Jaap Schot, 6 oktober 2006
- Ik raakte onderwezen en opgeleid, werd leraar psychologie aan een sociale academie en later (aan de RUG) docent ‘algemene didactiek’ aan a.s. leraren.
- Na mijn ontslag had ik geen financiële problemen en er werd geen aandrang uitgeoefend te solliciteren. Om verder te gaan met waar ik mee bezig was had ik geen kader en geen leiding nodig. Ik was bezig mijzelf uit te leggen hoe de wereld in elkaar zit, waar de problemen vandaan kwamen, die in de opleiding van a.s. leraren moesten worden ‘behandeld’, besproken.
- Ik schreef en las en keek televisie en schreef en schreef. En in de loop van dit schrijven van lesvoorbereidingen voor lessen waarvoor dus geen studenten meer waren, werd het me langzaam duidelijk.
- Ik heb nooit geleerd een boek te maken. Ik publiceerde nooit iets, want ik heb ook nooit geleerd hoe een mens publiceert. Ik had genoeg aan mijn gelegenheid tot lesgeven en uitzoeken hoe het zat.
- Een boek in zwart wit is een mooie vorm hoor, maar tussen al die miljoenen boeken ook een met mijn tekst er in, dat gaat verloren, net zo verloren als al die andere.
- Leren voorkóm je door wég te kijken van het onderwerp. Daar hebben mensen een enorme vaardigheid in. Wat (per ongeluk) toch opgemerkt (→ geleerd) is, kan vaak nog worden gewist, door het pauzeloos te laten volgen door emotionerends. Daar zorgt de televisie dus ononderbroken voor.
- Iedereen “moet” ‘wat híj leerde’ ordenen. Hij hééft niet anders.
- We moeten niet te veel (zeg maar: weinig tot niets) verwachten van het lezen. Mijn teksten komen voort uit ‘wat ík leerde’ (toen daar, tot en met nu). Elke lezer leerde iets anders, in een andere tijd en op andere plaatsen, onder andere omstandigheden dan ‘de mijne’.
- Ze
- hebben geen geschiedenisles gehad
- zijn niet van hun persoonlijke geschiedenis los (vaders en moeders)
- leggen niet uit, maar:
- leveren statements oftewel: zetten kruisjes bij voorgeformuleerde antwoorden, nawerking van multiple choice (?).
0 Reacties