Beperktheid van de mens van nature

Categorieën: 1986, 1 april – 1989, 31 december | Archief

Trefwoorden: Robinson Crusoe

Jaap Schot, 7 maart 1987

Iedereen heeft slechts 7 maal 24 uur per week aan tijd tot zijn beschikking.
Wie over meer tijd wil beschikken moet een ander gebruiken.
Die ander wordt door dat gebruiken kleiner gemaakt, hij krijgt minder tot zijn beschikking. Meestal neemt die ander op zijn beurt een derde in gebruik. Zo spreidt men het gebruikt-worden en zo komt er een aantal mensen dat niet meer de gelegenheid en / of de kracht heeft om op zijn beurt van anderen tijd te stelen.
Het zou positief zijn als zij de enigen waren aan wie het gebruiken van tijdbesparende energie-gebruikende machines e.d. zou zijn toegestaan. Dan vloeide de druk die men op elkaar uitoefent, uiteindelijk weg in die machines.
In werkelijkheid, zo weten we allen, is het zo niet geregeld. Vele mensen worden van hun tijd (en hun aandacht en hun energie enz.) beroofd zonder dat ze daar ooit voor kunnen compenseren.

Om menselijk, op een voor mensen te verantwoorden manier samen te leven, moet iedereen een deel van zijn tijd (en aandacht en energie) besteden aan de anderen met wie hij in aanraking komt.
Wie al van zoveel tijd enz. wordt beroofd dat hij krap zit, zal de fout kunnen maken de mensen met wie hij in aanraking komt de hen (op basis van de eis van menselijkheid) toekomende tijd enz. te onthouden.
Wie deze fout maakt ontneemt deze ander geen tijd, maar verwaarloost deze ander. Dat verwaarloosd-worden kan die ander zeer veel tijd enz. gaan kosten.

In een dichtbevolkt land kan het niet worden voorkomen dat je anderen belast. In een dichtbevolkt land waar je niet als verwanten bijeen blijft wonen, komt een deel van wat bijeenwonende verwanten voor elkaar doen, als taak te rusten op de buren. Die buren zijn vreemden, niet-verwanten dus. Die vreemden zijn vaak zelfs vreemden met wie je geen gemeenschappelijke taal of belangstellingen hebt.
Een geïndustrialiseerde, geciviliseerde samenleving zoals de onze, kenmerkt zich door het veelvuldig verhuizen van mensen. Er komen mensen naast elkaar te wonen die elkaar niet kennen van vroeger en die van elkaar sterk verschillen (voor wat betreft taal, idealen, belangstelling, gewoonten en zo voorts).

In zo'n samenleving staan vrijwel alle mensen onder druk, dat wil zeggen: worden bijna alle mensen door anderen voortdurend van tijd, aandacht enz. beroofd. Voor deze mensen onder druk is tijd een schaars goed. Als vreemde, die alleen maar in hun buurt is komen te wonen tijd enz. eisen voor jouw belangen komt neer op het vragen naar een geschenk van een schaars goed. Voor het gevoel van zulke mensen-onder-druk vraag je hen als vreemde om een duur cadeau.

Het hoeft je niet te verbazen als je dat cadeau niet krijgt. Je kunt het echter wel opeisen, want het is niet zo dat ze je dat cadeau op den duur kunnen onthouden. Wat zij een cadeau willen noemen is niets meer dan dat waar je recht op hebt. Niet het recht dat de staat afdwingt, maar het recht dat de anderen om ons heen wel moeten afdwingen om de wereld (de menselijke samenleving, de massa) leefbaar te houden.

De staat is het die het je verhindert om eigen rechter te spelen. Dat is alleen te verantwoorden wanneer er een aanspreekbaarheid tussen de burgers is en wordt afgedwongen als deze niet spontaan optreedt.

Het kan gebeuren dat ook derden weigeren je te helpen om van je buurman constructieve tijdbesteding aan jouw door hem veroorzaakte problemen te besteden. Pas dan is het zo dat jij er alleen voor staat ervoor te zorgen dat zijn zich ergeren aan jouw gezeur de buurman in kwestie meer tijd kost dan "het cadeau" dat jij van hem eist.

Oneigenlijke compromissen

Veel mensen zijn van huis uit niet zulke lieden die andermans tijd willen besteden om zelf groter te zijn dan ze van nature zijn. Veel mensen hebben zich aan het gebruikt worden zoveel mogelijk onttrokken en willen zelf op hun beurt niet anderen van hun tijd enz. beroven.
Deze mensen leven gevaarlijk: hun zachtaardigheid wordt volstrekt zeker door lui onder druk tegen hen gebruikt.
Die lui onder druk en via hen de lui die groter willen zijn dan ze zijn, de lui die tijd enz. roven, zullen van de zachtaardigen alles nemen wat die zachtaardigen niet verdedigen.

Uiting geven aan je zachtaardigheid (vredelievendheid) wordt je onmogelijk gemaakt zodra, zolang en in zoverre als je aangevallen wordt. De aanvallers zijn van twee soorten: de onder druk staanden en de onder druk zettenden, de onderdrukten die op hun beurt de druk doorgeven en degenen die op eigen initiatief, onder het motto "dat kunstje kan ik ook" onderdrukkers werden.

Het niet op jouw beurt tijd enz stelen van en onthouden van derden, is niet voldoende om echt vredelievend te zijn. Ook het onrecht dat aan derden aangedaan wordt is onrecht. Echt o.k. gedraag je je pas als je het systeem van onrecht aandoen breekt, je kunt je niet aan het helpen van zwakkeren die ontrecht worden onttrekken.

Het helpen van onderdrukte enkelingen en groepen is niet doeltreffend, het gaat er om een einde te maken aan de bezigheid onderdrukken.
Dat onderdrukken kan door de daders zelf gebeuren, soms op eigen initiatief, soms al doorgevend. De wereld is zo ingericht (met voorrechten, waaronder bezit en geld) dat menigeen het onderdrukken van anderen ook voor zich kan laten doen, als loonarbeid bijvoorbeeld of onder de druk van zachte terreur (dreigen met liefdesverlies en met eenzaam maken, in de steek laten bijvoorbeeld).

Druk, tijdroof enz. doorgeven is ook een vorm van onrecht doen, evenzeer als het op eigen initiatief roven en anderen onder druk zetten.
Je verdedigen tegen onderdrukking is een vorm van geweld uitoefenen.
Geweld uitoefenen is ongelijk aan kwaad doen.
Niet alle geweld uitoefenen is kwaad doen.
Ieder menselijk mens krijgt een hekel aan geweld uitoefenen in de vorm van kwaad doen. Het is een gevechtshandeling tegen jou wanneer iemand probeert jou op basis van jouw hekel aan kwaad doen een hekel wil laten krijgen aan alle geweld uitoefenen.
Een daarop aansluitende gevechtshandeling tegen jou is dan de poging om je af te houden van het bestrijden van wie met geweld beginnen en het geweld doorgeven. Jij wordt aangemoedigd de verliezers, de geschaden, de bestolenen te helpen door hen iets van jou te geven. Je aandacht wordt afgeleid van de geweldplegers naar hun slachtoffers.

Het is voor iedereen van belang en een zedelijke eis na te gaan hoe hij zelf gebruikt wordt om het beroven te doen plaatsvinden en te gedogen. Daarnaast ook om zelf na te gaan wie hem beroofd. Daarnaast ook na te gaan voor wie hij schade veroorzaakt en wat hij die ander aan schadevergoeding verschuldigd is. Let wel: verschuldigd zijn treedt ook op waar slechts twee mensen bijeenzijn, zonder gezamenlijke cultuur-traditie en buiten bereik van enige staat waarvan zij beiden onderdaan zouden zijn. Ter verduidelijking: ook Robinson Crusoe was aan Vrijdag schadevergoeding verschuldigd voor alle ongemak en schade die hij Vrijdag toevoegde. Dat verschuldigde streepten zij meteen (onmiddellijk en onverwijld) weg tegen de dankbaarheid die Vrijdag aan Robinson verschuldigd was. Uw buurman echter, die U hindert, heeft toch niet Uw leven gered wel? En hoeveel waardering kunnen wij eigenlijk, bij nader inzien opbrengen voor iemand die voor het redden van andermans leven zoveel dankbaarheid wil hebben en gedurende zoveel tijd?

De vragen in dit verband van tijdroof zijn:
1. wie berooft mij? 2. wie beroof ik?

Vraag:
Wat is de betekenis van het werkwoord 'roven'?
Antwoord:
roofdieren worden ten onrechte roofdieren genoemd. Van roven kunnen we pas spreken bij iemand die voor hem onnodigs neemt. Het is overal en altijd duidelijk geweest dat het nemen van wat je nodig hebt voor je leven en welzijn gerechtvaardigd is, ook al is dat voor jou nodige in het bezit van een ander.
Van roven en stelen kan pas sprake zijn als er sprake is van bezit en van onnodigs.
Hoe noemen we dan het nemen van wat van een ander is en voor hem nodig en voor wie neemt nodig?
Dat noemen we concurreren. Dat doen bijeenstaande planten die van het altijd schaarse zonlicht zoveel mogelijk opvangen. Zodoende, dat doende, stellen ze andere planten in de schaduw, wat deze anderen niet vanzelfsprekend goed bekomt.

We hebben het dus in ons geval, bij het onderwerp 'omgaan met buren' niet over concurreren, maar over roven en over stelen, want wat we bespreken is voor minstens een van de twee (namelijk voor wie nemen) onnodig. We hebben het ook over iets wat voor een van de twee nodig is voor zijn leven en welzijn.

Iemand maakt in een flat keiharde geluiden (die hij soms "muziek" noemt, soms gerechtvaardigd acht omdat het zijn hobby is), iemand plant in zijn tuin hoge bomen zodat zijn buren in het donker komen te zitten. Dat zijn onnodige daden. Wat deze lieden aan hinderlijks doen is niet nodig voor hun leven en welzijn, het hinderlijke is een van de vele gevolgen van onnodige dingen die deze lieden doen omdat zij ook recht hebben om te doen waar ze zin in hebben, om hun liefhebberijen uit te leven, om met hun bezit te doen wat zij willen, om aan derden te tonen wat zij zich veroorloven kunnen.

Wie zich als buur beklaagt over die hinder maakt geen inbreuk op het leven en welzijn van de ander. Die ander mag er gerust zijn, mag zelfs daar gerust zijn, maar zijn onnodig zo-doen, dat is het waar het over gaat.

Wie een ander schaadt bewijst daarmee nog niet dat hij kwaad willend voor die ander op die ander gericht is. Zijn schaden kan zeer wel ongeadresseerd zijn. Het verdient aanbeveling er van uit te gaan dat anderen nooit iets bedoelen van wat ze veroorzaken. Ze moeten en kunnen verantwoordelijk gesteld worden voor wat ze veroorzaken, onafhankelijk van de vraag of ze dat gevolg van hun doen en nalaten in kwestie, al of niet bedoelden.

Met vertrouwen heeft dat niets te maken.
Het gaat er niet om er op te vertrouwen dat de ander niets kwaads in de zin had, zijn schaden niet bedoelde.
Vertrouwen dat de ander jouw belangen wel zonder jouw geklaag zal behartigen daarmee moet je beginnen, je moet er niet mee doorgaan zodra het eerste tegenvoorbeeld van behartigen (een voorbeeld van verwaarlozen, van schaden dus) zich voordoet.

Vertrouwen vragen is een gevechtshandeling. Wie echt betrouwbaar is en van goede wil zal je de afspraken graag op een briefje geven, hij zal daar op aandringen, hij zal niet wachten tot jij om dat briefje vraagt.
Wie schade deed en niet aandringt op uitdrukkelijke regeling van het voorkomen van herhaling doet iets kwalijks, laat niet alleen maar iets goeds, iets positiefs na en zit ook niet op nul, voor wat betreft correct-incorrect.
Wie schade deed en niet aandringt op uitdrukkelijke, voor beiden duidelijke en bindende afspraken om herhaling te voorkomen onthoudt aan de geschade de voor een goede regeling vereiste tijd en aandacht, die hij aan de geschade verschuldigd is.

De samenleving bevat een te grote hoeveelheid botte mensen, die van iedereen die van hen de verschuldigde tijd enz. opeist, vinden dat hij "aan hun kop zeurt". De samenleving is oververzadigd van dit soort botte hufters. Als de lezer liever een wat minder aanwijzende bewoording heeft: het met elkaar omgaan van mensen in onze samenleving is oververzadigd met dit botte, hufterachtige gedrag.

Het is onmogelijk hier je verstand te gebruiken en toch het schelden na te laten. Het schaden van anderen en dan ook nog aan deze anderen het schelden en terugvechten verbieden kan niet anders dan als aanvallen, als vijandig gedrag worden opgevat, herkend, erkend.
Het is een van de vele gevechtshandelingen met woorden dat ze proberen mensen vijandig gedrag 'agressief' gedrag te laten noemen. Ook zich verdedigen is agressief gedrag. Als nu agressief omgaan met een ander de veroordelenswaardige geur meekrijgt van vijandig handelen, dan remt die geur de verdedigers. Dit soort vredestichtende propaganda is te herkennen als het vechten met andere middelen van de bondgenoten van je vijanden, van wie zich vijandig jegens jou gedragen.
Ook hier is het weer niet van belang of in dit geval deze "vredestichters", "agressiebestrijders', deze bondgenoten van de aanvallers zich al of niet als bondgenoten en medestrijders van die aanvallers herkennen en bekennen.
Wie aangevallen wordt heeft niet langer de vrijheid, de gelegenheid, de mogelijkheid om afstand en rust te bewaren. Niet-vechten is voor wie aangevallen wordt niet langer een deugd. Aandringen op het als aangevallene "deugdzaam"-blijven in deze, is een opzettelijke misinterpretatie van de "Power tactics of Jesus Christ". Die power tactics zijn er op gericht de aanvaller/ eiser het initiatief te ontnemen als je hem echt niet anders kunt weerstaan, kunt bestrijden.
Door de koningen diensten aan te bieden in plaats van op zijn bevelen te wachten bijvoorbeeld hebben de geknechten het gepresteerd de koningen passief en zwak te maken, doordat ze hen het initiatief ontnamen.

Een van de belangrijkste beperkingen van de mens is gelegen in de omvang van zijn werkgeheugen: hij kan maar aan X (een aantal) grootheden en hun relaties tegelijk denken, terwijl dat aantal (X) dingen slechts een klein deel is van het onderwerpengeheel, de werkelijkheid, waarmee hij onontkoombaar voor hem te maken heeft, waarin hij handelt, waarin hij aangevallen wordt.
De mens denkt over onderwerpen, terwijl hij over de werkelijkheid moet denken. Hij kan niet rekening houden met alle dingen waarmee hij rekening moet houden om te slagen.
O.K., het is me duidelijk dat ik eerst moet beseffen dat ik zelf ook druk op anderen uitoefen en laat uitoefenen. O.K, ik besef dat ik eerst moet inzien dat ik via allerlei mechanismen, samengesteld uit IETSen, via geld, ergens natuurparkwachters laat vechten tegen stropers, die neushoorns willen doden om impotente sjeiks aan een erectie te helpen.

O.K.: een oplossing is voorgesteld: even niet analyserend denken, even alleen maar kennen, zonder te begrijpen, te analyseren, te bespreken. Dan kunnen we even het geheel zien, zonder details, maar wel in verband, als verband.

Goed, dat heb ik nu dus gedaan: ik besef heel duidelijk wat er aan de hand is: spontaan summeren de wensen (tot groter zijn nu dan men nu is) der mensen in de geciviliseerde samenleving zich tot de tijdenz-roof van allen op allen.

Kun je ooit een oplossing vinden?
Een oplossing voor de hele massa, voor alle mensen in de mensenplaag, voor alle ingezetenen van de civilisatie.
Nee, die civilisatie moet weg.
Daar ben ik nu. Dat is duidelijk.
Ik heet geen Atlas, ik draag niet de wereld als een last op mijn nek, ik ben geen god, ik hoef niet meer te veranderen dan wat binnen mijn macht ligt.
Dat hele gedenk over de hele wereld en de wereldgeschiedenis, het wereldgebeuren.
Elke gedachte, elke denkruimte die we daaraan besteden, besteden we niet aan het wieden van onze eigen tuin. De tijd en denkkracht en daadkracht die we hebben moeten we besteden aan wat binnen onze macht ligt. Daar kunnen we zonder gedenk meteen doen.
Kunnen we gratis OK zijn?
Kunnen we van anderen eisen dat zij gratis OK zijn, gratis, zonder dat wij hen nog ooit belonen voor hun OK-zijn?
Dat kunnen we niet terecht eisen.
We moeten terug naar ons eigen leven en welzijn en naar wat daarvoor nodig is. Kunnen ze in zichzelf de wens meer te zijn dan ze nu zijn wegkrijgen?
Dat vraag ik me af.
Komt die wens als een initiatief uit hen of is het een aangeleerde reactie op de werkelijkheid om hen heen.
Als die wens een initiatief van hen is, dan is er alleen ontmoediging tegen als middel.
Als het initiatief in hun omgeving ligt dan is het nodig na te gaan hoe wij meewerken dat verlangen in hen te induceren.
Komt het verlangen in kwestie misschien bijvoorbeeld voort uit het feit dat ze op hun eigen ware gegeven grootte niet positief gewaardeerd, soms zelfs niet geaccepteerd worden?
Doe ik mee aan het afkeuren van de ander zoals hij nu is?
Wat doe ik er aan dat er ontmoediging komt voor het initiëren van druk en het doorgeven van druk.
Wat veroorzaak ik met mijn gedogen en zwijgen als de vijandelijken, de aanvallers, winnen en toegejuicht worden?
Het jagen naar absolute topprestaties en recordbreuken in de sport is een religieuze uiting van de waanzin dat de menselijke maat niet wordt aanvaard. De sportbeoefenaar moet zich door oefening maximaal groot maken en dan door middel van drugs en disharmonische concentratie nu hier groter tonen dan hij nu is. Als hij dat doet, dan wordt hij toegejuicht en dan is hij het voorbeeld voor de jongeren. Drugs, tovermiddelen om je nu groter te tonen dan je nu bent, zijn overal. Iedereen gebruikt ze om zich nu rustiger, sterker, slimmer, allerter, vasthoudender, energieker, potenter, attractiever, sex-beluster enz. enz. te tonen (voor te doen) dan hij/ zij nu is.
Men om je heen is ontevreden met jouw nu zijn zoals je nu bent.
Meer zijn nu dan je nu bent is het wat wordt toegejuicht.

he file mensprk2.txt/ schijf blauw9/ blz. # 070387
Tweede deel opstel over de beperkingen van de mens (txaenz.).

De impotente sjeik komt aan zijn overmaat aan geld voor neushoornpoeder doordat hier mensen meteen nu groter willen zijn dan ze nu van nature en door leren en oefenen zijn. Centraal in de hele civilisatie van tegenwoordig is dat groter zijn nu dan men nu is. De wens is niet: groter worden, groeien, streven, dat is alles slechts middel. Het doel is groter zijn. Zich inspannen en afbeulen is knechtenwerk, is zich vernederen, dat heeft men nu door. Het feit dat hier zich vernederen en zich inspannen en zich afbeulen staat is een gevolg van het aan zich trekken van het initiatief door de knechten; ze zijn als gladiatoren die hun eigen slachting organiseren. Ze enthousiasmeren zich over de natuurlijke grenzen van hun functioneren heen. Nuchter en onopgejaagd zouden ze nooit tot zulke prestaties komen. De prestaties die nu recordbreuken zijn, kunnen alleen worden geleverd door wie buiten zinnen en of onder drogen zijn.

Dat is er dus tegen de propaganda die onder de naam 'sport' wordt bedreven. Het is de propaganda voor het groter zijn nu dan je nu bent.
Het is de propaganda voor de tijdloze zelfovertreffing.
Het is de propaganda voor de kunstmatige instant-zelfvergroting.
Het is de propaganda tegen het aanvaarden van iemand nu zoals hij nu is, in rust en harmonie, natuurlijk bezig.
Geen rust maar ophitsing, geen harmonie maar super-specialisatie, geen natuurlijke prestatie gericht op en gestuurd op basis van wat deze voor wie presteert betekent, maar gemeten met andermans verwachtingen en prestaties en waarderingen.
Geen propaganda voor letten op en zorgen voor je eigen leven en welzijn, maar propaganda voor toppresteren voor het oog van de Heer: voor Koning Klant en Jan Publiek.
Iedere motor is een zelfvergrotingsinstrument. Ermee kun je meer dan je kunt.

 

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *