Alle opvoeden is gericht op het aanleren van een begrippenapparaat

Categorieën: 1986, 1 april – 1989, 31 december | Archief | Overige teksten

Trefwoorden:

Jaap Schot, 27 september 1986

Opvoeden omschrijf ik als: het op hun leren voor hun voordeel gericht omgaan met kinderen. Alle opvoeden gaat gepaard met, omvat, is gericht op: het aanleren van een begrippenapparaat, waarbij elk der begrippen wordt benoemd met een woord uit een taal; zo'n taal is meer dan een verzameling woorden. Alle opvoeden omvat ook het vertellen van een groot aantal verhalen; daarmee leert men het aanmaken van verhalen aan, zodat ook hier geen sprake is van een afgesloten verzameling. Het doen en laten van de mensen wordt mede bepaald geacht (vermoed) door de verhalen die ze kennen. Vandaar dat wie macht willen hebben de verzameling gezamenlijke verhalen wensen te beperken. Met verhalen wordt hier bedoeld dat wat men vertelt over (en "achter") dat wat er gebeurt (inclusief wat er op grond van tradities en regelingen gedaan wordt).

Het is noodzakelijk dat kinderen leren te leven (= voorzien in het voor hun leven en welzijn nodige en vermijden van schade daaraan) in hun (en onze) huidige (/ momentane) omstandigheden, die we kunnen indelen in natuur, cultuur en civilisatie.

De natuurlijke opvoeder is zelf aangepast en als voorbeeld te nemen door het actieve, zelf zich oriënterende kind. De natuurlijke opvoeder waarschuwt* en geeft oefengelegenheid (de nodige spullen, tijd en de voor het aandacht besteden nodige rust door veiligheid). *Let wel: wie waarschuwen voor eigen (negatieve toekomstige, te verwachten) reacties waarschuwen niet, ze bedreigen, maar benoemen dat opzettelijk onjuist.

De oudere in de cultuur leeft het volgen van de traditie voor.

De geciviliseerde beveelt, valt aan, daagt uit en dwingt tot het aannemen van die uitdaging: hij heerst, hij knecht de (jongere) ander / de nieuwkomer, hij koloniseert. Hij misbruikt het natuurlijke vertrouwen van het kind, dat bij gewaarschuwd worden past. Hij misbruikt de nieuwsgierigheid van het kind, die bij het oefenen past (het kind in vallen lokkend, om het te verslaven, om het te verschrikken en daardoor bedreigbaar, timide en bang te maken en om het te conditioneren). Hij misbruikt de bindingen binnen de cultuur voor psycho-spelletjes en voor zachte terreur. Hij vent met soevereiniteit en isolatie met als reclame- en propagandatermen: vrijheid, vrije wil. eigen verantwoording, het zelf moeten weten wat je doet en vindt, enz. Dit zijn tegen de mens gerichte concepten (verzinsels, waanonderdelen). De geciviliseerde is in alle begrippensystemen, behalve die van de propaganda voor de civilisatie: de misdadiger, degene die misdoet. De natuur is het rijk van de vrijheid, waar je niet zomaar, soeverein, in het wilde weg kunt doen en zeggen wat je "zelf wilt", gegeven 1.je nooddruft, 2.de omstandigheden waaronder je leeft (inclusief het zo-zijn van alles wat er nog meer leeft), 3.je verzadigbaarheid en het daaraan verbonden ophouden met actief zijn en 4.de afwezigheid van iets wat je beweegt tot het spreken van onwaarheid en tot liegen.

De cultuur is het rijk van het samenzijn, van de geborgenheid, van het vieren van feesten, van het gezamenlijk verdrijven van de verveling ook en van andere negatieve ervaringen die voortkomen uit het minder te doen hebben en het minder te kunnen doen ook, dan nodig is om volledig (met alle organen voldoende en afwisselend) "biologisch" te kunnen functioneren.

De civilisatie is het rijk van het (uit)vechten van de rivaliteit van de soevereinen onder elkaar: het is het front, het terrein waar gevochten wordt, - in oorlog, de sport de koningen, - in concurrentie, de sport der heren en - in competitie de sport der knechten, resp. als gladiatoren en als toppresteerders met elkaar wedijverend, strevend naar applaus voor een (top)prestatie en smekend om genadig het leven waard gevonden te worden. Perfectionisme (zelfovertreffing) is het als knecht bezig zijn, toppresterend dus, met de blik gewend naar het onderwerp, het werk, het kunstje, het kunstige, de kunst; daarmee is de blik afgewend van het als negatief aangevoelde voor het oog van de keurende anderen wedijveren met hen die in dezelfde vernederende situatie verkeren.
Het wedijveren treffen we ook als religieuze viering aan, daar waar prestaties die geen inhoud hebben worden geteld en als winst aan de desbetreffende speler worden toegerekend (zoals het maken van doelpunten, het winnen van dampartijtjes, het leggen van woorden bij Scrabble, het vinden van een combinatie bij Mastermind en het als eerste zijn opdracht volbrengen bij Risk). Centraal bij deze religieuze vieringen en bij de concrete civilisatie is de rol van het lot, de dobbelsteen, het geluk (Vrouwe Fortuna), de bezigheid GOKKEN. Civilisatie dat is: Auschwitz verdund, uitgesmeerd over meer tijd, meer ruimte en meer mensen en (vooral ook:) andere levende wezens. Auschwitz en het Nazisme waren kwalitatief niets nieuws: gewoon een wat recente en voor ons nabije concentratie van civilisatie-gedrag en -mentaliteit. Het derde Rijk, de eerste twee worden waar men het over de geschiedenis heeft vol lof en bewondering besproken (niet vroeger wel eens door gekken, nu, gisteren nog voor BBC4).

--//-- HORIZONTAAL: We kunnen dat doen en laten dat onze opvoedelingen leren indelen in: 36 HOKKEN: NODIGS en ONNODIGS het onnodigs valt uiteen in: goed en kwaad het nodigs valt daarbuiten steeds onderscheiden we wat en hoe wat en hoe wat en hoe VERTICAAL: Opvoeders kunnen: ----------------------------------------------------------------- 1. A/ waarschuwen ----------------------------------------------------------------- B/ zelf laten (uit-) vinden/concluderen ----------------------------------------------------------------- 2. A/ voor(beeldig)leven samen, ongeïsoleerd ----------------------------------------------------------------- B/aan psycho-spelletjes (zachte terreur) doen ----------------------------------------------------------------- 3. A/ afdwingen, bevelen initiatief roven ------------------------------------------------------------------ B/ verlokken met soevereiniteit ------------------------------------------------------------------

Ten aanzien van elk opvoedend optreden, ja van al je doen en laten dien je je als ouder/opvoeder af te vragen:
a/ in welk hok van de bovenstaande matrix ben ik bezig?
b/ wat zijn de gevolgen (uitwerkingen) en reacties die ik daarbij kan verwachten; met andere woorden: hoe ziet de volledige lijst van de gevolgen er uit? Je hoeft je dat alleen af te vragen als je het goed wilt doen, als je merkt dat het je een rotzorg zal zijn wat er uit je opvoedeling groeit, hoef je niets. Je hoeft dan niets, want natuur noch cultuur hebben enige macht over je in deze en zij die de civilisatie vormen zijn niet in het welzijn, maar in de bruikbaarheid (uitbuitbaarheid) van je opvoedeling geïnteresseerd en die is maximaal bij minimale opvoeding.

Het indelen van een gedrag onder goed of kwaad zal vrijwel altijd lukken, omdat indifferent, niet goed en niet kwaad, uiterst zeldzaam zal zijn gezien alle gevolgen van de daad in kwestie, gegeven zoveel omstanders/ omlevenden. Het is onzinnig en onjuist om slechts op de bedoelde optredende gevolgen te letten. Alle gevolgen zijn er, ook de onbedoelde. Op bedoelingen (die al of niet optreden, zogenaamd 'bereikt' worden) letten is helemaal pure dwaasheid en een uitnodiging aan anderen om vooral te gaan liegen omtrent en bij hun doen en laten.

Niet met de truc 'soeverein laten zijn' van de geciviliseerde mag verward worden het ruimte laten, ruimte die past bij het 'wat' van het goede en bij het 'hoe' van nodigs. De conclusie, wat er uit moet komen, het juiste gedrag, ligt BIJ NODIGS al vast voor wat betreft het 'wat'. Variatie, keuzeruimte, is er in het 'hoe' (als de rest, - het geheel van gevolgen met name -, gelijk blijft, wat zeldzaam is).

Niet verward met de competitie van knechten en / of met het vieren der cultuurmensen mag worden: het sportief spelen, puur om te voorzien in gelegenheid om 'biologisch' te functioneren met die organen, die door ons in civilisatie-omstandigheden niet voldoende gebruikt kunnen worden bij het zelf voorzien in het nodige voor leven en welzijn door met gespecialiseerde arbeid te dienen voor geld.

toevoeging op 5 oktober 1986

De fout van het gedogen van het kwaad is even groot als de fout van het doen van het kwaad. Het maakt daarbij niet uit of dat doen plaatsvindt al gehoorzamend of op eigen initiatief; het maakt niet uit of dat met of zonder plezier gebeurt. Het kwaad kan worden onderverdeeld in
1. het verkeerd verkrijgen van wat bezeten en verbruikt wordt en
2. het verkeerd verdelen van wat bezeten en verbruikt kan worden.

Bij het verkeerd verkrijgen (nemen) van wat bezeten en verbruikt kan worden kunnen we denken aan het bij dat verkrijgen
1. verwoesten van de natuur en
2. het uitbuiten, opjagen, afbeulen, doen sloven van de andere mens en van dieren.

Bij het verkeerd verdelen van wat in bezit genomen wordt door het geheel kunnen we denken aan
1. het voor zich als individu teveel eisen: luxe consumeren en nodigs voor een ander aan het benutten door die ander onthouden als kant van het bezitten en
2. het voor zich en onnodig toegevoegde 'zijnen' het nodige eisen: voor de onnodige eigen hond, eigen kat, eigen kinderen. Het nodige blijft hierbij vermenigvuldigd worden met het onnodige: het product is weer onnodig.

Wat zijn de maatregelen?
1. de natuur ombouwen tot een couveuse voor mensen.
2. technologie maken die zuiniger de natuurlijke hulpbronnen verbruikt
3. sociaal-technologische maatregelen
a/ bezitten leren zien als een (foute!) oplossing van een aantal problemen
b/ toekomst vastleggen [via wetten, regelingen en barrières (stemmenmeerderheden) om deze te veranderen] ook als een oplossing leren zien, opvatten en durven herzien
c/ ook organiseren (is ongeveer: hiërarchiseren) zo leren zien en herzien d/ idem voor mystificeren, verhalen, religies verzinnen.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *