Jaap Schot, 26 oktober 2002
Civiliseren (socialiseren) is bevuilen. Dat wordt de wilde (= vrije) mens, met name het kind, dus aangedaan, oftewel, in die andere beschrijvingswijze: het overkómt hem, het gebeurt.
Het vuil heet ‘gevoelens’ en ‘wil’ /’begeerte’, de zucht naar onnodigs, de afkeer van en het onvermogen tot zich beperken tot – en tevreden rusten in – het nodige.
In de science fiction, zie de serie ‘Enterprise’ van ‘Startrek’, worden robots, emotieloze, volstrekt ‘rationele’, adequate, kunnende namaakmensen ten tonele gevoerd.
Deze moeten niet verward worden met de robots van Asimow, dat zijn nagebouwde rooms katholieken, met een geweten en een opdracht tot mensenliefde en dergelijke. De bouwers speelden hun godsbeeld na en bouwden zich mensen naar hun gelijkenis, die hen moesten aanbidden, vereren en dienen.
Terzijde. Het nagemaakte lijf is al ondoelmatig en onnodig. Heel veel aan ons lichaam kan veel beter, zie Midas Dekkers.
Ik bedoel de schone mens, de niet verwarde en niet strevende. Als de robot iets niet kan, frustreert hem dat niet. Het 'niet kunnen’ wordt geconstateerd en er wordt geprobeerd tot het bewezen is. Er is geen boosheid, er is geen angst. De robot is niet sterfelijk, hij leeft niet. Er is geen angst voor de dood, er is geen dood.
De robot heeft geen rang, geen meerderen en geen minderen dus, en geen bestemming, alleen zijn bouw en dus zijn functies en functioneren doet ‘het ding’ tot het niet meer gaat. Geen zin (volzin, sentence) is bang voor de punt aan zijn einde. Het gaat er om die zin te zijn, zonder fouten. De zin heeft geen weet van zijn lezer of van zijn schrijver. De zin weet, als hij een bewustzijn heeft, dat hij een onderwerp heeft en een gezegde en diverse bijvoeglijke enzovoorts bepalingen, wellicht. De ongebruikte zin luidt: “ik ben een zin”. En dat is het dan, het zin zijn.
De geciviliseerde zin vergelijkt zich met de zinnen om zich heen en rangschikt zich tussen de beter en minder geachte zinnen.
De geciviliseerde zin is een knechtelijke zin en wil geschreven zijn, een bedoelde betekenis hebben, een boodschap bevatten en gelezen worden.
Omdat deze zin energie staat te vreten, verdwijnen zal van dit scherm als het elektrisch uitvalt, voelt ie de noodzaak van elektrisch. Elders voelt een zin de noodzaak van het behoud van inkt en papier voor het behoud, het voortduren, van zijn bestaan.
De zin zal zich verzetten tegen het vergaan van inkt en papier en hij zal energie blijven onttrekken aan zijn omgeving, zoveel als nodig is om er te blijven zijn.
In dat ‘energie nemen’ en ‘zich tegen verval verzetten’ put zich de activiteit van de vrije – ongeciviliseerde, geen cultuur dragende – zin uit.
De geciviliseerde zin echter bekommert zich om veel meer en onttrekt daartoe zoveel energie aan zijn omgeving als maar mogelijk is voor hem daar dan, teneinde de hoogst mogelijke rang en het langst mogelijke bestaan en de grootst mogelijke bekendheid te verkrijgen. Dat extra gedoe, die waan van moeten, dat is het vuil dat kleeft aan de geciviliseerde.
0 Reacties