Bewustzijn, bewust zijn en bewustzijnsindustrie

Categorieën: 1973-1986 Docent lerarenopleiding, Rijksuniversiteit Groningen | Archief

Trefwoorden:

Jaap Schot, 23 april 1985

  1. BEWUSTZIJN.
    Met de naam bewustzijn duid ik de tegenhanger aan van het beeldscherm van mijn computer-terminal. Op dat scherm kan een beperkte hoeveelheid tekst of tekening/ figuur staan, op ieder moment. Zo is het ook met mijn bewustzijn, daarin is, -op ieder moment-, een beperkte hoeveelheid gedachten over een beperkt onderwerp.

    De oppervlakte van mijn bewustzijn kan van binnen uit, door mijn eigen brein gevuld worden, maar mijn bewustzijn kan ook als een spiegel werken en zonder van binnen uit gevuld te worden volstaan met wat er door anderen buiten voor gehouden wordt.

    Als ik mijn bewustzijn laat vullen door iets of iemand buiten mij en ik er niets bij denk, er niets aan toevoeg, maar volledig mijn aandacht heb bij dat daar buiten mij, dan neem ik echt waar. Ik zelf bereik dat uiterst zelden. Meestal gaat het bekijken van programma's, het lezen van teksten en het om me heen kijken gepaard met het 'verwerken' en/of van commentaar voorzien van dat wat van buiten in mijn bewustzijn komt.

    Dat verwerken omvat begrijpen en benoemen, ik breng wat ik waarneem onder woorden en in beelden en beeldopeenvolgingen: dromen (vergelijkbaar met films). Ik denk er vooral het mijne bij. Het binnenkomende roept allerlei herinneringen in mij wakker.

  2. BEWUST ZIJN.

    Bewust zijn is zijn met je aandacht bij jezelf en je eigen omgeving hier en nu. Zijn is bezig zijn op eigen initiatief, in actie of reactie, maar in ieder geval zonder aan het gehoorzamen te zijn en zonder een programma of plan aan het uitvoeren te zijn. Zijn is onverenigbaar met 'op buitenbesturing staan'. Wie vanuit zijn persoonlijkheid, vanuit wat er van hem geworden is, bezig is en bestuurd wordt, is niet: hij wordt gebruikt, door anderen, via zijn verleden, via de afstelling die ze toen in of op zijn zenuwstelsel aanbrachten, als een programma op een floppy disk. Wie aan het gehoorzamen is, is niet. Een lijk is ook niet, in deze betekenis van het woord 'is'. Wie geleefd wordt, is een levend lijk, het is een niet-gestorven dode. Hij is een van die doden, die hun doden (hier dus: gestorvenen) zelf maar moeten begraven, met de woorden van Jezus. Hij sprak die woorden tot mannen die hij opriep hem te volgen, maar die eerst aan hun verplichtingen wilden voldoen, met name: hun vader en moeder tot aan hun dood verzorgen en hen begraven. Die verplichting vloeide voort uit het gebod "Eert Uw vader en Uw moeder".

    Het niet zelf bewust zijn komt veel voor. De mensen die geleefd worden, d.w.z. wier tijd, aandacht, energie enz. besteedt worden door anderen, - via verplichtingen, regelingen, geloof, waarden indirect, of rechtstreeks via bevelen-, worden gereduceerd (gehouden) tot 'levende doden'. Zij "hebben er de kop niet bij", volgens een Groningse (?) uitdrukking.

    Ook het afdwalen van mijn gedachten naar een ander onderwerp dan waarover ik aan het schrijven ben, zoals mij nu overkomt, is een manier van 'de kop er niet bij hebben'. Ik fantaseer me nu in een omstandigheid waarin ik in gezelschap ben, terwijl ik hier alleen zit. In die omstandigheden waarin ik mij fantaseer gebeuren en kunnen er dingen die hier nu onmogelijk zijn.

  3. BEWUSTZIJNSINDUSTRIE.

    Bij het wegdenken, het fantaseren, het vullen van het bewustzijn met fictie kan ik door anderen geholpen zowel als gediend worden. Als er sprake is van helpen, dan fantaseer ik zelf, waarneembaar voor anderen, schrijvend of sprekend of zelfs tekenend, terwijl die anderen 'inspelen op' wat ik fantaseer.

    Als er sprake is van mij dienen, dan fantaseert de ander, voor geld en zeker nooit uitsluitend en alleen voor mij (zoals Sheherazade onder dwang moest voor die vorst in 1001 nacht). Die ander vult mijn bewustzijn en de eis van mijn kant is dat het boeiend is, dat wil zeggen dat mijn brein niet mijn bewustzijn toch weer gedeeltelijk eerst, geheel later, gaat vullen. Het zich laten vertellen en zich films laten vertonen komt neer op het wegwerken, terugdrukken, uit het bewustzijn houden van de output van het eigen brein. Afleiding, verstrooiing, divertissement, daar gaat het om. Dienstig daartoe zijn nieuws, ongeziens, spannends, verbazingwekkends en amusants. Daarnaast als absolute topper: het seksuele. Daarnaast: het bezig zijn met een te gener zake doende deskundigheid (wijn proeven, gourmet, kortom elk resultaat van cultivering van iets).

    De bewustzijnsindustrie is die nijverheid die bestaat in het dienend assisteren voor geld van degenen die aan het bovenbeschreven escapisme bezig zijn. De escapisten ontsnappen aan het bewust zijn, d.w.z. aan het met hun gedachten, hun volle aandacht, zijn bij hun eigen situatie (= de relatie nooddruft-bevrediging) hier en nu. Over ontsnappen sprekend, spreekt men impliciet over gevangenschap. Er zou niet veel, vaak en langdurig vullen van het bewustzijn met tekst e.d. over de eigen situatie hier en nu optreden, als er daarin geen onmacht, dwang en frustratie was.

    De concrete ontsnapping is onmogelijk of de betrokkene durft of wil die niet, het afleiden van de gedachten is echter wel mogelijk.

    De bewustzijnsindustrie brengt, - zoals alle industrieën -, een overaanbod op de markt. Het indrukken van enkele knoppen is voldoende om via de t.v. het eigen brein te laten stilleggen door een zeer 'boeiende' afleider van de gedachten. De honger wordt nooit meer bewust, door de voedzame en op vaste tijden i.p.v. na het constateren van eetlust opgediende maaltijden. De prikkel 'eetlust' wordt nooit meer bewust, laat staan honger. De prikkel 'lijden aan de eigen situatie' blijft voorgoed buiten bewustzijn nu de radio, de pers en de t.v. alomtegenwoordig zijn als niet langer afleiders van het denken, maar vullers van het bewustzijn. Het verdringen van de eigen gedachten over de eigen situatie gebeurt, maar ze worden niet meer uit het bewustzijn verdrongen, ze worden buiten het bewustzijn gehouden, bij voorbaat, ze bereiken het bewustzijn nooit. Maximaal denkt men af ene toe een flard, een losse gedachte, heel even. Men is niet geoefend in het behandelen van zulke gedachten, men heeft niet geoefend in het doorgaan met denken, in het bespreken, uitschrijven. Daardoor kan zo'n flard, zo'n losse gedachte, obsessief worden, zich herhalen, het hele scherm kan vol geschreven worden met alleen maar die ene volzin, vaker nog: die ene kreet. Een goedgevormde constaterende volzin, met onderwerp en gezegde en bepalingen, maakt het verder denken al erg waarschijnlijk, want veel gemakkelijker, dan een onvolledige zin.

    De te vervangen output van het eigen brein is bij de meeste escapisten van lage kwaliteit. Dat wat hen invalt is moeilijk te vervolgen en te analyseren, het zijn geen gedachten die zichzelf voortdenken, die zich zelf doordenken. Zulke breinoutput is gemakkelijk te vervangen, onderdrukt te houden, door de producten van de bewustzijnsindustrie: door de output van de media, met andere woorden.

    Hiermee is niet gezegd dat niet menigeen onbewust zich zo goed mogelijk terecht brengt in de wereld. Hoe helpend en nuttig als instrument het bewustzijn is voor het opmerken en benutten van gelegenheden, is moeilijk algemeen te zeggen. Dat het zich laten vullen van het bewustzijn door anderen met suggesties en het dan louter of mede vanuit die suggesties handelen, zeer, zeer schadelijk kan zijn, is helder. Het volgt uit het constateerbare feit dat in de wereld de mensen van elkaar en via elkaar moeten leven. Zelfs het voorzien in het voor mijn leven en welzijn nodige hebben anderen als hun beroep, niet om mij te dienen, maar hun beroep is hun bezit, hun bron van inkomen, hun niche. De productiemiddelen die zij in hun verzorgen van mij gebruiken zijn ook bezit, ook daartoe is de toegang mij verboden en bovendien: daarvan is het gebruiken mij niet geleerd.

    Uit deze stand en gang van zaken in de wereld volgt dat de propaganda en de reclame het bewustzijn van een ieder (als lid van een of meer doelgroepen) zullen vullen met suggesties. De bewustzijnsindustrie produceert niet alleen maar afleiding, maar ook suggesties en voorstellen. De vorm waarin deze suggesties en voorstellen gedaan worden is die van bevelen. b.v. Drink Coca-Cola. Dat is geen verzoek, dat is geen voorstel, dat is een bevel. De taalvorm is die van een bevel. Bevelen, opdrachten, bestellingen worden in deze democratische tijd in vraagvorm verwoord: b.v. "Jan, doe jij het licht uit?"

    Het vullen van andermans bewustzijn met suggesties is ook strijk en zet geworden, schering en inslag, in de gezinnen, vooral ook ten aanzien van kinderen. Daarin is het gezin de hoeksteen, het dragende bouwelement, van de samenleving. Het centrale verschijnsel is de veronzelfstandiging. Het uitgroeien tot een zelfstandig, zelf levend, zelf initierend, zelfverzorgend iemand wordt verhinderd. Al op hun vierde jaar worden de kinderen hier nu naar school gedwongen, waardoor het zelfs onmogelijk wordt voor die ouders die dat zouden willen, om hun kinderen langer dan vier jaar te laten uitgroeien tot zelf levende individuen, tot mensen die niet op buitenbesturing staan, tot mensen die niet als in hypnose door suggesties van anderen tot hun doen en laten komen.

  4. ZELF ZIJN.

    Wie niet geleefd wordt door suggererende en bevelende anderen, rechtstreeks of via de sporen in hem van zijn verleden, is zelf. Mij blijkt daarbij dat wij hier nu allen gevangenen zijn van onze tijdgenoten, gevangen gehouden binnen wat ons bezit is, gehouden buiten wat hun bezit is. Wie zijn bezit (zijn verkregen, de hem verleende voorrechten) uitbreidt, maakt de cel groter waarin hij zijn leven moet slijten. Theoretisch is het mogelijk een zo grote cel te krijgen dat de ruimte die je in vrijheid in zou nemen er in kan. In vrijheid zou je een beperkte ruimte innemen. Die ruimte komt niet precies overeen met het antwoord op : wat zou je doen, als de andere mensen als bezitters er plotseling eens niet meer waren ? Veel van wat men zich nu wenst aan ruimte (1. ruimte om op te handelen en 2. handelingsruimte, d.w.z. a. dat wat mag en b. wat je zou willen kunnen), wenst men zich als compensatie voor ontnomen zelfstandigheid. Als die onzelfstandigheid, dat geleefd-worden zou wegvallen, vielen ook veel van die wensen weg.

    Zelf zijn is dus hier en nu nog geen vrij zijn. Zelf zijn is bewust zijn. Wie zal echter vaststellen of de uitkomsten van het probleemoplossend denken van het eigen brein gunstiger voor hem zijn dan de suggesties van anderen ? Het voorstaan van zelf zijn is er niet zelden een uiting van dat men anderen wantrouwt. Vele anderen zijn niet te vertrouwen, hebben niet alleen jouw belang op het oog bij hun suggesties. Zelfs jij zelf wordt niet positief gewaardeerd als je zelf zijnd alleen maar je eigen belang op het oog hebt. Als een ander dat alleen maar op het oog had bij het geven van suggesties aan jou, zat hij naastenlievend goed; jij ten aanzien van jezelf zo bezig zou 'egoistisch' genoemd worden. Zelf zijn is waarschijnlijk op vele punten het best haalbare. Het blijft behelpen: door de scholen werden wij onwetend gehouden van - op bijna niets (ons eigen specialisme) na -, alle verkoopbare, bruikbare, toepasbare, op de hoogte van de tijd zijnde kennis en informatie. In het beste, zeldzaamste, geval werd ons geleerd bij welke (soort) deskundige we terecht moeten voor antwoord op welke vragen.

    Vele mensen kiezen niet voor het zelf zijn. Hun vertrouwen in eigen kunnen compenseren voor de in het samenleven opgegeven zelfstandigheid is groot genoeg om het samenleven aan te durven. Dat compenseren voor wat men zelf inlevert, gebeurt door het ontnemen van zelfstandigheid aan derden. Als leidinggevende, als opvoeder, als klant en als baas van een huisdier b.v. geeft men op zijn beurt bevelen en suggesties, vult men op zijn beurt het leven van een ander in, besteedt men op zijn beurt andermans tijd, aandacht, energie. (Voorbeeld: de moeder die de buurvrouw zegt: 'oh, dat wil mijn zoon wel voor je maken', zonder die zoon geraadpleegd te hebben. Zulke dingen gebeuren in miljoenvoud.)

    Wie wel voor zelf zijn kiest, wint daarmee in ieder geval geen ontkomen aan het meegesleept worden met wat de massa overkomt. Ook wie zelf is, wordt bedreigd en/of getroffen door oorlogen, werkeloosheid, milieuvervuiling, terreur, vandalisme, inbraken, overvallen enz. enz..

    Het nadeel van zelf zijn is dat men voor minder anderen iets betekent als speelgoed en melkkoe. Minder anderen hebben een reden om je te beschermen tegen derden. Zelf zijn is gevaarlijker.

  5. ONDERSCHEIDINGEN BINNEN DE BEWUSTZIJNSINDUSTRIE.

    De school, het onderwijs, moet als een tak van de bewustzijnsindustrie worden herkend. De bewustzijnsindustrie werkt echter al eerder, -via degenen van wie je leert praten-, op je in via de begrippen en de zinsbouw van je moedertaal. Dat inwerken is eenvoudig te begrijpen bij de begrippen waarmee je de gegeven werkelijkheid leert indelen en opdelen en waaronder je de concrete dingen en verschijnselen die je waarneemt en ervaart, leert subsumeren. Iets minder in het oog springend zijn de zinsbouw-gewoonten in de taal als bron van suggesties omtrent de werkelijkheid.

Wat is b.v. de uitwerking van de tamelijk recent algemeen geworden gewoonte om over eigen gedrag en ervaren sprekend "je" te gebruiken? Wat zijn de uitwerkingen van het verplaatsen van de bevelvorm naar de reclame en van de vraagvorm naar het bevel?

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *