Begrijpen

Categorieën: 1973-1986 Docent lerarenopleiding, Rijksuniversiteit Groningen | Archief

Trefwoorden: geloven | Lewin (Kurt) | onderscheiden

Jaap Schot, 3 april 1985

Ik weet niet of de begrippen, onderscheidingen en relaties, ondergebracht in verhalen en schema's, uiteindelijk ons doen en laten beïnvloeden. De doctrines der verschillende religies zijn wellicht, misschien, mogelijk ook alleen maar uitdrukkingen in taal van wat de betrokken sprekende profeten aan krachten en neigingen in zich voelden werken. Misschien namen de eerste gelovigen toen ze de profeet volgden alleen maar zijn gedrag inclusief zijn spreken bij zijn handelen over omdat hij hun voorman was of omdat ze er voordeel bij hadden. Zulk voordeel kan zich eventueel beperken tot 'niet alleen zijn'. Hoeveel profeten zullen er niet geweest zijn die hun verhaal niet aan de man hebben kunnen brengen, omdat er niemand voldoende voordeel uit kon halen.

Om te denken hebben we heldere en duidelijk onderscheiden begrippen nodig. We brengen die soms onder in aansprekende verhalen, zoals de gelijkenissen in de bijbel. Soms brengen we ze ook onder in getekende schema's, zoals die landkaart van de levensgebieden die ik tekende. Op die landkaart grenzen de terreinen, de geldigheidsgebieden van maatschappij, civilisatie, cultuur enz. aan elkaar. De grenzen zijn aan te duiden door te verwijzen naar gevoelens van schaamte, verontwaardiging, verwarring enz., die optreden als er binnen een bepaald gebied gehandeld en geoordeeld wordt volgens regels die in een ander gebied thuishoren.
We merken op dat menigeen alle regels en alle gebieden onder een noemer brengt en voor die noemer dan de naam gebruikt van een der onderscheidbare en onderscheiden beleefde gebieden. Ik weet niet of deze reductie in het onderscheidend spreken wel leidt tot een gelijke reductie in het onderscheiden beleven. Ik vermoed van niet. Het analyseren en nader differentiëren binnen de leefruimte wordt afgedwongen door de frustratie, die voortkomt uit de verboden die op de verschillende gebieden gelden.

Kurt Lewin kwam op die tekeningen van de life space der mensen naar aanleiding van de inperking van de bewegingsvrijheid der Joden in Nazi-Duitsland [zo heb ik me laten vertellen; of het zo is geweest is vanzelfsprekend (-in mijn kijk op de wereld-) totaal onbelangrijk, het maakt het onthouden gemakkelijk, voor mij tenminste, anderen dienen zich een voor hen/ bij hen werkzame "kapstok" of "ezelsbrug" aan te schaffen] .

Ik vat begrijpen op als een middel om [-in geval van frustratie van gewoontehandelen, gepaard aan remmingen om uit te proberen-] zonder handen, zonder aan te raken, zonder te handelen, te zoeken naar mogelijkheden om te handelen, aan te grijpen, te ontsnappen.

​Dat handelen, aangrijpen en ontsnappen moet in omgaan met de tastbare werkelijkheid gebeuren. Alleen wat daar, in de tastbare werkelijkheid buiten ons, is, hoeft en moet in ons begrippensysteem aanwezig zijn. Het invoeren van bedenksels is onwijs. Wanneer we in ons pogen te hanteren of te ontsnappen rekening houden met [rekenen op of ons laten weerhouden door] iets wat er niet is, wat niet bestaat, dan maken we een fout. Ingewikkelder is dat niet.

We doen er dus goed aan ons voor in geval van nood een verzinselvrije en maximaal gedifferentieerde (onderscheidingenrijke) kaart van onze levensruimte aan te maken.

We zitten fysiek, lijfelijk gevangen in de wereld, psychisch, voor wat betreft wat ons aan gevoelens bewust wordt in de samenleving. Dat beseffen we wanneer we tot ons laten doordringen dat we ten aanzien van het overleven zelfs al in de natuur, laat staan het leven er in, invalide gemaakt zijn en er ons bovendien zelfs geen ruimte overgelaten is om te leven buiten de wereld te proberen te leven: alle bewoonbaar aardoppervlak is al van iemand en wordt al met wapens verdedigd tegen ingebruikneming door anderen. Wij zijn gevangenen. Het bovenstaande over het voor geval van nood gereedmaken van een gedetailleerde kaart van onze leefruimte, betreft dus de leefruimte binnen een (onze) gevangenis. Die leefruimte kennen we wel zo'n beetje en we laten ons ook vaak in verregaande mate door de mensen in onze omgeving ons doen en laten daarin suggereren. Als ons niet al teveel onthouden wordt, houden we ons koest. De politiek gaat over de ononderbroken verbouw van de gevangenis en in het beste geval houden we ons wat vagelijk op de hoogte van de plannen en ingrepen waarover gesproken wordt. De politiek heeft het alleen in geval van overheersing door een niet al te sterke andere nationale staat over 'bevrijding', maar dat woord betekent in die context niet veel meer dan het aanstellen van andere directeuren en wat oppervlakkige wijzigingen in het regiem. Politiek is oppervlakkig, het betreft niet de bevrijding uit de gevangenis in kwestie. Zelfs de revoluties zijn niet zeer doordacht gericht geweest op het vernietigen van de gevangenis, op het ongedaan maken dus van civilisatie en cultuur, op "terugkeer" (als diersoort, als mensheid in dit geval) naar leven in het wild. We zijn gevangenen zonder hoop op ontsnapping naar leven in het wild, in vrijheid. We zien het niet als een mogelijkheid om ooit ons eigen leven te gaan leven, ooit individueel tot "zelfbestuur" te komen. In deze staat van hopeloosheid en uitzichtloosheid beschilderen we de muren van onze cel, de wanden van de ruimte waarbinnen we gevangen zitten, met verzinsels. Verzonnen verhalen worden niet beperkt door de eis dat ze waar zijn. Verzonnen platen, tekeningen, schilderijen en beelden zijn geen afbeeldingen en worden dus niet beperkt gehouden door wat is, binnen onze gevangenis die 'wereld' heet of daarbuiten.

In de concrete cellen van de concrete gevangenissen die nog weer binnen ons aller gevangenis voorkomen, zijn de pin-up girls aan de wanden ook veel mooier, als van plastic, dan de niet beschikbare vrouwen 'buiten'.

Zo onecht als pin-up girls zijn ook de gedachteconstructies en figuren waarmee de bewustzijnsindustrie ons de wanden van onze cellen beschildert. God, het Vaderland, de vooruitgang, de beschaving, de ruimtevaart, de technologische toekomst, de hemel, ons concrete leven later, 'als we groot zijn', als we nog kind zijn, onze carrière, de wereld na de revolutie, de stand en gang van zaken nadat bij de volgende verkiezingen partij X gewonnen heeft en zo voorts.

Omdat het geheel van wat er op aarde, in en vanuit de wereld, plaatsvindt, niet gekend en tegelijk ook positief gewaardeerd kan worden, is ook het zich beperken tot deelgebieden en details een middel om een blij makend onderwerp in plaats van de werkelijkheid te stellen. De wanden van de ruimte waarbinnen men gevangen zit, worden beschilderd met een uitvergroting van een onderdeel, een detail, van het geheel. Deze oplossing heeft het voordeel dat ze niet te beschuldigen is van het invoeren van verzinsels. Men kan zelfs stellen dat de uitspraken in kwestie waar zijn en de voorstellingen exacter en rijker aan onderscheidingen dan wat een mens ziet met het blote eigen oog. Binnen het uitvergrote detail kan de deskundige ingrepen doen, die voor wie op eigen kracht met eigen ogen leeft en handelt in de hele werkelijkheid onmogelijk en onbegrijpelijk zijn. Alles wat binnen de uitvergrote details aan ingrepen plaatsvindt, gebeurt binnen en vooral ver van de grens tussen wereld en natuur, ver van de grens tussen gevangenschap en vrijheid, ver van de prikkeldraadversperring, om in concentratiekamptermen te spreken.

Het 'maximaal gedifferentieerde' van de kaart van onze levensruimte dient dus wel goed verstaan te worden; overdetaillering kan, en nodigt tot rondkruipen binnen je cel. Ik bedoel met de kaart van onze levensruimte een kaart waarop ook dat wat buiten onze cel en buiten onze gevangenis is, is aangegeven.

De vraag waarmee ik me in dit opstel bezighoud is of het aanmaken en hebben van zo'n kaart enig nut heeft, zodra, zolang en in zoverre ontsnappen toch onmogelijk is. Men kan denken: het gevangen houden van soortgenoten door mensen zal blijven bestaan, nu het eenmaal uitgevonden is, zolang er mensen zullen zijn op aarde. Wat er na het grote sterven der miljarden anders zal zijn is de hoeveelheid mensen en daardoor de techniek van gevangenhouden, maar verder niets. Dan en nu is het alleen maar zaak tot de cipiers te behoren.

Tot het verstandig omgaan met de gegeven omstandigheden behoort het deze niet duidelijk onder woorden te brengen in het spreken met anderen, hoe meer die dwalen, hoe meer voordeel je daarvan kunt hebben. Vooral kinderen en jongeren moeten zo onwetend mogelijk gehouden worden omtrent de werkelijkheid buiten hun cel. Ze ontdekken die op enig moment waarschijnlijk toch en de onhandelbaarheid die daaruit voortvloeit komt altijd ongelegen, altijd te vroeg. Pas als ze de toestand waarin ze verkeren duidelijk inzien en overzien kunnen ze ook kiezen tussen het zinloos blijven verlangen enerzijds, waarin we zoveel mogelijk mensen zouden willen houden en het in competitie gaan om de kapo-posities (om weer eens een concentratiekampterm te gebruiken). Gevangenen zonder goed begrip van hun gevangenschap en zonder kaart van de gevangenis kan men leiden. Een leidinggevende positie is een positie waarin men belang heeft bij het blijven van de stand en gang van zaken zoals die zijn.

Let wel er is niet alleen een stand van zaken, er is ook een gang van zaken, een ontwikkeling, niet een cirkelgang. Ontwikkeling is een propagandaterm voor verandering. Verandering is de neutrale term.

Ook degenen die onder leiding werken, met hun gedachten bij iets anders, een hobby, een vorm van leedbestrijding of een fictie, worden door voorrechten die ze gegeven krijgen, medeplichtig en behoudend gemaakt. Ze hoeven hun belang niet zelf te stellen, dat werd door de gang van zaken gedaan, ze werden tot belanghebbenden gemaakt. Behoorlijke lonen, een deel van bezit, deel aan welvaart, deel aan de groei van het nationaal product, verkregen, niet veroverde voorrechten [boven jongeren en tegenover minder vaak (in gehoorzaamheid pogend en strevend) geslaagden], dat zijn allemaal voorbeelden van belangen die ook de positielozen hebben binnen de gevangenis. Zij kozen niet voor een kapo-positie, zij stelden zich niet op als gebruikers van de gevangenschap, zij zochten en kregen geen macht over anderen, met gebruikmaking van het gevangenhoudend ( = bezit verdedigend) geweld.

Vanuit het wild de stand en gang van zaken binnen de gevangenis die wereld heet, beziend, keur ik het bestaan, dat is het gebruik af van macht over anderen, van geweld en bedreiging daarmee, van harde en zachte terreur, van chantage en chicane en alle andere vormen. Ik keur dat alomtegenwoordige vechten af, waarbij alles wat mensen kunnen tot een gevechtshandeling gemaakt kan worden en alles wat ze doen als zodanig beschouwd.

Het leven in een ( in ons geval hiërarchisch) georganiseerde samenleving houdt in: de mogelijkheid en daarmee de kans op het uitoefenen van macht over anderen. Het bestrijden van zonde met straf (goedgekeurde mishandeling) schept de mogelijkheid van chantage (blackmail). Ook het belonen van anderen voor gedrag dat men hen wenst, b.v. de no-claim-korting op verzekeringspremies, leidt niet slechts tot positief doen en laten.

WELLICHT ZOU HET ZOEKEN NAAR VLEKVRIJE SOCIALE TECHNIEKEN BINNEN DE GEVANGENIS DIE WERELD HEET, EEN POSITIEVE BEZIGHEID ZIJN.

MEN DOET NU ALSOF MEN NIETS ANDERS WEET TE VERZINNEN DAN DREIGEN MET EN UITVOEREN VAN MISHANDELINGEN, DIE MEN STRAFFEN NOEMT, WAARBIJ MEN SOMS HET NALATEN VAN ZULK MISHANDELEN ALS BELONEN PROBEERT VOOR TE STELLEN.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *