100124AUTODIDACTIEK
================
ZELFONDERWIJS dus, als taalgebruiker je omgeving verkennen. En je daartoe beperken, omdat je in je eentje niet meer kúnt en alle mensen om je heen hier nu afgesteld zijn op alles, behalve onderwijs.
Men heeft aangeleerd en leeft voor: het opvatten van wat iemand zegt (publiceert)
- als een bijdrage in het een of andere debat en/of
- als een product op de markt: ter consumptie (keurend genieten).
Deze manieren van opvatten zijn in de plaats gekomen van
- geloven op basis van
- blindelings gezag toeschrijven en reputatie erkennen, zonder zelfs maar de diploma’s te hebben gezien en van
- het vinden van het passen van de eigen genomen kennis binnen wat de hoorder verstaat onder wat de spreker stelt.
En
- het zelf verkennen / onderzoeken van het (naar de hoorder gist, door de spreker “bedoelde”), het gebeuren (onderwerp) waarbij gesproken wordt. In het geval dat onderwerp voor de hoorder niet aan te treffen, te bereiken, waar te nemen, is, KENT DE HOORDER EEN ANDER FEIT, namelijk dat hij ‘een woord’, (een uitspraak) heeft gehoord. Als die uitspraak de VORM VAN EEN MELDING had, dan was het geven van die vorm eraan wellicht, wie zal het zeggen?, gedaan om het bestaan van dat onderwerp te suggereren.
Het is in ieder geval verdacht als de spreker ‘zijn’ onderwerp, de verschijnselen niet aanwijst. Zoals Torricelli zijn volle kwikbak en zijn lange glazen reageerbuis bij zijn ongelovig gehoor achterliet.
Het ging er niet om dat Torricelli en die anderen tot consensus kwamen, de feiten waren het onderwerp en het komen tot één begrippensysteem om ernaar te verwijzen, dat zou vanzelf voortvloeien door het waarnemen. Als verschijnselen niet in een begrippensysteem (theorie of periodiek systeem of wat ook) passen, des te erger voor de theorie.
==========
Als ik mijn schrijfsels van tig jaar geleden weer lees, dan blijkt mij dat ik daarin woorden gebruikte, waarbij voor mij geen verschijnselen aan te treffen waren geweest, werden, of zijn. Het aanmaken van teksten met die woorden was mij aangeleerd. Door dat aangeleerd zijn te bewijzen, had ik degenen die mij moesten beoordelen ertoe gebracht mij te diplomeren. Zo was dat georganiseerd en die organisatie was en is bemand door functionarissen.
Daarna ben ik, om te dienen voor geld, zelf ‘binnen het geïnstitutionaliseerde onderwijs’, zo’n bemanningslid geworden, zonder dat het bovenstaande mij vreemd was: ik kende het en het bleef niet onbegrepen en niet onverwoord. Integendeel: het al uitschrijvend kómen tot dat bovenstaand nog eens samengevatte, deed ik met vol plezier.
Ik was te werk gesteld, als lesgevende, zo als een klinisch psycholoog, die maagzweerpatiënten behandelde, op basis van die theorie van toen, “dat het van de stress kwam”. Met dit verschil dat ik zelf de buitenstaander wou zijn, die aantoonde dat het bij nader inzien toch een met antibiotica te bestrijden kwaal is.
========
24-1-2010 13:39|474||
0 Reacties