Een thema dat in veel essays van Jaap terugkeert, is zijn stelling dat civilisatie neerkomt op "een gelaagde bijeenleving". Om binnen een civilisatie te (blijven) spreken van een samenleving is misleidend. We zijn, om een duidelijk voorbeeld te noemen, niet gezamenlijk bezig aan een of ander project.
Om de titel van dit essay te duiden, wijs ik op een van zijn andere essays ("Ieder zijn software"), waar hij over civilisatie en bijeenleving het volgende schrijft:
De vraag is dus: waartoe nog spreken? De ander hoort dat ik het anders over iets (mijn onderwerp) heb, dan hij het zou hebben als hij het tot onderwerp nam. Hij merkt dan dus op dat ik anders ben geworden dan hij is. Dat kon hij al vermoeden en is hem (evenals mij) totaal onverschillig, als hij (net zoals ik) niet bemoeizuchtig is. We zitten beiden opgesloten in ons zo-zijn en wij hebben geen gemeenschappelijke onderneming. Wij zijn gewoon vreemden voor elkaar, beiden zijn we gevangenen van deze bijeenleving, deze civilisatie. Elkaar met rust laten is het maximaal-goede dat we kunnen doen.
Een ander, eveneens terugkerend, thema is de driedeling natuur-cultuur-civilisatie. In onderhavig betoog wordt daaromheen, als quasi extra-schil, de maatschappij gelegd. In die maatschappij is er voor velen geen plaats.
(Jan Schot)
Jaap Schot, 19 mei 1986
De mensen zijn tegenwoordig hier te lande – en überhaupt in het hele postindustriële, ontwikkelde deel van de wereld – in civilisatie bijeen als gevangenen van elkaar. Ze hebben geen gebrek aan middelen (spullen, grondstoffen en gereedschappen van allerlei aard, alsmede technieken en vaardigheden) en evenmin gebrek aan tijd, aandacht en energie: werkkracht en denkkracht. Ze zijn alleen maar ontmoedigd, verward en van hun doelen en feestkracht beroofd.
De civilisatie vermoordde hun cultuur
Dat is, de volstrekt onbenullige manier waarop ze gewend waren hun grote overschot aan tijd, aandacht en energie te besteden. Ze besteedden die tijd, aandacht en energie aan wezenloze feesten van het type verjaardag, huwelijk, geboorte, dood, begin nieuw seizoen en zo voort. En ze verzonnen hele rijen goden en gebeurtenissen in het verleden om ten slotte net zoveel te vieren te hebben als waarvoor ze tijd enzovoorts over hadden. Die feesten vierden ze samen, en zo voorkwamen ze veel verveling en afgunst. Al dat vieren leidde de aandacht af van het saaie, maar gespannen, wachten op de zegen van goed weer, een voorspoedige gezondheid van de planten waar ze van leefden, en van hun vee.
Door het overgaan van verzamelen en jagen op landbouw en veeteelt, hadden ze zich gevestigd en afhankelijk gemaakt van – en, overgeleverd aan – een situatie waaraan ze zelf niets (weinig, onvoldoende) konden doen: het weer, de wisselvallige afwisseling van groeizame en magere jaren op die ene plek waar ze woonden en niet weg konden en wilden.
1
Zolang en zover als kon, leidden ze hun aandacht af van die gevangenschap in dat eigen gebied en van de genoemde, daaruit voortvloeiende, afhankelijkheid.
Tegenwoordig zijn niet alleen de culturen vermoord, maar ook de daarna opgekomen gezelschapsspelen, die men
- "Civilisatie brengen", zoals de Romeinen dat in ons land ooit deden, en
- "IETSen verspreiden", zoals de Spanjaarden dat in Amerika deden met het geloof, de Kerk,
kan noemen.
De roofmoordtochten zijn vastgelopen in loopgraven
De aarde is zo vol en de wapens zijn zo gevaarlijk geworden dat de roofmoordtochten – zoals de kruistochten, de heilige oorlog om de islam te verbreiden, het koloniseren van continenten enzovoorts – niet langer ongebreideld kunnen worden gebruikt om er het overschot aan jongeren in te werpen, als strijders. Die roofmoordtochten zijn, net als de Eerste Wereldoorlog, vastgelopen in loopgraven, doordat ze op een beperkt gebied bleken te moeten worden uitgevochten. Hetgeen "bezitbaar"
2
is, dat is verdedigbaar tegen anderen, is op aarde immers eindig!
Uit de civilisatie, uit de bewegingen – godsdiensten, bijvoorbeeld – is de grote beweging verdwenen. Zelfs het vrij jonge communisme verspreidt zich maar moeilijk en langzaam, tegen het amerikanisme in. Het inzetten van de massa's kan geen enkele beweging zich veroorloven, sedert men aan het Nazisme als voorbeeld ervoer dat alle gevestigde belangen zich over een beweging heen laten vallen. Al was het alleen maar omdat er aan beweging waar dan ook, buit vastzit, te verdienen is.
Beschaving brengen, goten leeghalen
Zowel tussen de bewegingen binnenslands als tussen de internationale bewegingen, dringt iedereen tegenwoordig aan op 'verdraagzaamheid' en verbiedt discriminatie.
Het spelletje "anderen even de beschaving brengen" mag niet gespeeld worden. Het wordt natuurlijk wel gespeeld. Maar slechts een zeer beperkt aantal lieden kan eraan deelnemen, want de omvang van deze oorlog moet beperkt gehouden worden. Het zijn geen grote aantallen lieden die naar de zendingsvelden kunnen en die als 'soldiers of fortune' (huurlingen) bijvoorbeeld vanuit de USA "communisten" kunnen gaan vermoorden in Midden-Amerika, en vanuit Frankrijk negers kunnen gaan jagen in Afrika.
Er is ondanks alles ook maar een beperkte hoeveelheid werk voor lui – zoals, het Leger des Heils en Moeder Teresa
3
– die de goten leeg willen halen, waarin de ondersten van de maatschappij zijn beland. In de USA, het U.K. en zelfs, in Nederland. Let wel: leeghalen, niet eraan werken dat de oorzaak van het volraken ook zelfs maar wordt herkend.
Verveling in de vastgelopen civilisatie
De mensen in de, in de loopgraven van gevestigde orde, vastgelopen civilisatie lijden aan verveling, aan nergens een positieve reden voor hebben, geen gewoonten meer samen hebben, hun tijd, aandacht en energie nergens aan weten te besteden. Voor vandalisme, verslaving en soortgelijk wangedrag hebben de daders vrij zelden een positieve reden. Hen ontbreekt een andere hen boeiende – respectievelijk inspirerende of afgedwongen – manier om bezig te zijn. Op de vraag waarom de daders dit deden, komt het antwoord van theoretiserende anderen achteraf, maar was voorafgaand aan de daad geen antwoord.
In het algemeen kan gesteld worden, dat mensen geen redenen hebben voor wat ze doen. Ze hebben alleen een gedrag voor het eerst bij toeval vertoond, of ze hebben een bekrachtigingsprogramma met dat gedrag achter de rug. Voor degenen die leeg zich lopen te vervelen, blijkt alle gedrag lonend. Want het geeft spanning en het verdrijft de leegte, de verveling. Voor die bekrachtiging is niemand nodig. Ook optreden ertegen bekrachtigt het gedrag in kwestie. Optreden levert aandacht van anderen en het erkent dat de dader aanwezig is. En voor anderen van belang, want door hen opgemerkt. Voordat hij zijn wangedrag vertoonde, werd hij niet opgemerkt. Er werd geen aandacht aan hem besteed, hij beleefde geen spanning.
Het subsidiëren van iedereen die anderen bezig houdt, per uur maal aantal beziggehouden anderen, is een manier om het handhaven van orde te privatiseren.
Van het individuele binnen naar het onpersoonlijke buiten
Tekenen we vier concentrische cirkels, waarbij de binnenste cirkel het individu voorstelt. De cirkel die de binnenste als eerste omsluit, stelt de cultuurpersoonlijkheid voor: het ‘broer, zoon, vader, oom enzovoorts zijn'; de van geboorte tot dood bestaande, zekere identiteit, voor samen feesten, helpen en geborgenheid geven.
De daaromheen getekende cirkel stelt de geciviliseerde voor. Dat is de uit meerdere-mindere gevoelens gemaakte persoonlijkheid: in consumerende, nemende concurrentie, en in producerende, toppresterende, zijn best doende competitie met alle anderen, gericht op winnen, slagen, zich laten gelden, zich boven anderen verheffen en zich daar, boven hen, handhaven. Om die derde cirkel heen is de vierde getekend, die de onpersoonlijke manieren van doen en laten als functionaris aangeven. Hem komen we als eerste tegen, als we met iemand – een vreemde – voor het eerst omgaan.

Het is mogelijk om slechts in de binnenste (individu) en de buitenste cirkel (functionaris) te leven. Slechts als individu met andere individuen – intiem, als vrienden – en, met alle anderen: functioneel, zakelijk, eerlijk ruilend.
In de tweede cirkel nog weinig cultuur, in de derde cirkel één groot gevecht
Bij familielid, is de
- geborgenheid gevende,
- niet – door enige druk vanuit de civilisatie – ontaarde,
- vierende
cultuur, voor velen van ons niet meer gegeven. Vrijwel overal waar ook civilisatie is, is de cultuur gereduceerd tot het familieleven, vaak zelfs tot het gezinsleven. We kunnen niet meer terecht zeggen: het Nederlandse volk viert Kerstfeest of Koninginnedag. Velen vieren deze dagen en ze doen het tegelijk. Maar dat is geen basis voor het bestaan van een volk, evenmin als het allemaal gebruiken van de Nederlandse taal dat nog is.
Leven in de derde cirkel betekent, het vertonen van de vechterspersoonlijkheid van de geciviliseerde, die geknecht werd en wordt. En die anderen op zijn beurt knecht, zich wrekend op – zijn gram halend in het omgaan met – derden die in een, aan de zijne, ondergeschikte positie verkeren en/of minder krachtig – intelligent, moedig, creatief, sluw, onbeschoft, ongeremd – zijn dan hij. Op het, voor ieder van ons onontkoombare, tegenkomen van zulke persoonlijkheden zijn diverse reacties mogelijk:
- aan hen gelijk worden, het geweld, het knechten, het ontrechten, het vernederen aan derden doorgeven,
- tegen hen met alle middelen ingaan, alleen en in vereniging met anderen (de persoonlijke strijd en de politiek in gaan),
- hen hun geweld aan je laten aandoen, maar het niet aan derden doorgeven,
- erover klagend, tegen mede-geknechten en/of tegen psychiaters,
- erover zwijgen en eraan gaan voelen, wat resulteert in het schaden van zichzelf. In ieder geval geestelijk, mentaal.
Niet zelden ook op den duur tot het zichzelf lijfelijk schaden – via het nemen van verdovende middelen en/of andere maatregelen tot zelfmoord op lange termijn.
Niet iedereen voelt ervoor in deze civilisatie te leven
Het aandoen van geweld aan de ander heeft, in de – als in loopgraven vastgelopen – oorlog om het bezit, de vorm aangenomen van het bezitten. Dat wil zeggen, het – aan wie niet heeft – onthouden 4 van het benutten van zaken en werkgelegenheid. Degenen die niets winnen, hebben spullen noch macht in handen. En ze hebben niets om handen, niets te doen. Wat ze ook doen, het is het overtreden van enig verbod. Het is minstens ongewenst, rust-verstorend gedrag. Zelfs het dadenloos rondhangen, wordt hen kwalijk genomen. Terwijl het toch het enige is, wat hen wordt toegestaan, wat hen als mogelijkheid wordt overgelaten.
"Zinvol ingeschakeld zijn in het geheel van het zijnde"
werd ooit door Rümke
5
als voorwaarde voor geestelijke gezondheid genoemd.
Er is voor zeer velen geen plaats in de maatschappij
Er is geen plaats voor hen in de civilisatie anders dan die van bestrijders van de gevestigde, vastgelopen roofmoordtocht, van binnen uit. De civilisatie die niet meer in beweging is, niet langer aan het koloniseren, niet langer zijn massa jongeren in oorlogen in de strijd kan werpen, maakt zijn eigen vandalen aan. Zijn eigen primitieve – wel geciviliseerde, maar niet beschaafde – vijanden die de kunstwerken die de knechten bouwden, vernietigen omdat ze de gevestigde civilisatie, de gevestigde orde, haten.
Wel geciviliseerd houdt hier in dat ze wel als individu ervan zijn weerhouden te leren voor zichzelf te zorgen. Ze zijn daarvan weerhouden door de gevestigde orde van het bezitten van zaken en van de (werk)gelegenheid (= van de bevoegdheid om, bij uitsluiting van alle beunhazen en amateurs, te doen wat gedaan moet worden). Wel geciviliseerd betekent ook: beroofd van de gelegenheid om al vierend als stamlid zijn overtollige, "vrije" tijd, aandacht en energie te besteden met anderen.
Knechten persoonlijkheden noemen, is propaganda
Persoonlijkheden vormen uit de mensheid, is als het vormen van druppels uit het water dat een emmer vult. De druppels waren er als aparte eenheden eerst niet. Er is niets te prijzen aan het vormen van druppels als aan het zich vervullen van sluimerende potenties, die naar verwerkelijking streven en verlangen, ja hunkeren. Met deze termen spreken de propagandisten voor de civilisatie wel over het vormen van persoonlijkheden. Het is nodig deze holle retoriek als zodanig te herkennen.
Het is de taak en de uitwerking van het onderwijs, de scholing, om te maken dat de ex-kinderen, de ex-individuen, de geciviliseerden, als knechten zijn. In hun concurrentie en competitie, verdeeld en tegen elkaar opgestookt. Ze kunnen nog vrijen en praten, maar intimiteit is niet meer normaal. Dat is nu zeldzaam, een uitzondering (zie Berne, over "psychospelletjes").
6
Ongeplaatsten zoeken uitlaatklep, positief of negatief
We zien de positielozen in onze tijd 7 namaak-culturen vormen: groepen waar ze de eigenschappen en uiterlijke spullen en gedragingen van vertonen.
Een zeer fraai voorbeeld zijn de Bhagwan-volgelingen. Totaal onschuldig. En een hoop haat aantrekkend, waar Hitler voor gespaard is gebleven. Die haat bleek bij een 'phone-in' 8 van de radio onlangs.
Ook zien we deze ongeplaatsten namaak-roofmoordtochten (civiliserings-veldtochten) opzoeken. De ongeplaatsten zijn vatbaar voor wat men "fascisme" is gaan noemen: het gaan bestrijden van deze of gene vijand. De USA kan nog wat tuig kwijt als huurling-soldaat naar landen waar een grote hoeveelheid bezitlozen zijn, om daar het communisme te bestrijden.
Hier te lande dreigt een strijd tegen herkenbare minderheden. Wie vechten wil om aan een identiteit (een antwoord op de vraag "wat ben jij?") te komen, heeft nu eenmaal
- een vijand en medestanders nodig, en
- een verhaal waarin zijn vechten zinvol en goed is.
Misschien wil menigeen liever dat er straatbendes ontstaan, die elkaar gaan bestrijden, zoals in New York.
Doelen voor de overtollige verschoolden
Wie de overproductie aan geciviliseerden (geschoolden; "verschoolden" is de betere term: door scholing, als individu, invalide gemaakten) wil bezighouden, heeft doelen nodig. Daarvoor worden organisaties geschapen met plaatsen, waarop deze overtollige – slechts nog voor een knechtenleven – geschikten gezet kunnen worden. Er moet een plaats voor ze zijn, willen de anderen van hen kunnen eisen dat ze hun plaats kennen.
Het alternatief hiervoor is, deze verschoolden alsnog leren zich vierend bezig te laten houden in een aantal commercieel – om den brode, door specialisten – gaande gehouden "subculturen". Afgescheiden (geen geluidsoverlast e.d.) en duur/ royaal betaald.
Geplaatsten leren elkaar niet persoonlijk kennen
Wie een plaats, een positie, hebben in de maatschappij – al is het maar als koper (klant) en verkoper (winkelier) – ontmoeten elkaar aanvankelijk als functionaris. Ze leren elkaar niet persoonlijk kennen. Vooral bij klanten en kelners is vaak goed te merken hoe vaak het functionele omgaan met elkaar, wordt vermengd met het omgaan met elkaar als heer en knecht – dat wil zeggen, als geciviliseerden.
Overal waar we verschoolden bezig zien als functionarissen, ligt bewijsmateriaal dat iedere robot en iedere computer over enige tijd te verkiezen zal zijn boven deze personen. Om de simpele reden dat een ongehoord groot deel van de tijd en aandacht gaat van het werk dat gedaan moet worden, van de zakelijke interactie, naar het interpersoonlijke gevecht om de superioriteit, om wie "de meeste" zal zijn.
Overal wordt de aandacht gericht op deze onder- en bovenschikking.
Juist ook door die predikers die erop wijzen dat Jezus de meerdere niet wilde zijn en dus onontkoombaar (het spel kon hij ook niet breken!) werd tot de minste van allen, terwijl hij toch het voorbeeld ter navolging moet zijn voor zijn gelovigen. Vooral de reeds genoemde, goten afschuimende, hulpverleners genieten eindeloos van het onomstotelijke feit dat zij binnen – en niet, onderaan – zijn, zoals degenen die door hen geholpen worden.
Symmetrische omgangsvormen
Het in de maatschappij samenleven, de maatschappij vormen is: omgang functionaris-functionaris, zakelijk. Zonder aanzien des persoons (d.w.z. van zijn positie, zijn rang, zijn status, onpersoonlijk) is uiterst zelden. Personen, verschoolden, aangepasten, kunnen het vrijwel nooit goed, puur, schoon, ongecontamineerd, eerlijk, zonder bijbedoelingen, ongecorrumpeerd vertonen. Ze kunnen, en willen, het evenmin als intiem zijn: individu-individu-omgang.
Het in civilisatie samenleven is: het met elkaar omgaan als: geciviliseerde (verschoolde)-geciviliseerde (verschoolde).
In cultuur samenleven vinden we als restant nog in familieleven en gezinsleven: familielid-familielid; gezinslid-gezinslid.
De tot nu toe aangeduide omgangsvormen:
- individu-individu,
- familielid-familielid/ gezinslid-gezinslid,
- verschoolde-verschoolde, en
- functionaris-functionaris
zijn symmetrisch, horizontaal, op gelijk niveau, tussen gelijke rechthoeken, of hoe men het ook zegt.
Asymmetrische omgangsvormen
Van een asymmetrische, scheve, interactie is sprake bijvoorbeeld wanneer een individu een ander als individu aanspreekt (benadert) en deze ander "antwoordt", "reageert" als persoon (= als familielid of als verschoolde, respectievelijk de traditie aan het individu voorhoudend en met het individu in gevecht gaand om wie de baas, de sterkste van de twee is).
Ook wie als functionaris een ander benadert, kan van die ander een persoonlijk, onzakelijk "antwoord" als reactie krijgen.
Menig familie- en gezinsleven is verpest door scheve interacties tussen de één als gezinslid en de ander als verschoolde. Wie als verschoolde reageert, schuift het resultaat van de verscholing tussen hen. Namelijk, de opvatting "voor wat, hoort wat". Het is de grondregel van de geciviliseerde dat
- voor alles wat teruggedaan behoort te worden,
- alle hulp en toeneiging 9 voorwaardelijk is, ruilende dienstverlening.
Wie mij niet kan dwingen, moet mij betalen. Wie niet sterker is dan ik, moet tegenpresteren als ik iets voor hem doe.
Intimiteit ten onder door privaat bezit
De ondergang van het intieme leven van de wilde mensen heeft plaatsgevonden, waar we iemand van hen privaat iets zien bezitten. Dat wil zeggen, het aan het gebruik door anderen zien onthouden, terwijl hij het zelf niet aan het gebruiken is. Dit zo omgaan met hun eigen spullen, wordt de kinderen in vele gezinnen met geweld aangeleerd.
Vele ouders, onderwijzers, leraren en opvoeders, zullen de neiging voelen te janken, wanneer ze geen spelden kunnen krijgen tussen de redeneringen die leiden tot de vaststelling dat hun kinderen en leerlingen geen plaats zullen krijgen of vinden, noch in een cultuur, noch in een roofmoordtocht, noch in de loopgraven van de maatschappij der gevestigde banen en belangen. Ik zie even af van de mogelijkheid dat ze boos worden op de brenger van het bericht.
Iets doen, of alleen ruimte geven?
De vraag "Hoe moet het dan?" moet niet als eerste gesteld worden, laat staan beantwoord. Eerder gaat het erom vast te stellen wie ten aanzien van welke anderen met welke middelen wat kan proberen te doen. Als er tenminste iets gedaan moet worden voor anderen, als het niet voldoende is de anderen de, voor hen nodige, ruimte te geven.
Wel, dat laatste is voor verschoolden niet voldoende. Ook oudere verschoolden, die nu opvoeders, leraren en ouders zijn, krijgen als eerste en enige mogelijkheid bewust dat er voor het oplossen van dit probleem een stel deskundigen, instellingen en geld moeten komen. De totale commerciële vertrossing, waarbij de amuseerders per uur en per toeschouwer en beziggehoudene betaald worden, stuit de ouderen tegen de borst. Toch is het niet zeker, ja zelfs niet eens waarschijnlijk dat ze er iets anders op zullen vinden.
Mijn antwoorden op de vragen naar wie dan waarmee voor de anderen, de jongeren, de ongeplaatsten, iets moet en kan doen, zullen wel niet erg gauw populair worden. Ik stel: zie toe wat jij (opvoeder, ouder, leraar) zelf aan het doen bent. Beschrijf het bijvoorbeeld minstens ook eens met de eerder door mij (in dit betoog) ingevoerde begrippen/ termen. Merk op, bestudeer en zeg uit wat jij zelf aan het doen bent. En hou op, met wat je niet wenst over te dragen, voor te leven aan jouw jongere tijdgenoten.
Ik bijvoorbeeld kan nu nog wel volhouden dat ik voorleef dat je erg goed moet formuleren en doordenken wat je bedoelt, wat je inziet, alvorens te publiceren, maar lang kan dat niet meer duren. Als ik zelfs hier te lande heden ten dage niet durf te publiceren, waar en in welke tijd zou mijn moed dan toereikend zijn (geweest)?
De volmaakte opvoeder
Ouders en opvoeders hebben tijd en aandacht, die kunnen ze gedeeltelijk aan hun jongeren besteden. Als die jongeren daar nog van gediend zijn.
Hoe word ik een volmaakte opvoeder/ ouder/ leraar? Antwoord: wees volmaakt en handel natuurlijk, zoals in je opkomt.
Wees volmaakt! Niet, word volmaakt.
Louter 10 je doen en laten, inclusief je bewustzijn. Hou op met al dat begrip op te brengen en te vragen en te eisen voor je eigen historisch gegroeide, oh zo verklaarbare zwakheden en onvolkomenheden en gewoonten. Hou ook op met iets nog vreselijkers: tevreden zijn met zoals je bent.
Het is niet het gemakkelijkste woord, maar probeer eens te onderscheiden tussen benullig en onbenullig.
- Kijk met dat begrippenpaar eens naar je eigen doen en laten.
- Luister eens naar wat je zegt.
- Besteed, al uitschrijvend, eens aandacht aan wat zich aan je bewustzijn opdringt, als je het vullen van het beeldscherm van je bewustzijn overlaat aan je eigen brein.
Alle media buitengesloten, stilte om je heen, en aandacht besteden aan wat je van binnenuit invalt.
Ik geloof niet dat zulke vermaningen en aansporingen veel helpen. Ik weet dat dat een vooroordeel van me is. Ook weet ik dat ik het in ieder geval helemaal alleen in m'n eentje heb moeten doen. Ik vond en vind het erg leuk om te doen.
VOETNOTEN
1) [red.] Zo'n 30 jaar later, noemt Yuval Noah Harari in zijn boek "Sapiens; Een kleine geschiedenis van de mensheid" diezelfde overgang (van verzamelen en jagen, op landbouw en veeteelt) de agrarische revolutie. Wat er gebeurde beschrijft hij anders dan Jaap, maar het komt ongeveer op hetzelfde neer. Uit de drieëntwintigste druk (2018) citeer ik het volgende stukje van bladzijde 92:
De agrarische revolutie was de grootste zwendel van de geschiedenis. Wie was hiervoor verantwoordelijk? De schuldigen waren geen koningen, priesters of kooplieden, maar een stuk of wat plantensoorten, waaronder tarwe, rijst en aardappelen. In feite hebben deze planten Homo sapiens gedomesticeerd in plaats van andersom.
2) [red.] Jaap gebruikt het woord bezitbaar in de betekenis van "als bezit kunnen hebben", en niet in de gebruikelijke betekenis van "waarop je kunt zitten" (zoals bij een stoel, een bank).
3) [red.] Moeder Teresa (1910-1997) was een Albanese katholieke zuster. Zij stichtte de congregatie Missionarissen van Naastenliefde. Zij zette zich in onder de armsten der armen in India. In 1979 ontving zij voor haar werk de Nobelprijs voor de Vrede. 19 jaar na haar dood werd ze heilig verklaard.
4) [red.] Onthouden, in de betekenis van "iemand iets niet geven".
5) [red.] H.C. Rümke (1893-1967) was een Nederlands psychiater en hoogleraar. In Jaap's nalatenschap zat een boekje van Rümke, getiteld "KARAKTER en AANLEG in verband met het ONGELOOF". De vele, door Jaap ingeschreven, notities duiden erop dat hij dit boekje (uit 1963) destijds bestudeerd heeft. Hoofdstuk 1 heeft wel een net iets andere titel dan Jaap suggereert: Het zich zinvol ingeschakeld voelen in het geheel van het zijnde.
6) [red.] Eric Berne (1910-1970) was een Canadees psychiater en grondlegger van de transactionele analyse. Jaap verwijst naar Berne's bekendste boek 'Games People Play' (1964), dat vertaald is als "Mens erger je niet".
7) Men zegt "onze samenleving", maar dat woord suggereert iets meer dan gelijktijdige aanwezigheid bij elkaar en misleidt daardoor.
8) [red.] Phone-in is een Engelse term voor
- rechtstreeks telefonisch contact met iemand, bijvoorbeeld de kiezer tijdens een verkiezingscampagne,
- deelname van de luisteraar of kijker tijdens een radio- of televisieprogramma,
- een opbelprogramma.
9) [red.] Toeneiging is een germanisme voor genegenheid, sympathie. Voorbeeld: hij scheen enige toeneiging voor mij te hebben.
10) [red.] Louter als aanvoegende wijs van het werkwoord louteren.
Als individu is het soms lastig om te zien waar je het eigenlijk voor doet. En waarom je het doet. Onder invloed van de maatschappij denk je dat je bepaalde zaken zo of zo moet doen, maar inderdaad je bent niet echt een onderdeel. Je draait als verschoolde mee in wat je denkt dat zo hoort.
En als dat niet lukt, zoek je toch die samenheid op. Voorheen in oorlogen en kruistochten en nu tegen de gevestigde orde.
Als individu ben je als druppel uit die emmer gehaald. Eigenlijk heeft ieder de behoefte aan écht samenzijn, vertrouwen en gekoesterd worden. Oerliefde. Maar wie kun je echt vertrouwen met je lijf en leden? Kan je medemens daar wel mee omgaan – of kun je daar zelf wel mee omgaan? Jezus ervoer het ook: wordt het dan niet snel toch een machtsspel, meester en knecht? Ipv van samen zijn en uitwisselen in liefde – dat een van de twee of zelfs beiden daar niet mee om kunnen gaan en zich als meester opstelt – maar uiteindelijk de knecht is van zichzelf. Sunt!
Voor mij voelt het veiligst om zoveel mogelijk hetzelfde te zijn (autonoom?) door alle cirkels heen. Geen toneelspel. Ik ben in alle situaties hetzelfde. Althans dat probeer ik, maar tuurlijk heb ik die cirkels en verschoolde diep in me zitten. Geen illusie daarover.
Toch verbondenheid zoekend. Gevend en nemend zonder daar een saldo aan te hangen die vroeg of laat moet worden verevend. Klinkt goed. Doe ik dat wel? Waarschijnlijk niet. Soms wel denk ik. Dat geeft mij voldoening en rust hoewel ik mezelf er ook op betrap dat als ik iets duidelijk onredelijks ervaar van een ander persoon, ik de neiging heb erboven te gaan staan. En dat is dan toch weer niet samen… Helpen voelt idd ook alsof ik me boven iemand stel. Iets van iemand ontvangen is vaak moeilijker. Hmmm, wat is dat?
Ik denk dat we er als mensheid niet uitkomen als we ons laten leiden door angst voor te weinig (spullen, erkenning, etc etc) en dus niet die samenheid ervaren. Denk dat als je boven de aardbol hangt en naar beneden kijkt, je zal denken: ze zitten daar allemaal samen op die blauwe bol, waarom doen ze het dan niet samen?
Dank voor je uitgebreide reactie!
Je laat hierin allerlei elementen, uit bovenstaand essay, de revue passeren: individu, maatschappij, oorlogen, kruistochten, de gevestigde orde, Jezus, knecht. Je verwijst ook naar de concentrische cirkels, en deelt met ons de gedachten, die het beeld van die cirkels bij je oproept. Mooi is tevens dat je de nieuwe term “verschoolde” door je reactie heen weeft.
Ik zie dat je Jaap’s begrippen gebruikt als “Denkgereedschap”. Dat is juist ook de belangrijkste bedoeling van Jaap’s teksten. Het gaat er niet om of je het wel of niet eens bent met zijn betoog, maar om zelfstandig het onderwerp te doordenken. Als daarbij begrippen uit zijn “Gereedschapskist voor het Denken” gebruikt kunnen worden, is dat mooi meegenomen.
Leestip:
Paul Wouters – “Denkgereedschap; een filosofische onderhoudsbeurt”
Daniel C. Dennett – “Gereedschapskist voor het Denken”