Alle teksten op het internet

Categorieën: 2015, 1 januari – 2017, 24 april | Archief

Trefwoorden:

Jaap Schot, 12 oktober 2015

Dit jaar ben ik 77 geworden en ik ga er van uit dat er nog maar weinig (enkele) jaren voor mij komen. Om niet alles wat ik heb gedaan verloren te laten gaan, wil ik mijn schrijfsels ter lezing voorleggen aan iedereen en op internet, dus onbegrensd.
Ik schreef uit wat mij inviel en ik dan ‘mijn gedachten’ moest noemen. Dat uitschrijven ís echt zowat het enige, wat ik ooit deed. Nu ja, over die uitgeschreven dingen les geven, maar dat kon maar kort.
Ter verduidelijking: ik had nooit toegang tot geheimen, dus er staat niets in mijn opstellen waar de lezer niet zelf heen kan gaan en kennis van kan nemen.
DAT IS DAN OOK PRECIES WAT DE LEZER MOET DOEN: NIET GELOVEN, MAAR ZELF KENNIS GAAN NEMEN of niet natuurlijk. Maar of míj zin of onzin inviel, dát is voorbij, over, toen gebeurd. Zelf kennis nemen dus, nu ja, het verleden en de toekomst en het voor de nieuwsgierige die kennis wil nemen zintuiglijk of in het geheel onbereikbare, dat is buiten zijn bereik, maar dat wist ie al.
=======
Door erg vroege pensionering had ik tig jaren de tijd om afstand te nemen en te houden tot het maatschappelijk doen en nalaten; dat was wat de anderen deden en waarbij ze door mij niet gestoord zijn.
========
Dat uitschrijven van mijn “gedachten” (invallen in de vorm van woorden, zinnen, betogen/redeneringen, verhalen en begripgereedschap, ‘theorieën’) heb ik met erg veel plezier gedaan, puur voor mijn éigen plezier. Het was en is geen opoffering, waarvoor ik alsnog vergoeding nodig heb om evenwicht te voelen.
Mijn opstellen zijn niet vóór (ten gunste van of instemmend met) anderen en niet doelgericht tégen. Dat er onder miljarden mensen tegenstanders zijn van wat je invalt, is onvermijdelijk en van geen enkel belang, tenzij die tegenstanders je opsporen en schaden. Daar is overigens niets tegen te doen. Het is een voordeel dat de meeste aangepasten slechts ismen zien en bestrijden en enkelingen niet van belang vinden. Hoe dan ook, niets om rekening mee te houden.
=========
12-10-2015 13:20|292|||13:42|353|||
12-10-2015 13:56:
Dan nu op een rijtje ‘dat wat me goed lijkt om te doen’.
1. alle teksten die digitaal zijn in één website bijeen (laten zoeken en zetten) op datumvolgorde.
2. van de delen daarvan woordenlijsten (laten) maken
3. door Dimitri verwijsopstellen* laten plaatsen
4. enz.

===========
|*: aanwijzingen wat met deze (en andere) teksten te doen.
========
Eerste centrale aanwijzing:
niet geloven en niet betwijfelen, raden naar waar de schrijver het over had. Had, verleden tijd, hij schreef toen daar en was als product van zijn omgeving eerder zó, van die mening en met die onderscheidingen en díe taal, geworden.
Geworden, allemaal totaal verleden tijd, de moeite van het achterhalen uit andermans teksten niet waard. ZELF gaan waarnemen aan de zaken waarbij gesproken KAN zijn [het blijft raden, woorden betekenen zelf niets, de spreker heeft aangeleerd dat die woorden (geluidjes als alle andere, lege geluidjes dus) ergens bij in gebruik waren bij de mensen in zijn omgeving]. Zíjn omgeving, niet jouw omgeving. Toen, daar, niet hier, nu.

  • De schrijver reageerde op wat zijn waarnemingen in hém toen wakker riepen. Die waarnemingen veranderde hij in interpretaties en op die interpretaties reageerde HET IN HEM. Wat mij invalt, komt “van binnen in mij” zoals andermans tekst van buiten komt. Maar daarmee is die inval nog niet mijn maaksel, dat is mijn poep en zo ook niet. Jawel, ik heb er aan mee gewerkt door te eten, maar dat “verteren”, dat gebeurt als het goed is en mislukt (als ik ‘er ziek / misselijk van wordt’). Sorry voor de onsmakelijke uitleg, maar er viel me geen andere in.
  • HET GAAT ER OM TE BESEFFEN DAT DE ANDER DIE SPREEKT EVEN WEINIG MET ZIJN TEKST TE MAKEN HEEFT ALS DE HOORDER. Beiden hebben met het onderwerp te maken (in het ideale geval). In het uitdrukkelijk niet goede geval bestaat dat onderwerp niet en gaat het spreken nergens over.
  • Enz.

LET OP: het onderstreepte is een centrale opmerking, constatering, geloofsbelijdenis, we zullen zien.
‘Bestaan’ is hier de aanduiding van ‘waarneembaar zijn’. Er is maar weinig denkwerk nodig om in te zien dat waarneembaarheid geen eigenschap is van het voorwerp, maar van de zintuigen en apparatuur van de waarnemer. Blinden zien niets en toch gaat het dan over bestaande dingen. Wij doen (onder leiding van onze grote geleerden) alsof de hemellichamen die wij niet kunnen bereiken en alleen maar zien, toch zeer zeker bestaan.
Over het koningschap spreken wij, onder leiding van de propaganda, op dezelfde manier. We geloven zelfs dat de nationale staten bestaan, hoewel elk kind kan zien dat het bestaan dáárvan evenzeer gespeeld wordt als welk ander kinderspelletje dan ook. “En dan was ik de Moeder en jij was de Opa en kwam thuis met appels.” Zulk soort illusieve spelen werden door kinderen gespeeld. Nog volgens een onderzoek in de jaren ‘1960 e.v.’. Ik heb geen idee of de kinderen van tegenwoordig nog tijd, aandacht en dergelijke hebben om naast het digitale nog zulke fantasie aan te maken.
Die kinderen van toen wisten zelf dat hun gespeelde gebeurtenissen niet echt waren, niet bestonden. Er was van die wereld die zij aan het spelen waren, SLECHTS SPRAKE. Moeiteloos zou het mogelijk geweest zijn om aan die zó spelende kinderen uit te leggen dat er van veel wat de grote mensen serieus nemen, - dat koningschap en die nationale staten maar weer als voorbeelden -, SLECHTS SPRAKE IS, net als van die speelafspraken van die kinderen. Dat is al uit te leggen in de eerste klas van de lagere school (een ouderwetse uitdrukking om kinderen van ongeveer 6 jaar oud mee aan te duiden). Meteen bij het begin van het onderwijs binnen de leerplicht dus: LET OP, KINDEREN, NIET ALLES WAAROVER GEPRAAT WORDT, BESTAAT (is te zien of te horen of hoe dan ook aan te tonen: HEEL VEEL WORDT GESPEELD, NET ZOALS JULLIE DAT DEDEN EN IN JE VRIJE TIJD NOG DOEN.
========
Ik vrees dat je dat nú niet meer aan de kinderen kunt uitleggen. En de vraag is of je dat mág. De wereld bestaat niet, ze wordt gespeeld. Dat merken we als we doordenken (en als hulp daarbij lezen) over Robinson Crusoe, die man die in z’n eentje op een eiland kwam te zitten na een scheepsramp. Er was op dat eiland voldoende te eten, maar er was niemand. En zie toe, denk en merk op: ER WAS DAAR GEEN WERELD. WANT ER WAREN GEEN ANDERE MENSEN. Robinson was alleen. En om wereldje te spelen heb je anderen nodig.
=======
Nou, dat is helder en duidelijk. Maar let op hoeveel woorden DENKSPEELGOED VOOR ‘WERELDJE’ blijken te zijn: VERZINSELS.
----------
Is er wat tegen ‘illusief spelen’, zoals die mevrouw in die studie dat noemt? JA: DE ERFGENAMEN VAN DE OVERWINNING WILLEN NIET DAT INGEZIEN WORDT DAT ZIJ slechts MET VAN DIE VERZINSELS ‘aan de macht’ ZIJN, hun rol hebben.
=========
Ook dát snappen kinderen al. Wie hen bij hun spelen op dat ‘verzinsels volgen’ gaat staan wijzen, is gewoon een pestend rotjongetje.

De kinderen die wij in onze scholen hun leerplicht laten doen, mógen wij, de onderwijzers, van veel ‘wereldje’ spelende ‘grote mensen’ niet ertoe brengen om KENNIS TE NEMEN VAN HET ILLUSIEF ZIJN VAN DE WERELD (‘de wereld’ in onderscheid van de “geschápen” ‘hemelen en de aarde’, het heelal en daarin de aarde, dus, zoals de mensen die Genesis (‘het boek van het ontstaan’) schreven, het aan de lezers trachtten uit te leggen.
------------
Wat ik hier doe is helemáál strafbaar. Hoewel niet via de politie. Wát doe ik hier? Antwoord: ik laat zien dat je elke tekst, niet alleen van een gewone schrijver (Defoe’s ‘Robinson Crusoe’) maar zelfs (te heiligen) boeken BEWUST EN EXPLICIET op jouw eigen manier kunt lezen en gebruiken om je omgeving mee te begrijpen en je MEDEMENSEN van toen daar kunt opvatten als ‘net als jij nu bent’. En dat terwijl je 100% zeker weet dat die andere mensen VIA HUN ANDERE MEEMAAKSELS EN OMLEVENDEN anders zíjn.
Wij, de levende mensen, staan allemaal voor dezelfde opgave: in óns hier en nu doen wat we van nature moeten en verder niets (geen spelletjes spelen, zeker geen verwoestende en dodende). Oh, waarom niet? Nou, zie die oorlogen en die opwarming van ‘het weer’.
[ En zie verder mijn uitleg over het wedstrijdvormig geworden zijn van het spelen van ONS ALLEN MET ELKAAR.]

Het gaat er om te beseffen dat de ander die spreekt even weinig met zijn tekst te maken heeft als de hoorder. Die zogenaamd (= als speler genomen voor) ‘eigen gedachten’, vallen ons alleen in. Ze worden GEGENEREERD door wat er allemaal aan activiteit is met de sporen (van wat tot ons brein doordrong via onze zintuigen uit onze omgeving inclusief omlevenden). Die sporen zijn de enige bron van “onze” gedachten (en dromen en emoties).

Ook dromen en emoties? Ja, dieren die te jong zijn om al te weten dat ze gevaar lopen, zijn vaak niet schuw ten opzichte van roofdieren. En zo is het met onze kinderen ten opzichte van valse voorlichters.
Het is opvallend dat de mensen die aan verschillende spelletjes deelnemen (“wij” ten opzichte van de Russen en de Noord-Koreanen en de zich vrijdenkers noemende atheïsten t.o.v. de aanhangers van religies) dat helder zien bij die lui in die andere illusieve spelen.

Je omgaan met je omgeving inclusief je omlevenden dient te berusten op actuele eigen zintuiglijke waarnemingen OF OP WAARSCHUWINGEN VAN ANDEREN WAARMEE JE SAMEN LEEFT. Van medemensen dus, in onderscheid van tegenmensen. Tegenmensen, dat zijn de andere spelers van die wedstrijdvormige spelletjes, waaraan jij deelneemt. Spelletjes, gericht op overtreffen en dat overtreffen gebruiken als basis voor rangschikking. Rangschikking, zo duurzaam als maar kan.
========
De wereld is zo’n ILLUSIEF SPEL, zo’n spelletje. Totaal onnodig en ook niet langer, zoals kinderspel, gericht op het aanleren van vaardigheden. JA, er zíjn enkele van elke tienduizend werkende mensen aan het leren. De overigen worden geloofd en geprezen om de ervaring die ze hebben en de kunst van het herhalend gelijk houden van de kwaliteit van hun producten.

Is er iets tegen het doen voor anderen van dingen die slechts met moeite aan te leren zijn? Is er een nadeel dat vastzit aan het specialiseren als producerende?
Het komt in de natuur ook voor: bijenkoninginnen zijn de enigen in de korf (in het bijenvolk) die voor eieren kunnen zorgen. En er zijn nog vele andere voorbeelden en niet alleen bij insecten.
Robinson merkte op ‘zijn’ eiland dat ie heel veel nodigs zelf niet had geleerd. Maar ja, wie raakt er nou ook zó alleen? Nou, iedere bejaarde om wie heen zijn hele familie en zo wegsterft. Maar dat is nauwelijks meer een probleem. Zij gaan vanzelf ook.

In het spel ‘wereld’ zijn er twee ‘partijen’, mensengebruikers (klanten, orderplaatsers, bestellers) en gebruikte mensen. De gebruikte mensen zijn de erfgenamen van de nederlaag, die, als ze degelijk verslagen, timide dus, overkomen, met de productiemiddelen mogen werken (het initiatief ligt bij anderen, zij moeten smeken om gebruikt te mogen worden, ‘solliciteren’ heet dat). Met toestemming van de dienaren van de eigenaren. Die dienaren, die werkgevers worden en in hun inkomen voorzien door minder belonend geld door te geven aan de loonafhankelijken dan ze krijgen van de uitschrijvers van die dwangbevelen die we ‘geld’ moeten noemen. Dwangbevelen, kracht bijgezet door de bewapende afdeling van de bemanning van de (de eigenaren dienende) ordehandhaverij: de politie.
Deze erfgenamen van de nederlaag moeten ertoe gebracht worden te geloven dat dit spel ECHT is, zeg maar: dat de wereld uit zichzelf, van nature, zo gebeurt.
MAAR ALS DÁT GELOOFD WORDT, DÁN IS ER GEEN ‘GEBRUIKTE IN ONBRUIK’, geen werkloze, MEER SCHULDIG, als ie neemt wat ie nodig heeft om voort te bestaan, zonder te betalen (als ie “steelt”).
En dan is ook de gezamenlijkheid, waar die democratieaanbidders het altijd over hebben, het volluk, dat zijn die ‘wij’, verantwoordelijk. Dan moet ook iedereen het werk krijgen als TAAK dat hij kán en wel goed kan. Werklozen mogen niet bestaan, als er democratie is (gelijkberechtiging).
Niks solliciteren, niks private ondernemers en investeerders en speculanten. OVER EN UIT MET DIE ONZIN.

MAAR DÁT IS NU JUIST HET OPMERKELIJKE: ze laten ons door de politie dwingen tot het spelen het ene verhaal (dat van dat zegevieren van de erfgenamen van de overwinning en het sloven van de erfgenamen van de nederlaag) en ze vertellen het andere verhaal (dat van die democratie en die gelijkheid van allen voor de wet enz. enz.).
Vroeger deden de priesters en de dominees dat vals voorlichten van de gewone mensen omtrent de wereld. Zo vertelde indertijd de dominee in de preek dat de Oranjes door God over ons waren gesteld als vorsten. En niet alleen de Oranjes, de hele regering diende geëerbiedigd te worden: vanwege Gods Orde voor en binnen de wereld.

Daar wordt het leven (beter: de leefomgeving inclusief de spelers van het spel ‘wereld’) van de mensen die in deze wereld geboren worden niet begrijpelijker van. Het valt alleen te begrijpen door ‘ondemocratische gedachten te denken’, door ‘te vloeken in de kerk’.
Wij worden van de eerste dag af belazerd. Het is niet waar dat wij onze luiers bevuilden, dat gebeurde VIA ons. En zo is het met AL ONS GEDRAG. O.K. er zit een factor van onszelf bij, die namelijk die probeert te voldoen aan wat nodig is om aan honger en dorst en slaap een einde te maken. Maar alle tekst erbij en alle technische handelingen, hebben we aangeleerd.

Ook Jezus van Nazareth bestreed het pure geloven. Hij nam zijn leerlingen mee naar de kraampjes waar oude muntjes werden verkocht voor gangbaar geld. Dat gebeurde omdat de priesters suggereerden dat de te heiligen tekst (van de joden) letterlijk gelezen moest worden. Dat herkende Jezus als pure volksverlakkerij.
En zie toe: het atheïsme van vandaag de dag is nóg vaak het ontkennen van het waar gebeurd zijn van het scheppingsverhaal en van de opstanding van Christus na zijn dood aan het kruis (der beschaafde Romeinen). Die beschaafden waarvan wij van de oud-gymnasiasten alleen lof, eer en prijs horen.
Van Andries Knevel is de tekst die “Is het waar?” heet en een heel dagboek is. Zíjn vraag is of de opstanding nu echt waar gebeurd is.
Die vraag is net zo relevant als de vraag of Robinson Crusoe inderdaad geleefd heeft en levend en gezond aangespoeld is op een onbewoond eiland.

Het is niet van enig belang of het verhaal in een boek
een verslag, of een droom, of nog iets anders, is.

Het gaat er om dat we dat verhaal, die INVAL DIE EEN ANDER HAD EN UITSCHREEF proberen te gebruiken om zelf betere tekst aan te maken bij wat we opmerken in onze omgeving en van onze omlevenden.
Het verleden en de toekomst en alles wat te ver weg is en ons niet kan raken en door ons niet te raken is, die drie zijn voor ons geen onderwerpen: ZE ZIJN ONS NIET GEGEVEN.
WE KUNNEN ER GEEN KENNIS VAN NEMEN, kennis nemen betekent namelijk ermee omgaan, niet slechts horen en zien. Daarom gooide Jezus die kraampjes ook om. Niet om te pesten, maar om te tonen dat het over echt bestaands ging.

Het is natuurlijk pure onzin om te denken dat je de bedoelingen van Jezus of van Defoe of van Robinson (of van mij) kunt raden en zeker weten dat je waarheid ried.
Daar gaat het ook niet om, het gaat er om dat je al doordenkend gaat inzien dat een menselijk individu niet hoger of zo is dan een individuele beer of mier of huismus of plant.

Die zelfverheffing van het genus ‘homo sapiens’ is écht afschuwelijk, dermate ongegrond. Maar nauwelijks iemand van ons dóet dat ook: wat ons aan tekst (in het Nederlands dus) invalt BEVAT DIE ARROGANTIE REEDS.
HET IS VRIJWEL NIET TE DOEN ENIGE TEKST TE PRODUCEREN ZONDER het juristenverzinsel ‘DADERSCHAP’ in gebruik te nemen. Daderschap en schuld en verdienste zijn verzinsels, in gebruik om bij het mishandelen van mensen door de politie smoezen aan te maken. Dat wordt door de juristen gedaan.
Ja, maar, zo bedoelen ze het niet, tegenwoordig. Oh.

Al doordenkend (door de oppervlakte van dader, datum, plaats heen) ben ik gekomen tot:
WEG MET HET GELOVEN (maar met behoud van het te waarschuwen zijn door die, - zonder eigen winstoogmerk - over je moederen, omdat ze ouder en wijzer zijn). Zelf, - zonder je in gevaar te begeven dus -, met ál je zintuigen datgene waarnemen waar het opvoeden en onderwijzen over gaan. Als dat zelf waarnemen (kennis ervan nemen) niet KAN, dan is er niks aan de hand, dan is het een verhaaltje. Ook goed. Gezellig en je leert er de taal van. Op voorwaarde dat je over die taal en wat die “doet” DOORDENKT.
---------
DOORDENKEN IS KENNIS NEMEN VAN HET NIET ZINTUIGLIJK GEGEVENE WAAROVER GESPROKEN WORDT. Er kan niet bíj gesproken worden. Het je beperken tot bespreken (= bijspreken) is helaas tussen beschaafden onvoldoende. Zij beperken zich niet tot melden wat zij daar dan via hun zintuigen aan kennis hebben.
Wat je slechts van horen zeggen hebben is geen kennis voor, in, bij jou.

 

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *