Jaap Schot, 22 november 2003
Het is alom gebruikelijk het gedrag van anderen mede te verklaren uit wat ze geleerd hebben. Men spreekt vrij gemakkelijk van ‘iemand iets leren’. Men bedoelt dan ‘onderwijzen’ en hoewel men daar niet meer aan begint, bij zo’n gewoon woord, ‘onderwijzen’ betekent: ‘door het vorm en inhoud geven aan de omgeving van een ander leren bij/in deze ander veroorzaken’. Leren overkómt ons, is niet een gedrag dat we ook zouden kunnen nalaten, dat we hebben aangeleerd zoals het fluiten van een wijsje. Dat fluiten en zeker dat van dat wijsje, dat kunnen we doen zowel als nalaten. Als we een reden hebben, een waarschuwing of een aangeleerd weten omtrent een positief effect, dan is dat fluiten van dat wijsje als een stuk gereedschap: we kunnen er iets mee doen, we hoeven het niet: we treffen ons niet ineens timmerend of borend aan, ‘doordat wij een hamer of een boor hebben’.
Nee, onderwijzen en leren gaan niet over het aanleren van zulke vaardigheden, niet als ik het er over heb. Ik doel eigenlijk steeds op ‘de moedertaal leren’ en ‘gewoonten en angsten (via waarschuwingen) oplopen’. Het gaat bij mij steeds over de vol geleerds zittende mens ónder de timmerman en ónder de sporter en ónder wie aangepast gedrag als dorpeling vertoont. De functionaris en de persoon zijn oppervlakkige delen van de ama: buitenkant.
AMA = de interpreterende, duidende, kiezende en keurende, door ‘erbij opnemen’ ononderbroken aangroeiende massa aangeleerds.
Wat je niet omgeeft of overkomt, daarvan kun je niet leren. De ama is een massa sporen van wat daar buiten de houder van de ama, was en hem raakte, door hem bereikt werd. De ‘houder’ van het (aan)geleerde, van de ama, is niet de enige bron van initiatief bij het er-komen van deze ama, veel overkomt hem, wordt hem aangedaan, aangesmeerd.
De anderen om ons heen werken niet alleen positief, bijdragend aan onze ama, naast onderwijzen en opleiden houden ze zich ook sterk bezig met geheim en anderszins onbereikbaar (onleerbaar) maken en houden. In school wordt een kind niet ‘street wise’, wat voor ellendig kunnen en weten dat ook moge zijn. “Tussen tuig”, zo verklaart iedereen die (c.q. wiens kind) gepakt wordt, “tussen verkeerde vrienden, andermans kinderen, leerde hij ‘het foute’ “. Ineens zijn ze het volkomen met mij eens: leren overkwam ze, het kwam van buiten. Zodra er echter iets van een medaille te halen is, is het plichtpleging iedereen in je verleden en in je omgeving te bedanken en wordt de eer hoogst individueel gegeven, aan de toppresteerder, het voorbeeld van een dader.
Verhaaltje: bij de Oude Chinezen werden de ouders van de geprezene in de adelstand verheven. Hoorde ik ooit vertellen. Als het niet waar is, is het toch mooi verzonnen.
0 Reacties