Begrippenapparaat

Categorieën: 1973-1986 Docent lerarenopleiding, Rijksuniversiteit Groningen | Archief

Trefwoorden: begrippenapparaat

Jaap Schot, 26 februari 1986

Wat ik tot nu toe gedaan heb is te vergelijken met het samenstellen van een apparaat uit losse, beschadigde, verroeste onderdelen. Anders: het herstellen van apparaten uit de zoals boven te beschrijven onderdelen daarvan. Ik heb het over de begrippen, die onderdeel waren en/of kunnen vormen van een begrippenapparaat. Ik heb mij een eigen begrippenapparaat gebouwd uit zulke door mij los, beschadigd, gedeeltelijk vergaan en buiten werkende orde aangetroffen begrippen.

Woorden zijn namen van begrippen. Als ik de begrippen die ik gebruik wil aanduiden gebruik ik daarvoor woorden, termen, zegswijzen en uitdrukkingen. Begrijpen echter is een omgaan met de kennis van de werkelijkheid, een woordenloze, taalvrije omgang (bezigheid of beter: gebeuren). Begrijpen zie ik in mij noch om mij gebeuren, ik besluit slechts 'logisch' ertoe dat het gebeurd (onbewust gedaan, door mijn brein, een "zwarte doos" in mijn lichaam) moet zijn. Ik kom tot die slotsom op grond van de tekst die voor mij waarneembaar wordt op het beeldscherm van mijn bewustzijn, een tekst die ik een 'verwoording' noem van het begrepen (in begrippen gevatte) kennen. De woord-begrip- combinaties die in diezelfde zwarte doos van mij gebruikt zijn om mijn begrip van mijn kennis van de zaak te coderen, hoeven niet gelijk te zijn aan de woord-begrip-combinaties van een eventuele hoorder of lezer van mijn tekst. Tussen het in mij / door mij zelf horen / lezen van die tekst via het "televisie-programma" van mijn bewustzijn en het waarneembaar zijn van die tekst voor een ander ligt mijn daad van publiceren (uitspreken en/of uitschrijven. Het onthullen van wat er op mijn geheime bewustzijnsbeeldscherm verschijnt is een daad, want ik kan het doen en ik kan het nalaten. Kunnen doen en kunnen laten is de voorwaarde waaraan voldaan moet zijn wil iets een daad genoemd kunnen worden. Het is dan ook geen opleiding tot daden stellende mens, die wij op onze scholen krijgen, maar een afstelling, een reductie tot gespecialiseerde, tot biologisch geproduceerde robot/computer, die gedwongen is door het niet zonder ruilen in zijn eigen nooddruft te kunnen voorzien, om te doen wat hij heeft geleerd; zulk een robot, ten onrechte nog 'hij' of 'zo iemand' genoemd, kan niet nalaten, krijgt daartoe niet de gelegenheid. De keuze is slechts die tussen 'doen' enerzijds en 'niet voortbestaan' anderzijds. De specialisering der mensen in de civilisatie op de scholen en opleidingsinstituten zadelt deze mensen op met uiterst zware consequenties van weigeren om te zijn wat je verleden van je gemaakt heeft, wat in het verleden van je gemaakt is, door anderen, die jou opvoeding en scholing deden ondergaan ("genieten") onder dwang. Consequenties omvatten voornamelijk reacties, dat zijn door anderen kunstmatig, "lonend" / "straffend" toegevoegde, er aan vastgeknoopte gevolgen.
Ik heb vastgesteld, geconstateerd, dat menigeen (met of zonder erg) bezig is begrippen te gebruiken los van enig begrippenapparaat waarin het begrip zou kunnen functioneren. Mijn schoolvoorbeeld daarvoor is 'slachtoffer' voor geschade betrokkene. De extra lading naast "betrokken en geschaad", de betekenis van het woord 'slachtoffer', functioneert niet in hun (op grond van dat niet functioneren dan ook dus onnodige en zelfs ongewenste) gebruik, zeg maar misbruik, van het woord. De spreker die het woord 'slachtoffer' weer wil gebruiken voor het aanduiden van (= voor het wijzen zonder vinger, maar met behulp van een woord naar) het begrip slachtoffer, slaagt daar niet meer in. Het woord is daarvoor onbruikbaar gemaakt door misbruik.

In de civilisatie zijn de mensen met elkaar in strijd gewikkeld om de onderschikking en bovenschikking, om het meester en knecht zijn, om de baasschap, om de status, om de plaatsen op de maatschappelijke ladder. Die strijd wordt grootstendeels gevoerd met tekst, met bedriegen en bedreigen. Voor bedriegende en bedreigende teksten worden de woorden gebruikt. Ook teksten die als hulp voor de kinderen en andere zwakken bedoeld zijn, zijn strijdmiddelen. ook voor wie die helpende teksten maken zijn de woorden wapens. De helpende tekst is niet zelden de tekst die de wapens onbruikbaar maken dergenen die aan de winnende hand zijn.

In het kader van die strijd is de waarheid uitzeggende tekst vaak geen gerichte hulp voor de zwakke en voor de ten onrechte verliezende. Op grond van de door allen die niet winnen en wonnen en verwachten te winnen aangehangen PANTISOCRATISME (iedere deelnemer behoort gelijke kansen te hebben en verliezen door deelnemen mag nooit resulteren in buiten bezit van het voor biologisch volop functioneren nodige brengen) is ieder diepgaand schaden gelijk aan onrecht. Het langst bleef de sport een religieus ritueel, waar de onaantastbaarheid van het lichamelijk en geestelijk welzijn van de tegenspeler, gold. Dat ritueel is nu gecommercialiseerd en verworden tot een deel van het maatschappelijk, dat is zedeloos (want buiten de traditionele cultuur zowel als buiten de natuur plaatsvindend) gebeuren.

Het vernielen van begrippenapparaten van anderen [van wie men immers niet kan weten of ze het al of niet goed (rechtvaardig, nobel, sportief) bedoelen] wordt door velen met de beste bedoelingen in het vuur van de strijd in de civilisatie gedaan.

De taal opgevat als de verzameling begrippenapparaten en beelden waarvoor woorden zijn geijkt, is de basis van het kunnen vechten met woorden. Omtrent de taal geldt: het vechten (met gebruikmaking van woorden) vernietigt en doet vormen. Een evenwijdige uitspraak kan gedaan worden over de ('koude', onverklaarde derde wereldoorlog) van tegenwoordig en de wapensystemen: deze oorlog vernietigt de wapensystemen zonder dat deze daarvoor veel gebruikt hoeven te worden en het doet nieuwe systemen vormen. Het is een bewapeningswedloop, dat is best een goed woord, zij het dat het wel een erg vredig en sportief gebeuren schijnt te benoemen; anderzijds is het wedlopen bij wereldkampioenschappen en olympische spelen bijvoorbeeld al lang niet meer zo vredig en even nationalistisch en onzedelijk (mensenverachtend-als-individu terwijl men ze prijst als presteerder).

Lang niet alle woorden maken deel uit van begrippenapparatuur. Het grote aantal woorden waarmee soorten dingen (soorten auto's, soorten schepen, soorten wapens, soorten bier, soorten dieren, kleuren, dansen, muziekstukken, literaire vormen enz. enz.) worden aangeduid kan voor wie zich een eigen begrippenbewapening in elkaar wil knutselen buiten beschouwing gelaten worden.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *