Jaap Schot, 6 oktober 2010
Onthoudhulp en partnersurrogaat
Ik heb niemand die me helpt dingen te onthouden, aan dingen te herinneren, die ik EIGENLIJK of ÉCHT NOG EEN KEER moet doen.
En ook om mijn STEMMINGEN tegen te UITEN, mis ik een ander.
- Ik ga steeds vaker merken dat ik echt ál te alleen ben. Uit pure ellende belde ik de laatste weken al een keer of drie neefJan, om even wat meer woorden MONDELING te gebruiken dan “nee geen zegeltjes” bij Albert Heijn. Mijn god, wat een bestaan. En dat heeft alles te maken met het feit dat ik in mijn eentje uitschrijvend het over de macro-omgeving heb en een begrippenapparaat en verhalen gebruik, die anderen niet óók hebben. Ik ben niet te verstaan voor ze. Jammer voor ze. Ik mis andermans verstáán niet, de potentiële hoorder/lezer maakt geen deel meer uit van mijn gedenk. Ik heb het opgegeven. Van die ongetwijfeld duizenden potentiële gesprekspartners, medewerkers, correspondenten zoek en ken ik er geen een. Ik durf al helemaal niet meer te hopen, heet dat in dat liedje. Maar dat is gevoelstaal. Ik zie gewoon nergens mensen. Dus ik zie er ook geen bezig met streven naar zulke dingen als ‘volwassenenonderwijs’ (i.t.t. veerdonckerij).
- Hier heb ik dit bestand (deze pagina’s) op bureaublad niet als plaatsvervangend gesprekspartner of medestrever. Oh nee: puur als met mij gebeurende ANDER, die wat om mij (mijn leven en welzijn) gééft. Zeg maar ‘van me houdt’, zeg maar ‘liefde’. MEDELEVEN en dan niet bij líjden alleen, maar gewoon. LET WEL: IK ERKEN: IK KRIJG ALLEEN MIJN TREKKEN THUIS, de werkelijkheid zoals die mij nu treft, heb ik zelf mede laten ontstaan (laten veranderen in de richting van deze stand en gang van zaken). Ík heb geen belang gesteld in andermans leven en welzijn en dat krijg ik nu terug. “Aan míj heeft nooit iemand iets gehád, als het er op aankwam: ik was en ben een vleesgeworden teleurstelling.
- Weet je: de anderen waarmee ik al of niet in aanraking kwam en kom, verdenk ik ervan net zo min te willen (voor mijn geloof in ‘willen’, zie elders), kunnen, zullen veranderen als ik zelf. Ik ben, bij nader toezien, tevreden, zou de belangrijkste ingrediënten van mijn situatie niet anders wensen. Ik wíl ’s ochtends, na de koffie, gaan zitten uitschrijven. Als ik uitschrijf ben ik OP MIJN MANIER EN NIVEAU bezig met MIJN KENNIS, die ik ter plekke en dán NEEM.
Dat is leuk, prettig, lustvol. Ik functioneer daar in. Dus moet ik dat dóen. Maar ik ben, - als ik op die manier en op dat niveau dáármee bezig ben, op een flinke afstand van al die mensen in de media. Zaterdag jl. heb ik nog een Volkskrant gevonden in mijn winkelwagentje buiten en die weekeindkrant toen meegenomen naar huis. Wat een ramp is zo’n krant. Er staat echt niets in. Heel erg. - Hoe dan ook: in dit bestand plaats ik dus opmerkingen die ik in gezonde omstandigheden tegen een huisgenoot en medemens zou zeggen. Een levensgezel: ik moet er niet aan denken: nooit meer alleen, nooit meer die bij alleen (à la Robinson) zijn optredende VRIJHEID = rust. Die (zodra ik alleen ben) weggeraakte onrust en druk, komen vanuit mijn APPERCEPTIEVE MASSA AANGELEERDS. Dus: niet vanuit míj als lijf, zoals honger en slaap en na mijn 14e of zo: belangstelling voor vrouwen. Maar hoezeer ook van buiten mij afkomstig en mij aanklevend, mij dus vreemd, de dreiging ervan deed mij gezelschap (samenwonen) schuwen en vermijden. En dáárdoor ben ik nu alleen.
- Dit bestand is een hulpmiddel om de nadelige gevolgen van dat alleen zijn deels op te heffen. De computer heeft een geheugen, dus kan en zal mij helpen herinneren.
- En ik kan op deze plek mijn stemmingen uiten. Zonder dat er op gereageerd wordt, gereageerd vanuit een opvoeding (het aangesmeerd gekregen hebben van een eigen ama), zoals elk ander mens zal doen. VAN ELK ANDER MENS GAAT DRUK (streven tot verandering van jou, permanent of op het punt van bespreking, dat jíj aanroerde, toen je iets tegen / tot die andere zei) OP JOU UIT.
- DE MATE VAN GEVOELIGHEID VOOR DIE soort DRUK, dát is een variabele en of en hoeveel last jíj er van hebt, dat KENMERKT JOUW APPERCEPTIEVE MASSA (als product van omgeving en gevoeligheid voor de leerdruk op dat punt daar in). Ik ben hinderlijk gevoelig voor die druk geweest en heb omstandigheden waarin die druk optreedt (samenwonen, clubs, ‘kringen’) vermeden; en daardoor ben ik nu alleen.
- Een duidelijk voorbeeld van mijzelf (mijn ama dus) als bron van ‘redenen tot hoe ik gebeur’ is, dat ik er maar niet toe kom te doen wat nodig is: er anderen bij proberen te halen. Ik geloof niet in de doeltreffendheid van het uitoefenen van druk op P en M in het bestuur van de SJS.
- Ik blijk al ruim een jaar té verlegen om hulp te vragen aan onbekenden en van I, P en M komt geen activiteit, geen initiatief, die laten mij vrij. Zo werkt dat.
- Wij worden gehouden als vee en het enige wat de macro-omgeving ons afdwingt, is: geen georganiseer in de stallen, anders dan COMPETITIEF / CONCURREREND / RIVALISEREND. HET VEE DIENT ZICH TE RICHTEN OP CONSUMEREND GENIETEN IN ZIJN VRIJE TIJD en, - om aan het nodige geld te komen- , op ‘werken’ deel nemen van (aan) de werkgelegenheid (= het uitvoeren van opdrachten van hen die koopkracht uitoefenen). ADVERTENTIES STAAN NIET VOOR NIETS IN DE BEVELVORM: ‘DRINK COCA COLA’. Niet voor niets zeggen ze in moderubrieken dingen als “hesjes, dat is zó jaren 90”, ‘dat kun je écht niet meer dragen’, enz. Het mensvee krijgt in deze publicaties bevelen die het al consumerend – in zijn vrije tijd -, dient op te volgen. Aandrang komt in ruwere (non-verbale vorm) van de mensen waarmee ze verkeren, zij die aan het gehoorzamen zijn (of juist niet): door wél of niet te gehoorzamen kiezen deze mensen die wél ‘met anderen’ zijn tussen lof en blaam. Tussen gesteund en gepest worden. Eigen schuld dus.
- Er is maar één uitweg: alleen gaan zijn. Maar de VVD c.s. vindt dat iedereen moet meedoen en niemand alleen moet zijn, want: moet ‘werken’ in loondienst (thuis voor kinderen zorgen is volgens die lieden geen werken). Wie in loondienst (= op een werkvloer) is, is tussen hem/haar, - als consument van wat in de mode is -, keurende anderen, die DOORGANKELIJK ZIJN VOOR HET BEVEL EN NAAST DE BEVELENDE GAAN STAAN ROEPEN DAT ER GEHOORZAAMD MOET WORDEN.
- De indoctrinatie met ‘het denken als mensveehouder’ is verpakt in het gymnasiaal onderwijs. Je leert het op het gymnasium ín het leren van die dode talen: hier gebracht door de bezetters: de Romeinen en toen die als tróepen (als bezettende legermacht) waren vertrokken: door de missionarissen en priesters van de roomse staatskerk (sedert ongeveer 325 n.Chr): de voor de stichting en instandhouding van wereldse macht van mensen over mensen zorgvuldig geperverteerde (in haar tegendeel ómgekeerde) bevrijdingsboodschap (zijnde een verzameling gemelde controleerbare observaties i.t.t. openbaringen) van ene Jezus, een Israëliet. [Met ‘observaties’ bedoel ik waarnemingen, kennisnames, zorgvuldig gedaan in het kader van verkenningen. Verkennen is: waarnemingen zóeken.]
- De eerste 300 jaar nadat deze jood gekruisigd was, werd er door onbezoldigde vogelvrije, vervolgde leraren (apostelen) doorverteld wat die Jezus had opgemerkt. Na die drie eeuwen had deze boodschap de moeder van de keizer van Rome bereikt, hoewel in die eeuwen die loslopende leraren af en toe vervolgd en gedood waren. Onder de oersterk gebleken merknaam Christus® werd toen maar een god verkondigd van staatswege, die alwetend en buiten tijd en ruimte woedend in alle eeuwigheid vierkant achter elke heerser (elke overheid) stond: de gestapogod van de roomsen, met die hel en die alwetendheid en alomtegenwoordigheid. Nadat ongeveer 13 volle eeuwen lang alle onafhankelijke leraren als ketters zijn opgespoord en met vol juristisch geklets veroordeeld en vermoord, zitten de bevelen om de bijbel orthodox te lezen en pratende dieren als een godswonder te duiden, enz. er keihard in geramd. Zelfs de atheïsten ontkennen déze god EN ZONDER DAT ZE DAT IN DE GATEN HEBBEN. Ze “denken” echt dat Jezus de kerk stichtte en Petrus als de eerste paus aanwees. EN AL DAT BESTUDEREN VAN DIE RELIGIE EN ZO, dat is niet op televisie en dus buiten het beeld van het mensvee.
- Ook het mensvee is niet van nature vee, zoals de binnensoortelijke parasiet niet van nature mensveehouder is. Die complementaire, als tegengesteld erbij passende, indoctrinatie is die met het denken als mensvee, opziend tegen de slavenhouder, de edele, de overwinnaar, de onafhankelijke, de rijke, de ‘vrije’, de notabele, de om zijn verdiensten / prestaties /merites bevoegde, geplaatste, de hogere. Die indoctrinatie vindt vooral plaats op de tribunes (op de zitbanken voor de televisies) waar naar sportenden gekeken wordt, waar bij de bezigheid ‘sporten’ wordt toegeschouwd. Immers, wat gebeurt daar, daar waar gesport wordt?
- Er gebeurt bij ‘sporten’ dit: mensen doen hun uiterste best om iets volstrekt onnodigs en improductiefs beter te doen dan een vorige keer en/of dan de anderen naast hen, die datzelfde lege doel nastreven. De toeschouwers dienen als bekrachtigend (lonend) juichtuig. Niet te overtreffen komt mij voor de absurditeit van een zich voor intelligent houdende diersoort die ononderbroken uitzoekt wie van hen het hoogste scoort (op elke meetbaarheid (dimensie) denk aan het Biermerk’s Boek van Overtreffingen. Guinness heet dat bier.
- Dat er op gewed wordt wie er zal winnen en met welke scores, is onverbonden hiermee, niet eens afleidend, tegen de verveling van de gokkers en onwezenlijk.
- Men reflecteert zelden tot nooit op mode en sport. D.w.z.: deze worden vrijwel niet ‘als vanaf een afstand en door een slechts constaterende buitenstaander besproken’.
- Uitgesproken worden is een secundaire vorm van ‘tot uiting komen’ van de reactie van de apperceptieve massa aangeleerds. Wij merken die reactie onafhankelijk van het uitgesproken / uitgeschreven ( ← opgemerkt) worden, vrijwel altijd eerder in gevoel en in ‘het doen van het gebruikelijke: nadoen dat tot meedoen en nu ‘vanwege de eigen “identiteit” doen’
- ”Help er aan denken dat ik nog……”
0 Reacties