hem foute gedachten / bevelen / "stemmen" / plannen invallen: bijvoorbeeld dat hij zijn zoon, zijn txaenz en/of zijn andere inzichten moet offeren aan [ dat heet dan 'wijden aan' ] die afgod. [Een ander, te offeren (in dat geval op te geven) inzicht is: 'dat verzinsels als actoren / bevelgevers uit het brein verwijderd dienen te worden'.]
===========
0504'96:
Het is heel laat in mensen opgekomen hun hersens als plaats van 'mechanische' aanmaak van hun gedachten, op te gaan vatten. Als je er dat begrippensysteem in stopt, dan komen er die volzinnen, beschrijvingen, logische vertogen, consistente verhandelingen uit. Als je in mensen het joodse geloof stopt, dan komt er een keer het verhaal van Job uit. Als je in mensen het concept "tijdreisvoertuig' stopt, dan komen er hele reeksen sfverhalen uit.
Voordat deze machineopvatting er was, voordat de mensen zich in het onbeheersbare bezit van een tekstgenerator gingen voelen, vatten ze de tekst die ze in zich met hun geestesoor hoorden op als afkomstig van een ander, net als alle andere tekst die ze hoorden. Een ander in hen: hun geest. En als ze die geest, 'zichzelf' genoemd kenden, dan kon het voorkomen dat ze verbaasd stonden over wat hen ineens inviel en die vreemde inval toeschrijven aan een nieuwe, er bij gekomen, vreemde geest of aan en onzichtbare, onstoffelijke, hen deze tekst influisterende duivel of god of geest of wat dan ook.
Dat is niet vreemder, niet gekker, dan die ingebouwde tekstgenerator. Die hebben we nu wel, toen niet, dat moet hierbij bedacht worden. Alle spreken kwam van anderen, sprekers, altijd, overal.
===========
============///\\\============

Om te zien, moet een mens zelf kijken. Zien komt tot stand door bij het kijken op te letten, op te merken.
Om te weten te komen welke verzinsels in zijn brein werken, moet een mens zelf uitschrijven wat hem invalt. En dan opletten natuurlijk. Dat te weten komen in kwestie komt tot stand door wat je invalt > uitschrijft oplettend na te zoeken op wat je brein onder een noemer hield / houdt, terwijl het ongelijk is.
Voorbeeld: power betekent zowel kracht als macht. Robinson Crusoe er maar weer bij halen, in zijn eentje op zijn eiland: heeft nog wel kracht, geen macht. Kracht bestaat, macht geldt. Wie dat door heeft, heeft ook door dat macht slechts daar en dan geldt waar/wanneer er actueel kracht aan wordt bijgezet. Als er dus bijvoorbeeld maar een enkele ongewapende politieagent is die probeert een wet te laten gelden, kan wie dat bovenstaande door heeft, deze agent dood maken en als hij dat zonder gesnapt te worden kan doen, is er bewezen dat macht niet bestaat.
Alle machthebbers weten dat macht een illusie, een verzinsel, is. Vandaar dat ze gewapende politie inzetten en verwarrende priesters (in het moderne liberalistische democratisme zijn dat economen en juristen).
Alleen wie nog niet zich ontward hebben, na hun verward gemaaktworden als kind, geloven nog dat macht bestaat (rechtmatig of onrechtmatig, daarover verschillen de verwarden soms van mening).
==========
Wat, zoals in he bovenstaande uitgelegd, voor 'macht'/'kracht'/power geldt, geldt ook voor goden, nationale staten, personen en alle andere verzinsels. ==//\\==
=======
Goede Vrijdag 5 april 1996: Jezus Christ Superstar, de film, gezien op televisie. Jezus, waar ging het nu eigenlijk over ? Hij was geïnspireerd, door de bijbel, met name: het oude testament. Wat was er mis met de manier waarop het volk, zijn volk, leefde, ondanks die bijbel ? Het was zijn volk, het was zijn wereld, niet slechts die van het volk. Nee, niet zijn wereld, de wereld, en kijk, dat is in dat testament heel exact gebruikt, dat begrip, is van de civilisatie, is van Pilatus, van de Keizer en van de onderworpenen en hun leiders. Het "rijk" van Jezus is niet van de wereld, wel van de aarde. Jezus' dood is zijn dood. Zijn God, die hij zijn vader noemde, bestond niet en bestaat niet; de aarde is niet geschapen door een schepper die zich nog steeds op het niveau van zijn schepselen met hun lotgevallen bemoeit. Het geloof van de Joden was even fout als alle geloof.
Het denken met het verzinsel 'God', dat is een andere zaak. Zo goed als de nieuwste scheikundetheorieën meer greep leveren op wat er gebeurt, zo levert ook het denken met de begrippenapparatuur van het Oude Testament een betere greep op wat je mentaal, als denker, overkomt.
De Joden waar Jezus invloed op probeerde uit te oefenen, door hen te verlossen van hun leiders die hen misleiden, gebruikten, die godsdienst misbruikend, die waren kinderlijk te goeder trouw en kinderlijk bang, om precies te zijn waren ze dwangmatig in het volgen van de geboden waarvan gezegd werd dat die hen GODS ZEGEN zouden opleveren.
Mozes had het geprobeerd, zo stond in hun boek: veertig jaar had god geprobeerd de slaven uit Egypte weer tot natuurmensen, dat wil zeggen: natuurvertrouwers, Godvertrouwers. Scheppingvertrouwers, te maken. Vrees niet voor de dag van morgen, elke dag levert nieuw voedsel, nieuwe lucht om te ademen, nieuw zonlicht, nieuw water, vertrouw daar nu op. LEEF ! NU !
Wees met je denken hier waar je bent nu, nu je bent. Gedenk niet: te sterven, maak je geen zorgen om het feit dat je later ziek zult worden en dood zult gaan. Leef zoals de dieren die door de geciviliseerden zo veracht worden, juist omdat die dieren zo leven, zonder verleden, met wat ze zich kunnen herinneren slechts als gereedschap (om te mijden resp. op te zoeken) en zonder toekomst. In het eeuwige heden, zoals de schepper ze schiep. En de soorten bestaan evenlang als de diersoort mens. En Jezus zei dat alles met eigen woorden, hij citeerde niet, hij had zich het begrippenapparaat en niet de tekst eigen gemaakt. Dat [je het begrippenapparaat eigen maken in plaats van de teksten van anderen] is dus wat je moet doen.
Wat je met nalaten is 'communiceren' met de anderen. Nog dieper is er door te dringen tot waar het eigenlijk over gaat, dan Jezus gedaan heeft: je kunt inzien, als je geluk hebt en ze je niet te vroeg doodmaken, dat het er niet eens om gaat begrippenapparaten te verwerven, nee, het gaat er om in te zien dat verzinsels verzinsels zijn en niet namen van iets wat bestaat [resp. uit het bestaande geabstraheerd, want daarin onderscheiden, kan worden].
De leiders van de joden ten tijde van jezus waren te bang om uit hun (c.q. het bijbels) begrijpen te leven. Ze waren bang dat hun volk onder de voet gelopen zou worden als het niet een soort van in de civilisatie passende, plaatsbare, slavenverzameling zou zijn, maar een kudde vrije wilde mensdieren. Jezus had waarschijnlijk ook geen idee van wat hij in feite had kunnen losmaken, als de angst in een klap uit de joden geweken was, wat in veertig jaar vrij zijn in de wildernis niet was gelukt, dat lukt natuurlijk ook niet door het uitleggen van de "Wet", die aan he volk was gegeven, als surrogaat voor de mentaliteit, in casu: de vrijheid, het vrijzijn, het zelf, als dier, toegang hebben tot de zorgeloosheid, de geborgenheid in het ecosysteem [voor de zeer aanpasbare mens, die zoveel kan leren vinden en kan leren doen en kan leren eten, is de hele aarde, zijn alle ecosystemen bewoonbaar herbergzaam, gebleken. en nog was het beest niet tevreden en ging het landbouw plegen, bezitten, mededieren als vee houden, DE FOUT IN: de angst voor misoogsten, de haat jegens ongedierte dat at van "zijn" a.s. oogst op 'zijn' veld of van 'zijn' vee. Haat en angst, ook jegens elkaar. Voorraden, defensie, roofovervallen, onderdrukking, civilisatie na civilisatie elke keer weer eindigend op woestijn, dood; Uiteindelijk DE civilisatie die de hele aarde omvat, > de grote dood. Waarbij niets verloren gaat, het bord wordt schoongeveegd, dat is alles.
===========
Het verhaal over Jezus is niet stuk te krijgen. Zelfs weglatingen en wanbegrip laten een mythe over, een onsterfelijk verhaal. Een verhaal om voor te lezen. Aan kinderen. Zonder commentaar en uitleg. Wat er toen was, is niet van belang: het gaat over een kind, een man, die geen enkele moord pleegt, die geen leider is, geen bevelen geeft, geen geld heeft, geen huis, geen bezit. En ze lopen achter hem aan en hij heeft geen baan. Dat hoef je niet uit te leggen en aan te wijzen: dat staat (c.q. is afwezig !) in dat verhaal.
En niemand begrijpt hem, zijn volgelingen niet, zijn vrouwen niet, zijn vijanden niet. Ze vatten er niets van. Ze vertellen het verder, later, en ze snappen er niets van. Ze geven door wat ze niet begrijpen, ze kennen alleen, herkennen als waar, als waardevol, zonder woorden, zonder begrippen om het te begrijpen, om er weten van te maken, in de vorm van het verhaal (waar of verzonnen, zie boven). En af en toe heeft er hier en daar iemand de gelegenheid om het te begrijpen en zelfs om het te zijn: DIER, schepsel, kind van die vader, noem maar op, stapel beeld op beeld, daar gaat het niet om: je hoeft niet bang te zijn, dat is de boodschap. God zorgt, niet de een of andere aan te bidden manneprojectie in de wolken, maar, om met Spinoza te spreken: God, dat is gewoon alles. Het lijkt alsof de roofdieren tegen de prooidieren zijn, maar de dierenwereld eindigt niet zoals civilisaties altijd eindigen. Niet de mens, het schepsel, de diersoort, is giftig, dood brengend, nee de geciviliseerde, de uitvinder van de slavernij, het bezit, de tegenprestatie, de topprestatie, de rangschikking. Zo erg vreemd is het niet om in het ontstaan en voortwoeden van de civilisatie een boze geest, de boze geest, de duivel, het boze, te denken. Als je maar niet gelooft, dat is: aanneemt dat je denkgereedschap bestaands benoemt. Dat denkt ook geen doordachte natuurwetenschapper.
=============
De blijde boodschap is: je bent geen enkeling, dat, een rechtspersoon, wil slechts de civilisatie van je maken; de civilisatie, meestal zelfs al bij monde (in de behandeling vanwege / door) je vader en je moeder.
===========
Het concept/verzinsel God, die alwetende, aanspreekbare (niet slechts te aanbidden, zie het gesprek over Sodom en Gomorra), dat concept is te gebruiken om het bespreken en begrijpen van 'wat is' buiten inmenging van de anderen, de geciviliseerden, die je gevangen houden, te doen. Wie "mediteert" of zogenaamd "bidt" (anders dan vragenlijstjes indient bij een bovennatuurlijke postorderfirma) kan zijn begrippenapparatuur en zijn taalvermogen gebruiken zonder inmenging van menselijke hoorders.
Zoals wie masturbeert aan DE vrouw / man kan denken, ten einde zijn/haar gedachten weg te laten van de lege bezigheid, zo kan wie zich de luisterende en begrijpende, verstaande, meewetende, de context en het verleden in kwestie kennende God denkt, bespreken zonder dat hij daarmee zich bezig horend, door dat waarnemen van het eigen bezig zijn gestopt wordt.
Dat is het hele nut van het denkgereedschap: in je eentje kunnen doen wat anderen je niet of slechts tegen onbetaalbare kosten in hun gezelschap toestaan; omdat die anderen zich van [= ten koste van, parasiterende op] jouw txaenz verhogen, een rangmeerderepositie dreigen te verschaffen. De in de civilisatie gevangene heeft zulke medemensvervangende concepten nodig. Zijn tot parasiet omgebouwde tijdgenoten/soortgenoten zijn als anderen om mee te functioneren onbruikbaar gemaakt.
<======//06041996\\======>

Als er in het jaar onzes heren 4042 mensen zijn die het boek De ' Tijdmachine' van H.G.Wells hebben en lezen en geloven dat wij echt in de tijd konden reizen, bewijst dat dan dat wij geloofden dat te kunnen of zo ? Nee, het boek zal dan, in 4042 net zo leesbaar / bruikbaar (als bron voor concepten) zijn als nu.
En hoe is het dan nu met de bijbel ? Dacht U nu echt dat de verzinners van 'God' niet in de gaten hadden dat ze verzonnen hadden , d.w.z.: dat ze een stuk denkgereedschap hadden gemaakt ?
Ja, dat feit dat ze verzonnen hadden en hun eigen maaksel gebruikten, dat KENDEN zij, of ze dat nu weer bespraken, dat feit, of niet, of ze zich die kennis, die vanzelfsprak, nu bewust maakten of niet, dat maakt voor ons hier nu niet uit.
Op wat er ooit vroeger door anderen is gedaan en ervaren, daarop kunnen wij slechts onze eigen voorstellingen en vooronderstellingen projecteren, niemand van ons was erbij, we bespreken hoogstens algemeen aanvaardde verhalen. Ik heb er geen behoefte aan allerlei vormen van minder snugger zijn dan wij hier nu, te projecteren op wie vroeger leefden. Dat vernederen wordt dan altijd meteen gevolgd door een juichende beschrijving van de eigen gevorderdheid van "ons". Nou, ik heb een bijzonder laag petje op van "ons", ik ben niet zo overtuigd van de juistheid en/of doordachtheid van "onze" vanzelfsprekendheden.
============
Inderdaad, Maria, een van de centrale vormen van bevrijdzijn is het niet hebben van begeerte; het inzien dat bezitten = onvrij zijn, eeuwig zorgen en vijandschap hebben. In de allereerste vormen al ontstaat de afweer van de rest van het ecosysteem, het opdelen daarvan in eetbaars/bruikbaars enerzijds en ongedierte / 'roof'dieren / onkruid anderzijds. Het geweld uitoefenen op de rest van het ecosysteem om meer te produceren voor (ten gunste van) 'de mens', daar is het mee begonnen. Het indelen van al wat is in GOED (voor 'de mens'), "nuttig" en KWAAD ("schadelijk"). Van dat begin, het in bezit nemen, het zich toe-eigenen, is het tot ongedierte verklaren van andere mensen slechts een uitwerking. Alles wordt 'in de loop van de ontwikkeling' tot bezit, ook het gezelschap, de aan de ander besteedbare of te onthouden aandacht. Uiteindelijk verwerd iedereen tot slaaf en dat is anders te formuleren als: werd ieders txaenz zijn te ruilen en/of te verkopen bezit, en wel: alles wat hij had, tenzij hij voorrechten erfde, resp. totdat hij zich voorrechten verwierf, waardoor dan ook.
==========
In deze benadering lijkt het alsof de overgang van cultuur naar civilisatie ook wel vloeiend en sluipend zou kunnen zijn geweest. Ik projecteer op die overgang een harde geweldpleging, ik projecteer, want ik was er niet bij, ik was er alleen bij toen de school mijn eerste geciviliseerde omgeving werd. Voor mij was dat mijn eerste frontervaring.

 

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *