Jaap Schot, 4 april 1999
Het bewustzijn is een zelfstandig naamwoord en wel een misnoeming. Er is geen ding en geen spul dat bewustzijn is. Bewustzijn opvatten als een werkwoord ZIJN met een bijgevoegde bepaling BEWUST helpt ons niet verder. Zijn is geen bezigheid en dus is 'zijn' zo'n misnoeming.
Als ik de dikke Webster erbij neem beschrijft die onder conscious iets dat niet strijdig is met dit: het is als ik bewust bezig ben wel en als ik helemaal opga in mijn bezigzijn niet: alsof ik bij wat ik doe een stem hoor vertellen (melden) (benoemen) (bespreken) wat ik doe. Als ik ergens mee bezig ben dan kan iemand mij storen, dat ik opmerk gestoord te worden betekent dat ik het feit KEN dat ik met dat waarbij ik gestoord word bezig ben. Om gestoord te worden hoef ik niet die meldende stem in mij te horen, ik heb die stem altijd wel paraat, al is het vinden van de juiste ( om anderen bij dat bespreken te laten meeluisteren nodige ) bewoordingen nog weer een aparte stap, soms.
Dat ik een taal geleerd heb, te spreken en te verstaan, is de reden dat mijn brein die potentiële eigen uitspraken aanmaakt, dat ik heb leren zwijgen is de reden waarom ik die potentiële eigen uitspraken in mij hoor als ik ze niet uitspreek. Als ik die in mij met mijn geestesoor te horen 'eigen' tekst de inhouden van mijn bewustzijn noem, dan noem ik de reactie van mijn natuurlijke wezen op aangeleerd gevaar-zien zo.
Ik heb er niet zo'n behoefte aan om die gewoonte om (toch voornamelijk vanwege angst) te zwijgen waar ik wat te zeggen heb zo hogelijk te gaan vereren als menigeen met dit verschijnsel doet. Ik heb de indruk dat men dit verschijnsel van die eigen uitspraak die uit angst in het potentiële spreken blijft steken 'bewustzijn' noemt. Kinderen die wel al hebben leren spreken en verstaan, maar nog niet hebben leren zwijgen vertellen wat ze doen, praten bij wat ze doen, flappen alles er uit, vallen iedereen lastig met wat hun brein aan tekst aanmaakt. Deze kinderen zijn dan waarschijnlijk nog onbewust. en wat deze kinderen ook nog niet doen dat is: META-BESPREKEN: opmerken, verwoorden, benoemen en bespreken dat ze aan het praten zijn. Als je aan zo'n pratend kind vraagt wat het aan het doen is, antwoordt het niet 'ik ben aan het praten'. Het is zich daarvan niet bewust, zegt men dan.
=========================
Bij nader inzien zijn we dan altijd allemaal ons maar van een deeltje van wat we aan het doen zijn bewust. Dat is zonder moeite op te merken.
Men maakt het dan nog wat ingewikkelder door van zelfbewustzijn te gaan spreken. Dat woord is nog langer, maar wat is het verschijnsel erbij? Ieder dier weet dat het ergens eindigt en dat laat het aan andere dieren ook merken. Of het daar nu iets bij denkt is onduidelijk. Als ik geen taal gebruik en geen begrippenapparatuur (beide aangeleerd) dan nog ben ik niet bewusteloos, ik ben te storen, ik ben dus aan het doen en niet zomaar aan het zijn, aan het gebeuren. Kan ik een vuur storen? Ik kan het verstoren, door er in te blazen, iets op (=in) te gooien, maar ik kan het niet storen, dat is: er iets aan veranderen door de aandacht ervan te trekken en die zodoende van het branden af te halen.
==============
Aandacht is een factor in txaenz en storen is aan die factor aandacht iets onttrekken. Aandacht is niet zo'n erg veel duidelijker term dan 'bewustzijn'. Wie aandachtig bezig is, is te storen. Hij hoeft daarvoor (daartoe, om te storen te zijn) nog niet 'zichzelf bezig te zien' of 'zichzelf bezig te weten ( = zijn bezigheid te bespreken, innerlijk)'. Aandacht trekken, bijvoorbeeld: laten schrikken. Dat kun je ook met een taalloos dier doen.
================
'Weten' is dan zoiets als 'langs binnen', als door een onderwijzer je handelen meebesproken krijgen. Mijn tandarts doet dat af en toe hardop. Aandachtig bezig en bewust bezig zullen wel volledig overlappen waarbij aandachtig het grotere is, omdat ook te storen taalloze dieren blijken aandachtig bezig te zijn.
===============
Begrippenapparatuur en woorden (woordvorming, grammatica, logica, idioom, spreekbeelden) die zijn in gebruik bij die instantie die het handelen meebespreekt.
================
Ik vergeet dat steeds, maar er wordt ook gevoeld. Er is dat beeld van het bewustzijn als een filmdoek, dat vult zich bij voelende mensen dan met gevoelens en bij in beelden denkende mensen met beelden. Ik kan daar niks mee. Als ik naar domme televisieprogramma's kijk, 'Lagerhuis' of zo, dan voel ik. Naast dat mij allerlei tekst invalt. Verheldert dat nou het begrip 'bewustzijn'? Voor mij niet. Ik let bijvoorbeeld nooit op wat die mensen op televisie aan kleren aan hebben. Daar richt ik mijn aandacht niet op, er valt mij ook niets bij in als ik er op gewezen wordt.
================
Dat bewustzijn is dus niets bijzonders, in dieren komen de geluiden die ze geven ook op en wie weet wat er gebeurt in een huisdier dat men angstig maakt om zijn geluiden te laten horen, misschien hoort dat beest ook wel met een geestesoor de geluiden die hij zou willen maken. Nou, dan is die geterroriseerde stakker ook geciviliseerd [met civilisatie vergiftigd] en begiftigd met een bewustzijn. Felicitaties.
Met het bewustzijn hebben we veel moois teweeggebracht, maar als de terreur er de vader van is, zoals de oorlog de vader van de technologische vooruitgang, nou, dan is te begrijpen waarom de fase ervoor paradijselijk heet.
======================
Hoe dan ook: nu er in mijn leven niemand meer is die wil horen wat mij invalt, lukt het me om te voorkomen dat ik gek wordt. Ik schrijf hetgeen mij invalt gewoon uit. Er is (en komt misschien zelfs) nooit iemand die het leest, maar dat is mij onverschillig, ze zijn mij als medemens kwijt, terwijl ze zo veel gemak en nut van me hadden kunnen hebben. Ik ben op mijn manier best begaafd en daar waar ik iets kan, ben ik enorm ijverig. Ik ben alleen maar niet gevechtsklaar geworden en niet bruikbaar: het civiliseren is niet gelukt, ik heb die ellende niet geïnternaliseerd en wat me ervan was aangeleerd heb ik met enige moeite weer van me afgeveegd.
================
Ik walg van civilisatie, maar evenzeer van de vele, vele traditionele culturen waar kritiekloos de begrippen en gewoontehandelingen worden doorgegeven die altijd al onzinnig waren of dat door veranderingen in de omstandigheden geworden zijn. Het oud worden van tradities is geen verdienste ervan als ze niet ononderbroken onder kritiek (heronderzoek in verband met de omstandigheden) werden gehouden. Ook verheerlijk ik de stand en gang van zaken in de natuur niet. De natuur is geen couveuse voor de exemplaren van de soorten die samen het levende op aarde vormen. Het loopt met geen enkel exemplaar en met geen enkele soort goed af. En wat is er zo mooi aan het eten en gegeten worden? Als het paradijs 'de natuur' was, dan is het voor mij hier nu nog na te voelen dat de mensen daar ontevreden waren, ook al hadden ze geen gelijk: de natuur staat en stond buiten alle beoordeling / keuring / toetsing aan verzinsels zoals goed en kwaad, mooi en lelijk, enz..
======================
Waar zijn we dan nu? We zijn verder weg dan ooit van alles wat enige keuring of kritiek kan doorstaan. Wat zou de hemel zijn? De vierde mogelijkheid na natuur, culturen en civilisaties. Een verlangde vierde mogelijkheid. Deel een van de verwerkelijking is het weer verachten van de drie bestaande, verwerkelijkte mogelijkheden: natuur, culturen en civilisaties. Verachten is een beginstap. Aan wat je veracht doe je niet mee. Waar massaal niet aan mee gedaan wordt, houdt op te bestaan: schoolvoorbeelden: al die religies en staten die in de historische atlassen te vinden zijn en er niet meer zijn.
Culturen en civilisaties leveren geen weerstand, het zijn verzinsels. Maar de natuur, die is van een ander karakter. Ze kan niet veracht worden, noch geacht, ze staat niet ter keuring, niet ter discussie. Het uitoefenen van geweld is haar methode om elke genencombinatie te beproeven ?? Is dat zo ?? Is het niet zo dat het ook zonder geweld kan? Is het niet zo dat er planten zijn die geen ander geweld tegen zich aantreffen dan stormen en kou en sneeuw en dergelijke niet-levende bronnen van beproevingen ? Ja, dat is zo. Maar als we over dieren gaan praten, dat zijn van die wezens die andere wezens opeten om te leven. Ja, dat is nieuwsoortig geweld, geweld, uitgaande van levenden tegen mede-levenden. Voor die plant die voor dieren onbereikbaar was en slechts tegen het geweld uit de niet-levende bronnen bestand hoefde te zijn lag het anders. Die kon zonder te doden zelf leven. Dat kan een dier niet.
Kunnen wij, mensen, er naar streven ons te voeden met wat nooit leefde en nooit leven kan? Is dat nodig voor het verwerkelijken van de vrede, de hemel ? En moeten we dan de andere dieren restloos uitroeien om het kwaad van het geweldplegen uit te bannen ? En wat dan met de schimmels, virussen, bacillen en mycoplasma's, weg ermee. Steriel leven van synthetisch voedsel. Er moeten dan wel boeiende onderwerpen zijn waar we aan bezig zijn, zulke drastische ingrepen moeten wel de weg vrij maken voor iets wat de moeite waard is. Het bestaan moet wel een reden krijgen, een zin. We hebben een gezamenlijk project nodig.
Ik zie het al, dit loopt dood, dit wordt niks. Zelfs als het werkelijkheid wordt, wordt het niks.
===================
Even wat afstand nemen: dat geschrijf over die grote dingen (natuur, culturen, civilisaties, de hemel, het paradijs) dat is nodig af en toe, om het spoor niet bijster te raken, maar het is natuurlijk opgeblazen onzin. Het is het gepraat van een mier over de olifant waar hij op zit te rusten. Misschien is het zelfs te groot genomen, dat beeld van die mier, misschien moet het wel een bacterie zijn. In ieder geval: af en toe moet ik het ook over mezelf hebben, maar het is de vraag of ik het moet uitschrijven. Ik herinner me uit mijn verleden leven alle fouten die ik gemaakt en tevens opgemerkt heb. Er is niets meer te herstellen. Alle betrokken anderen zijn dood of ver weg en onbereikbaar. Soms, zoals nu, heb ik het besef / de indruk dat ik van mijn leven als naaste niet alles, vrijwel niets, gemaakt heb. Ik heb veel dingen niet goed gedaan. Maar gedane zaken nemen geen keer.
==========================
Maar elders, vroeger en later maken allemaal niets uit. Er is alleen maar hier en nu. Punt. Een regendruppel hoeft zich niet bezig te houden met de hele bui. Hij valt en dat is alles. Hij hoeft geen contact te zoeken en het niet te mijden. Hij hoeft niets. En zo is het met elk exemplaar van elke soort levende wezens ook. Gewoon door zich heen alles laten gebeuren wat er gebeurt. We maken het ons te zwaar als we voor wat we veroorzaken door te functioneren (door er te zijn zoals we zijn) verantwoordelijk of schuldig te gaan voelen. Wij zijn geen daders, wij zijn [als we ons tot het doen van het nodige, tot harmonieus en volledig functioneren als de genencombinatie die we zijn, beperken] geen daders. Daderschap is er slechts in een spel, het hoort in de civilisatie thuis, is een verzinsel dat wordt 'waar gemaakt'. Met daderschap verhef je je boven het gegeven, dat is: het een exemplaar van jouw soort zijn. Je gaat onnodige gerichte dingen doen, je gaat presteren. Zolang dat spelen blijft, de eigenschap speelsheid behoudt, is er weinig aan de hand. En ook hetgeen in de natuur gebeurt is niet heilig, want toevallig, hoewel volstrekt gedetermineerd of niet te verstaan en dan dus ook niet te beoordelen. Dat er geen principiële onbepaaldheid ( dat is ongelijk aan voorspelbaarheid) is, is nodig want de basis van logisch redeneren, de vooronderstelling om überhaupt te gaan proberen het een of ander over de toekomst als verwachtgereedschap aan te gaan proberen te maken. Ook in wiskunde uitgeschreven theorie is verwachtgereedschap. Wie dat zo ziet zal zich nooit ergens over verbazen, er gebeurt immers slechts dit dat je theorie niet alle gebeurtenissen bleek te omvatten, vele, tot nu toe alle, wel. Nou, dat is toch al heel wat.
Het meest opvallend is dat de natuurkunde over van die te gener zake doende dingen gaat. Het centrale in ieders leven is dat de anderen onvoorspelbaar en onaanspreekbaar en onbruikbaar zijn. Alle samenwerken dat we aantreffen berust op het dreigen met geweld voor de bezitters tegen wie iets nodig hebben of begeren. Alle mensen die loonarbeid verrichten doen dat onder bedreiging met wapengeweld. Dat die dreiging verborgen is achter een flinterdunne laag papier (geld en contracten) maakt de dreiging niet minder reëel. Ook hun 'vals bewustzijn', het feit dat ze zo al dan met foute begrippen over deze zaak spreken, verandert niets aan de stand en gang van zaken.
Die irrelevantie van de natuurwetenschappen behalve voor de wapenfabrikanten en de bezitfabrikanten past precies. Ook de "wetenschappen" psychologie en economie zijn eem grote massa bouwmateriaal voor 'vals bewustzijn'. In beide "wetenschappen" zoeken we tevergeefs naar de centrale bron van beweegredenen: de wapens van de verdedigers van het bezit / de eigendom.
Alles kan en alles mag bestudeerd worden, maar het ophouden met de slavenhouderij als manier van bijeenleven, dat blijft buiten bespreking. Alleen af en toe deze afgelopen eeuw hebben mensen geprobeerd iets aan de vorm van slavenhouderij te veranderen. En dat heeft al miljoenen doden opgeleverd. Over anarchie en het afschaffen van bezitten valt niet eens te praten. Ook de aanmaak van onmetelijk veel 'energieslaven' / robots - computers zal geen verlossing brengen. Macht is zoiets als een verslavingsmiddel. Waarschijnlijk maakt het lichaam van wie macht uitoefent een psychotroop stofje aan, waarop de heersende, bevelende, 'kickt' en waaraan hij (de betrokkene, de heersende) dan verslaaft.
Met dit stofje, deze kick, deze verslaving beloont het fascisme / nazisme zijn aanhangers (waaronder vrijwel alle managers te vinden zijn). Sedert WOII is het hier beschreven fascisme onder die naam niet meer 'salonfähig', het genieten van heersen (inclusief lustmoorden plegen op dieren) heet dan ook tegenwoordig heel anders of, doeltreffender nog: wordt naamloos gelaten. Het naamloze is het moeilijkst op te merken. Ook heel moeilijk op te merken is datgene waarvan onderdelen en aspecten en uitingsvormen a[art benoemd zijn, maar het geheel niet-benoemd bleef.
Jaap Schot, 29 april 1999
bewustz.ebb
HET BEWUSTZIJN
De stem van de moeder die je haar taal aanleert blijft in je doorpraten en dat is dan je bewustzijn: de geïnternaliseerde bespreekstem van Moeder, onderwijzer, anderen.
Wie geen taal leert, maar wel wordt afgericht om op bevelen te reageren op een bepaalde, de bevelgever tevreden stellende manier, blijft bewusteloos1, blijft een (biologisch geproduceerde, door opleiding geprogrammeerde) automaat.
Wat zo hinderlijk is aan computers is het feit dat ze niet goed zijn afgericht, dat wil zeggen: niet passend zijn gemaakt [ resp. zijn te maken ] aan hun bezitter, aan de bevelgever. Het foute van computers is dat de gebruiker moet leren er mee om te gaan, in plaats van andersom, dat de computer leert gehoorzamen, leert wat de gebruiker tevreden stelt.
Wat zo hinderlijk is aan de massa slecht opgeleide en vooral slecht opgevoede [ = qua zedelijk gedrag afgerichte ] lieden om ons heen is dat ze onaanspreekbaar2 zijn.
En dan is er ook nog het waanzinnigengebod om gebrek aan verstand en zede te moeten verdragen, als het als 'cultuur' en/of als religie wordt aangeboden. Iedereen kent wel zijn voorbeelden, kinderverminking bijvoorbeeld, om traditionele redenen.
Wie een taal leert van anderen die bij wat hij ziet, hoort, doet en ondergaat tekst aanmaken, wordt bewust3, wat zeggen wil dat een deel van zijn hersens zelf tekst aan gaat maken als er (even of langere tijd) niemand anders is die dat doet.
Wat is bewustzijn zonder dat er tekst ten gehore van je geestesoor wordt gebracht, dat wil zeggen van die tekstaanmaker in je hersenen naar het hoorcentrum, luistercentrum en/of versta-centrum in je brein wordt verstuurd ?? Een droom4 ! Een droom is geen boek, geen tekst, maar: het vult wel je bewustzijn, dat wil zeggen: er wordt nu beeldmateriaal aan je geestesoog vertoond, een film, af en toe met geuren en kleuren, met alles wat maar te herinneren, want te herkennen is, alles wat ooit is vastgelegd in je brein is in beginsel beschikbaar voor de droomaanmaker in je hersens.
'... het vult je bewustzijn', nu betekent bewustzijn ineens meer dan alleen 'horen in je vanuit je eigen brein', nu betekent het ook 'zien in je vanuit je eigen brein'. Maar eigenlijk lijkt het 'horen en/of zien in je' nu even niet meer uitputtend het bewustzijn te beschrijven, het lijkt nu alsof het bewustzijn niet langer een bezigheid is maar een bioscoop is, waar tekst of een film worden 'gebracht' en er een hoorder / een kijker, is, aan wie die hersendelen (tekstaanmaker en droomaanmaker) iets laten horen c.q. zien. En die ontvanger is niet bewusteloos, want wie bewusteloos is, ontvangt wat je hem zegt of voor ogen houdt, niet in zijn brein, legt het niet vast, kan het zich later niet herinneren [ik weet niet of hij bij een 'reconstructie' misschien wel kan herkennen]. De tekst die ik in mij hoor met mijn geestesoor kan ik me herinneren, evenals soms mijn dromen; in beide gevallen; alleen of vooral als ik er iets mee heb kunnen associëren. Wie zich het bewustzijn vult met tekst of droom voorziet voor zichzelf in 'prikkels als van buiten'. Het is net of hij wat te horen krijgt, net of hij wat meemaakt (ergens wakker bij aanwezig is).
Overigens: iedereen merkt slechts een laag percentage van de dingen (verschijnselen) op die hij als gegeven heeft: het is een mens, een dier, niet mogelijk niets over het hoofd te zien, geen enkel gegeven te missen. De opmerkgewoonten pikken als vogels met een zoekbeeld van lekkere prooi, de bekende, benoemde, begrepen, verschijnselen uit de baaierd van gegeven verschijnselen. Wat niet te begrijpen is, niet te herkennen, is toch niet te voorzien van een (aangeleerde) reactie.
Wanneer zeggen we nu dat een opgemerkt gebeuren tot het bewustzijn is doorgedrongen? Als er op gereageerd is, voor anderen zichtbaar, c.q. volgens aangebrachte meetapparatuur? Nee, pas als de betrokkene er tekst bij aangemaakt heeft, die hij al of niet heeft uitgesproken. Pas als het opgemerkt-hebben aan de ontvanger van tekst en dromen is gemeld. Het is overigens niet die ontvanger van de meldingen, die beslist of er gereageerd zal worden en evenmin of er uitgesproken (naar buiten toe gemeld) zal worden. Die daartoe beslissende / besluitende instantie is nog weer een ander 'ik' genoemd deel van de hersenen (instantie in het brein).
===================
Wij, de gebruikers van onze taal, exacter: van onze begrippenverzameling, onderscheiden (hoe? op suggestie van het bestaan van woorden en bijpassende gebruiksgewoonten) verschillende bezigheden van onze hersenen en "dus" ook verschillende, die dingen doende hersendelen, hersendelen met die dingen als taak, als functie.
Het hele bovenstaande verhaal berust op het bestaan van zulk soort woorden, die namen zijn van gesuggereerde, 'onwaarneembare verschijnselen' [er is een tegenstrijdigheid binnen die term: verschijnselen verschijnen, dat is hun werk, daarom heten ze zo], laten we dus maar van 'processen' spreken, omdat er wat in aangemaakt wordt. We concluderen tot het plaatsgevonden hebben van die processen namelijk vanuit verschijnselen, we praten over gepostuleerde oorzaken achter verschijnselen.
Eerst maar die verschijnselen opsommen. 5
'Inner speech' is de tekst van de tekstaanmaker, die ik met mijn geestesoor in mij hoor en nu hier uitschrijf op dit toetsenbord, met behulp van deze pc. Die pc hebben we in dit doordenken nog uitgebreid nodig omdat we die niet, postulerend, van een bewustzijn voorzien. We denken dat we door het indrukken van deze toetsen evenzeer veroorzaken als wanneer we overeenkomstige toetsen van een mechanische typemachine indrukken. De pc herinnert niet zich mijn teksten, maar heeft ze wel in voorraad en geeft ze bij juiste bevelen ook weer, op het beeldscherm. Daarbij veronderstellen we het ding totaal bewusteloos. Het heeft dan ook met mijn teksten niets te maken en kan noch wil er zijn identiteit, zelfgevoel, eigenwaarde aan ontlenen. Het wil om dat wat het aan informatie in zich opgeslagen (gekregen) heeft geprezen noch gelaakt worden. Het is er niet trots op en schaamt zich er niet voor.
Het stomme ding weet niet wat het doet, het doet dus niets, het werkwoord 'doen' is hier niet van toepassing, het alles overkomt het ding. Er wordt met het ding gedaan, het wordt gebruikt. Juist, en hoe zit dat dan met ons, mensen ??6
Wij, geciviliseerden, zijn door de juristen en theologen opgescheept met (het verzinsel) een vrije wil7, opdat wij tegelijk toe te spreken en te mishandelen en zodoende blijvend bang te maken zouden zijn ("straffen" heet dat mishandelen met een doel en met een verhaal erbij, een verhaal over schuld en over toekomstig nalaten). De bedoeling van de slavenhouders met het uitreiken van een vrije wil aan iedere slaaf is puur enkel en alleen, uiterst doorzichtig, dat: bruikbaar maken door bang maken. Er bestaat geen vrije wil, er bestaat alleen angst en een restant verzet tegen het vastgehouden en bedreigd worden.
Wij worden ononderbroken bedreigd en zodoende gemanipuleerd: gebracht tot dit en weerhouden van dat. Wij reageren via wat we aangeleerd hebben (het geheel van onze persoonsvormende ervaringen) op onze omgeving en die omgeving is voor het grootste gedeelte van en door anderen gemaakt. [Anderen die op hun beurt bang zijn en voor dat waarvoor ze bang zijn doorgankelijk, zodat ze als doorgeefluiken werken voor de erfdreiging. De erfdreiging is het gevolg van de straf op de erfzonde: ongehoorzaamheid aan een bevel (in dit geval een verbod). De doorgankelijken geven de erfdreiging door, door hun kinderen door straffen bang te maken voor het doen van wat verboden is en voor het nalaten van wat moet (bevolen is).]
Nu heb ik weer dat eigenaardige gevoel dat ik een toestand uit de eerste helft van deze vrijwel afgelopen eeuw beschrijf. Moderne, c.q. postmoderne kinderen zijn niet bang gemaakt (?), in hun hoofd zitten geen angsten, geen kennis van wat mag en niet mag, maar """muziek""" en merknamen. Ik weet het niet. Het grote geheim van ieder ander is wat hem bewust wordt. Ik ben geen telepaat, voor mij is ieder ander een totaal gesloten boek, een niet te openen zwarte doos. Als ik over mensen schrijf, kan ik dus alleen overt gedrag (ik heb mensen zien fietsen, horen praten) van anderen en introspectieve gegevens van mijzelf gebruiken. Ik ben geïntimideerd, ik herinner me precies hoe dat op school gedaan is. En ik herinner me vagelijk de rest.
Lang genoeg zonder gezelschap leven en de timiditeit is alleen nog een gewoonte. Er is nu voor mij geen reden meer voor angst. Niemand heeft mij als vijand, concurrent, tegenstander, rivaal. Dat scheelt een boel. Wie ligt kan niet meer vallen en wie werkloos is kan niet meer met ontslag bedreigd worden. Na het pensioneren is er wat dat betreft rust. Als de theologen je niet met een dreigende god hebben opgescheept is er veel rust voor wie niet meer gebruikt wordt.
==============================
Bewustzijn weer: inwendig metabespreken. Wij mensen spreken, dat wil zeggen, we maken enorm veel geluiden en wel gedifferentieerde en bij wat we opmerken passende. Een taal spreken is echt niet niks en we hebben daar aanleg voor en we doen het. O.K., leren spreken betekent het aanleren van de vaste gewoonte om bij wat we opmerken passende tekst aan te maken. We kunnen zelf tekst aanmaken, dat is het verschil tussen ons en die computer en een papegaai. Is dat verschil nu 'bewustzijn', 'een bewustzijn hebben'? 'Zelf' is hier het suggestieve woord. Iets in ons maakt tekst aan. Iets in ons 'hoort die tekst met het geestesoor'. Ik weet niet hoe ik de tekst die ik aanvankelijk aanmaak zou moeten of kunnen wijzigen: die tekst is niet van mij, zoals een lijn in een tekening door mij gericht gemaakt wordt. Het is alsof die lijn er ineens staat en ik nog kan kijken of ik hem moet veranderen of niet. Nogmaals: ik weet niet hoe het een en ander bij anderen is en gaat.
Ik meta-bespreek hier nu wat er in mij door de tekstaanmaker gedaan wordt: de begrippen, die niet mijn scheppingen zijn, worden logisch en consistent gebruikt in grammaticaal-correcte zinnen, volgens de gebruiksgewoonten die ik leerde, niet uitvond. Als er eigenaardigheden in die gebruiksgewoonten / gebruikswijzen van mij zitten, dan komt dat doordat ik die niet volmaakt heb aangeleerd (gekregen). Er is niets unieks naast die aanleer-onvolmaaktheden en er is geen vrijheid om maar te zeggen wat ik wil. Ik wil helemaal niks, er is voor mij in mij geen vrije wil te vinden. Een wil vrij te zijn, maar dat is wat anders, zo meen ik begrepen te hebben tijdens het aanleren van het gebruik van de woorden / begrippen in kwestie.
===================
Ik wil doorzoeken naar dat bewustzijn. Dat zou het verschil uitmaken tussen die computer en die papegaai enerzijds en mij anderzijds. Maar ik zie als ik 'begrijpend', 'bewust' reageer op wat tot mij in mijn taal gezegd wordt, niet zoveel anders dan dat ik over mijn zo bezig zijn zelf ook weer tekst kan aanmaken. Dat bovendien die woorden associaties in mij wakker roepen, maar dat is het dan ook. Wakker roepen beelden en woorden doen herinneren. Herinneren = weer bewust maken, bewust in tegenstelling tot onbewust (-aanwezig - in voorraad). Bij mij komen voornamelijk woorden, tekst, ik heb vooral een geestesoor, ik krijg weinig en zelden beelden (films). Een vrije wil zou buitennatuurlijk zijn. Het overkomt mij dat dit of dat mij te binnen schiet, invalt. Ik ga er van uit dat dat veroorzaakt wordt, omdat ik zonder oorzaken te postuleren geen gebruik heb voor begrijpen, voor theorieën, dat is: voor verwachtgereedschap, want als er vrije wil is, her en der, dan is er geen verwachten mogelijk, slechts vertwijfelen aan het nut van het opslaan en dat nog wel herinnerbaar van wat je opmerkt.
Het aanmaken van tekst in mij gebeurt even onwaarneembaar, even onbewust voor mij als spijsverteren, door een verzameling gespecialiseerde cellen. Ik kan dit of dat eten, straks wel of niet eten, dit of dat leren, maar al heb ik enige invloed op de input, de verwerking blijft voor mij een onbeïnvloedbaar gebeuren. Het is niet iets wat ik doe.
zondag 2 mei 1999 1.26:
In een uitzending over ene Arthur C. Clarke werd gezegd dat er kunstmatig bewustzijn zou blijken te zijn als de eerste robot-computer een grap zou maken. Een nieuw criterium. Wat maakt ons mensen zo superieur: het maken van grapjes. Ik zie het nog niet zo duidelijk. Het komt op mij over als die argumentatie over het bestaan van God: op de terugtocht is geen argument te dol. Als het kennen, het weten, het denken, de gevoelens, enz. wegvallen, dan de grapjes nog. Psychologie is een moeilijke wetenschap, vooral nu hij door gevangenen in de civilisatie moet worden beoefend. Er is niet langer die ruimte waarin de psycho-analyse kon ontstaan, de ruimte waarin niet per se een loflied op het bestaande en gaande moet worden gezongen en alles meteen op korte termijn met winst toepasbaar moet zijn of via geldtekort wordt gewurgd.
1. 'Blijft bewusteloos', nee, zo zeggen we dat niet. 'Blijft zonder bewustzijn' bedoel ik in dit begin van dit opstel even te stellen (we zien wel of die stelling overeind blijft). We zeggen eigenlijk niet dat 'geen taal hebben' neerkomt op 'zonder bewustzijn zijn'. Onbewust zijn, alles wat men kent onbewust hebben, dat zou nog kunnen. Freuds concept 'onbewust' is bijna gelijk aan 'onvertelbaar', het is niet gelijk aan 'ik kan er niet uit handelen', want dat doe ik, en het is ook niet gelijk aan 'het kan mijn bewustzijn niet in komen', want in dromen komt hetgeen onbewust is wel degelijk het bewustzijn binnen. Wel in dromen en doen, niet in verwoorde vorm, niet in uitspreekbare vorm, niet in de vorm van een mogelijke melding. Zou het dat kunnen zijn, dat het melden zo gevaarlijk wordt geacht (waarschijnlijk terecht) dat het uitspreken wordt verhinderd door het maar niet in taal uit te drukken?
Iemand met zo'n geheim is natuurlijk toch weer even een andersgevormd iemand dan zo iemand die niet heeft leren spreken. De overeenkomst is dat er geen tekst wordt aangemaakt, dus geen tekst wordt uitgesproken. Wie geen taal heeft geleerd bewijst door iets niet te bespreken niet dat hij vol zit met angst omtrent de reactie van anderen op hem omtrent dat iets. Dat doet de overigens spreekvaardige wel: waar hij over zwijgt, dat heeft te maken met anderen en hun dreigen. =/\=
2. 'Onaanspreekbaar zijn', wat betekent dat nou weer? Voor wie Japans als taal gebruikt, ben ik onaanspreekbaar, doordat ik geen Japans ken. Dat is echter niet de betekenis van 'onaanspreekbaar', de onaanspreekbare heeft niets aan zijn oren en kent de taal die gebruikt wordt, hoort wat er gezegd en begrijpt wat het gezegde betekent [de bedoeling ermee is onkenbaar, dat blijft gissen]. De onaanspreekbare weigert zich door middel van tekst door de spreker tot wat dan ook te laten brengen.
Zodra de computers en robots tekst kunnen duiden, kunnen verstaan, kunnen 'vertalen' in bevelen, zullen ze die gehoorzamen, zullen ze aanspreekbaar zijn in beide betekenissen: met gesproken tekst kan er iets in hen veroorzaakt worden. 'Veroorzaakt' is het kernbegrip hier: er komt geen weigerachtige vrije wil de computers en robots in. Net zo min als er angst de computer of robot binnenkomt, want er komt geen instinct tot zelfbehoud de robot / computer binnen.
ANGST is het kernbegrip bij bewustzijn en onbewuste voor wie in een civilisatie (dat is: in een slavenhouderij) leeft. Door middel van opzettelijk foute begrippenapparatuur krijgt de geciviliseerde in zich een niet bij het zo-zijn van het onderwerp passende tekst te horen met zijn geestesoor. De tekst past wel bij zijn situatie van altijd met bedrog, verraad, vernedering en mishandeling ("straf") bedreigde. Schoolvoorbeeld is dit wat hier staat zelf: de aangepaste, geciviliseerde verklaart deze visie op civilisatie voor overtrokken, 'ziek', enzovoorts. De aangepaste geeft er de voorkeur aan van iedere oorlog die uitbreekt te schrikken en ononderbroken te doen alsof mishandelen de uitzondering is. Voor de waarheid is hij onaanspreekbaar, hij herkent die te goed om niet panisch bang te kunnen worden, wat hij vermijdt door het ontkennen van wat hij kent en nu besproken (<----- begrepen) aantreft.
3. 'Wordt bewust' betekent: krijgt bij zijn KENNEN van wat hij opmerkt en bij zijn kunnen HERKENNEN van wat hij eerder opmerkte nu ook WETEN: TEKST. Tekst is bewerkbaar met logica en tekst is bruikbaar om te melden, te waarschuwen, te vragen, aanspreekbare anderen te brengen tot gedrag, dat is: tot doen en/of tot nalaten. Weten geeft macht, want macht is altijd over andere mensen, over vanwege hun angst aanspreekbare anderen. Het is misbruik van een term om te spreken van de macht van een baby over zijn aanspreekbare moeder (of zelfs vader). Liefde maakt aanspreekbaar, maar angst verleent macht. Angst komt voort uit het zich bedreigd weten met mishandeling.
4. Een nachtmerrie geeft meteen bewijs voor dat wat ik stel over de centraliteit van ANGST. Het onder woorden brengen van dat wat met een nachtmerrie verfilmd is, is ongelijk aan 'het boek bij die film' schrijven: uitschrijven wat je gedroomd hebt. Het gaat er om de boodschap in de film, van de filmer begrijpen en onder woorden brengen. Het gaat er om de omgeving van de dromer ( dat is dus de eigen omgeving) te beschrijven (<--- te verwoorden <--- te begrijpen) als wat ze is: een angstfabriek en een angstmagazijn. De bedreiging is niet weg, behoort niet tot het verleden. Het was geen oorlog, wat voorbij is, is voorbij, voorbijer en voorbijst bestaan niet: Hitler is even ongevaarlijk als Dzengish Kahn. Het IS oorlog, DAT IS HET ERGE. De vorm van de oorlog doet er niet veel toe,'economisch' of 'politiek' bedreigd zijn, dat maakt niet veel verschil. Vergelijk de clochard met de vluchteling en zie.
5. De verschijnselen in de buurt van wat men met 'bewustzijn' aanduidt: wat ik waarneem (zie, hoor + opmerk !), wat me aan tekst invalt en wat ik droom. Meer valt me nu niet in aan verschijnselen.
Daarnaast zijn er heel veel van die gepostuleerde achterliggende oorzakelijke bezigheden: opmerken, begrijpen, benoemen, doordenken, verwoorden, logisch denken, grammatica toepassen, woorden vormen volgens de daarvoor in de taal geldende regels, wensen, willen, verlangen, menen, beslissen. En zo voorts, hele rijen.
Centraal bij die werkwoorden is dat je het een ander niet ziet doen en dat je ze introspectief ook jezelf niet ziet doen. Er overkomt je iets en je constateert dat die werkwoorden er aan vooraf gegaan (c.q. gedaan) moeten zijn. Er zijn van die processen in je te veronderstellen om de verschijnselen te verklaren. Als ik probeer om van die dingen zoals logica en grammatica en retorica en woordvormingsregels te leren, dan gaat dat heel stroef en ik vind er geen plezier in, terwijl ik het gewoon al zo lang als ik spreek en schrijf doe, zonder ooit die geformuleerde informatie te hebben geleerd. Min of meer correct taalgebruik overkomt me meer dan dat ik het doe, ik kan mijzelf niet op onlogische gedachtengangen betrappen ( ik vermoed dat ik ze niet zou vinden als ze er waren). 'Vermoeden' is ook weer zo'n bezigheid: zo'n werkwoord gebruik ik alleen maar, dat doe ik niet, als er al iets te benoemen is, dan overkomt mij dat, zoals er mij tekst invalt.
Het kan best zijn dat andermans bewustzijn anders is dan het mijne, er is in deze niets te bewijzen, alleen te beweren. Mijn zoeken naar een betekenis van het woord 'bewustzijn', naar een inhoud van dat begrip, loopt altijd weer dood. =/\=
6. Is het misschien zo dat ons zelfbewustzijn tot uiting komt in het feit dat wij weten, en niet slechts het feit kennen en ons er zoals elk dier tegen verzetten, dat wij gebruikt worden? Dat er ons tekst invalt bij ons opmerken van en verzetten tegen het feit dat wij gebruikt worden, komt niet doordat wij bewustzijn in tegenstelling tot bewusteloos, maar omdat wij ons ervan bewust zijn in tegenstelling tot dat we het ons door het te verdringen onbewust houden. Om iets te kunnen verdringen moet ik het kennen. Wat ik door angst en vrees gedreven verhinder is dat de tekstaanmaker hetgeen ik wil verdringen bespreekt, verwoordt, aan mijn geestesoor weer meldt, vermeldt. De droomaanmaker kan ik niet zo doeltreffend weerhouden van bewustmaken, van in filmvorm en gevoelensvorm herinneren: dat komt omdat ik dan niet wakker ben als die droomaanmaker werkt. Er zullen vast wel mensen zijn die de droomaanmaker ook overdag, ook als ze wakker zijn kunnen laten werken, zoals ik de tekstaanmaker nu laat werken. Die zullen wel veel meer macht over hun droomaanmaker krijgen, ik heb mijn tekstaanmaker ook heel veel aan- en afgeleerd.
Maar: wat is weten? en wat kennen en wat denken??
7. Wij zijn wel, onze pc is niet opgescheept met een vrije wil. Wat maakt het nou zo belachelijk een pc op te schepen met een vrije wil terwijl we het met onszelf en ieder ander wel moeten doen van de juristen en theologen? En niet te vergeten de aangepaste psychologen en psychiaters, die hier nu net zoals toen in de USSR gek zullen verklaren en zullen 'behandelen' wie twijfelt aan de basisbegrippen, zoals ik dat hier nu doe. Een hersenbeschadiging is gauw verondersteld. En kan worden bewezen aan dit afwijkende gedrag, nu ze met apparatuur (nog) niet aan te wijzen is. Wantrouwen kan paranoia genoemd worden en wie niet slechts niet gelooft, maar ook niet betwijfelt wat hij niet kent en slechts meldt niet te kennen, is een ongevaarlijk extremistisch filosoof. Elke handeling die iemand aan het front stelt loopt de kans opgevat te worden als een gevechtshandeling, dat mag niet onverwacht zijn.
Locke schrijft ergens: "ik kan niet willen wat ik wil." Er zit niet nog eens iemand in mij die mij laat kennen wat ik ken, denken wat ik denk, weten wat ik weet, willen wat ik wil. Mijn tekst valt mij in. Ik kan dat deel van mijn hersens dat voor die namaak-andere-spreker zorgt 'ik' noemen en dan zeggen: 'ik denk' voorafgaand aan de tekst die mij invalt. Sommige mensen doen dat ook letterlijk. Ze zeggen van die dingen als "Ik denk dat ik dat afwijs." "Ik denk: daar klopt iets niet."
Wat mijn tekstaanmaker aan mijn geestesoor laat horen klinkt me langzamerhand natuurlijk behoorlijk vertrouwd in dat oor. Heel af en toe is er nog eens een nieuwe associatie, maar ik ben na zo'n twintigduizend bladzijden A4 nu wel een beetje doordacht aan het raken. Mijn teksten bevatten vele herhalingen, maar ik schrijf ook voornamelijk om die tekstaanmaker in training te houden. Niemand hoort of leest mijn teksten, waarom zouden anderen ook? andermans tekst lezen (je bewustzijn laten vullen) is alleen maar een middel (een methode) om je eigen tekstaanmaker buiten werking te zetten en te houden, zodat die je geen te verdringen inhouden je bewustzijn binnen werpt, je niet aan je geestesoor gaat zitten zeuren. Lezen staat veel intelligenter dan naar opzettelijk gemaakt lawaai dat 'muziek' heet luisteren. O.K., het is minder dom, maar lezen onderdrukt het eigen denken en dat is niet slim. Maar 'slim' en 'dom' zijn hier ook niet zo passend: wie naar muziek luistert 'voedt' misschien wel de danser in zijn hersenen met namaakdans zoals mijn tekstaanmaker mijn geestesoor voedt met namaaktoegesprokenworden. De danser in mij is nooit ontstaan en dat is ook geen winst. Laten we zacht zijn voor elkander, niemand van ons kan er wat aan doen dat hij nog niet heeft ontwikkeld wat hij ooit kon ontwikkelen, maar waarvoor het nu te laat is, biologisch en 'maatschappelijk'. In mij ontwikkelde zich een bar klein deel van het ooit mogelijke. Dat geldt voor iedereen. Ik ben er niet trots op en ik schaam me er niet voor. Ik neem anderen hun schamele zo-zijn ook niet kwalijk en ik bewonder echt niemand. Ieder van ons is een toevalsproduct.
Niemand koos of kiest zijn omgeving (incl. omstanders).
Jaap Schot, 5 juni 1999
HET BEWUSTZIJN
Niet de rivier stroomt, maar het water. Stromen is niet overgankelijk niemand is bezig het water te stromen.
'Het aan het stromen zijn' is niet iets aparts naast dat stromende water.
Nu hetzelfde met het in mijzelf met het geestesoor te horen zijn van tekst: er is hetzelfde verschijnsel als wanneer er iemand anders iets tot mij zegt: er wordt gehoord in mijn brein, zo lijkt het, zij het dat ik waarneem dat hetgeen ik hoor niet door iemand tot mij gezegd wordt. Er is niemand bewust, er doet zich een schijnverschijnsel 'toegesproken worden' voor. Er is niemand bij mij en toch hoor ik een tekst in mij, in mij, want ik spreek die tekst niet uit, ik heb immers geleerd mijn mond te houden, stilverwoorden, zoals er stillezen is. Mijn brein maakt een spreker, een bespreker aan, bij (of ingaand tegen, wegdrukkend) wat mijn zintuigen binnenbrengen of zonder dat mijn zintuigen iets binnen brengen (sensoren-deprivatie).
Het in gebruik zijn van werkwoorden als 'weten' en 'denken' schept nog geen bestaan van de bijbehorende weters en denkers. Het bestaan van werkwoorden maakt nog niet dat er een doend 'ik' bestaat. Er is niemand die weet, er is daar wat er ook is als er een onderwijzend iemand tekst levert bij wat er te zien is, meerzintuiglijk waar te nemen is. En dat verschijnsel heeft overeenkomsten met de producten van taalgebruik, het zijn niet puur herinneringen aan ooit zo gehoorde tekst. Een taal kennen is er zelf tekst mee kunnen aanmaken, die je nooit gehoord hebt van een ander.
Waar ik geen tekst bij aanmaak, dieper: wat ik niet begrijp (ik bedoel: met begrippen te lijf ga, als onderwerp onderscheid, los maak van de rest van het mij meerzintuiglijk gegevene) merk ik niet op, wordt niet herinnerbaar. Ik heb er geen weet van, ik ben me er niet van bewust, het vult mijn bewustzijn niet.
Ik kan niets met dat woord (dat begrip?) bewustzijn. Er is tekst, 'er wordt gedacht' heet dat; er is een soort film (Engels movie), er wordt gedroomd.
Het is heel gemakkelijk en verdedigbaar om van een straal water en van een rivier en van het stromen van water te spreken, maar er komt door al dat spreken niets tot stand, tot bestaan, de spreker schept niets. Er is alleen dat stromende water in die geul, door die buis. Er komt niets bij, wat er ook over gezegd wordt.
Ik metabespreek dat interne bespreken van mij, nu ja: in mij, in mijn brein, waar die stroompjes te meten zijn, naar ze zeggen. O.K.: ik blijf zitten met mijn waarnemingsmogelijkheden, die werden tot bron van het spreken van 'stemmen horen', het geweten, zich openbarende goden, dromen, visioenen en al die andere 'zaken'. Zoals de aanwoners van een grote rivier die rivier nooit zagen, zoals wij dat nu kunnen, vanuit vliegtuigen en satellieten. En dan kon er gepraat worden over die machtige rivier, die huizen kon wegspoelen en zo.
Ik hou het er op dat er geen ziel is, geen geest, niets onstoffelijks, slechts vorm en materie, statisch gesproken, slechts processen en (chemische en natuurkundige) reacties. Het metabespreken suggereert het bestaan van die beschouwende geest. Er is alleen na en naast het bespreken het metabespreken plus weer die grammatica, een doener suggererend bij elk werkwoord. Er is niets ongrijpbaars, het is illusie, suggestie.
0 Reacties