Algemene didactiek

Categorieën: Overige teksten

Trefwoorden: onbewerkte versie

101020algdid

=========

woensdag 20 oktober 2010

--------------------------------

Start: 20-10-2010 12:29:

 

       Tot ik met uitgesteld pensioen ging mocht ik (als wetenschappelijk medewerker aan de RUG) colleges ‘algemene didactiek’ geven aan studenten- a.s. leraren. In gewone mensen taal was de inhoud van die lessen:

De kinderen in je klas zijn allemaal verschillend, niet alleen genetisch, maar ze hebben vooral ook gegarandeerd allemaal verschillende “dingen” geleerd. Wat je hen als leraar geeft om op te merken, komt bij  hen al of niet binnen en in ieder geval komt het binnen in allemaal verschillende verzamelingen herinneringen. Die herinneringen hebben ze niet gekozen en ze staan er niet boven: HET OVERKÓMT HEN. Het overkómt hen dat ze hun aandacht er niet bij kunnen krijgen, maar ook dat ze meer willen weten en daartoe zien en hanteren.

Ze doen zich niet, ze GEBEUREN zo. Er valt niets te loven en niets kwalijk te nemen. In het geval dat je dat (positief waarderen, belonen en kwalijk nemen en daaraan uiting geven) tóch dóet, ben je hen aan het conditioneren. Je doet dat om redenen die jou aanspreken, welk vatbaar zijn voor die redenen, jij ook niet uitkiest.

Dat hele gepraat over willen en keuze en vrijheid daartoe, is juristengepraat, volstrekt gespeend van alle wetenschappelijkheid. Dat gepraat is nu al zo’n twintig eeuwen hier te horen bij het handhaven van de orde, die orde zijnde de ongelijkheid* binnen de aanwezige mensen. De ongelijkheid, die alleen te implementeren en te handhaven is met geweld en intimidatie (het neerslaan van elke opstand, openbare terechtstellingen en huiselijk geweld, mores leren en pesten).

|* De ongelijkheid in kwestie is niet aan te treffen, ze wordt gespeeld, er is alleen spráke van. En de gewelddadigheid wordt bij die woorden gevoegd. Het woord lijkt het begin, maar van horen zeggen hebben wij, dat hier zo’n eeuw of twintig geleden een Romeins – keizerlijke BEZETTING kwam: een gebeuren dat als twee druppels water geleken zal hebben op de komst van de Nazi’s in Rusland en/of van de Engelsen in wat ze Rhodesië gingen noemen en van de Spanjaarden in Zuid-Amerika, enz. enz.

Van dat moorden, roven, brand stichten en verkrachten is nog een trauma over, het geneest niet. Men ging er verhalen bij vertellen, over goden en over rechten en voorrechten, maar die sprookjes en spookverhalen zijn alleen maar dát: FICTIE. 20-10-2010 13:01|387||20-10-2010 13:09:

Die orde die door theologen en juristen werd “gefundeerd” met tekst is een hersenschim, hun gepraat moet worden waargemaakt, in onderscheid van natuurwetten, die “door de schepper worden gehandhaafd”. LET WEL: beide ordes, de natuurgegevene en de maatschappelijke, gespeelde, artificiële, waren er toen wij geboren werden en zullen er zijn als wij doodgaan: deze ordes “overleven” ieder van ons. En, - zo stel ik, zonder hoop zijnde, vast -, ze zullen ook onze diersoort overleven, die maatschappelijke orde zal met ons uitsterven pas verdwijnen.

------------------

       Vanuit déze “visie” zul je als leraar bepaalde dingen niet doen, niet voelen, er niet toe neigen. Als het je niet lukt het genoemde verhaal geheel te verdringen, zul je niet kwalijk nemen en niet bewonderen. Je zult anderen en jezelf niet rangschikken. Je zult om je heen de grote onzin die je hoort uitspreken als zodanig herkennen. En je zult moeiteloos opmerken dat er een hele industrie bezig is de aandacht van de mensen weg te leiden van herkomst en karakter van het maatschappelijk gebeuren.

---------------

       Het was (dat spreekt vanzelf, als er ooit iets vanzelfspreekt) ook toen (1973 t/m 1982) een “eigenzinnige” invulling van die collegeseries. Ik had het allemaal nog niet zo helder verwoord (ß begrepen, verteld, in fictieve verhalen gevat) als nu. Maar de weigering om over de inhoud van onze colleges met elkaar te praten was 100%. Wat iemand zegt is zijn mening, in het maatschappelijke is geen ruimte, geen plaats voor waarheid, alleen voor logica, consistentie, overtuigende formulering, beminnelijkheid, élan en dergelijke meer. Studenttevredenheid was een criterium, zoals in de prostitutie klanttevredenheid dat is.

-------------

Geen doeltreffender truc ging vooraf aan het hier nu ingevoerde koppel ‘mogen zeggen wat je wilt, recht op respect voor wat je zegt en gelijkheid van rang, als het er op aankomt’. Het ermee getroffen doel is dat de onderdanen, de gebruikte mensen, elkaar bestrijden, elkaar klein houden. Al die sport om ons heen is precies dát, op álle dimensies: Guinness’ Book of Records. Volstrekt blind ‘willen winnen’. De beste garantie voor het uitblijven van alle samenwerken. VERDEEL EN HEERS.     

---- 20-10-2010 13:43|733|| 20-10-2010 14:35:

       Publiceren wordt, - zodra, zolang en in zoverre die truc geldt, opgeld doet, gehanteerd wordt, heerst, het gedrag mede veroorzaakt -, een hachelijke onderneming met gegarandeerd géén succes.

       De sport van tegenwerpen (debatteren) is dermate alomtegenwoordig, dat vrijwel iedereen als eerste niet een voorbeeld, maar een tegenvoorbeeld invalt.

Iedereen staat op een hongerrantsoen voor wat betreft spreektijd, dus ís er in de boodschap in telegramstijl ook vrijwel altijd wel wat mis, onhelder, aanvechtbaar. En aanvechten, dat is de sport.

Alleen bij de dokter nemen we nog wel eens iets serieus, omdat we daar heen gaan omdat we aanlopen tegen iets dat door de natuurwetten wordt geregeerd. Anders moeten we naar de ombudsman of naar een consumentenprogramma of de rechter. Maar dat is niet serieus, het maatschappelijk spel is hier tegenwoordig uitdrukkelijk ‘nooit ten dode’. ALLEEN WIE ORTHODOX IN DE WETTEN DER MENSEN GELOVEN, wie ‘mensen van de wereld’ zijn, VOEGEN (AAN WAT HEN BINNEN DAT SPEL WORDT AANGEDAAN)  LIJDEN TOE. Geleden wordt aan het verschil tussen het opgemerkte gebeuren en het gelovig verwachte.  Denk aan dat modieuze vertwijfelde “waarom ík?”, uit de toptien van onzinnige uitroepen.

DEZE ORTHODOX GELOVIGEN (gelovig t.a.v. de wetten, c.q. in de juristenbegrippenapparatuur), “ZIEN” ‘WAT ER DOOR (= via) DE SPELERS OM HEN HEEN, HEN RAAKT’, ALS GEDÁÁN. Ze merken niet op dat die veronderstelde vrije wil en die soeverein waartegenover de persoon verantwoordelijk is binnen het spel, verzinsels zijn. Het maatschappelijke  is een spel, net als voetbal. Daar ís voetbal ook voor: om al die fans te oefenen

  • in partijdigheid en
  • in het toejuichen van de toppresterenden en uiteindelijk de winnaar. En
  • in het vanzelfsprekend vinden van het je tot het uiterste inspannen binnen een niets opleverend gestreef en gedoe, waarbij je de anderen, de tegenpartij tegenwerkt.

Die oefening kunnen ze maar al te goed gebruiken in hun dagelijks meedoen (c.q. gebruikt worden) in hun wereld, de maatschappij.

=========

       Het is duidelijk dat (re)ageren in de sport niet de bal, maar de tegenspeler en zijn rang betreft. Dat is daar helemaal o.k. In de bespreking van het debatteren wordt er nog gedaan alsof ‘op de man spelen’ / ‘zich rangschikken’ nog een alternatief heeft: een opmerking ter zake maken: een tegenwerping / tegenvoorbeeld inbrengen dus, of zelfs, - maar dan moet je wel héél zeker van jezelf zijn -, zonder bijbedoelingen een voorbeeld inbrengen van iets waarbij de ander juist beschrijft, naar jij vermoedt.

       Eigenlijk ontaardt het debat, als je gaat bijdragen aan de pogingen van de ander om een goede theorie te vinden resp. ten toon te spreiden, in te brengen. De ziel van het debatteren is immers het tegenwerken, tegenspreken, de competitie, de strijd. Binnen het éne laboratorium moge het samen werken aan een goede theorie o.k. zijn, volgens die figuren die van ‘het wetenschappelijk debat’ spreken, staat voor de andere laboratoria meteen na de publicatie het onderuithalen van die theorie op het programma.

       Overal is dat concurreren, die rivaliteit, die competitie ingevoerd in de maatschappij, in de beschaafde wereld. Die Amish, die orthodoxe protestanten die in de 17de eeuw zijn blijven steken en die als gemeente voor de enkele gezinnen huizen (herbouwen), die steken écht af. Volkomen búiten de wereld zijn die lui. Geen mode ook. Curieus.  

=======

        In de breinen (minds) van de individuen werken (zijn actief, dansen gedachten) volkomen toevallig bijeen aanwezige begrippen / verhalen (‘ideas’). Die ideas zijn niet ingeboren, maar geleerd. Kinderen spreken niet vanzelf en niet hun eigen taal. Mensen denken niet hun eigen gedachten, het is gans onwetenschappelijk hen dat toe te schrijven. Het overkómt hen dat hen dat (die tekst) invalt; ja, ze zijn te intimideren, zodat ze ‘wat hen invalt’ voor zich houden. Ieder kind leert, nadat het heeft leren praten, ook te zwijgen, ‘zijn mond te houden’. Nadat het heeft leren opmerken en melden, leert het verzwijgen, geheim houden en onwaarheid spreken.

========

Dat zijn feitelijkheden, die iedereen KENT. Het spreekt ook helemaal vanzelf, in het kader van het ononderbroken bedreigd zijn, zoals in de eerder genoemde wetten (die heilige schrijfsels van de juristen) beschreven. Waar halen die wetgevers (à politie à rechters) het recht vandáán? Uit de lopen van de geweren.

       Waarom verzinnen we nu niet wat anders? Waarom blijven we ‘bezettingstijdje’ spelen? (En daartoe af en toe ook ‘oorlogje’.) Die bewapenden, die zijn toch wel te overtuigen? Als we ons dat als doel stellen, hen gewoon gaan onderwijzen. Tegen onderwijs is geen brein bestand. Leren overkómt je, het gebeurt in je, je dóet het niet, je kunt het niet nalaten.

Debatteren is geen onderwijzen. Platpraten is geen onderwijzen. Een onderwijzende heeft geen gezag nodig.

=======

Ik zie geen andere oplossing dan: het bovenstaande onder de aandacht brengen. De feitelijkheden ziet iedereen en KENT iedereen, wat blijkt uit het feit dat hij er in (over)leeft.

========

Het spijt me helemaal niet dat ik tot nu toe niet gepubliceerd heb. In mijn oude teksten waren vele dingen impliciet. Het uitleggen, uiteenvouwen, expliciteren, ben ik al die jaren met plezier aan het doen geweest: ik functioneer er in, in die van de uitvoering los gemaakte collegevoorbereiding.

==================

20-10-2010 15:51|1.553||20-10-2010 16:07:

       Dit uitschrijven van wat me nodig leek om niet meegesleurd te worden met het geklets dat uit de media spuit, leverde duizenden bladzijden, beter: ongeveer 2 gigabytes aan tekst op.

Toen een jaar of zes geleden de artritis psoriatica  toesloeg en er een diepe deuk in mijn txaenz ontstond door de factor energie, ben ik gaan nadenken over het doorgeven van mijn erfenis: dat uitgeschreven ansicht van ons aller situatie.

       Hoe zij die eerder leefden zijn gekomen tot deze manier van bijeenleven (1) en tijd, aandacht, energie en vaardigheden besteden (2), die wij aantroffen, is duidelijk (ik zette dat verhaal zelfs op een website, want dat wilde ik ook wel eens proberen).

       Er kwamen geen reacties op en dat kan berusten op wellevendheid: als je alleen verwerping en tegenwerpingen invallen, waarom dan reageren, nietwaar.

       Enige jaren later zette ik een stukje in het tijdschrift van de vrijdenkers, waarin ik wees op het feit dat niet alleen de eigennaam God geen drager heeft, - wat ‘atheïsme’ heet en daartoe is het vrijdenken ineengeschrompeld -, maar juist ook de juristenbegrippen leeg zijn, al die begrippen waarmee onze wetten en verdragen zijn gedacht en uitgeschreven. Ja, de juristentaal speelt ons meer parten dan de taal van de theologen. Beide begrippensystemen stellen het daderschap (de vrije wil, het zich doen i.t.t. gebeuren) centraal.

       En de ramp is dat er geen onderwijs wordt gegeven in het herkennen van de woordenschat als een grote doos stukjes van diverse legpuzzelplaten. De begrippensystemen van biologen, chemici, theologen, juristen en vele andere ‘platen’.  EN DIE PLATEN ZIJN NIET GELIJKSOORTIG. Dat is helder, dat zie je zo. 

 

Het is inderdaad als een ramp op te vatten dat er als invulling van de leerplicht geen onderwijs wordt gegeven**, maar slechts de prijs van de werkuren van de ex-leerling wordt opgevoerd. Je leert op school teneinde duur in het gebruik door anderen te worden. Later goed verdienen. Dienen voor goed geld.

       Meteen oefenen op het trapveldje. Geen moment reflectie t.a.v. voetbal.

=========

       |** onderwijzen is het tonen en aanwijzen van verschijnselen en daarbij het begrippenapparaat voegen: in gebruik.   Schoolvoorbeeld: het practicum bij scheikunde. Maar let op: dat ‘scheikunde geven’ moet binnen de leerplicht gebeuren en ‘de ontwikkeling van de leerlingen’ dienen. Niet zijn bruikbaarheid en vaardigheden als werknemer, voor later.

Indertijd, de jaren zestig, werd er zo, met die term ‘PERSOONLIJKE (= INDIVIDUELE) ontwikkeling en groei’ gesproken over het onderwijs in het kader van de leerplicht. Het ging om de kinderen, uitgroeiend en lerend, tot volwassen mensen: NIET TOT ‘KANS OP WERK MAKENDE BURGERS’. En tegenwoordig is dat de enige betekenis waarin het woord ‘onderwijs’ voor televisie is aan te treffen. China voorblijven schijnt het doel te zijn.

IK HEB JARENLANG GELOOFD DAT ‘ZE’ DAT MÉÉNDEN, dat het om het volgroeien van de individuen ging, als mensengenencombinaties, functionerend in hun leren. Ik heb echt jarenlang geloofd dat de mensen van de regering en zo, het goed met ons, - kinderen, jongeren en ‘grote mensen’ -, meenden, het beste met ons voor hadden. Nou, blijkbaar niet dus. 

===================

Dit zijn geen waardeloze opmerkingen van een zonderling.

========

       Wat ik eerst dacht, was dat ik een boek moest schrijven of laten maken van al die tekst. Ik kán geen boek schrijven. Gewoon nooit geleerd. En ik lees zelf ook geen boeken meer. Ik denk dat het met elektronische middelen veel beter kan.

       Zonder belangstelling is er zelfs uit de bijbel niets te halen. Maar daarbij is er de concordantie. En het grote voordeel van de computers met tekstverwerkingsprogramma’s is nu, dat die concordantie er ook van mijn teksten is en dat er zonder veel moeite per schrijver een verklarend woordenboek kan worden aangemaakt, zodat eindelijk over is: de onzin van: het verklarend woordenboek als middel om uit te zoeken wat een woord betekent. Woorden betekenen niets. Het zijn geen dingen die bezig zijn.

       En de schrijver bedoelt van alles, behalve ‘waar zijn tekst de lezer aan doet denken’. Dat los van elkaar zijn, als twee toevalsproducten, zonder bedoeler aan het gebeuren, dat ís het hem nu juist.

========= 20-10-2010 16:39|1.992|| 20-10-2010 22:11|2.266|| 

UITBREIDING VAN: 100121algdidittvakdid         

C:\Documents and Settings\J.C. Schot\Mijn documenten\STICHTING\100121algdidittvakdid.doc

 

 

100121algdidittvakdid

===============

donderdag 21 januari 2010:

21-1-2010 12:18:

 

Aan studenten van diverse studierichtingen  mocht ik kort voor hun doctoraalexamen ‘algemene didactiek’ geven. Iemand van hun eigen (sub)faculteit  verzorgde de speciale vákdidactiek. Toen onze vakgroep Toegepaste Onderwijskunde voor de Lerarenopleiding werd ingekrompen, ging ik met “uitgesteld pensioen. Dat was in 1984.

          Omdat ik het voorbereiden en geven van lessen zo leuk vond, zette ik het voorbereiden voort, ook al verviel het geven. De vórm waarin ik ‘wat ik zou kunnen zeggen’  voorbereidde was en is: uitschrijven wat mij n.a.v. een waarneming (of ervaring) inviel (bij mij is dat altijd tekst, geen neiging tot ingrijpen, protesteren, getuigen en ook geen gevoel, geen mening, geen partijdigheid).

          Zoveel jaren uitschrijven en die schrijfsels dan ook nog netjes bewaren, levert een reusachtige voorraad ‘voorbeelden van taalgebruik bij deze figuur’ op.

          Nu ik binnen zeer afzienbare tijd zal doodgaan (de voortekenen zijn er al), wil ik tot een publicatie komen. Het is zonde die teksten weg te gooien, want ze vormen niet een toevallige steekproef uit ‘wat al aan te treffen is’  (in de output van de media en/of in de bibliotheken en op het Internet).

          Op‘ dat ‘wat al aan te treffen is’ vormt het een reactie, waarbij niet alledaagse, in iedere denker actieve begrippen, onderscheidingen, verhalen,  enz. een rol spelen. En dus ook nieuwe begrippen, nieuwe woorden en nieuwe woord-begrip-combinaties gebruikt zijn.  

          Het omvattende onderwerp is steeds dat van die algemene didactiek voor a.s. leraren:

  1. de macro-omgeving (macro, waarin dus jij zelf, als leraar zowel als ook al je leerlingen leven) met de wetenschappelijke mentaliteit verkennen om te weten wat er via de leerlingen en jezelf de onderwijsleersituatie binnen kan en zal komen
  2. op dat verkennen reflecteren
  3. dat verkennen en reflecteren voor de leerlingen waarneembaar doen, zodat je het hen voorleeft (hoewel het ‘je vak niet is’).

Al uitschrijvend doe ik dat voor (t.a.v.) de eventuele lezer, ooit. Dééd ik het zolang ik les mocht geven voor (t.a.v. “mijn” studenten a.s. leraren).  

----------------    

Dat publiceren kan, - zo dacht ik – zeer passend postuum gebeuren, en wel omdat ik volstrekt geen neiging heb om mee te doen aan ‘het debat’ en/of om mijn teksten ter keuring voor te leggen en/of om gelegenheid te bieden ‘míj’ te leren kennen. Ik ben een beetje verlegen en mis álle ambitie.

--------------

          Voor dat postume publiceren heb ik een stichting in het leven geroepen, waarvan het bestuur gevormd werd door de enige nog levende vrienden uit mijn studententijd.

Gisteren werd bevestigd, dat ik er niet op moet rekenen dat met die stichting iets anders zal worden gedaan dan opheffen.

------------------

Ik zit dus met een probleem.

“Ik heb studentenassistentie nodig.”

Zo zou ik het verwoorden als ik nog werkte.

Er zijn jónge mensen, die nog energiek zijn en die dit onderwerp kiezen om hun txaenz (het vermenigvuldigingsproduct van hun tijd, aandacht, energie, vaardigheden, enz.) aan te besteden om meer dan alleen financiële redenen, en binnen een kader en ‘om ervan te leren’. (Er is wel enig geld, maar ook voor het inschakelen van een uitgeverij of zo, ontbreekt mij de ervaringskennis. Jawel, dat is mijn eigen schuld, maar het is nu een gegeven. Zo is het nu eenmaal, net als t.a.v. dat ontbrekende sociale netwerk.)

========= 21-1-2010 13:32|541|| 21-1-2010 14:06:

Die vaardigheden die bij jonge mensen vaker aanwezig zijn dan bij mensen van mijn leeftijd, betreffen ook ‘omgaan met computerprogramma’s’.

De vórm van publiceren die ik in gedachten heb, kán nog maar enkele jaren. Op een informatiedrager (Usb-stick of cd of dvd) kan de hele verzameling uitgeschreven teksten. In de vorm van files (.doc) zijn ze te doorzoeken voor álle gebruiksvoorbeelden van al ‘schrijvers woorden. Indexen en zelfs concordantie: moeiteloos toegankelijk. Overbodig is ook papieren uitdraai (afdruk) van die massa tekst. Het kopiëren van die digitale teksten is geen bezwaar: postuum hoef ik er niet van te leven. Dat pensioen was wat mij betreft een prima salaris voor dit ongevraagde aanmaken van deze teksten voor anderen.

========

Doordat ik vrijwel altijd al mijn teksten van een datum voorzien heb is in die massa tekst een leesbaar spoor aanwezig van wat met een opgeblazen term zou heten: ‘de ontwikkeling van mijn denken’ (mijn begrijpen). Zonder meer is die massa tekst door die datering én die massaliteit bruikbaar als een voorbeeld van wat met die term ‘de ontwikkeling’ bij mensen aangewezen zou kunnen worden. Die bruikbaarheid dáárvoor is bij deze zelden nog eens geredigeerde teksten gróter dan bij gepubliceerde teksten (van volledige oeuvres) Want daarbij heb je de teksten die al anders werden door het rekening houden met ‘de lezers van later’.

========== 21-1-2010 14:27|767||21-1-2010 14:28:

Ik kan de lezers verzekeren dat die ‘ontwikkeling’ zich voordeed en wel dat ze bewust en procesmatig verliep (“eenmaal gemaakte onderscheidingen, - n.a.v. opgemerkte verschillen -, worden niet weer ongedaan gemaakt, buiten werking gesteld”, was mijn leus).

----------

Een promovendus die er gebruik van zou willen maken in het kader van zijn onderzoek, en die dan in het bestuur van de stichting en zo opent zich ook eventuele studentenassistentie. Ik fantaseer maar wat.

========= 21-1-2010 14:38|844||zondag 24 januari 2010|24-1-2010 15:14:

 

John Locke stelde terecht vast: ‘No innate ideas’. Doordat onze begrippen (ideas) inderdaad niet in onze genen zitten, hebben wij allen een eigen woordenboek nodig, dat een lezer bij een tekst van ons kan gebruiken. Wij zijn gebruikers van dezelfde woorden en grammatica, maar ieder heeft zijn toevallige, eenmalige, apperceptieve massa aangeleerds, waarbij hij spreekt, als hij iets zegt. 15:28|987||

          Voor zichzelf heeft hij daar niets aan, wat er in zíjn EAB thuishoort, is actief bij zijn denken (zelfs als dat onuitgesproken en onuitgeschreven blijft). Zijn uitgeschreven EAB bevat het antwoord op iedere vraag “wat bedoel je?” en “hoe kóm je er bij, bij wat je nu zegt, en om het zó te zeggen’?

En ook de lezer van iemands tekst, die een tegenwerping in zich voelt opkomen, kan de woorden waarin hij dit bezwaar uitzegt, opzoeken in het EAB van die iemand.

          Het bezwaar bijvoorbeeld dat dit veel te bewerkelijk is, daarover zou in míjn EAB een duidelijk verhaal moeten staan over de zoekfuncties in microsoft Word en over concordanties en woordenlijsten aanmaken zoals Wordsmith©.

Een jaar of zo geleden ben ik begonnen aan de zoveelste poging om dat Eigen Alfabetisch Boek (EAB) aan te maken. Dat is, - voor mij als digibeet -, veel teveel werk gebleken. Er zou in te vinden zijn WAT IEMAND DIE MET slechts MIJN BEGRIPPENVERZAMELING BEHEPT IS, BIJ ENIG  ONDERWERP ZOU INVALLEN (aan tekst). T.a.v. dat onderwerp dat de gebruiker van dat EAB op dat moment tot ‘het zijne’ maakt is dat voor de serieuze lezer van belang. Zijn lezen wordt erdoor tot een bespreking van het onderwerp.

          En er zit een bezwaar aan het EAB, zolang dat niet de vorm krijgt van het officiële WNT (Woordenboek der Nederlandse Taal): vele gebruiksvoorbeelden. Iedere schrijver een EAB heft één bezwaar van dat WNT op: de dwaze impliciete veronderstelling dat de schrijver waarbij je het woord dat jij in zijn tekst aantrof en niet begreep, het gebruikte zoals in het WNT te vinden is. DAT IS VRIJWEL RESTLOOS ZEKER NÍET HET GEVAL.

Nogmaals: iemands uitspraken zijn eenmalig, qua onderwerp en qua zintuigen en qua ama . Ama = apperceptieve massa aangeleerds (het geheel van actieve sporen van zijn verleden omstandigheden, inclusief omlevenden).

=====

Dit inzien doet alle ‘persoonlijk actief (1) en verantwoordelijk (2) achten van iedere ander’ teniet. Het ontmaskert dat juristengepraat in termen van helden en schurken, goed en kwaad. Wij, - dieren die mensengenencombinaties zijn -,  gebeuren. Wij dóen ons niet en wij worden niet gedaan. Wij leren, slijten enz. procesmatig, qua chemie en qua ama. Wij doen ons niet en ‘de staat en haar wetten’ zijn even verzonnen, virtueel, niet zelf staand, slechts via gelovigen met zetten tot gebeuren gebracht spel, als die computerspelen (zoals ‘World of Warcraft’ en die ontelbare andere). Mensen die échte democraten zijn en de mensenrechten en ander ‘internationaal recht’ propageren, zijn even gelovig als de meest orthodoxe postroomse christenen. Zie ook ethiek en moraal en waarden en normen. Het is niet één vraag doordachter dan het orthodoxe religieuze geloof. Geen “Waar is dit een voorbeeld van ?” – vraag doordachter. De staten en organisaties bestaan evenmin als de goden; de rechten en koopkracht van die IETSen zijn evenmin aan te treffen als ‘het doen en nalaten van de al of niet verbiddelijk gebleken goden’.

Jezus van Nazareth zag de priesters toen daar bezig het gelovige volk uit te buiten door het prediken van het als dader aantrefbaar en actief zijn van een via offers omkoopbare god. 24-1-2010 16:30 |1.415||

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *