Jaap Schot, 17 juni 2001
Het gaat er om onverhuld te benoemen en te bespreken. Verhullen doet men met het oog op de toeschouwer, dus niet met het oog op de zaak. De zaak noch de duidelijkheid zijn met verhullen gediend. Het is ‘beschaafd’ te verhullen. Is dat nou zo? Het is geen toeval dat het samen voorkomt bij de hoger geplaatsten, de hoger staanden, de lui van de hogere standen, dat verhullen en het om begrijpelijke standsredenen onduidelijk houden van wat niet verborgen kan worden gehouden.
Niet-verhullend benoemen heet niet ‘plat’, maar ‘bot’.
Het is een niet verhullende uitspraak (constatering) dat er mensen door andere mensen gehouden worden, zoals mensen ook gebruiksvee van andere diersoorten houden. Als het vee bezit is, een eigenaar heeft, dan spreekt men bij menselijk vee van slavernij. Nu het anders geregeld is hier tegenwoordig, doet menigeen alsof met de slavernij ook het houden van mensen als vee is afgelopen. Nee dus.
Het gaat bij filosoferen om de gewone woorden en de verschijnselen waarbij en omstandigheden waarin ze gebruikt worden. Het gaat om de betekenis van de woorden, om hun werking (werkzaamheid) als wegwijzer. Het gaat niet om woordgebruiksgewoonten (plus grammatica en logica), dat geeft ook mooie tekst, maar die tekst is wezenloos.
In dit geval hier gaat het dus bijvoorbeeld om gebruiken, waarvan onderscheid je dat nou??? Daaraan merk je dat je aan de betekenis bezig bent, en niet alleen met de woordgebruiksgewoonten: aan het feit dat je het van iets anders onderscheidt, dat je het voor gebruik kiest uit twee of meer niet-synoniemen.
“Maar dat schiet niet op”.
“Inderdaad niet, we hebben ook geen haast.
Juist om die haast kwijt te raken zijn we uit
alle discussies, debatten, disputen,
kortom uit alle vechten met woorden gestapt.”
Ook gaat het hier om het woord ‘vee’, zie daarvoor het opstel ‘Begrippenapparatuur’, waar dat woord als voorbeeld is gebruikt.
0 Reacties