24 oktober 2011

Categorieën: 2011 | Dagboeken

Trefwoorden:

Er is geen hoop. Het verschijnsel ‘mens’ is een plaag, voor andere soorten genencombinaties. Zo nutteloos en destructief als het maar kan. Niemand van ons, exemplaren van de soort in deze tijd, kan daar iets merkbaars aan veranderen. Het gaat vanzelf over (want houdbaar is dit proces niet, het eindigt, zoals elk proces, dat is een definitiekwestie).
Het is een suggestie vanuit ‘wat anderen om je heen zeggen’, dat je druk maken over zulke grote processen. Het praten over veel te grote onderwerpen kenmerkt “ons” mensen. Neem nou sterrenkunde, wereldpolitiek, überhaupt politiek. Allemaal pure opschepperij. Dan spelen ze dat ze besluiten nemen en hun bevelen worden gepubliceerd. En dan gaan ontelbare anderen aan het werk om trucs te vinden om zich en hun IETS onder die bevelen vandaan te wurmen.

Alle beschaafden zijn met elkaar in ononderbroken strijd om het grootste deel van wat te bezitten is. Sport is het suggereren dat het om de prestaties gaat, dat alle beschaafden streven naar het overtreffen: van ‘wat was’, van elk ander en van hun eigen vorige prestatie. Dat is een vrome leugen: het gaat om het némen van meer.

  • Meer dan er ooit van de natuur genomen werd,
  • Meer dan elk ander, het voor andermans neus wegkapen is heerlijk en prachtig presteren en
  • Meer dan je al hebt, je moet er op vooruitgaan, rijker worden, niet armer.

En op het nemen volgt: hebben en houden.

Dit alles werd en wordt in miljoenenvoud gedrukt en gezegd. HOE GOED BEDOELD!!
MAAR: in dat spreken (publiceren, uitleggen, aanwijzen, verklaren) zit een aandringen opgesloten (ingevouwen, impliciet). De boodschappers hopen, wensen, dat de hoorder er wat aan doet, aan verandert, nalaat er aan mee te doen, enz. Ja, dát zou mooi zijn.
Maar daar zit ’m nou net de kneep: ik heb als enkeling geen merkbare invloed. En het foute wás en ís al niet mijn gedrag, maar juist het IDEALE BURGERMANSGEDRAG: MEEDOEN.
Ik doe al levenslang niet mee, want Moeder deed ook niet mee en zíj was de volwassene bij wie ik leerde. Leerde zijn zoals het hoort en zoals ik nu DUS ben, dus, want het alternatief, de alternatieve wijzen van zijn, ZIE DE ANDEREN om ons heen, waren mij niet tot inspirerend voorbeeld. IK HEB NOOIT ‘ALS DINGES’ WILLEN ZIJN/WORDEN: ik bleef zonder identificatiefiguur.
En een opdracht, een missie, heb ik ook niet. IK HOEFDE EN HOEF NIETS.
Ik hoef het niet tot iets te brengen. WAT HET GEVAL IS EN HEN ZINTUIGLIJK GEGEVEN, KUNNEN ZE (alle dieren, inclusief dus als zodanig, als dieren, de mensen, waarover het hier gaat) ZELF METEEN OPMERKEN. DAN HEBBEN ZE ER KENNIS VAN.
Verder dan er kennis van hebben (zelf genomen en nog steeds te nemen, want het hem, daar dan gegevene* betreffend) kan niemand komen. |* zintuiglijk, rechtstreeks of via instrumenten en/of via taal (begrepen, in verhalen besproken, enz.).

Nogmaals: geen enkel mens en geen enkel verbond of verband van mensen kan dat proces merkbaar veranderen.

Het is al een hele prestatie als iemand opmerkt dat ‘wat was’, voorbij is, het verleden tot niets verplicht, en ook niet goed gemaakt kan worden. Niet ‘wat was’, maar ‘wat is’ is, ook wat komt is niet. Na ons de zondvloed of de verstandige samenleving, NÚ zijn die er geen van twee.

Maken wij ons toch in geen ding bezorgd. Alles zal komen zoals het komt. Als het begint te regenen is het vroeg genoeg om te schuilen.
Die neiging om te schuilen (en al dergelijke beschermingsmaatregelen ten gunste van het eigen lijf te nemen) is ons aangeboren (het zit in de genen zulke dingen aan te leren, net als bij mensen ‘een taal aanleren’).

Voor iedereen in zijn eigen situatie levenslang staat hier: laat je niet motiveren. JE HOEFT NIETS ONNODIGS. Het is de kreet (het bevel) van de binnensoortelijke parasieten, de mensengebruikers, de slavenhouders, als de VVD'ers roepen: “wij zijn er als partij voor de mensen die iets van hun leven maken”.
Het in de kinderen bouwen van een slavendrijver, dat is hun ideaal. Daartoe zijn ze gemotiveerd.

Doordenkend over het ‘een geschapen dier zijn’ in dat verhaal, zijn we al gedoemd slechts tijdelijk bevredigd na het eten en drinken te kunnen liggen en spelen. De motivatoren voegen nog allerlei blijvende noden toe aan wat we MOETEN. Wat zij bevelen, waartoe zij motiveren, is niet geschapen, maar is artefact. En dát is de reden waarom artefact niet van schepsel mag worden onderscheiden. DAAR HEBBEN ‘WE’ HET NOOIT OVER.

Dat zou toch een goed discussietelevisieprogramma zijn:

IS DAT NOU ERGENS GOED VOOR / VOOR NODIG?

Telkens over een ander onderwerp**.

Om de 14 dagen een nieuw onderwerp en na een week komen we er, met de verwerkte opmerkingen van de kijkers op terug.

|** Een ander onderwerp uit de opvoeding. “Opvoeden”, dat is het onderbrengen van de bevelen van de bezetters (‘de wetten en regelingen en het fatsoen en de manieren enz.) in de hersens van de kinderen (opvoedelingen). Bij vrij levende groepen mensen wordt er ook opgevoed, wordt er cultuur (technische vaardigheden, ervaringen met dieren en planten en eigen reactie op het omgaan daarmee, nuttigs, waarschuwingen en zeg maar kookboekinhoud en medicijnrecepten, verhalen die je je herinneren kunt als je in het nauw geraakt bent, enz. )”overgedragen”. Er wordt door vrije mensen niet aangepast, niet onderworpen, geen mores geleerd. ‘Mores’, dat was het geheel van dingen die ze afdwongen, dat de Romeinen brachten aan “ons” (= de mensen die toen hier woonden en niet opkonden tegen de legioenen van die beschaafden, die zo goed kruisigen en moorden en roven konden). Die mores heugen ons na al die generaties nóg. WIJ ZIJN OOK NOOIT MEER BEVRIJD. NIET VAN DE REGERINGEN EN NIET (psychoanalytisch had dat dan gemoeten) VAN DIE ONS MET MISHANDELING EN DREIGING EN INTIMIDATIE (denk aan openbare terechtstellingen) GELEERDE MORES.

ALS DE BEZETTERS WEG ZIJN, RESTEERT NOG STEEDS ONBESCHADIGD DE ANGST die ons door ‘vaderenden’ is ingeboezemd.

Opgevoeden hebben maar één taak vanuit de natuur: zich van alle angst (achter het zich houden aan mores) bevrijden. Mores= bezettersbevelen.
Opgevoeden moeten zich opwerken tot het besef dat er geen recht is, maar des te meer politie, geen mode, maar des te meer pesters, geen normen en waarden, maar wel veel sollicitatiesituaties waarin kleine jongetjes in uitgegroeide lijven genieten van het hebben van gelegenheid om even de baas te spelen.

Je moet erg goed opletten waar de politie, de zelfstandig ondernemende pestende handhavers, de bazen, enz. zijn en botsing en wrijving met die artificiële roofdieren vermijden. Ze zijn er alleen om te vermijden: ze hebben wapens, geen gelijk of recht of zo. ER IS GEEN ANDER RECHT DAN DAT VAN DE STERKSTE. GOD IS MET DE STERKSTE LEGIOENEN, BETERE WAPENS BRENGEN DE OVERWINNING, BETER EN MEER. DE REST IS FLAUWE KUL.
Het komt niet uiteindelijk allemaal goed en in evenwicht. Niemand kan de mensenplaag laten ophouden. De natuur doet haar uiterste best, maar alle aanvallen mislukten tot nu toe. Ook HIV bracht geen verandering, nog geen deukje in de groei van het aantal.

Elk jaar één nacht dromen van het in vrede samen leven van alle mensen (neem de Kerstnacht, dan is het net of iedereen meedoet). De andere dagen van het jaar helder beseffen dat we elkaar een plaag zijn. Al zo lang als er civilisatie is, volkeren die andere volkeren als mensvee houden en gebruiken: al gedurende duizenden jaren.

En wat vooral heel zielig is om te zien, dat is het juichen dat die mensen wordt afgedwongen bij het zien van hun onderdrukkers. Al die kleuterklassen langs de route van de hoogwaardigheidsbekleders in hun luxe voertuigen. Om het juichen te leren: om verward te worden en de binnensoortelijke parasieten niet als wat ze zijn te leren kennen (⇒ te zullen herkennen). Bewonderend oplettend kijken naar en lovend oordelen over de kleding en het gedrag en het uiterlijk van de ‘hoge’ figuur.

Het is waar, wat Dr. Phil steeds zegt: als je niet ziet wat je eigen bijdrage is aan de ellende waar je uit wilt, dan ben je machteloos: WANT ALLEEN JE EIGEN BIJDRAGE KUN JE NALATEN TE GEVEN / te leveren.
Je moet (om iets voor jezelf te kunnen doen) vooral ook weten (⇐ oplettend kijken naar en analytisch aanpakken) VAN WELK GEHEEL DAT WAAR JE TEGEN BENT (⇐ jou schaadt) DEEL VAN UIT MAAKT. Het is gebruikelijk geworden om het geheel te willen handhaven en dan delen ervan weg te wensen.

Iedereen die lezen kan kent al het feit dat het zo niet werkt, uit ervaring. Maar nog velen geloven de dwaalleer dat ‘wat gebeurt’ gedaan wordt. NEE, DADERSCHAP IS EEN VERZINSEL, om te verwarren.

Normaal gesproken hef je die pijn die je kunt opheffen, doordat je weet wat jij veranderen moet (technisch moeten) om de oorzaak weg te nemen (er zit een erwt in mijn schoen, als schoolvoorbeeld.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *