Jaap Schot, 10 oktober 2003
Er is weer een tweetal woord-begrip-combinaties bij gekomen: de Alsmaaraangroeiende Massa Aangeleerds en de Aztekentrap, die op de zijkant van de afgeknotte-piramide-vormige tempel buiten de stad ligt. Wie die trap opgaat komt hoger dan (maar niet boven) de begane grond waar de wereld is, waar het wereldgebeuren gebeurt en met elke trede komt hij er ook verder vandaan, waardoor onder andere het lawaai hem minder bereikt en de details van het gebeuren daar hem meer en meer niet meer zintuiglijk en anderszins gegeven zijn.
Het doordénken van de rest van mijn ama om deze begrippen te plaatsen en minder pregnante benoemingen en aanduidingen te vervangen door nu mogelijke betere, gebeurt en er valt me dan ook heel veel tekst in. Die moet ik ijverig uitschrijven en ik raak er echt mee achter, met dat uitschrijven op mijn invallen en het noteren daarvan (op de fiets, in bed, op de wc e.d.).
Wat er hier onderwerp is, is dit:
- die tempeltrap is een bespreekbeeld voor wat met een totaal versleten woord ‘filosoferen’ of ‘profeteren’ heet.
- het aanmaken van eigen namen [voor in het onderhavige geval het begrip ‘apperceptieve massa’ van Herbart (als ik het goed heb), zoals door mij begrepen, opgevat, zelf gevuld, zonder netjes de teksten van Herbart te lezen] is om te denken zonder geremd en uit je koers gedrukt te worden door anderen, die met die woorden het hunne bedoelen, is enorm doeltreffend.
- het gaat er om dat mij gedachten invallen, inzichten, verbanden die ik zie / aantref, het verstaanbaar voor anderen verwoorden is van later en een volstrekt aparte zorg.
- de anderen zijn omdat ze ten opzichte van ieder ander en elkander veehouders, houders van gebruiksvee, zijn, vijanden van het ware dat (anders aangeduid: de waarheid die) is aan te treffen, zij dwingen iedereen, als ze dat kunnen, tot het blijven steken in het geldige, in de regels van hun wereld, van de stal en de grazige weiden, de wedstrijden en het door zelfgekozen gebruikers gebruikt en verbruikt worden.
- Die gebruikers die ze aanwijzen en/of bewonderen zijn parasieten en doen hun leiderswerk op een podium, op een schavot, op een hoger plan (vlak / toneel) vooral áchter de schermen en voor de schermen voeren ze (nu ja, een aantal van hen, de echt invloedrijken niet) een vertoning op, spelen ze een rol. Dit feit KENT iedereen al was het maar uit de manier waarop de mediaoutput het bespreekt. Vooral de films over verslagen vijanden zoals Adolf H. en Jozef S. zijn zeer verhelderend, daarin mogen / durven ze vrijwel ‘naar waarheid’, zonder propaganda te moeten maken en politiek correct binnen de besproken systemen te zijn, vertellen wat er, nog in onze tijd van leven!, is gebeurd, is gedaan, ook ‘achter de schermen’, want na de val van zo’n vijandig rijk komen de geheime papieren / verslagen / afspraken eerder in de openbaarheid dan na tig jaar, wanneer gegarandeerd alle relevantie afwezig is en de misdadigers die op het toneel achter de schermen werkten dood en eervol begraven met hun medailles op de kist.
- Ik heb dus vrij helder voor ogen het beeld van een stad met een plein met daarop een verhoogd toneel waarvandaan geleid wordt. En buiten de stad die ruïne van een tempel, niet meer in gebruik, voor niet-priesters en ongelovigen vrij toegankelijk.
- Daarnaast is er dat beeld van die steeds dikker wordende aangekoekte massa die het studieobject van de psychoanalytici was, en vooral van hun patiënten, opdat die zich ziend wat hun opvatten veroorzaakte minder gevoel zouden aanmaken bij wat hen raakte of zonder hen te raken slechts omgaf en waarnaar zij, afgericht op streven en bemoeizucht reikten.
- Vooral het opvatten van de eigen ama als
- in een volstrekt gedetermineerde werkelijkheid ontstaan door leren dat gebeurt en niet gedaan wordt en
- werkend (= veroorzakend) doordat wij als genencombinatie te waarschuwen dieren zijn, vatbaar voor vals alarm, van nature afgesteld op geloven en niet op bedrogen worden en zeker niet op samenleven met bedriegers zonder die iets te mogen aandoen teneinde aan hun bedriegen een einde te maken. De aanwezigheid van bedriegers is een gevaar en schade voor de gezamenlijkheid. Bedrieger ben je tijdens het bedriegen, het is evenmin een eigenschap als schrijver of voetballer of schaker zijn. Bedriegen is een gevechtstechniek, een strategie of tactiek. Gevochten wordt er tegen soortgenoten / groepsgenoten ten onrechte, zolang er
- geen overbevolking is en dus voldoende voedsel en
- geen overmacht ten aanzien van de omgevende roofdieren en ziekten is en dus: belang bij solidariteit.
Ze rangschikken zich en anderen, uiteindelijk om ongelijk te verdelen wat schaars is (en daartoe behoren dan bij mensen in civilisaties ‘de gunsten der vrouwen’ als centraal schaars artikel). Niet ‘gerechtigheid’ of ‘teeltkeuze’ of ‘sterker zijn tegen de omgeving’ of wat ook wordt hierbij, bij rangschikken, nagestreefd, puur enkel en alleen het ongelijk verdelen. Geld en macht en populariteit zijn voorbeelden van middelen die als doel kunnen worden gezien, fetisjisme dus.
0 Reacties