Computerprogramma als spreekbeeld

Categorieën: 1990, 1 januari – 1994, 31 december | Archief

Trefwoorden:

Jaap Schot, 10 oktober 1992

Over mij met correct.com als spreekbeeld

Ik heb een computerprogramma dat twee woordenlijsten met
elkaar kan vergelijken. Standaard vanuit de fabriek heeft het
daarvoor een lange lijst Engelse woorden en daarmee vergelijkt
het dan de door hem zelf gemaakte lijst van woorden die ik in
mijn tekst, mijn file 'X.txt', heb gebruikt. Over woorden die in
beide lijsten voorkomen meldt hij verder niets. Over de woorden
die alleen in de gegeven lange lijst Engelse woorden voorkomen
meldt hij ook niets. Hij meldt alleen die woorden die wel in mijn
file en niet in die lijst voorkomen, nieuwe woorden, die somt hij
op.
Als ik die (voor het programma nieuwe) woorden wil toevoegen aan
de woorden die hij herkent en verder niet meer noemt, dan kan
dat. Die lijst van 'nieuwe woorden' bevat dus niet-langer-nieuwe
woorden. Het zijn bij wijze van spreken door het programma
aangeleerde woorden.
De maker van het programma heeft de niet herkende woorden 'bad words' genoemd. Het zullen wel spelfouten zijn, die nieuwe woorden, die ik nog niet heb, zegt nu het programma. Het zal wel zinsbegoocheling, illusie, hallucinatie, verzinsel, gezichtsbedrog zijn, wat ik niet herken, dat is: wat ze niet in mij hebben gestopt als juist, als goed.

Als eerste noem ik de bruikbaarheid van het bovenstaande als
beeld om mee te bespreken wat de situatie is van een opgeleide,
opgevoede, geschoolde, geïndoctrineerde volwassene wanneer hij
zich ertoe zet te 'reflecteren' op, resp. zich los te maken van
wat in hem slechts resten, nee, sporen zijn van wat was, nee van
wat hij, - mogelijk dwalende -, dacht-dat-was en dacht dat hem
werd aangedaan. Het aangeleerde, voor waar genomene, als norm
voor alle gegevens bedoelde, zal hij die zich losmaakt voortaan
opvatten als gereedschap. Een zaag verplicht zijn bezitter niet
tot zagen. Gereedschap verplicht zijn bezitter niet tot
gebruiken. Normen doen dat wel, dit is goed, alles moet goed, dit
moet jij, dit goede kennend, doen. Normen zijn bevelen. Dat is
het verschil.

Als tweede gebruik-als-beeld valt mij in: we zien duidelijk dat
iedere gebruiker van dit programma, zijn eigen nieuwe woorden
bundelend, zich een van die van elke andere gebruiker
verschillende bundel aanmaakt. Wat voor de een een nieuw woord
is, is dat voor de ander soms ook, soms niet. Nieuwheid is geen
eigenschap, zit niet vast aan het woord. Nieuwheid zit niet vast
aan het verschijnsel. Zo is het ook met het 'verlossend-zijn' van
een woord, het 'verhelderend-zijn' van een tekst of een tekening.
.. ==//==

Verbazing is een woord in dit verband.
Verbazen kan iemand zich dan wanneer hij iets opmerkt dat hij
niet verwachtte. Net als bij teleurstellen en meevallen is het
verwachten een noodzakelijke voorwaarde voor het gebeuren. Het
gebeuren vindt dan ook binnen de persoon in kwestie plaats.
Binnen de persoon, niet binnen het individu: binnen de eigen
woordenlijst, niet binnen de hardware en/of de standaard-
software. Dat programma 'correct.com' waar ik het over heb
staat los op een diskette, het heeft niets met mijn computer
te maken, is slechts door mijn computer te hanteren, te
'slikken' en te gebruiken. Zo kon ik, dat is: mijn lichaam,
in de loop van mijn leven deze, mijn persoon 'slikken' en
gebruiken. Let wel: ondanks wat de meeste malen beweerd
wordt: er kan niet terecht gesproken worden van 'zich eigen
maken', mijn persoon is mij niet eigen. Het is een slechts
technisch probleem om mij een andere persoonlijkheid aan te
meten. Ik heb geen binding met mijn persoonlijkheid. Zo min
als mijn computer een binding heeft met die programma's die
ik met die computer gebruik. Alleen, dat schreef ik al
eerder elders: die god die mij(n lichaam, mijn txaenz)
gebruikt door mij deze persoonlijkheid als een programma te
'slikken' te geven, die god ken ik niet, is mij niet
gegeven.

Iedere opvoeder, instructeur, opleider, indoctrinator of andere
ingebruiknemer heeft er baat bij dat ik niet van persoonlijkheid
verander, dat ik mijn persoonlijkheid niet herdefinieer, haar
niet omdefinieer van 'verzameling bevelen' naar 'voorraad
gereedschap'. Die gebruikers spelen godje, zij nemen de kinderen
in gebruik, in naam van 'de gemeenschap', 'de samenleving', 'het
volk', 'de mensheid' of deze of gene verzameling idealen.
Die eenheid van de mensen (niet slechts allen die
elkaars tijdgenoten zijn, maar ook de voorouders en de
nog niet geboren nazaten) is een gebruiksverzinsel, het
is puur gereedschap om anderen te gebruiken die in die
verzinsels geloven. Dat geloof is niet zeer wijd
verspreid, het gebruik echter wel, en om het verzinsel
in argumenten en aanspraken te kunnen gebruiken moet je
doen alsof je er in gelooft. Vandaar dat men vrijwel
niemand het niet-bestaan van zulk een eenheid hoort
opmerken.
Jegens mijn persoonlijkheid is bij mij natuurlijk wel gewenning
en vertrouwdheid opgetreden. Die vertrouwdheid blijft bij
omdefiniëring naar gereedschap. Let wel: ik ga mijn waarden,
normen, voorkeuren, inspiraties enz. ook niet keuren. Om te
keuren zou ik nieuwe normen als criteria nodig hebben en dan ik
zou me met die super-waarden alleen maar een nieuwe
persoonlijkheid aanschaffen. Dat soort "werken aan jezelf" is
heel populair bij die lieden die anderen daarbij graag
begeleiden, om den brode en/of om zich deze anderen als minderen
(in dit geval: bekeerlingen) aan te schaffen. Werken aan mezelf,
daar ga ik niet aan bezig.

Ik zeg echter niet langer tot mezelf dat ik WIL wat mijn
persoonlijkheid beveelt, aan mij als individu beveelt dus.

DAT IS NU DE RADICALE OPSTAND.

Om niet op te vallen en daardoor veilig(er) te zijn in hun
wereld, gebruik ik ook verder, na de opstand/omdefiniëring, mijn
persoonlijkheid [ dat is: hun programma (=bevelenverzameling)
plus dat wat hetgeen mij toevallig overkwam mij inscherpte]. Mijn
persoonlijkheid, het geheel van 'sporen die mijn verleden in mij
achterliet', was en is bedoeld door de gebruikers onder mijn
omstanders, omwonenden, tijdgenoten; bedoeld als
bevelenverzameling waaraan ik van hen moet blijven gehoorzamen,
zodat/opdat ik berekenbaar ben, mij voorspelbaar gedraag, te
kennen ben, te hanteren dus ook.

Zonder programma weet mijn computer niets te doen.
Zonder persoonlijkheid weet ieder mens zeer wel wat te doen:
voorzien in wat hij als nodig in zich waarneemt
(:ruimte om zich te bewegen, wat waarneembaars, wat
doordenkbaars, iets te hanteren, slaapgelegenheid, eten,
drinken, beschutting).
Hoe daarin te voorzien, dat moest hem geleerd worden, die
vaardigheden maken een piepklein deel uit van wat hij leerde. Hoe
beter hij dat kan, hoe minder bruikbaar hij is voor anderen.
Daarom werd het hem zo weinig mogelijk geleerd. Anderen kunnen
naarmate ik onhandiger ben in het zelf voorzien in wat ik nodig
heb, meer voor mij betekenen. Met dat 'betekenen' verkrijgen,
hebben en houden ze greep op mij: kunnen ze me er toe dwingen
iets voor hen 'terug' te doen, dankbaar voor het feit dat ze mij
invalide hebben gehouden c.q. gemaakt, op het punt van
zelfverzorging.

'De samenleving' "stelt mij schadeloos" voor het feit dat ik in gebruik genomen ben en gehouden word door de massa lieden die voorzien in het genoemde (opgesomde) voor mijn leven en welzijn nodige: ik krijg veel meer dan alleen (vaak een deel slechts van) dat nodige. En daar moet ik dan blij mee zijn. Dat is inderdaad maar het handigste, wij zijn met te velen dan dat we ooit terug zouden kunnen naar zelfverzorging, ieder voor zich in rechtstreeks omgaan met 'de natuur" (dat is: dat wat buiten de samenleving is).

Terug naar het onderwerp van dit opstel: de relatie tussen mij en
dat wat mij aangeleerd is en wat ik, - reagerend op wat mij
overkwam -, leerde resp. mij aanleerde: mijn persoonlijkheid.
De relatie tussen mij als individu en mijn persoonlijkheid.
De relatie tussen wat ik van nature ben en wat er van mij
geworden is.
De relatie tussen wat ik zou zijn geweest als de mijn
persoonlijkheid mede vormende anderen niet aan mij bezig waren
geweest.
De relatie dus tussen een verzinsel, een plaat naast de
werkelijkheid en de toevallige werkelijkheid.
Die werkelijkheid, - hoe toevallig ook -, is de enige
werkelijkheid geworden mogelijkheid van ontelbare mogelijkheden.

Die (fysieke) werkelijkheid kan ik niet veranderen.
Daarvoor heb ik ook geen reden, want het gaat mij goed.
Wat ik wel kan veranderen is mijn ('psychische') instelling tegenover, kijk op, die werkelijkheid.

Ik kan en mag die verzameling bevelen (die kant van mijn
persoonlijkheid wordt, apart benoemd, 'geweten' en/of
'inspiratie' genoemd) omdefiniëren in een verzameling
gereedschap. Dan moet er niets onnodigs meer en dan hoeft nog
slechts het voor mijn leven en welzijn nodige door mij te worden
gedaan.
Let wel: het is niet verboden, door deze omdefiniëring, er is
daardoor niets verboden, om (een deel van) de vele txaenz die ik
over heb, - na het doen van wat ik hoef te doen en wat mij zo
gemakkelijk is gemaakt, het is grotendeels kopen - te besteden
aan helpen.
Dit omdefiniëren is niet strijdig met het helpen van anderen.
[Helpen kan men slechts een bezige bij datgene waaraan hij
bezig is en gedurende het geholpen worden blijft, en dan nog
slechts als dat zijn eigen, zelf-geïnitieerde, voor hem zelf
nodige bezigheid is. Veel zich-laten-gebruiken wordt helpen
genoemd, door helper en geholpene, beurtelings of
tegelijkertijd.]

Zijn deze hierboven uitgeschreven gedachten die mij invallen nu MIJN gedachten? Of zijn het alleen maar afscheidingsproducten van mijn persoonlijkheid, nawerkingen van mijn verleden, doorwerkingen van invloeden van anderen en het toeval op mij?

Ja kom, die vraag kan ik zelf wel verzinnen en aan mij stellen.
Zeer wel zelfs.
Het beantwoorden ervan geeft me de gelegenheid te onderscheiden tussen
- 1. die sporen van mijn verleden en
- 2. 'software' die ik in mijn lichaam ingebouwd aantref.
Die van nature ingebouwde software is een programma, een verzameling bevelen, het uitvoeren waarvan "beloond wordt" met het ervaren van lust.
In dat programma staat: elk lichaamsorgaan moet het zijne zo goed mogelijk doen.

Elk lichaamsorgaan moet wat (namelijk het zijne) te doen hebben,
dat is van nature, -let op hetgeen je nodig hebt-, geregeld, maar
pas op: in de werkelijkheid (in een natuurlijke zowel als in
niet-natuurlijke omgeving), die geen couveuse is voor een mens,
wordt de gelegenheid tot zo goed mogelijk functioneren niet
vanzelf geleverd. [Voor illustratie van deze constatering:
zie wat de media melden over bewegingsarmoede, honger, verkeerde
voeding, overprikkeling enz.. Het voedsel moet vezelrijk zijn,
het gedachte moet datgene betreffen wat de denker zelf gegeven
is, direct i.t.t. wat hij van horen zeggen heeft en/of hem niet
aangaat, maar slechts 'boeit' of 'interesseert' of 'afleidt'.]

Ik vind dat het nagaan van de herkomst van deze invallen kan
uitblijven ten gunste van het [met gebruikmaking van de hier
uitgeschreven tekst] bestuderen van hetgeen mij, resp. de lezer
gegeven is.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *