Civilisatie treedt op in drie vormen

Categorieën: 1986, 1 april – 1989, 31 december | Archief | Overige teksten

Trefwoorden:

 Jaap Schot, 20 juni 1987

Civilisatie treedt op in drie vormen, resp. voor mannen, voor vrouwen en voor (school)kinderen.

De mannen zien we bezig - als bezitters te pronken met andermans technische prestaties (auto's) - als toeschouwers zichzelf te voelen als waren zij (bij en met) de vertoners - zich als direct (voor geld) gedienden als heer(ser), koning, keizer aan te stellen - met het harde wapengeweld (van leger en politie) de orde, de spelregels van deze civilisatie te laten handhaven - zich als burgers in naties op de dimensie techniek te meten in de wapenwedloop.

We horen hen praten over auto's, sport, vrouwen en politiek.

De vrouwen zien we bezig - met zachte terreur ("liefde") hun kinderen aan zich te verplichten tot het aan hen besteden van txaenz - met dienen "hun" mannen van zelfverzorging af te houden en zodoende tot deze zelfverzorging buiten staat te houden - als privaat publiek vanuit een "thuisbasis" hun mannen en kinderen er op uit te sturen om te presteren

We horen hen praten over hoe lief hun kinderen zijn, hoe te verzorgen en te verwennen hun mannen zijn en hoe goed man en kinderen het doen op het werk en in school. Daarnaast ook juist over hoe (waaraan) ze geld besteden, waaruit onuitgesproken blijkt hoeveel wel.

De (school)kinderen zien we bezig - zich met elkaar in spelletjes te meten in de pauzes en na schooltijd - zich met elkaar onder schooltijd te meten in presteren en in durven storen - zichzelf te wennen aan het streven naar toppresteren, uitblinken en winnen.

We horen hen praten over prestaties (van zichzelf, maar juist ook van anderen met wie ze zich zo verbonden achten dat de glans van de prestaties van deze anderen ook hen verlicht) en over de bezittingen van hun vaders. We horen hen zich indelen bij muziek-stammen.

Dit alles is civilisatie.
De civilisatie is: het spel van het ongelijk verdelen van het beschikkingsrecht over het besteden van txaenz en over de resultaten van dat besteden. We zien (en horen) mannen de civilisatie vermommen als noodzaak, als natuur. We zien en horen vrouwen de civilisatie vermommen als verzorgen, als cultuur. We zien en horen kinderen de civilisatie keihard en onverhuld spelen. We horen en lezen van geletterden de verhullende teksten waarin ze de civilisatie 'ontwikkeling', 'vooruitgang' en 'beschaving' noemen.

De werkelijkheid is dat iedereen op school en op het werk (en meestal thuis ook) gedwongen wordt tot het inbrengen van zijn txaenz in het ingewikkelde, ondoorzichtige ruilen, dat resulteert in de ongelijke verdeling van inspanningen en de ongelijke verdeling van alles wat kan worden bezeten (= verdedigd en aan het gebruik door anderen onttrokken gehouden) en genoten. Practisch iedereen heeft anderen in gebruik en is bij anderen in gebruik. "Dat is normaal", zo zegt men, "Dat is normatief, maatgevend, zo hoort het", bedoelt men. Zelfs de koningen en de superrijken zijn in gebruik, bij hen die zich als hun dienaren voordoen. Ook de werklozen en de zieken, zelfs de ergst gehandicapten zijn in gebruik, bij wie hen dienen voor het geld van derden. We moeten dus in de civilisatie spelers en gebruikten onderscheiden, hoezeer deze groepen elkaar ook ("personeel") overlappen. Er zijn pure spelers en pure gebruikten denkbaar en ze bestaan ook. De meeste mensen echter zijn afwisselend, dagelijks in beide groepen te vinden nu eens in deze, dan in die. Iedereen gebruikt dagelijks anderen en wordt dagelijks door anderen gebruikt. Let wel: eerlijk ruilen is geen elkaar gebruiken. Bij een juist loon zou ook (zich laten) dienen voor geld [geld (laten) verdienen, loonarbeid (laten) verrichten] geen gebruiken of gebruikt-worden zijn. Zomin echter als het huidige autoverkeer mogelijk is zonder "ongelukken" zomin is de moderne maatschappij mogelijk zonder gebruiken en gebruikt worden: zonder parasitisme. Een belangrijk verschil tussen 'het auto-systeem' en 'de moderne maatschappij' [het systeem van gespecialiseerde loonarbeid (laten) verrichten] is echter dat in dat laatste het ongelijk verdeeld raken tot schade van sommigen geen ongeluk, maar opzet is, de deelnemers zijn er (blijkens hun stemgedrag) volstrekt niet op uit dit schaden te vermijden.
Wie zich bewust maakt van wat er in het spel dat ik 'de civilisatie' noem gedaan wordt en van wat er daardoor gebeurt, verliest wellicht de lust om te spelen. Weinigen echter zijn puur speler en zij kunnen dus dan ook niet in hun eentje ophouden, ze blijven in gebruik, bij de anderen die doorgaan (te spelen resp. zich te laten gebruiken). Iedereen kan zich aan veel gebruikt-worden onttrekken en zich van veel gebruiken onthouden. Meer zie ik niet als mogelijk. Voor velen zal dit toch een ingrijpende verlossing zijn, met name voor hen die zich nu (laten) afmatten in het grote peloton, zonder dat ze ooit kunnen winnen of zelfs maar gelijk kunnen spelen, [= een 'eigen geldje' kunnen winnen, eerlijk hun inspanning kunnen ruilen met wie hen toevallig omgeven als "klant" en als "leverancier" [al of niet vermomd als 'naaste', als echtgenoot(e), als vriend(in), als leider, als priester, enz.].

Ik ga te weinig met mensen om om te weten, maar ik vermoed dat weinigen zich bewust maken van het spel dat de civilisatie is: van dat opzettelijk ongelijk verdelen, dat eindeloos ingewikkelde en vermomde leven te koste van anderen. Het maakt natuurlijk ook niets uit: doen en laten heeft gevolgen, gedenk daarbij en daarnaast heeft die niet. Ophouden met alles nastreven, halen, nemen, hebben en houden wat je te pakken krijgen kunt, laat ruimte aan anderen, speleres en gebruikten, die onverminderd doorgaan. Positieve gevolgen zijn er niet van te verwachten. De verdeling als resultaat verandert erdoor, het opzettelijk ongelijk verdelen gaat onverminderd voort.
Ik weet over de civilisatie niets positiefs te denken, maar een reden om op te houden mee te doen is er alleen voor wie geen enkele kans meer heeft om ooit voordelig mee te doen, ooit iets te winnen of ooit quitte te spelen. Het organiseren van op een bepaalde wijze geschaden is ook een manier om mee te spelen. Daardoor is een systeem van in toom houden en in evenwicht brengen te maken waarbinnen het voor velen zeer wel te leven is. In die leefbare gevangenschap planten de mensen zich mateloos voort en daardoor is er voor alle leven buiten dit systeem geen toekomst, tenzij alles wat buiten leeft ook in bezit genomen wordt en als 'ons milieu' onder de bescherming van alle eigendom komt te vallen. Dat is wat er aan het gebeuren is, traag, maar onafwendbaar.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *