Jaap Schot, 11 oktober 2006
Naar aanleiding van die uitzending met Jan Pronk als gast, over ‘geluk voor alle mensen’
- Deze uitzending viel er voor wat betreft de wetenschappelijke houdbaarheid (onderbouwing) ten negatieve uit. Dit was geredeneer, dit waren meningen, dit was praten met woorden met slechts gebruiksgewoonten en niet met woordbegripcombinaties, waarbij er iets aangetroffens onderscheiden en benoemd is.
- Het ging al heel vroeg in de uitzending mis: er werd gezegd dat iets logisch niet kon. Het is zeker dat de werkelijkheid onberoerd blijft door ons spreken erbij. Ondanks alle mogelijke logische consistentie van dat spreken. De logica maakt niets mogelijk en niets onmogelijk. Als iets er niet is, wil dat niet zeggen dat het niet kan komen. Dat heet tegenwoordig bijvoorbeeld ‘evolutie’.
- Logisch redeneren vooronderstelt de aanwezigheid als kennis van de hele waarheid, het enig juiste bespreekbeeld en onveranderlijke begrippen. Geen daarvan is ons mensen gegeven. Logica brengt dus op gedisciplineerde wijze verwachtingen voort, die nog aan ‘wat gebeurt’ moeten worden getoetst.
- Waardoor kon het geluk van alle mensen niet? Wel, door het bestaan (vóórkomen/ aantrefbaar zijn) van wat ik hier nu even ‘fascisten’ noem: mensen voor wier gelukkig zijn andermans ongelukkig zijn voorwaarde is. Lui die een rang willen hebben, een rang kun je niet hebben zonder minderen te hebben, lui met een lagere rang. Bij fascisten is het extraatje nodig dat die lager geplaatsten hun lager geplaatst zijn betreuren, als frustrerend ervaren.
- Die “noodzaak” van andermans ongeluk voor eigen geluk is deze kwaadaardige rangschikkers – hier nu even ‘fascisten’ genoemd – aangeboren (genetisch gegeven) of aangeleerd (door hen als lerende wezens opgelopen). Of er is een derde mogelijkheid, die wij over het hoofd zien. Dat aanleren is niet moeilijk en er hoeft nergens ooit van ‘doen’ gesproken te worden. Leren gebeurt, dat is aangeboren, dat mensen leren. Ze leren wat er in hun omgeving (→ wat hen daarin ‘gegeven’ is, hun Umwelt, Von Uexkull) te leren is. De anderen die als het ware onderwijzen, gebeuren ook alleen maar, voor wie zich tot het beschrijven van het hem gegevene beperkt. Nergens zie je iemand iets doen, je ziet beweging en gebeuren, verder niets. Zoals een duif in een Skinnerlab kan leren op een babypiano te spelen, zo kan hij ook, op dezelfde manier, door bekrachtigen, worden gemaakt tot een vijand die hen opzij blijft dringen, voor alle andere duiven. Een onverbeterbare fascist. Het hinderlijke van Skinner was dat hij aantoonde en het inzien van de consequenties voor ‘de beschaving’ over liet aan wie zijn proeven zag.
- In alle gevallen (aangeboren, aangeleerd of anders) vervalt de eenheid ‘de mens’. Dat begrip blijkt te hoog.
- Als fascisme/ sadisme is aangeboren, dan valt wat we als één diersoort benoemd hebben uiteen in twee soorten, bij nader inzien. De oplossing voor gelukkig worden, ligt voor de hand. We passen die oplossing zonder enig probleem toe t.a.v. andere andere diersoorten. We slaan de mug dood, roeien de beer en de wolf uit.
- Als dat kwaadaardig op de ander – die genetisch/ biologisch een soortgenoot is – betrokken zijn, is aangeleerd, dan is er ook een eenvoudige oplossing. Zelfs als we dat gezeur van ‘gij zult niet doden’, geïnterpreteerd als gij zult níemand doden, ruim baan geven. Er is iets aangeleerd, dan, zo leert ons wetenschappelijk Skinner, dooft het vanzelf ook weer uit. Zij het nooit helemaal, dus: vangen en in de long-stay (levenslang) tbs. Geen geëxperimenteer. Dat is al met duiven en ratten gedaan. Gewoon dwangarbeid, zoals ook alle mensen buiten tbs-inrichtingen hebben. Jawel, er zijn op dit ‘levenslang dwangarbeid hebben’ van ons, gewone mensen. Uitzonderingen: de voltijd parasitair levende mensen. Daar zijn twee soorten van: de superrijken en de uitkeringstrekkers waar ‘rechts’ de ‘vijand binnen de muren’ van maakte.
- In alle gevallen is het probleem non-existent. Non-existent als probleem. Het is een hele klus al die etters te vangen en/of als zodanig (dus als etter en/of als levend lichaam) te vernietigen. Dat is een klus, een karwei, een taak, geen probleem.
- Het is duidelijk dat hier, in deze uitzending, in een moeras gewandeld werd. Het was één grote massa vooronderstellingen waarop hetgeen gezegd werd, werd gebaseerd.
- Zo moeten we, om zindelijk te denken, afzien van zulke begrippen als ‘gelukkig’ (happy), hoe volstrekt duidelijk die ook zijn. Mijn gelukkig zijn is een feit en mij even ‘gegeven’, ‘waarneembaar’ als mijn kiespijn en mijn vermoeidheid. Niemand anders dan ik, echter, heeft mijn geluk uit waarneming. Afgeleid uit mijn gedrag en gelaatsuitdrukking en ‘van horen zeggen’, zó kunnen ze het hebben.
- Willen wij iets doen voor – ten gunste van – eigen en andermans geluk, dan is het wegruimen van verkeerde gedachten een bijdrage. Ik weet dat uit ervaring. Maar dat is niet zo’n sterk argument.
- Om verkeerde gedachten te vernietigen is er een zeer ónwerkzame techniek: tegenspreken. Een verbale, talige, techniek dus.
- Er is ook een werkzame talige techniek: het vernietigen van de waardigheid van ‘woorden met slechts gebruiksgewoonten’, woorden die niet zijn als wegwijzers naar aantrefbaars. In het bijzonder de werkwoorden en de zelfstandige naamwoorden van die soort, zonder die functie. Zij suggereren slechts ‘dat er iets is’. Bij de eigennaam ‘God’ gaf dat aanleiding tot het Ietsisme, het geloof ‘dat er wel iets is’. Denken, gedachte, bedoelen, bedoeling, menen, mening.
- Daarnaast is er de non-verbale techniek: zoals Torricelli in een verhaal die toepaste. Hij liet geleerden van zijn tijd, in vergadering bijeen, overtuigd van de ‘Horror Vacui ’ alleen mét zijn buis, zijn kwik en zijn bak en ging wandelen. Híj had de verschijnselen, zíj de te begraven theorie.
- Je kúnt natuurlijk de mensheid bezwéren dat ze niet zomaar verder mag praten (← denken, inner speech, inner dialog) met de woorden die ze aantrof. Dat gaat niet helpen. Want wát je ook zegt: het wordt door de democratisten (≈ de mensen van tegenwoordig, hier) met hun gelijke rechten en vrije vorming en uiting van mening (= onwaarheid, wat waar (true, vrai) is, kun je niet menen) opgevat als jóuw (te respecteren) mening.
- Als iedereen zijn mening mag vormen, hebben, houden en uiten en tot gelding proberen te brengen, dán is er geen gewicht gehecht aan waarheid. Dan gaat waarheid niet boven verzinsel. Dáár, waar de beslissingen genomen worden, dáár niet. Alleen bij de (in opdracht) bruggen e.d. bouwende ingenieurs/ werkmensen, dáár is wat aangetroffen is, de empirische waarheid (alsof er ook een andere waarheid zou zijn) leidraad, noodzaak, regel, beslissend, laatste rechter.
- Het ongeluk dat mensen aangedaan wordt, wordt hen met behulp van geweren aangedaan. Wie geen macht heeft, geen macht gebruikt, zoals de zeiler de wind gebruikt (de chanteur is het schoolvoorbeeld) kan een ander niet ongelukkig maken. Wie van wie hem ongelukkig maakt niet kan winnen, kan vluchten, tenzij de omgeving in bezit is van ‘territorialen’. Zeker bijna zes miljoen Joden zouden een andere trein genomen hebben, als hen dat niet verhinderd was. Maar lang voordat ze werden gevangen genomen waren ze al verward t.a.v. rechten en werd het nemen van de vervoermiddelen naar bijvoorbeeld de USA al verhinderd door wie betaling eisten. En in de USA waren ze niet welkom. Daar zaten ‘territorialen’, net als in alle andere ‘buitenlanden’.
- Hiermee zijn we bij de wortels van het kwaad (= wat ongelukkig maakt).
- Of gerangschik en territorialiteit (bezitterigheid) nu aangeboren en/of gecultiveerd of alleen maar niet verwaarloosd zijn, zoals zoveel andere genetisch gegeven zaken, of helemaal puur aangeleerd, in feite is ieder van ons alleen, en niet bij machte die massa anderen om hem heen ervan te ontdoen.
- De weg naar geluk (zaligheid) gaat dus lángs dat ‘de anderen veranderen’. Geen enkele andere is mee te nemen naar het geluk. Iedereen is in zijn eentje gelukkig of ongelukkig.
Terzijde over dat homoniem ‘geluk’. Pech hebben of met de neus in de boter vallen, dát kan een clubje mensen tegelijk overkomen en zelfs: sámen. Dat is wat sommige politici ons voorhouden: wij hebben sámen de mazzel dat we ‘het goed hebben’: we moeten délen om de werkgelegenheid en de producten daarvan aangemaakt te krijgen: niet sparen en in een oude kous bewaren: het geld moet rollen. Alleen als er loon uitbetaald wordt, gaat er een deel van de winst naar óns, de (parttime) leden van de nietsdoende klasse en dáár gaat het om. Dát – lid zijn van de nietsdoende klasse, meer diensten voor ons gedaan krijgen dan wij “in ruil” (voor het gemak: via geld) voor anderen verrichten – heet welvaart. (Veblen). - Hoe worden we gelukkig? Antwoord: door ons aan de anderen te onttrekken. Dit in de betekenis van: ons aan competitie en concurrentie te onttrekken, ons aan de wereld te onttrekken dus.
- Wij zijn daar door Jezus van Nazareth op gewezen. De voetwassing. “Mijn rijk is niet van deze wereld.” Het gaat alleen op (de weg is alleen begaanbaar) voor ‘de uitverkorenen’. Dat zijn diegenen die toevallig zó zijn bejegend en in zó’n omgeving hebben geleefd, dat zij van ‘wat ze aanleerden’ los kunnen komen en/of kunnen (gaan of blijven) afzien van deelname aan concurrentie, competitie, rangschikking, betrokkenheid op en emotioneel vastzitten aan anderen.
- Het is totaal onverschillig of Jezus nu ooit geleefd heeft of altijd al een romanfiguur was.
- Van Locke’s Essay heb ik geleerd dat betogen (← volzinnen) opgebouwd zijn uit wetenschappelijk houdbare en/of fantasie (→ propaganda)begrippen. Betogen zijn dus als muren, volzinnen zijn als stenenrijen, die zijn opgebouwd uit gebakken en ongebakken kleiblokken.
- Ingaan tegen een betoog dwingt een mens (‘je’) om de ongebakken kleiblokken óók, net als de bewerende ander, te gebruiken. Dan kom ‘je’ er niet uit. De truc die Locke ons leert is: woorden/ begrippen te bestuderen en te bespreken: alle kleiblokken rustig één voor één door en door nat te maken. De muren – betogen – storten dan vanzelf wel in. Let wel: ‘per persoon’ (= in iedereen, één voor één) storten ze in. In de bibliotheek blijft al dat onhoudbare netjes bewaard en het zal in de lezer klinken alsof hij het iemand hoort zeggen. Dát is immers wat we ‘lezen’ noemen. En wie een boek van zijn hand heeft weten te laten publiceren, heeft minstens énig ‘gezag’. Dat was tenminste vroeger zo. Nu is het meer zo dat de schrijver de lezer heeft gediend, voor geld. De schrijver heeft de tekst aangemaakt waar de lezer nu een nieuwe tekst voor een voordracht (voor de klas) mee aanmaakt. Die tekst staat hopelijk nu op internet, want dat maakt het ‘knippen en plakken’ een stuk eenvoudiger.
- Dit zijn een paar opmerkingen om aan te geven dat het gesprek met Pronk de man wel, maar het onderwerp géén recht deed. Nee, ik zeg niet: naar mijn bescheiden mening. Maar dat is uit het bovenstaande wel te begrijpen. Wat ik zeg is waar (analoog aan: van gebakken kleiblokken en dan is het geen mening en is bescheidenheid ongepast) en/of deels van ongebakken kleiblokken (houdt bij degelijke empirie geen stand) en dan helpt bescheidenheid mij niet aan onschuld.
0 Reacties