Aanrakingstaboe enzovoorts

Categorieën: 2005, 1 januari – 2009, 31 december | Archief

Trefwoorden:

Jaap Schot, 28 augustus 2006

Het sociale

    1. Een alomvattend aanrakingstaboe, daar ben ik mee behept (opgescheept, opgezadeld).
    2. Ik kan ook zonder groep en ander: ik kan alleen (Robinson Crusoe: afgesteld en afgericht voor de civilisatie, maar in natuuromstandigheden, niet door schipbreuk, zoals in het verhaal, maar meer door ‘ontsnappen uit het slaventransportschip (i.c.: Harer Majesteits “Civilisatie”)’.
    3. de omgeving is geen couveuse: de natuurgegevene, noch de artificiële, sociale, menselijke, het spel der geciviliseerden (‘rangschikkertje’, ‘maatschappijtje’ of hoe je het ook weer eens noemt).
    4. de anderen zijn geen in mijn welvaren (entelechie) geïnteresseerden: over en weer kunnen we doodvallen zonder dat het de anderen iets doet. Ontsnappen betekent geen bevaderende anderen, maar ook: geen bemoederende anderen, geen “broeders en zusters”, geen kinderen om mee om te gaan, en in dat omgaan te functioneren (als sociaal dier).
    5. Het woord ‘wij’ is het schoolvoorbeeld van een suggererend, hypnotiserend geluid, dat nergens de naam van is, dat niets aanduidt. ‘Mooi’ en ‘goed’ doen er als zodanig nauwelijks voor onder.
      De natuur en de wereld.
    6. ‘Hoe de natuur in elkaar zit’ omvat niet de inhoud van wat de mensen elkaar / anderen / hun kinderen suggereren, hypnotiserend vertellen, spelen.
    7. ‘Hoe de wereld in elkaar zit’ raakt/ leidt mij in zoverre ik
      • mij niet van die suggestie heb losgemaakt (mij niet in de heilige rivier heb gewassen/ gedoopt),
      • ik niet uit die hypnose ben ontwaakt,
      • nog gedwongen word, met fysieke bedreiging (en dat is bij zorgvuldige beschouwing nog een heel eind). Kracht is geen recht, macht is geen gezag. Recht en gezag zijn van die componentwoorden voor hypnotiserende tekst.

De correspondentie

      1. Er gebeurden dingen tegelijk:
        • We reageerden op elkaars teksten (in e-mails)
        • Er kwam chronologische orde en er verdween overlap in de slordige massa bestanden (opstellen)
        • We bleken geen onderwerpen gemeenschappelijk te hebben
        • We bleken geheel verschillende manieren van met tekst omgaan te hebben
        • We bleken niet dezelfde onbetrokkenheid op mensen te hebben;
          ík zie ze als ‘dingen die gebeuren’, omdat ik, als ik ze ánders zie, zoals zij elkaar vrijwel altijd en overal, als daders, vrij willenden, initiatiefnemers, verantwoordelijken, hun bewegen ga kwalijk nemen en daar heb ik geen zin in. Ook bewonderen blijft natuurlijk uit, waar geen daderschap is, is niets te bewonderen, is deugd, noch ondeugd.
        • Ik vorm mij een beeld van hem. Dat is fnuikend. Zoals alle beelden, statisch als ze zijn en dat van ‘dingen die gebeuren’.
          De pest is dat die beelden kloppen, zodra, zolang en in zoverre de betrokken mensen zich in “hun” (= de hen als individu aanklevende, aangesmeerde) apperceptieve massa’s aangeleerds (wat men wel het persoonlijke noemt) als een middeleeuws ridder in een harnas veilig voelen en ten strijde trekken. “Daar heb je hém weer”, denkt de herkennende ander, als het harnas weer in zijn vizier komt. In feite heb ‘je’ daar het werkstuk van de wapensmid weer. Maar de ridder zelf is de laatste waarmee je dát kunt bespreken. Zijn ‘mind set’ richt hem ván die reflectie af: zijn tegenstander is buiten hem, dáár.
        • Solitair en záákgericht – objectief (geen oordelen, geen smaak) kenmerkt mij, hem niet of nauwelijks volgens genoemd door mij (nu ja: in mij) gevormd beeld van hem. Ik verwacht hem tevreden met, zo al niet trots op : sociaal, mét smaak, in staat tot genieten, kenbaar aan blijvende subjectieve oordelen (← instellingen) waar verwachtingen op gebaseerd kunnen worden: ‘betrouwbaarheid’ en ‘voorspelbaarheid’ genoemde constantie.
        • Enzovoorts

De taal

      1. Het ‘menselijke’ onderwerp van Robinson Crusoe (de solitair geraakte sociale) is: zijn taal. Het is niet moeilijk daarover het volgende op te merken:
      2. In de taal ingebouwd is een hoop kwalijks. Bijvoorbeeld impliciet in woordgebruik geraakt zijn: suggereren, bedriegen, bang maken en vals alarmeren.
        • Er is voor dat suggereren enzovoort geen ander die het bedoelt, wil, en aan het doen is, meer nodig. Het valt Robinson wel ín
          • dat de een of andere god hier of daar tegen is,
          • dat het noemen van de zaak magisch werkt en deze zaak oproept
            • (denk aan ziekten noemen:
            • denk ook aan een hele literatuur over ‘positief denken’ en verwante autosuggestieve zaken. Die ‘autosuggestieve zaken’ wérken, maar allemaal via de taal.)
      3. Dat alles maakt de taal verdacht en het is nuttig ‘opsporingsonderzoek’ om na te gaan hoe één en ander werkt en dus kan worden verhinderd of versterkt. Schoolvoorbeeld: waar het vertrouwen op eigen kracht écht niet kan, omdat het tegen kennis en verstand in gaat, daar is nog de mogelijkheid van vertrouwen op God die mét je is. Het is niet eenvoudig Godsvertrouwen te hebben, zonder geloof, dus zonder tegen je verstand in te gaan. Om dat te kunnen doen, moet, als Mozes, heel goed weten wat je doet.

Het alleen leven

        1. Voor een mens in de Robinson - situatie is waar:
          • alleen van belang is: het passen van het gedachte/ gezegde (het voortbrengsel van taalgebruik oftewel taalgebeuren) bij het waargenomene (= opgemerkte, waarvan het fragmentarisch en onvolledig en oppervlakkig zijn beseft wordt)
          • enig doel met elke besprekingswijze is: het onthouden (memoriseren/ kunnen herinneren) te vergemakkelijken en het verwachten vaker juist te maken.
          • Hij heeft zich van geadresseerden ontdaan (ontsnappend van dat genoemde transportschip), hij heeft geen gebruik meer voor de termen
            • Eens en oneens zijn met …
            • Gelijk hebben en gelijk krijgen
            • Zich meten met anderen (op welke dimensie dan ook)
          • Weg gevallen zijn:
            • Leerling zijn of leerlingen hebben:
            • citeren of naam willen maken
            • ‘niet onopgemerkt willen blijven’,
            • zelfvertoon,
            • aandacht voor ‘hoe je over komt bij de anderen’,
              • de spiegel krijgt een functie minder,
              • smaak, esthetica, vervalt, blijkt geen onderwerp te hebben gehad, alleen een geadresseerde waarmee men zich meet: zoals het floret nutteloos wordt en degradeert tot een prikstok, als er geen ‘vijand’ of sparring partner (meer) is.
        2. Afwezig in de situatie die ik naar Robinson vernoem zijn de anderen, die ‘opportunistisch’ (en dat is hier géén veroordelende term, maar gebruikt zoals in de biologie) gebruik maken van de suggestieve, bang makende, hypnotiserende, werking van de taal. ‘De taal’, in feite is ‘dat wat daarvan in de eigen ama terecht gekomen is’ natuurlijk het enige ‘in kwestie’. Maar dat relatief weinige (zie het woordenboek en de encyclopedie) is, om genoemd opsporingsonderzoek uit te voeren, voldoende gevaarlijk. Het is gevaarlijk, zelfs zonder die opportunisten in de buurt, zolang niet ontmaskerd en als ‘van buiten afkomstig herkend en erkend’ en bejegend met moedige afwijzing.

Publiceren

        1. Wat is de relevantie van mijn in de Robinsonsituatie geschreven en ware teksten
          • voor wie nog aan boord zijn en daar hun corvee uitvoeren?
          • Voor wie aan boord een functie en belangen hébben
          • Voor wie, - tot welke van de bovengenoemde categorieën ze ook behoren -, ménen (≈ geloven) een belang op en bij het schip te hebben?
        2. Het is duidelijk dat zij zelf, deze teksten lezend, het beantwoord worden deze vraag in zich zullen aantreffen. Dat beantwoorden gebeurt, alleen is er geen garantie, ja zelfs een geringe waarschijnlijkheid, dat het antwoord helder en uitgebreid onder woorden gebracht, laat staan uitgeschreven, zal worden. Dat uitschrijven neemt, vult, kost txaenz. En txaenz is een schaars goed. Het is roofgoed, andermans txaenz. Ontelbare anderen zijn ongeadresseerd, in het wilde weg, aandacht aan het trekken: reclame, propaganda, vermomd als voorlichting, melding, bericht. Alle media doen dat, in dienst van de adverteerders en bibliotheken e.d. schijnbaar neutrale melders, zijn geprivatiseerd en/of door de nog betalende overheid gedwongen tot onderlinge concurrentie of een andere vorm van waanzin. Zo gaat het ‘aan boord’.
        3. Gates en die zomergast: onderwijs gedefinieerd zonder entelechie: de leerling als te programmeren wedijvermachine: verliesvee voor de onbegrensde marathon.
        4. Vandalisme e.d. wangedrag als gevolg van de afwezigheid van entelechisch!! = intrinsiek lonender en sterker en eerder werkende (= de txaenzstroom kanaliserende, tot rivierbed dienende) alternatieven.
        5. Meer begrippen → andere gedachten (dan de massa, nieuwe ijken dus, die van de massa worden wel leeg gemolken.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *