Aanslag

Jaap Schot, 9 mei 2002

Normaal wordt er alleen in propagandataal gesproken en over de oppervlakkige gebeurtenissen gepraat. Als er dan eens iets gebeurt dat veel emoties oproept en gevaarlijk kan zijn voor de gewoonte om geweldloos te verduren, dan hoor je nog eens wat ongebruikelijks.

Zo zeiden ze: “Wij bestrijden elkaar hier, maar met woorden, niet met wapens.”


Hun bedoeling is dat wij naar het eerste stuk niet echt luisteren. Wij bestrijden elkaar hier. Goed dat de leiders zelf het nu zeggen. Er is een burgeroorlog gaande. Man tegen man, groep tegen groep, vereniging tegen vereniging. Dat is de orde, dat is in orde. Dat weten we dan nu dus zeker.

Het resultaat van de bedoelde woordgevechten is: het  daarop volgend aanwijzen van deze en gene om voorvechter van de kiezers te zijn op het politiek toneel, dat een strijdtoneel is. Kies je Goliath, kies je David. Na overleg, afruil en compromis worden besluiten genomen en daaraan worden soms daden verbonden. Waar dát gebeurt is het over met de beperking van de strijd tot woordenstrijd: er worden nu daden gesteld, belangen geschaad, slachtoffers gemaakt, dingen vernietigd, mogelijkheden afgesloten.

De woordenstrijd in de campagnes voor de verkiezingen gaat over een beperkte verzameling onderwerpen uit ‘alle onderwerpen waarover de gekozen ‘vertegenwoordiger’ genoemde voorvechters met elkaar in de clinch zullen gaan’. De kiezers konden die onderwerpen evenmin kennen als de lieden van wie de namen op de lijsten van mogelijke voorvechters stonden. De toekomst is niet te voorzien. Alle onderwerpen in bespreking brengen, dat is technisch onmogelijk.

De voorvechters worden en zijn dus verkozen op de onderwerpen  A t/m H en beslissen ook over de onderwerpen I t/m O. Stel nu dat jij onder dat regime leeft en onder andere regimes niet welkom bent. Jouw onderwerp is: L. De om de onderwerpen C, E, F en H hyperpopulaire kandidaat schudt losjes uit zijn mouw dat alles wat in lange jaren ten gunste van onderwerp L is bereikt, zal worden tenietgedaan, als het aan hem ligt. L is jouw onderwerp. Die kandidaat is een heiland voor zijn grote aanhang. Die kandidaat is de kern en oorzaak van een beweging, die nog op gang moet komen.

 

Wat doe je als je die man dood maakt?

Niemand weet wat je verhindert, voorkomt. Welk goeds, welk kwaad. Onderwerp L is wel veel veiliger, dat wel, tenzij er een golf van antipropaganda losbreekt. Doe het in je eentje, zonder medeplichtigen.

Is er geen andere manier om van die man z’n gedrag (nu nog dreiging) jegens onderwerp L af te komen? Zijn de anderen, is hij, niet aanspreekbaar? Aanspreekbaarheid is geen verschijnsel tijdens het elkaar bestrijden. Het is burgeroorlog en het gaat alleen om macht die aan de voorvechters verleend en keuze die hen gelaten wordt. Onderwerp L is misschien een ruilonderwerp vanuit die kandidaat gezien. Daaromtrent is geen zekerheid. L is helemaal geen onderwerp in de campagne.

 

Hoe men zal denken over het doden van de kandidaat, hangt af van het voorbeeld dat je neemt. Let wel: je bent blind voor de toekomst, dus voor datgene waar het hier over gaat. Aan het verleden verander je niets, maar dat is voorbij en niet meer actief. Zo min als die kandidaat actief is in de kiezers, in hen is hun beeld van hem actief. Dat in hen wat hem daar psychisch representeert. Miljoenen hersenschimmen dragen zijn naam en zijn actief in evenzovele warrige ondoordachte hoofden. De dood van die kandidaat met die naam maakt die hersenschimmen als zodanig herkenbaar in de koppen van die kiezers. Natuurlijk weigeren ze dat herkennen, maar als ze die hersenschim in stand en gaande en actief willen houden moeten ze nu zelf ‘erdoorheen’ denken: txaenz besteden. Dat wordt niks, daar hoef je niet bang voor te zijn. Die schimmen verdwijnen, lossen op in het niets.

 

Het ligt aan de voorbeelden die je kiest. Neem een voorbeeld waarbij je meent te weten wat de kandidaat van toen ging veroorzaken. Neem Adolf Hitler. Stel dat het die klokkenmaker gelukt was hem te doden met een bom. Dat had een (jaar of wat) oorlog gescheeld. Maar toen hadden alleen de tegenstanders van Adolf opgelucht adem gehaald en het gewone door hem geïnspireerde volk had er schande van gesproken. De geliefde leider naar het Walhalla: misdaad!

Adolf werd gekozen, democratisch, op de onderwerpen werk, veiligheid, orde, trots, gevoel van waarde als daar geborene. Gratis, maar niet in stilte, lees zijn ‘Mein Kampf’  leverde hij daarbij miljoenen dode biologisch onvolwaardigen, joden, zigeuners en politieke tegenstanders.

Neem nu (de, vertraagd doeltreffende, moordaanslag op) Rudi Dutschke.

Neem nu Pim Fortuyn en bekijk weer diezelfde daad, maar nu deskundig uitgevoerd, niet dat geknoei waaraan Hitler steeds ontsnapte.

 

Toen daar in Duitsland gaf niemand om joden, zo min als nu om het welzijn van de andere levensvormen (‘de natuur’), hoogstens iets als ‘milieu’, resp. als beschermer van algemene burgerrechten. Zoals de armen niet aan het hebben van burgerrechten toekwamen, zo komen de dieren niet aan hun wettelijke bescherming toe, want dat is de truc van de democratie: wetten aanmaken om groepen tevreden te stellen en ze dan niet uitvoeren, afdwingen, toepassen, laten gelden, implementeren om degenen die er vrijheden (= voorrechten) door verliezen niet tegen zich in het harnas te jagen of met hen af te ruilen tegen een andere wettelijke maatregel.

 

Er woedt een burgeroorlog, maar de regering houdt zich slechts met het voorkomen van frustratie en fysieke agressie bezig: rust, rust en nog eens rust.

Lees meer

Hieronder kunt u een reactie geven op bovenstaande tekst.
Het kan enige tijd duren voordat uw reactie geplaatst wordt.