Aztekentrap

Categorieën: 2000, 1 januari – 2004, 31 december | Archief

Trefwoorden: zakgericht

Jaap Schot, 6 oktober 2003

Mijn opstellen zijn bezaaid met datums en voorzien van steeds weer de mededeling dat het mijn tekst is, niet een citaat. Ik vertel niet door en niet na, zonder daar heel uitdrukkelijk bij te zetten, dat ik het tweedehands heb of verzonnen. Alsof de lezer dat niet zou inzien, schrijf ik over alles wat ‘de geschiedenis’ betreft: ‘ik was er niet bij hoor’. Overbodig? Nee. Integendeel. Het vanzelfsprekende zwijgt de waarheid dood. De lezer en ik, wij zijn beide een genencombinatie die aan het gebeuren is, ononderbroken in verandering: ooit waren wij baby’s en moet je nu zien. En wij zijn ama's, ooit waren we analfabeet en niet cynisch, moet je nou zien. Wij leren, nee: leren gebeurt in ons, zoals spijsverteren en dat doen wij ook niet, wij zouden het als bewustzijn dat ons lichaam gebruikt, niet kunnen. Dat ‘het lichaam gebruikende verzinsel met mijn eigennaam’, dat bestaat helemaal niet, werd niet aangetroffen, is een verzinsel, waarin ik zelf word geacht te geloven. Mijn eigennaam werd mij opgeplakt en werd door een ambtenaar genoteerd en blijft levenslang en daarna aan mij gekoppeld. Dat is administratie, dat slaat nergens op. Wij ‘denken’ dat de koe, die 318 wordt genoemd en dat op haar huid geschilderd kreeg, er dan ook niets van mee krijgt, ‘zo te heten’. De lezer en ik zouden dan gevoeliger zijn voor de suggestie van wie ons als gebruiksvee vingen (administratief ‘opvingen’) en registreerden. Die ‘ik’ die wij geacht worden aangemaakt en bewaard te hebben als achterkant van die eigennaam, wordt verantwoordelijk gehouden voor wat er aan gedrag uit en aan gedachten en gevoelens in ons komt en voor ons leren, alsof wij dat wat ‘”wij” leerden’ kozen uit alles wat wij konden leren. Nee, onze ama zelfs koos niet, maar verwerkte en werkte soms (veel) weg. Maar onze ama werd niet door die, “onze” ‘ikken’, die de achterkant vormen van onze eigennamen, gemaakt, gebouwd, gekozen. Al dat verantwoordelijk houden is verbaal / verhalend / bedrieglijk veehoudersgeweld.
Nergens vond (vindt) ooit een wetenschappelijk werkend iemand een geweten, niet door de beperking van zijn apparatuur, maar doordat ‘geweten’ een verzinsel is, zoals de eenhoorn en de zeemeermin en flogiston en ether en alle fabeldieren en alle romanfiguren.
Er is angst en onrust door de ononderbroken brede en geweldige lawine van waarschuwingen en klachten (geklaag, aanklagen, beklagen), door de berichten van oorlogen en ziekten en geweld. Toen hier, nu daar, ver af en dichtbij.
En alles wat gebeurt wordt beschreven als werd het gedaan, door deze of gene of door God, of door het lot. Ook de processen en gebeurtenisreeksen die wij nuchter als volstrekt willoos (“onpersoonlijk” heet dat, als dingen) zien worden als ‘aan het doen’ of ‘gedaan hebbend / de dader zijnd van’ beschreven, kortheidshalve, ten gunste van het ‘makkelijk weg lezen’. De tornado’s en luchtdrukdalen (depressies) krijgen tegenwoordig zelfs eigennamen, voor dat doel: moeiteloos bespreekbaar maken.

Je krijgt een etiket opgeplakt, waarop ze de naam schrijven waarmee zij onder elkaar jou aanduiden, dat noemen ze jóuw eigennaam. Het is hun (vanzelfsprekende) bedoeling, dat jij op de achterkant van dat etiket ‘ik’ schrijft. Wat er door jou gebeurt (je luier wordt vuil, bijvoorbeeld of je eet het koekje dat je vindt en lust) wordt besproken als jouw doen, als door jou gedaan. Daderschap is de kern van het spel. Het is een spel. Geen onderzoeker kan daderschap vinden. Het is er niet, zomin als het aanzetzijn van de schaker.

die smid van die stam
Ollie: heer en Bommel / dat wil modern vee niet zijn, ze ervaren ‘heer’ en ‘bommel als, jawel: etiketten en die plaatsen hen in hokjes en dat willen ze niet, ze zijn uniek, net als oude schoenen: ze zijn hun ama. Maar dat bind voor het bestaan van die ama.
Onze ama kleeft aan ons, zoals modder en bladeren aan onze schoenzolen: sporen van waar we geweest zijn, maar toch niks om respect voor te eisen, dat is ook maar een propagandakreet, dat met dat respect: het is het weigeren je voeten te vegen, dat is alles.
‘koninkje’ spelen: het uiting geven aan hun beeld van koning-zijn: soeverein, onverbiddelijk, onredelijk, niks logisch: mening telt, mening wordt niet herkend als uitwerking via ama van vroeger ervaren / aangedaan krijgen / geconditioneerd worden a la Skinner
die Palestijnen moeten dorpsgewijze worden uitgemoord na een zelfmoordaanslag, dat is civiliseren, nonsens om dat oorlogsmisdaden te noemen en er tegen te zijn, het is je voorouders aangedaan en spreekt nu voor jou vanzelf om door dat etiket met die eigennaam anderen als niet aan jou verbonden te zien. Dat individu en als zodanig aansprakelijk / schuldig zijn is een sprookje van juristen. De joden die het woonhuis van zo’n levende granaat vernietigen weten dat, iedereen KENT dat feit. Het is een typisch voorbeeld van een compromis tussen de waanzin der juristen en de feitenkennis van de echte psychologen om het gezin in dat huis als een werkend gesloten systeem op te vatten en daar met vernietigen op te houden. Die moskee moet plat en alle leiders moeten dood. Anders werkt het niet. Stinkende wonden.

Terzijde: die Palestijnen, dat zijn, net als die andere moslims: middeleeuwers: lui die leven met de bouwsels van een civilisatie tussen hen in, maar die civilisatie is kapot, uitgewoed, verslagen, ten onder gegaan, zoals het Romeinse rijk dat is en in de middeleeuwen reeds was. Dat zijn dus heel andere mensen dan de Noordamerikaanse indianen, dat waren mensen in culturen, stammen, die leefden samen. Wat ze elkaar afdwongen was, ook voor hun gevoel en denken, nog door het zo zijn van de natuur om hen heen daar dan NODIG, PASSEND. De middeleeuwers bewonderen hun parasieten, hebben een beeld van een soevereine koning en de Renaissance die de televisie de middeleeuwers van nu brengt, moeiteloos, is deze dat zij koninkje mogen spelen, als ze het geld daarvoor hebben en de sheiks en Sadams dóen dat ook. De mohammedanen van nu hebben de pest in dat zij op de dimensie geld hebben voor het kopen van speelgoed voor ‘koninkje’, achter liggen op de westerlingen. Verder is er niks aan de hand met die opleving van de Islam. Afgunst, “Ik OOK”!.
Een poosje geleden zei iemand het nog op televisie: “wij, Amsterdammers die de conducteurs op de trams uitspaarden, dachten dat we het nu bereikt hadden dat de gewone mensen de publieke zaak en bezittingen, het openbaar vervoer, als hun gezamenlijk bezit konden opvatten en behandelen.” Nou, toen kwamen die middeleeuwers en die zijn zeven eeuwen achter. Stedenvol lieden die niet eens weten dat er ooit een Franse Revolutie was, laat staan dat ze in hun ama !!! de vorsten als parasieten hebben herkend en deze hebben onthoofd en opgehouden het gedrag van deze parasieten te bewonderen, dat hebben heel veel burgerlijken zelfs nog niet gepresteerd, die zitten hun kinderen nog steeds met de manieren van de hoven van de Lodewijken lastig te vallen.

IK kan spreken, omdat ik het in stilte doe. Ik kan schrijven, uitschrijven wat ik in alle vrijheid denk. Omdat ik het niet publiceer. Ik lijd daar niet alleen niet aan, ik geniet er van. Het is hún wereld, niet de mijne, voor mij is het alleen mijn omgeving. Ik betreur het niet dat het slecht weer is, als ik comfortabel in mijn huis kan blijven, omdat ik niets van buiten nodig heb, dat ik nog niet in huis gehaald heb.

Met hyperlinks kan deze niet uitgewerkte tekst moeiteloos verbonden worden met plekken elders in de opstellenverzameling waar de uitwerking al herhaaldelijk staat.
Ik werk hier niet uit om mijn doordenken niet te hinderen. Met hyperlinks in zo’n verzameling opstellen komen we aardig dicht bij de associatiepsychologie: zo werken in ons beeld ervan de hersens met onze ama. Onze amadragende hersens, die ‘bewustzijn’ genoemde met het geestesoor gehoorde geluiden (ons invallende tekst) en met het geestesoog gezien beeldmateriaal ( bespreekbeelden zoals die Aztekentrap op die afgeknotte piramide) en films // dromen) aanmaken.

Volkomen ten overvloede voor mijzelf en ieder ander die mijn werk, mijn opstellenverzameling kent:
Ik heb een veel betere oplossing dan dat geweld: niet streven naar werkgelegenheid, niemand wil werken, want dat is vernederd worden. Iedereen wil koninkje spelen en daarvoor is werken een middel tussen met wapens bedreigd worden door wie hetgeen jij hebben wilt om je koning te tonen bezitten enerzijds en het hebben van geld om die dreiging af te kopen, om te mogen nemen wat je wilt hebben, anderzijds.
O.K. Werkgelegenheid wordt dus alsmaar schaarser door het maken van machines om het werk zonder tegenzin te doen, dus goedkoper ‘op de lange duur’.
Betaal je vijanden (de niets bezittende overtollige mensen) voor kunnen in plaats van voor doen (werk, uitvoeren in opdracht). Laat ze bewijzen geleerd te hebben en betaal ze voor hun kunnen, hun slagen en om de vijf jaar voor hun nóg steeds kunnen. Dan blijven ze bezig, onschadelijk, en ze kunnen toch, in een deel van hun tijd, de vrije tijd, doen wat ze hebben leren willen: koninkje spelen: vertonen wat ze kunnen (laten) doen.
Boek de kosten op de rekening ‘defensie’, want defensie is het. Het is goedkoper en “”beschaafd(er)””. Alsof wat nu gebeurt beschaafd was en door deze manier van omgaan met de overtollige als vee gehouden mensen. Hou toch op. Het is niet alleen niet beschaafd, maar het is ook dom.
De USAmerikanen werden in het WTC eindelijk in hun bezit getroffen, die torens waren niet, zoals wapens en soldaten, bedoeld (door de aanmakers / africhters) om verloren te gaan, vernietigd te worden om de aanmaakfabrieken draaiende te houden.
Er is geen ‘werk’ genoeg, ook niet te verzinnen, en ze hebben de pest aan werken (‘ze’ = het gebruiksvee) betaal ze voor kunnen (daartoe moeten ze elkaar onderwijzen en overhoren en examineren en controleren, verdeel hun belangen, zodat ze elkaar in toom houden en niet frauderen, dat is een kwestie van wetten laten maken door niet-juristen, door wetenschappelijk geschoolde, zaakgerichte, niet zakgerichte lieden).
Ik duid het alleen maar aan, heb het al ettelijke malen doorgedacht en uitgeschreven en het kan me helemaal niets schelen: het is hún wereld, niet de mijne, het zal mijn tijd wel duren en ik eindig, en nu eens ten koste van alle anderen die dat zo graag zo wilden en willen: op mijn vel en met mijn dood. Ik haat ze niet en ik hou niet van ze. Ze zijn me als de mieren in mijn tuin, ik weet niet eens of daar nog mieren wonen.

Zo’n trap tegen zo’n piramidevormige tempel op, geeft trede na trede een groter afstand van en meer zicht over en op hetgeen aan de voet van de tempel, in de stad gebeurt. Overzicht kost details. Wie vanaf een hoogte geregeerd wordt, dient het feit te kennen dat hij een niet van anderen te onderscheiden stipje is voor de hoog staanden die de beslissingen over hem nemen.
Ik schrijf mijn wereldbeeld uit en maak het voor de lezer beschikbaar. De lezer zal ervan overtuigd raken, zal inzien, dat mijn wereldbeeld, er een is naast andere, naast dat van de lezer. De lezer staat al of niet ook op de een of andere trede van die trap en kijkt deze of gene kant uit. Hij in zijn en ik in mijn wereldbeeld, wij moeten ons bij dat beeld helder bewust maken en houden wat ons gegeven is, en wat wij, om er enige orde in te brengen, aan die opgemerkte gegevens toevoegen. Het is ook van belang onze wereldbeelden niet met elkaar te vergelijken en er dan ruzie om te zoeken welk beeld juist is. “Welke foto van de Eifeltoren is DE foto?”, dat vraagt toch ook geen Japanner: ze nemen allemaal een foto, één foto minstens.
Ik zeg er in opstellen ook heel vaak bij, - geef er door het over iets anders vanaf diezelfde trede gezien ook te hebben, bij aan -, op welke trede ik sta, bij dat uitschrijven van dat van wat mij toen inviel. Toen, elk opstel, eigenlijk elke opmerking, laat ik vergezeld gaan van de tijdsopgave. Enige tijd later en enig leren verder, is die ‘ik’ die deze opmerking maakte, aan wie dit inviel er niet meer. Onze eigennaam geeft ons geen duurzaamheid, geen te bewaren zijn, van wat dan ook van ons: als genencombinatie lopen wij af, voltrekken wij ons in de tijd als een proces, en als appercepiërende massa aangeleerds [ama] ook. Wij bestaan niet, wij gebeuren. Wat (in de oude ‘voorwetenschappelijke’ taal en in de juristentaal) ‘doen’ wordt genoemd, is ook niets anders dan een deel van ons gebeuren.
Wij, mensen, zijn te waarschuwen dieren en dus suggestibel. In de ama van ieder van ons zijn vele tegenstrijdige, in ieder geval onverenigbare suggesties binnen gekomen (“gebracht” luidt de oude-taal-term) waaruit wij moeten en kunnen kiezen bij onze gedragsdeterminatie. Dat kiezen gebeurt, op basis van telling van de frequentie van die suggesties in de laatste tijd. Vele malen herhaalde en naast elkaar door verschillende stokstaartjes geuite waarschuwingskreten overstemmen bij die keuze de daar dan de laatste tijd zeldzamere.
Ik maak mij, door mijn uitschrijven een omgeving van taaluitingen/waarschuwingen/suggesties/raad, die het gelul van vroeger en van anderen nu nog, overstemt.
Ik schrijf voor mij, niet voor een lezer.
De lezer die dit begrijpt, zal zich zelf zijn eigen ‘omgeving van t/w/s/r’ gaan aanmaken, dagelijks.
Zo wordt een mens in z’n eentje zo zeker en rustig t.a.v. zijn gedragskeuzes als een volksstam en ik kan de lezer verzekeren dat zulks buitengewoon goed aanvoelt. Voor wie het doet, de anderen om hem heen, bezig te pogen hem/haar te gebruiken, zullen hun suggesties zien stuklopen, wat niet goed is voor de markt.

Uitschrijven is heel erg goed voor een ama. Maar uitschrijven van wat je zonder dat je die trap opklimt: je uitschrijven, je bespreken, je tekst aanmaken, je tekst, meta-bespreekt, is zinloos. Meta-bespreken is in dit beeld van dit opstel: die trap opgaan en afdalen, telkens weer. Details en concrete illustratieve feiten halen en dan weer omhoog: verbanden zoeken, zien en onderscheiden en benoemen en bespreken en doordenken.
Wat een gedoe? Nee, je voorziet jezelf van die krant, dat tijdschrift, die televisie, die radio, die je eigenlijk zou willen hebben en eigenlijk nodig hebt: op jouw niveau, dat niet hetzelfde blijft, integendeel, je metabespreekt (= gaat een trede hoger) voor je er erg in hebt. Let dus op: of je metabespreekt en werk dat uit, kijk dat goed aan en goed na.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *