Jaap Schot, 15 augustus 2008
OVER COMMUNICEREN
===============
‘Communiceren’ is een werkwoord van de ándere soort dan fietsen. Fietsen kun je iemand zien doen. Fluiten kun je iemand horen doen.
Er kan afgesproken zijn: als je me hoort fluiten, ben ik klaar met mijn werk en kunnen we samen een eind gaan fietsen. Die afspraak geeft aan het fluiten een betekenis voor de makers (weethebbers) van die afspraak. Bedoeling met en opvatting van het fluiten vallen voor de makers (weethebbers) van die afspraak, niet samen, het blijven twee ‘dingen’, maar de overlap is volledig. De boodschap wordt verstaan.
Wie het fluiten uitlegt als een uiting van vrolijkheid, ontspannenheid, er plezier in hebben, gééft er een betekenis aan, die het daar dan niet heeft. De ‘goede zin’ die de laatste hoorder veronderstelt, wordt niet geuit.
====
Als iemand door zijn lezers verstaan wil worden, als hij wil dat zij een rondje gaan fietsen als hij fluit, dan moet die afspraak er zijn. Die afspraak (= die operationele definitie van het begrip dat met het woord benoemd wordt), ís niet gemaakt door schrijver en lezer. Die afspraak is überhaupt niet gemaakt, nee, ook niet door DE spreker van HET Nederlands.
=========== 15-8-2008 19:25|198||
16-8-2008 16:10: Als verschijnselen zich in vaste paren of groepen voordoen, dan kunnen we door opletten die associaties leren en dan gaat het zien van het een de aanwezigheid / het gebeuren van het andere ‘betekenen’. Voor ons, de weethebbers van dat samengaan, die correlaties. Samengaan is ongelijk aan samenhangen. De school vissen kan er zijn zonder de bijpassende schreeuw van de haar (die school dus) ontdekkende meeuw. De kat kan in mijn tuin zijn zónder de waarschuwende tikgeluiden van de merel voor het mereljong.
=======
Geen zinnige merel gaat dat geluid aanmaken zonder dat er een kat én een jong is. Dát ligt bij mensen anders, tegenwoordig. Ik weet niet sinds wanneer. Er is sprake van ontelbare ‘dingen’ die er niet zijn (de spreker erkent dat: Marten Toonder en Orwell claimen niet dat er sprekende dieren door hen werden waargenomen, geciteerd en beschreven) en van ontelbare dingen in het bestaan waarvan de sprekers zelf zeggen te geloven (wat wíj weer niet hoeven te geloven). Als men spreekt tot anderen van wat afwezig is en zelfs niet bestaat, om daar geld mee af te troggelen, dan zijn de juristen (zelf kampioenen in het spreken van zaken die niet zijn) er om van (pogen tot) oplichten te spreken. Als men spreekt tot anderen van afwezig en zelfs niet bestaands, zónder daar geld mee af te willen troggelen, dan zit men bijvoorbeeld in de esoterische business. Je verkoopt dan troost en dagdroombegeleiding en als daar koopkrachtige vraag naar is, is dat een “legitiem” deel van de bewustzijnsindustrie.
=========
Veel mensen (gezonde hebberigen, gevangenen, gebruikten, door anderen bestuurden (rechtstreeks of via ‘wat ze leerden’, hun ama, zoals ik het noem), verveelden, gebonsaiden, gehandicapten, zieken en stervenden), verlangen naar een alternatief bestaan na en/of naast en/of boven of bovenop, hun lijfelijke gebeuren onder deze omstandigheden. Ontevredenheid kenmerkt vele mensen. “Wees ontevreden”, is een bevel aan alle geciviliseerden die erfgenamen zijn van de nederlaag en van de vrede. De erfgenamen / bewonderaars en/of nazaten van de veroveraars zijn ontevreden dat zij niet meer kunnen moorden, roven en verkrachten naar hartelust en met instemming van al hun stamgenoten / landgenoten / taalgenoten. De erfgenamen van de nederlaag zijn terecht ontevreden met hun ‘geleefd worden’. “Overtref” (je eigen vorige prestatie en/of zoveel mogelijk anderen die op die dimensie scoren) is een ander civilisatiebevel dat we leerden kennen. Debatteren is een manier om aan deze bevelen te gehoorzamen.
0 Reacties