Alice Miller en Esther Vilar

Categorieën: 1986, 1 april – 1989, 31 december | Archief

Trefwoorden: bijeenleving | boekbespreking | civilisatie | kinderen | parasitisme | Vilar (Esther)

Jaap Schot, 15-29 oktober 1986

Onlangs las ik weer eens wat: twee boeken, het boek "Gij zult niet merken" van Alice Miller en het boek "Het polygame geslacht" van Esther Vilar. Boeken over nare verschijnselen: mensen parasiteren op elkaar, de natuurlijke neigingen (tot verzorgen en helpen) in de ander misbruikend zodoende het gezonde natuurlijke functioneren van zichzelf en anderen frustrerend, aldus Vilar; mensen maken van hun kinderen wrakken, door de kinderen in kwestie - te slaan - sexueel te misbruiken - hen te vernederen, - hen onzeker te maken van hun eigen waarnemingen - hen te verbieden en af te leren tot zich te laten doordringen wat ze waarnemen en ervaren, zodat ze hetgeen hen overkomt later ook niet zomaar, moeiteloos, helder en direct kunnen (en durven) herinneren, aldus Miller.

Inderdaad, en dan is er ook nog het vernietigen van alles wat wild (vrij) en anders is: wilde dieren, Joden en zigeuners, Indianen, Bosjesmannen en Aborigines, heksen en ketters, communisten en wat ze tijdens de culturele revolutie in China wel 'reactionairen' en 'kapitalisten' zullen hebben genoemd.

Wij, mensen en dieren en planten vormen niet een eenheid die we 'het leven op aarde' zouden kunnen noemen. Wij mensen als soort vormen geen samenleving, het is onzin om het tegelijkertijd, in interactie op eenzelfde planeet wonen 'samen leven' te noemen.

Er is wreedheid en de daaruit voortkomende en bij wraaknemers daartoe weer leidende angst. Er is dodend, schadend en vernietigend omgaan met andere levende wezens door niet-mensen met niet-mensen. Mensen maken bij elkaar een eind aan de luiheid, dat wil zeggen aan het de natuurlijke, onopgevoede wezens kenmerkende ophouden als ze voor zichzelf klaar zijn. De mensen maken van zichzelf en anderen wezens die doorgaan met presteren lang nadat dat presteren opgehouden heeft nodig te zijn en / of lustvol biologisch functioneren te zijn.

Een van de manieren om mensenkinderen te maken tot van die doorgaande, ijverige wezens is: hen bang maken, eens en voor altijd bang. Bang om zichzelf als natuurgegeven wezen te zijn: lui, bevredigbaar, eindig, rustig, individueel, zichzelf genoeg, aan niets gewijd, onverdeeld met de andere mensen samen, vertrouwend, zonder te bezitten, zonder voorraden, zonder plannen, 'zomaar'. Omdat bang maken ijverig maken is, is het goed voor de civilisatie. De civilisatie dat is het als ongelijk bevoorrechten, in een eens en voor altijd gelaagde maatschappij bezig zijn met, voor (in dienst van) en aan elkaar. Iedere ingezetene van de civilisatie is opgesloten binnen zijn kooi van voorrechten en buiten die van de anderen, (sociale mobiliteit op de maatschappelijke ladder voorbehouden). Voor die geciviliseerden zijn eenmaal verworven voorrechten eens en voor altijd geldig; dat houdt in dat bijvoorbeeld het bezit heilig is.

De geciviliseerde mens houdt niet op. Hij houdt niet op met streven, gebaren maken en presteren. Hij vecht tegen de natuur in en om hem en hij wedijvert met zijn tijdgenoten: concurrentie en competitie. Hij vergelijkt zich en zijn prestaties: hij meet zich met anderen en zijn prestaties houdt hij ter vergelijking naast vroegere prestaties, naast absolute perfectie en naast andermans prestaties. Hij bezweert en vertoont zijn 'boven Jan' zijn, zijn ver van de goot, ver van de zelfkant van de maatschappij zijn. Hij presteert om te laten zien dat hij kan presteren, het geeft niet wat. Het betreft hier een religieus bezig zijn. Het maken van een doelpunt is even belangrijk als het maken van een geslaagde niertransplantatie of het laten slachten van een recordaantal varkens of vijanden. De H-bom ontwikkelen is even goed als het ontwikkelen van een middel tegen AIDS. Elke prestatie is er een voor in het Guinness Book of Records. In het t.v-programma "wedden dat.." laat men de meest buitenissige specialisaties aan het volk vertonen; toppresteren om zichzelfs wil.

Een civilisatie is een bijeenleven gericht op het ongelijk verdelen van de resultaten van toppresteren. Dat toppresteren wordt afgedwongen door angst, die voortkomt uit het mishandeld worden in eigen kindertijd en/of uit het waarnemen van hoe angst levendig en passend gehouden wordt door het mishandelen, intimideren, discrimineren, ontrechten, rechteloos houden, vervolgen en uitroeien van alles wat buiten de civilisatie is: in het wild, in de buitenste duisternis. Het laten zien hoe heksen worden verbrand is even passend als het laten weten hoe de concentratiekampen functioneren als het laten zien hoe negatief het uitwerkt om onderontwikkeld te zijn als het laten zien hoe de onzen de communistische rebellen te lijf gaan, hoe het is om als gek gehospitaliseerd en onder curatele gesteld te zijn. Voor wie aan minder krasse voorbeelden genoeg heeft om ijverig bezig te blijven, bestaat de gelegenheid zich voor zulke berichten en voorbeelden af te sluiten en te beseffen dat werkeloosheid al gauw een inkomensachteruitgang van 30% kan betekenen. Wie ook maar een greintje invoelend vermogen heeft, hoeft zelf niet geraakt te worden om in de pas te gaan en blijven lopen. In de eenmaal gevestigde orde kan men zich beperken tot het stellen van voorbeelden.

In mijn begrippenapparaat is het economische verbonden gelaten met het psychische. Anders en beter gezegd: mijn onderwerp is: het doen en laten van mensen die in civilisatie bijeen leven. Dat doen en laten wordt zowel met economische als met psychologische termen besproken. Van kinderen worden robots / computers gemaakt, machines om goederen en diensten te leveren. Uit kinderen worden robots gemaakt doordat ze manipuleerbaar, met de stem, met bevelen alleen al, te gebruiken worden gemaakt, ook voor anderen dan hun afstellers. Kinderen worden tot computers gemaakt door ze te leren onthouden, toepassen en reproduceren wat ze nooit zelf ervoeren, waarnamen of doordachten: botweg informatie. Kinderen leren handelen alsof wat ze van horen zeggen hebben hen evenzeer behoort aan te zetten tot doen en laten als dat wat ze zelf hebben opgemerkt, ontdekt, bestudeerd, ervaren en begrepen. Wat slechts aan het collectief bekend is moeten zij leren opvatten als ware het door hen zelf gekend. Ja, ze moeten zelfs leren hun eigen waarnemingen te wantrouwen en deze hoogstens als illustraties van het bekende te interpreteren. Zo dat niet kan, is er de uitdrukking dat uitzonderingen de regel bevestigen.

Slaven die ploegen trokken waren er eerder dan trekdieren die daarvoor werden gebruikt, zo heb ik ooit horen zeggen; kinderen werden verminkt en gereduceerd tot robots/ computers lang voordat die dingen bestonden, zo heb ik zelf waargenomen.

Om van kinderen robots/ computers te maken moet er geweld worden gebruikt. Dat geweld bestaat onder meer uit slaan, dwingen, als een ding behandelen, onbegrepen laten, niet ingaan op waar het kind op eigen initiatief over begint te praten, het kind niet zelf zijn zelfbegonnen spel af laten maken en wachten met het programmapunt dat op het rooster staat, het kind er door een lesrooster aan wennen dat beginnen en eindigen met een bezigheid gebeurt op buitenbesturing, op bevel van een ander, op grond van een regeling. Dat is het wat het kind in school moet leren, niet de inhoud van de lessen, die is vergaand bijzaak.

Kinderen moeten leren gehoorzamen, want robots/ computers moeten gebruikersvriendelijk zijn, niet alleen maar veel kunnen. Zoals ik mijn tekstverwerkende computer zeg te bedienen als ik hem gebruik, zo zegt de werkgever en de politicus dat hij degenen die hij gebruikt, die onder hem werken, die hij vertegenwoordigt, dient.

Ik schrijf dit voorbeeld van 'taal gebruikend een verkeerd beeld geven van verhoudingen' uit, om te wijzen op het ononderbroken bedriegen dat plaatsvindt door middel van het gebruikelijke benoemen en bespreken van wat er gedaan wordt en daardoor gebeurt.

Weinigen van wie tot robots/ computers gemaakt werden doordat ze van hun initiatief werden beroofd, komen ooit in hun leven weer 'tot zichzelf'. Van wie bij toeval buiten bedreiging, alleen en met rust gelaten worden, nemen slechts enkelen de moeite om zich van de sporen van hun onderwijs en opvoeding te ontdoen. Ze kunnen dan bijvoorbeeld een parafrase uitschrijven van wat ik hier uitschrijf.

Ik herinner me niet mishandeld te zijn. Een ambigue volzin. Ik weet niet of ik mishandeld ben, ik vermoed van niet. Bang ben ik wel gemaakt, maar voor vreemden en voor wat 'het systeem' genoemd wordt tegenwoordig, toen niet. Zolang de civilisatie om ons heen woedt, is het niet nodig de eigen kinderen te mishandelen, het voldoet te (ver)wijzen naar wat elders aan anderen wordt aangedaan en naar het feit dat wie lijden (armen, vluchtelingen en door rampen enzovoorts getroffenen) niet afdoende worden geholpen omdat er aan zulke zwakken/ verzwakten niet is te verdienen. Niet iedereen hoeft geschikt te worden gemaakt om te folteren en om als bewaker in een concentratiekamp te functioneren. Een beroepsleger van verknipten is genoeg om Auschwitz over de aarde uitgesmeerd gaande te houden. Dat is dan ook precies wat er gebeurt.

Het onbewust houden van vroege negatieve behandeling door ouders is fnuikend, maar het onbewust houden van het actuele economische is even fnuikend. De tot een robot / computer gereduceerde en ingeschakelde, geplaatste, werkende mens is als een getoomd en gezadeld paard dat dagelijks bereden wordt en gebruikt, ingespannen en ingezet. Het is voor zo'n beest weinig lustvol (ononderbroken of telkens weer) te beseffen dat het gevangen gehouden wordt en in onnatuurlijke omstandigheden door anderen bestuurd wordt en van zijn initiatief is beroofd. Het is voor zo'n beest even weinig zinnig om tot zich door te laten dringen dat er trekdingen (motoren) zijn die veel beter geschikt zijn dan hijzelf voor 'zijn' werk, als het zinnig is voor een arbeidnemer om in te zien dat robots en computers veel geschikter zijn voor zijn werk; het duurt nog even tot de bazen vaardig zijn in het gebruiken van computers en robots, die nog niet zo gebruikersvriendelijk zijn als welopgevoede arbeidnemers, die voldoende bang zijn om hun baan te verliezen. Werkvee en werkmensen (laten) fokken en scholen is nog altijd gemakkelijker en goedkoper dan het aanmaken van niet-levende machines, robots en computers. Scholen en intimideren (opvoeden, africhten, temmen enzovoorts) is gemakkelijker dan robots afstellen en computers programmeren. De resultaten van de scholen zijn nog in staat om met die van de robot/ computer - industrie te concurreren. Maar dat is een kwestie van tijd. Er is al een Amerikaanse sience-fiction film waarin robothoeren voorkomen. De rest, na het hebben van dit idee, is gewoon hard werken, net als bij het brengen van een man op de maan: precies net zo: techniek: handen zonder geest.

Tot robot/ computer gereduceerden kunnen niet meer zonder inspanning een kind dat ze krijgen begrijpen en navoelen. Ze kunnen niet er een passend medemens voor zijn, ze kunnen niet mee leven, laat staan voorleven. Deze tot een ding gereduceerden krijgen levende kinderen uit een als een dood ding gebruikt en als een dood ding functionerend lichaam. Ze krijgen levende signalen binnen van het kind in een als een levenloos ding, met informatieverwerking bezig gehouden brein. Dat kan toch niet werken. Voorbeelden noemt Miller te over: moeders die hun kind laten huilen om het niet te verwennen: zo luidde hun instructie, hun informatie.

De civilisatie heeft geen behoefte aan begrepen tot een geest uitgegroeide (ex-)kinderen. De civilisatie heeft behoefte aan creatieven, die mensen dus die nieuwe dingen verzinnen om te gaan doen in de draaiende economie.

Er is een gelaagde organisatie (de democratische massa) historisch gegroeid uit de bijeenlevende overwinnaars en overwonnenen. Die massa is gelaagd en daardoor vol van medeplichtingen aan / belanghebbenden bij het voortbestaan van deze opbouw; die massa omvat niet alle mensen en dat maakt dat wie binnen zijn er allemaal minstens voor zijn dat wie buiten zijn het minder hebben dan wie binnen zijn. De ingezetenen moeten zich verheven en bevoorrecht weten tegenover wie buiten zijn; nieuwkomers moeten van onderaf beginnen en blij en dankbaar zijn binnen te mogen. Als de zaak zo geregeld is, dan kunnen er van de ingezetenen, inclusief de laagstgeplaatsten extra inspanningen geeist worden, dan zullen zij meer willen leveren aan het geheel dan ze van dat geheel krijgen. Dit is de reden waarom de kinderen die niet in fabrieken gebruikt worden voor kinderarbeid (lager betaalde arbeid) niet vrij zijn, maar op school, waar ze leren voor later, bruikbaar (inzetbaar) worden gemaakt voor moeilijker arbeid. Als ze eenmaal op gang zijn, bezig zijn, dan zullen ze willen blijven tonen dat ze boven Jan zijn, dat ze flink ver van de laagstgeplaatsten zijn. Wie voorrechten (inclusief geld en bezittingen) heeft is belanghebbend en vrijwel onontkoombaar medeplichtig aan het voortbestaan van deze 'samenlevingsvorm'.

Ouders zouden van hun huis en gezin een natuurreservaat voor mensen kunnen maken en hun kinderen en zichzelf kunnen afschermen van en beschermen voor de druk van de civilisatie: binnen het gezin geen geld, geen bezit, geen macht en geen voorrechten, geen discussie en geen debat. Families en vriendenkringen zouden zich tot quasi-cultuur kunnen maken en een traditie vormen. Juist door dit bewust te doen zou menige groep veel negatiefs van lang bestaande, scheef gegroeide en verkorste culturen kunnen vermijden. De ouder die 'zijn' kind niet als rechteloze wil laten beginnen met leven, zal het levensbegin van het kind aan de civilisatie onthouden.

Men(igeen) durft dit niet zo duidelijk te zien en te zeggen: de ideologie van de civilisatie is als een religie, die eist dat de nieuwkomers geofferd worden, mishandeld, overgeleverd aan de God, de massa, het beest. 'Civilisatie' heet het beest, of dat nu al of niet klopt met het getal 666. De religie van de civilisatie eist dat de nieuwkomers (de kinderen) en de buitenstaanders (de wilden, de vrije mensen) en de verwilderenden en de onaangepasten lijden, het minder hebben dan de laagstgeplaatste ingezetenen. Deze laagstgeplaatste ingezetenen moeten meer bijdragen (aan tijd maal aandacht maal vaardigheden maal energie, dat is: aan prestatie) dan ze als hen toekomend, hen toebedeeld deel mee naar huis mogen nemen van het geproduceerde: soms krijgen de laagstgeplaatsten zelfs niet het nodige voor hun leven, volop functioneren en gezond zijn. In dat (zich nu in de vrije wereld in de zogenaamde ontwikkelingslanden voordoende) geval mogen wie buiten zijn geen leven hebben, moeten zij lijden, dus mishandeld worden. Dat moet om wie binnen in slavernij en uitbuiting zijn tevreden te stellen of toch minstens voor binnen in gebruik blijven te laten kiezen. De armste ingezetenen hebben het wel niet goed, maar ze hebben het wel beter, dan de buitenstaanders, dat is hun voorrecht. Dat is hun reden voor discriminatie en vreemdelingenhaat en voor hun verachting van dieren (soms alleen van wilde dieren, soms alleen van sommige wilde dieren, bijvoorbeeld ratten).

Het tot zich door laten dringen dat men in zo'n wereld leeft zonder enige kans er iets aan te veranderen, eist enige moed, maar bewustzijn verergert de toestand niet. Eventuele ongepaste gevoelens zullen verdwijnen. Wat men kwijt raakt zijn illusies en begoochelingen. Het kind ziet als natuurwezen in de robot / computer waaruit het geboren werd een natuurwezen, een moeder. Tragische vergissing. Even tragisch als het feit dat men een kachel waaraan men zich brand niet kan verwijten dat hij heet was. Voorwerpen zijn voorwerpen. Tot dingen gereduceerde mensen zijn dingen. Of je bent zelf ook een ding geworden en dan is het gezellig voor je tussen al die andere dingen, of je hebt je tot leven weten door te vechten en dan is het des te erger voor degenen die voorwerpen bleven. Dat iemand merkt daar toen in het kritieke tijdvak van zijn kind-zijn een voorwerp als ouder te hebben gehad, is geen vrolijke vondst voor de betrokkene, maar er is niets meer aan te doen. Een kind gaat er als natuurwezen van uit dat alles wat het daarvoor passende uiterlijk heeft een levend wezen is, tot het tegendeel blijkt. De volwassene die de civilisatie heeft leren kennen gaat er van uit dat alles wat het uiterlijk van een mens heeft een voorwerp kan blijken en dat dat geen reden is voor schrik of spijt.

Ergens in een verloren hoekje behouden de meeste zo niet alle tot robot / computer gereduceerden, aangepasten, ingezetten, getemden, nog iets wat aan natuurlijk menszijn kan herinneren, een soort alibi-eigenschap. Samen met medelijden met het kind dat niet meer is, maar uitgroeide, kromtrok tot het wrak dat men voor zich heeft, kan deze eigenschap iemand nog vertederen. Ook een tragische vergissing. Tot na de "genezing" (volgens de psychoanalytici) of tot na de "wederopstanding" (volgens de Christelijke geloofsbelijdenis) ( de wederopstanding in het levende vlees, zo ver mogelijk voor het doodgaan van dit lichaam, zo is het al of niet bedoeld, maar dat is het enige wat het betekenen kan) van het betrokken individu staat men tegenover een ding. Wie vermoord is leeft niet meer, ook al is zijn dood niet zijn eigen schuld; wie tot een ding gereduceerd is en als zodanig in gebruik is, is een ding. Wie zich laat definiëren door een ander die hem als een ding definieert, is een ding. Wie zich laat houden als vee is vee. Wie in gevangenschap geboren is, is niet vrij, ook al is zijn gevangenschap niet zijn eigen schuld. Wie een ander, de anderen, binnen hun bezit en buiten zijn bezit gevangen houdt en laat houden, recht en orde in die zin wensend, is een cipier.

We leven in een wereld waarin we meedoen, zelfs als we ons beperken tot het nemen van het nodige (voor ons eigen leven en welzijn, dat is: gezondheid en voldoende en harmonisch biologisch functioneren). We doen mee, dat is onontkoombaar, we kunnen niet leven buiten de stad, buiten de civilisatie, waarin we geboren werden en waarin we in gevangenschap gehouden worden. We zijn gedoemd te wensen onze voorrechten te behouden, minstens tot het wegvallen ervan samenvalt met het beschikbaar komen voor ons van een voor ons benutbare 'niche', een leefplek waar we kunnen zorgen voor onszelf, nemend en makend wat we nodig hebben.

Alles wat alternatief is voor de civilisatie, de gelaagde bijeenleving, zal genadeloos worden bestreden door lui in superangst (voor terugval in de rechteloosheid van toen ze kind waren, arm waren, onderworpen werden en aangepast). Deze angst inspireert tot supergeweld. Ik weet niet hoeveel expressie (uitleven) van deze genoemde angst men kan aanwezig achten in degenen die met superwapens het supergeweld concreet uitoefenen en voorbereiden. Men moet bedenken dat moorden en moordvoorbereiding ook een beroep is als alle andere.

We moeten durven zien wat er gedaan wordt: de uit potentiele mensen gemaakte robots/ computers maken stuk voor stuk zelf van hun 'eigen' kinderen voorbewerkte "schoolrijpe" wrakken, die al 'mijn en dijn kennen', op tijd leven, voorrechten hebben (later naar bed mogen), zich het beeldscherm van hun bewustzijn al door media en door levende anderen laten vullen, nog slechts sociale (anderen inschakelende) initiatieven nemen en / of volgen enz.

Angst is een passend gevoel bij je huidige situatie. De angst van het kind dat X was, -tig jaren geleden, is een herinnerbaarheid, een spoor in het geheugen, een nachtmerrie-ingrediënt. Zonder die ouwelui van hem kan hij nu best leven binnen deze civilisatie. Soeverein binnen zijn eigen voorrechten, zijn bezit, zijn geld. Soeverein, dat wil zeggen zonder zich ooit te hoeven verantwoorden tegenover rede of meerdere(n): de soeverein moet "zelf maar weten wat hij doet". Er zal ook nooit een Laatste Oordeel door een God over zijn doen en laten worden uitgesproken. Buiten de civilisatie (thuis en in het gekkenhuis onder curatele dus) ben je aan enkele anderen overgeleverd, overgelaten, onderworpen. Binnen de civilisatie ben je "vrij": heb je de soevereine beschikking als enkeling over jouw 'eigen' tijd, aandacht, energie, leervermogen en vaardigheden, over je presteervermogen dus, je arbeidskracht en over je geld en over je voorrechten. Daarmee is te leven, vooral als je werk hebt, dat wil zeggen de gelegenheid om dat presteervermogen om te zetten in echte prestaties, in geld zodoende. Dan kun je niet alleen wat jij kunt doen, maar je kunt alles (laten doen voor je wat je betalen kunt, alles wat je je kunt veroorloven, alles wat jou geoorloofd is. Zo, als geïsoleerde enkeling is er wel te overleven en (solitair) zelfs wel te leven, wanneer je de betrokkenheid op wie je opvoedden en hanteerden maar vergeet en opheft en wanneer je je maar niet laat aanspreken op welke aangeleerde of (moeizaam behouden) natuurgegeven 'waarde' dan ook.

Binnen de gedemocratiseerde civilisatie ben je aan niemand overgeleverd, je bent alleen beperkt tot je eigen kooi van voorrechten, tot jouw rechten, tot wat je mag omdat dat te mogen niet het voorrecht van anderen is en omdat het verhinderen van wat je wilt niet het recht van anderen is. Je kunt uit verhalen over duizenden jaren geschiedenis gelovig afleiden dat er aan de civilisatie niets fundamenteel/ radicaal verandert. De waarheid omtrent de civilisatie is volstrekt betrouwbaar. Het is geen aangename waarheid, het is geen blijde boodschap, maar men kan niet alles hebben: èn waarheid èn blijdschap.

Het zou mij niet verbazen wanneer 'beseffen van wat is' zou leiden tot hetzelfde resultaat als 'herinneren en herinterpreteren van wat was'. 'Hetgeen was' is of voorbij, over, verleden of het is nog. Wel, mishandeling en mystificatie, onwaarheid en leugen zijn er nog. Dat te beseffen en goed tot je door te laten dringen kan met voelen van verontwaardiging, met opstand en met berusting gepaard gaan. Het beseffen kan helemaal vanuit (via) het cognitieve het ZIJN binnenkomen. Het beseffen kan ook voorkomen worden door het weten, het waarnemen, het begrijpen aan of in het cognitieve (opper)vlak te houden: zodoende worden ook handelen en voelen voorkomen. Wat men te weten komt laat men niet door het cognitieve oppervlak heen het ZIJN binnen dringen, zo diep dat het voelen en actiefworden teweeg gaat brengen. Hoe men dat laten doordringen moet doen is een onzin-vraag.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *