Analogie met een microcomputer

Categorieën: Overige teksten

Trefwoorden: onbewerkte versie

A>b:

B>type infoprog.txt

.pl30

.op

.mb0

.mt2

.hm1

.he                         file infoprog.txt/ schijf 44 /blz. #

15 november 1986

 

De analogie tussen een micro-computer en een mens gebruikend

vallen me de onderstaande opmerkingen in.

Als ik iemand een wijze raad geef, neemt deze ander die raad niet

zelden op als informatie, niet als een deel van het eigen,

gedragregulerend programma. Maar, dan geldt: "Iedereen blijven

die *woorden vreemd, welke hij niet in zichzelf verneemt. Slechts

die voornemens die uit het eigen programma komen gaan invloed

hebben op het doen en laten inclusief op wat iemand invalt,

waartoe iemand neigt, wat iemand voelt in reactie op dat wat is

en gebeurt in zijn omgeving. De als informatie opgenomen aanbevelingen worden gebruikt om vanuit het bestaande programma met de

aanbevelende ander om te gaan.

Bij bevolen worden treedt weerstand, (meestal lijdzaam) verzet

op: het bevel te geven tot goed doen en goed nalaten is daardoor

vaak tot onvruchtbaarheid gedoemd. Evenzo gaat het met het kwaad

dat verboden werd. Bevelen en verbieden zijn onjuist gedrag, als

men dat combineert met het goede, terechte als inhoud maakt men

de zaak erger dan ze is. Ook het combineren van 'mededogen' en

mishandelen is zo'n fout. Er wordt (werd) in de N.H.-kerk een

gezang gezongen dat luidde: ...'sla mij met mededogen, gelijk een

vader doet'.

Een opgevoede figuur, een gevormde persoonlijkheid, een groeisel

uit een kind, reageert op tekst over hetgeen juist en onjuist is,

op de in de kindertijd aangeleerde manier: zonder tegenspreken,

napratend, maar de tekst (*de woorden)in kwestie buiten zijn

programma, zijn gedragskeuzedeterminantenverzameling houdend.

De als informatie (voor het lijdelijk verzetsprogramma dat het

individu voor zichzelf gemaakt heeft) in plaats van als instructie (= constructief onderdeel voor het programma) gehouden inhoud

van alles wat anderen omtrent doen en laten zeggen, dringt niet

door tot in dat verzetsprogramma, wordt niet gebruikt om dat

programma om te bouwen. Iedereen die over doen en laten spreekt

wordt opgevat als een gever van bevelen en verboden. De houding

die passend was tegenover de opvoeders, wordt ook aangenomen

tegenover de gesprekspartner. Alle spreken wordt vanuit dat verzetsprogramma opgevat als gevechtshandeling: als bevelen, verbieden, verleiden, misleiden, discussieren en debatteren. Er zijn

nog meer vormen van taalgebruik als gevechtshandeling onderscheiden, onderkend en apart benoemd. Het is van de individuen met een

verzetsprogramma geen gewoonte om met enig ander een gesprek te

voeren of voor zichzelf een zaak (een gedragsalternatievenverzameling) te doordenken. Doordenken en gesprekken voeren komen neer

op het omgaan met de stand en gang van zaken, daarop zijn opgevoeden niet gericht, ze zijn gericht op andere mensen en het

omgaan met die mensen. Het gekeurd krijgen van hun gedrag is voor

deze opgevoeden zo vroeg zo volstrekt gewoon geworden dat ze nog

slechts gericht zijn op het tevredenstellen van de keurende

anderen, door middel van het vertonen van het enig keurbare,

namelijk het overte, voor anderen waarneembare, gedrag. Doordat

niet alle keurende anderen dezelfde normen aanleggen, dezelfde

eisen stellen, neigen de opgevoeden ertoe iedere keurende apart

te leren kennen en voor hem dat gedrag te vertonen dat hem tevreden stelt.

 

Het lijdelijk-verzetsprogramma van zulke individuen is zelf zonder inhoud ten aanzien van het omgaan met zaken. Hun gedrag is

altijd sociaal gedrag, het is altijd omgaan met de keurende

anderen. Hun omgaan met en ingrijpen in zaken is het vertonen van

gedrag. Het gedrag dat zulke opgevoeden vertonen is altijd echt

vertonen.

 

Het eisen van soevereiniteit en het streven naar compromissen

moet gezien worden tegen de achtergrond van deze onzakelijke

instelling. Geen op zaken gericht mens zou ooit naar soevereiniteit en compromissen streven. Geen op zaken gericht mens zou

informatie in de oppervlakte van het cognitieve houden. De op

zaken gerichte mens neemt kennis van wat is, hij verzamelt er

geen op afzender terugvindbaaar opgeborgen informatie over.

 

Het gaat er voor de zaakgerichte mens om wat waar is omtrent de

zaak, niet wie die waarheid heeft geformuleerd of met welk

(""wiens""!) begrippenapparaat deze is geformuleerd. Voor de op

anderen (en op hun groepen) gerichte gekeurde mens gaat het er om

te weten voor wie welke (al of niet ware) uitspraak een reden

voor goedkeuring is. Deze uitspraak zal deze zich ter keuring

opstellende mens dan plaatsen in de bijpassende (juiste) groep

omstanders, teneinde goedkeuring te oogsten.

 

Deze individuen met zo'n lijdelijk-verzetsprogramma kennen zich

zelf als zodanig, als lijdzaam, schijnbaar zich aan keuring

onderwerpend, in verzet.

Het lijdelijk-verzetsprogramma is zeer lonend, men kan zich

handhaven in de wereld der keurenden, in de civilisatie, als

knecht, zonder dat men echt daarbij behoort. Dat niet echt erbij

horen maakt het mogelijk ook mee te praten en mee te voelen met

de wilden, de vrije mensen, de verwilderden, de opstandelingen.

 

Dat meevoelen en meepraten blijft echter een manier van gebruiken

van het lijdelijk-verzetsprogramma: per slot van rekening gaat zo

iemand met een vrije, niet-keurende andere net eender om als met

een keurende ander: het gevoel, gepraat en gedoe blijft onecht.

Het zelf voor zichzelf uit zichzelf ZIJN, KENNEN, (door)DENKEN

treedt niet op: de *woorden (""van de vrije ander""!!) zijn weg

zodra die ander weg is: die *woorden horen bij die ander(en). In

het omgaan met die ander en in het vertonen van gedrag in de

nabijheid van die ander worden de *woorden van die ander gebruikt, als informatie bij het kiezen en vormgeven van eigen doen

en laten.

Zo gebeurt het. Zo wordt het gedaan. Het is mij onbekend of deze

mensen anders kunnen. Ik merk op dat ze het me verwijten wanneer

ik geen genoegen neem met hun oppervlakkig reageren, met hun

overte gedrag, met het vertonen. Ze reageren daar weer op door te

doen alsof ik veel eis. Daaruit blijkt dat ze het lijdelijk-

verzetsprogramma in gebruik hebben. Dat blijkt ook uit de eeuwige

vraag naar het HOE van enig door mij als mogelijk genoemd handelen. De vertoner moet een hoe-te-doen instructie hebben.

Het gaat echter niet om dit oppervlakkig doen en laten.

In een voorbeeld over nalaten heeft Jezus ooit gezegd dat het

niet in het plegen van het overspel zat, maar in het begeren van

's naasten vrouw.

Het is ook moeilijk te zeggen: enerzijds is het waar dat slechts

wat gedaan wordt gevolgen heeft, los van alle bedoelingen en

gevoelens. Anderzijds is slechts wie zelf zich toegang verschaft

tot de bezigheid 'goed gedrag zoeken' zelf levend.

 

Het probleem is enigszins te analyseren door de begrippen cultuur, natuur en civilisatie in te voeren. Verder de begrippen:

jijzelf, de ander(en) en de zaak, liefst ook nog het een of

andere begrip (Gerechtigheid of God) om te ontkomen aan de dictatuur van de meerderheid der omwonende soevereinen.

 

Het probleem kan behalve opgelost ook weggewerkt worden: door te

beseffen dat alles zonder zin is, dat zingeven een spel is, dat

toch niet wordt meegespeeld door alle anderen en dus onspeelbaar

zal blijken omdat de spelers aangevallen worden door spelbrekende

agressoren. Het nihilisme is de moderne, laatste omgang met het

probleem: het wegwerken er van. "Wie zich aan enige regel (gedragskeuze beperkende gedachte) houdt

en zodoende zijn gedragsalternatieven vermindert, terwijl er geen

kans is dat men wordt betrapt op en gestraft voor het overtreden

ervan, is gek." Dat is de grondregel van de massa die uit soevereinen bestaat. Alle macht komt uit de loop van een geweer, al

zijn daarnaast ook sommige mensen nog te chanteren, gevoelig voor

wat sommige anderen van hen denken. Die gevoeligheid is een

zwakheid van hen, het doen alsof ("laten blijken dat") je er

gevoelig voor bent is een voorgeschreven regel voor politici in

sommige landen. Wie macht wil daar moet zich ter morele keuring

opstellen door de massa die de macht verleent. Het cynisme bij

een ander afwezig veronderstellen is geen blijk van intelligentie. Het maximum dat de meeste mensen presteren is: het buiten

hun bewustzijn houden van duidelijke formuleringen van het cynisme vanwaaruit ze leven: doen en laten, voelen, neigen, opvatten

en denken.      --//einde//--

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *