Bij de eerste verjaardag van mijn website

Categorieën: 2000, 1 januari – 2004, 31 december | Archief

Trefwoorden: communicatie | verzinsels

Jaap Schot, 5 november 2000

In een heel jaar in totaal 285 'pageviews', wat dat dan ook precies mogen zijn. Dat is niet veel. Als ik 'een naam had', als filosoof of zo, zouden velen mijn teksten opzoeken en prijzen. Niet andersom. Zie de moeite die uitgevers doen om debutanten te 'promoten'. Het kan ook niet meer anders. De wereld is boordevol ('te vol') geluiden.
Een niet of schaars bezocht-worden van een website is er niet om te betreuren of toe te juichen. Zulk waarderen leidt slechts tot streven, naar onnodigs. Ongetelde generaties voor ons leefden en overleefden zonder websites, zonder publiceren [ongeadresseerd, 'voor de markt'] überhaupt. Weinigen werden in het geheel niet gehoord: er waren wel anderen in het dorp, in de familie, in het gezin, op het werk, die hoorden, misschien zelfs (be)luisterden. De alleenwonende kluizenaar was en is een uiterste zeldzaamheid.

Spreek ik of spreekt HET door mij heen?
Bij het uitschrijven is mij gegeven dat mijn invallen nog niet die mooie vorm hebben, van volzinnen en betogen in woorden die namen van begrippen zijn. Daar is dus de waarneming, die ik beschrijf. Ik stel steeds weer vast dat de (van buiten mij dus) mij binnen gebrachte begrippen (en hun namen, plus natuurlijk het idioom en de formans-woorden) mede veroorzaken dat mijn tekst is zoals ze is. De taal structureert door mij heen, doordat mijn brein ermee werkt: zoals een printer mede-vormgever is aan mijn drukwerk. Iedere lezer heeft geleerd over de hoedanigheden van dat drukwerk heen te zien en mijn tekst op te merken. Er is dus nog meer waar de lezer overheen en/of langsheen moet kijken, om 'het mijne' te zien. Maar menig lezer kent dat kunstje TE goed, zodat hij niet (meer / langer) in de gaten heeft dat hij over (in dit geval) de taal, de begrippen, met name de verzinsels en de 'uitsnijsels'* heen ziet. Niet alleen is de tekst niet het onderwerp dat de schrijver bij de lezer aan de orde stelt, het onderwerp is ook (helaas, maar onvermijdelijk) niet de enige bron van de vorm (en zelfs de inhoud) van de tekst.
Van dat 'er over heen kijken' moeten we ons steeds bewust zijn als lezer. Van dat 'meer versturen dan (een deel van de opgemerkte) gegevens alleen' moeten wij ons steeds bewust zijn als schrijver. Ik 'verstuur' mijn natuurlijke gegevens in kunstmatige, 'man-made', artificiële vorm. Ik verstuur geen KENNIS, maar informatie.
Ik 'verstuur' mijn natuurlijke gegevens ('neemsels' is het betere woord: ik NEEM immers waar, maar: bij, tijdens, in het nemen vervorm ik al en wel ook, mede, op een aangeleerde, mij binnen gebrachte, van anderen gekomen, manier) in de vorm van een artefact [ aan 'onbekend', c.q. aan deze lezer (hoorder)].

* [UITSNIJSEL schoolvoorbeeld: alle namen van dieren en planten zijn namen van uitsnijsels: het heeft lang geduurd, maar nu zien 'we' in dat die levende wezens niet kunnen bestaan los van hun intern (darmflora) en extern (biotoop) milieu. We troffen de losheid-suggererende benoeming aan toen we onze moedertaal leerden en het kostte ons heel veel moeite deze andere levende wezens en onszelf weer vast te kennen aan het (hun, ons) milieu.]

'Uitsnijden' is een gewelddadige bezigheid: wie het doet brengt niet het geduld op te wachten tot de grenzen der dingen zich tonen. Als er haast bij is, dan is dat tot daar aan toe, maar men moet het blijven weten: ik sneed uit.]

Zich verzetten tegen het onderwezen-worden komt niet zelden voort uit het aanvaarden (terecht) gedefinieerd te (kunnen) worden als wat men in de maatschappij is (doet). Men vat onderwijs op als opleiding (training, programmering) en herkent onderwijs niet als het (gelegenheid geven tot het) opnemen van informatie, waarmee men zelf juist ook buiten de maatschappij, in de vrije tijd, kan 'denken'. Het valt mij op hoe goed veel van die onbenullen die alleen over automobielen, mode en/of sport gegevens kennen eigenlijk kunnen leren in deze betekenis van 'eenvoudig veel onthouden en terugvinden'. Met die gegevens omtrent merken en typen, kleuren en snit, namen en prijzen, sporten en uitslagen van wedstrijden en namen van gladiatoren en sportverenigingen en transfer-prijzen zijn geen gedachten te vormen. Waarom zouden 'ze' de mensen er dan zo mee vol stoppen, met van die gegevens? Nou, drie keer raden. Zijn die lui die deze 'vraag' in economische zin, naar zulke gegevens (verslagen, beschouwingen, commentaren, televisie-beeld-materiaal) scheppen door er aan te voldoen, in coma, of weten ze donders goed wat ze veroorzaken en voorkomen? Nou, dat laatste hoor. Maar zij hebben zo hun doelen en verwerkelijken die, met grote (koop)kracht.

COMMUNICATIE
Een betoog (c.q. een volzin, een woord, een schema) betekent niks als er niemand bezig is er iets mee te bedoelen.
Dode talen zijn niet eens dood, want 'dood' betekent: geleefd hebbend en wel in de betekenis van meer dan een automaat geweest zijn. Er is een fundamenteel verschil tussen 'leven' en 'een automaat zijn'. Wat is dat verschil dan? Goede vraag, maar HIER leidt die vraag ons op een zijweg.
'Leven' en 'dood' zijn religieuze, spirituele, geen materialistische begrippen. Het materialisme heeft het 'élan vital' en dergelijke 'levensbeginselen' afgeschaft. Die mensen (= lichamen, vrij van alle ziel en geest en zo) die het niet meer doen, die niet meer werken, niet meer functioneren, die zijn niet dood, maar kapot. Net als een televisietoestel of een computer dat voor mij is: irreparabel. Irreparabel voor mij, bij mijn kundigheid, zogenaamd 'dode' mensen zijn irreparabel voor alle voor hen te bekostigen aanwezige deskundigen daar dan. Kapot dus.
Een 'dode' taal is er gewoon niet meer. Heel veel uitgeroeide stammen 'zijn er' en die hadden allemaal een eigen taal. Ja, ook een ongeschreven taal is een taal. Ook een analfabeet is een mens. Zelfs nu nog.

Een computerprogramma is geen oorzaak ('veroorzaker'?, nee veroorzakend, stroomjes leidend, ding) meer als de bijbehorende computer niet meer bestaat. Dat, - niks meer veroorzaken, bij (= door) afwezigheid / ontstentenis van de noodzakelijke, voorwaardelijke omgeving-, is analoog (evenwijdig, 'net als') NIKS BETEKENEN zonder een VERSTAANDER.
Zonder bedoelende scheppergod is ons leven (levend bestaan) zinloos: gekoppelde begrippen zijn dat: 'God' en 'zin'. Mensengebruikers proberen vaak 'gebruikt-worden' als 'zinvol-zijn' te verkopen. Protestanten zongen dat ook wel in hun kerken: ze vroegen hun God hen te gebruiken. Als je het eenmaal ziet is het onvoorstelbaar hoe openlijk de gebruikers die mensen (die gebruikten) hebben volgestopt met zulke bizarre manieren om tegen zichzelf aan te kijken. Voor 'geestelijke gezondheid' noemde een protestante psychiater overigens ook als een der voorwaarden: 'zinvol ingeschakeld zijn in het geheel van het zijnde'. Dingen worden ingeschakeld. Dit zijn mechanistische, materialistische termen. en het is uiterstmoeilijk het ene te zeggen en het andere te bedoelen, vooral is dat moeilijk als je helemaal niet de gewoonte hebt te 'meta-bespreken'.
En nu verder: zonder ontvanger is een geschenk, een bericht, een melding, een tijding slechts een uiting, het lege heelal in. Het spreken van een niet beluisterde is net als bidden aan een niet-bestaande god.
Zonder Zijn schepping als dankbaar schepsel, is de Schepper overigens ook als iemand die spreekt zonder gehoord (beluisterd en verstaan, 'begrepen') te worden, als iemand die een niet-bezochte website heeft.

Een geschreven tekst is een denkspoor, een spoor van bedoelen en als zodanig voor gelijk-afgestelden van de bedoeler een betekenend geheel, iets met een betekenis. Voorondersteld is, - c.q. wordt, gewoonlijk, habitueel -, de in feite afwezige, niet bestaande, gelijke afstelling. Zo doen normaal denkende mensen dat, onder elkaar.
Ook een term (zoals bijvoorbeeld 'tekstaanmaker', 'txaenz', 'uitsnijsel') is een spoor, van opmerken, onderscheiden, bedoelen, enz. Diegene voor wie zo'n term nieuw is, is niet 'gelijk-afgesteld', dat gelijk afgesteld worden is hem nog niet overkomen ten aanzien van deze termen, zoals wel ten aanzien van ongetelde andere termen. Zich 'gelijk afstellen' zal hij dan ook zelf moeten wensen en doen. Er is nergens vandaan hulp of bevel te verwachten.

Wij, - mijn 'tijd+taal'-genoten en ik -, zijn NIET gelijk-afgesteld. Wij zijn allen zozeer verschillend qua woord-betekenis-combinaties en qua idioom enz., dat er hier nu een babylonische spraakverwarring heerst en dat blijkt uit de afwezigheid van alle samenhang en constructiviteit in 'wat "wij" doen'. ['Wij' tussen aanhalingstekens, want 'wij' betekent hier niets, er wordt namelijk niets samen gedaan.] Overeenkomstigheid van handelen ( alle mannen in een lange broek) constitueert nog geen samenhang, laat staan construerend samen werken.

BEDOELEN, wat betekent dat?
Ik heb mij ten doel gesteld de suggesties van de in mijn brein (nog resterende) propaganda-taal weg te werken. Ik wil dat er geen gedachten aan niet-bestaands in mij opkomen zonder dat ik in de gaten heb dat het van die gedachten zijn.
Mijn teksten maak ik voor mij. Mijn brein is er voor mij. Ik maak geen deel uit van een gezamenlijkheid, een eenheid (een IETS) in actie. Er IS geen taalgebruiksdiscipline, DUS geen taalgemeenschap-in-actie.

Constructief is het in een taalgemeenschap dat wie niets te melden heeft zijn zwijgen bijdraagt. Het wezen van een huis is de ingesloten ruimte, binnen de muren. Het wezen van een taalgemeenschap is 'het stille verstaan' in plaats van: 'napraten, meepraten (met woordgebruiksgewoonten in plaats van met begrippen) en 'zonder nog iets te melden doorpraten''.
Zwijgen is niet het tegendeel van taalgebruik, maar het tegendeel van publiceren. [ 'Publiceren' dat is: sprekend en/of schrijvend de aandacht trekken van anderen, 'boeien'.]
Wie niets nieuws te melden heeft, zwijgt (idealiter). Slechts dan is voor iedereen niet het zogenaamd bekende te horen maar 'slechts' het gekende (dus per definitie ware, het onware kan immers niet gekend worden). Iedereen aan het woord betekent: niets is verstaanbaar, er is geen stroom van informatie naar de enkeling, die hoort slechts WITTE RUIS.
Dat is dan meteen een reden om geen TELEPATHIE te wensen, voordat men die 'leesbaarheid' van zijn eigen denken ook kan afzetten / uitschakelen. Dán is telepathisch een synoniem voor 'taalvrij', talenvrij, ook begrippenvrij en theorieënvrij.

Verzinsels en uitsnijsels
1. Herken alle verzinsels als zodanig.
[Zonder een verzinsel is veel niet te bespreken, dat echt bestaat. Bijvoorbeeld: de schepping (het resultaat) is een eenheid. Welk een passende term dus, die dit één-zijn als zodanig, als 'van een enkele oorsprong en bedoeling' met name, benoemt. De bezigheid (scheppen dus) is dat, een ondeelbare eenheid, ook.
Ik praat na en mee als ik dit voorbeeld geef: de sterren ontstaan en vergáánd leveren ze de scheikundige elementen waaruit alle levenden op aarde bestaan. De biologische verandering is ook al een proces, het voorgaande is weer noodzakelijk voor het volgende. Zo het al niet de oorzaak van het volgende is, dan is 'de wil Gods' of iets anders dat. Of er is geen oorzaak van menig gebeuren en dan is er in dat grof-mechanische bespreekbeeld geen passende beschrijving voor. Dat is totaal oninteressant, het ontstaan is toch verleden en dus buiten bereik, onhanteerbaar, nergens meer de oorzaak van. Slechts het zijnde is.]
2. Herken alle uitsnijsels als zodanig.
[Schoolvoorbeeld: die olifant die niet los kan bestaan van zijn darmflora en zijn extern milieu dat wij zijn biotoop noemen. Welk een vreemde bezigheid dat beest apart te benoemen, los van zijn milieu. Dat uitsnijden is een gewelddadige bezigheid, zoals ook het jagen, vangen en op-eten van die olifant dat is. Gewelddadig handelen en bijpassend denken (concipiëren, begrippen-vormen). Dat UITSNIJDEN over het hoofd zien, dat is DOM. Men dient het zich bewust te maken en te houden.]

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Categorieën in Jaap’s teksten

Recente reacties