Jaap Schot, 20 december 1986
Ik ben de laatste weken in een conclusieve stemming. Ik merk dat ik
uitgeschreven ben geraakt. Ik heb me een weldoordacht begrippensysteem eigen
gemaakt en ik geloof daar niet in. Ik ben me ervan bewust dat dit
begrippensysteem waarin ik werk er ook maar een is. In dat begrippensysteem
vat ik begrippensystemen op als scheppen voor waarheid, scheppen die naast
andere scheppen kunnen bestaan; waarheid die met andere waarheid nooit
strijdig kan zijn wordt met behulp van elk begrippenstelsel geoogst,
"geschept", geformuleerd. Deze opvatting van een begrippensysteem is vrij van
geloof. Ik ben totaal zonder illusies, gedesillusioneerd, ik ben ontgoocheld,
ik ben gedemystificeerd. Ik ben dat en ik heb dat zelf gedaan. Het is over.
Kenmerkend voor die eindtoestand is dat ik geen enkele behoefte voel om iemand
anders te overtuigen van de juistheid van wat ik stel. Zending en missie zijn
bewijzen van het slechts geldig en geldend te maken zijn van de inhoud van de
leer.
Ik heb de laatste tijd weer wat boeken gelezen en ik merk dat ik niet alleen
maar 'bij' ben, maar in het algemeen betere formuleringen heb, formuleringen
met minder vooronderstellingen en minder geloof. De in mijn begrippenapparaat
verwerkte informatie is gering: betreffende wat was en wat voor mij en andere
niet-specialisten slechts 'van horen zeggen' kan zijn vooronderstel ik niets
bekend. Van wat de media brengen geloof ik slechts mijn eigen zintuigen die
mij vertellen dat de media dit brengen. Of het waar is of was wat mij via de
media wordt verteld, beoordeel ik niet. Ik kan dat niet beoordelen.
Ik verwerk af en toe van die informatie, ik schrijf alsof ik weet dat er AIDS
is en dat er atoombommen zijn.
Ja, dat doe ik, maar ik ben me voortdurend bewust dat ik zodoende speel, met
als speelgoed die informatie. Dat gedenk, die informatieverwerking, verhoudt
zich tot 'gewaar zijn' zoals Scrabble spelen zich verhoudt tot spreken. Bij
Scrabble zijn de woorden speelgoed, bij informatieverwerken zijn de begrippen
speelgoed. Goed geprogrammeerde computers kunnen beter Scrabble spelen dan
mensen. Mensen nemen namelijk vaak het woordenboek als scheidsrechter bij de
vraag of een woord bestaat. Dat is vreemd, want de taal geeft
woordvormingsmogelijkheden en bestaat niet uit een afgesloten, eindige
verzameling woorden. Daarnaast zijn er woorden die geen namen van begrippen
zijn. Er zijn begrippen die puur verzinsel en / of denkmiddelen zijn: God,
ether en flogiston, geen namen van verschijnselen of zo.
Zo viel uiteindelijk de grote stilte.
Ik vat mijn leven op als het in een cel van voorrechten gevangen zittend
wachten op de dag van mijn executie. Ik vat het leven van ons, tijdgenoten /
soortgenoten in de civilisatie op als op belangrijke punten overeenkomend met
het leven van biokippen in een schuur; de schuur waarin wij ""leven"" heet de
wereld en deze wereld beslaat vrijwel het gehele bewoonbare aardoppervlak. Er
is geen buiten waar wij hebben of kunnen leren leven (voor onszelf zorgend).
Binnen hebben velen van ons ook met minder moeite meer voer. Het is voor ons,
in civilisatie gevangen mensen even zinloos als voor biokippen om te dromen
over een echt, vrij, wild leven buiten. Toch droom ik daarvan, nee, anders:
toch wil ik de begrippen LEVEN, echt zijn, wild zijn, vrij zijn, niet kwijt.
Ik wil van een 'buiten' weet blijven hebben.
Mentaal kan ieder van ons naar buiten, fysiek niet. Ieder van ons kan ophouden
met het als alternatiefloos opvatten van de civilisatie en vooral van dat deel
daarvan dat als een die civilisatie constituerende korst, als een uniform, om
ons als individu heen zit: onze persoonlijkheid, onze programmering, onze
aanpassing, onze ziel. Zoals een leger bestaat uit lui met een uniform aan, zo
bestaat de civilisatie, de geciviliseerde samenleving, uit lui met een
persoonlijkheid. Uit die korsten bestaat die civilisatie, het gebeuren dat het
in civilisatie "samen"leven is, wordt gedaan, gedaan via die maskers en met de
door die maskers, die persoonlijkheden, die zielen heen stromende menselijke
inspanningen (het vermenigvuldigingsproduct van tijd, aandacht, energie,
vaardigheden en leervermogen).
Het maken tot een bruikbaar en constituerend lid van de maatschappij komt
overeen met, is een andere benoeming van 'het vormen van de persoonlijkheid.
Het is begrijpelijk dat de propaganda van de samenleving zal inhouden dat de
persoonlijkheid eigen is aan het individu dat die persoonlijkheid heeft. Het
gebruiken van het begrippenpaar individu en persoonlijkheid maakt ons het
bestaan bewust van een ruimte of minstens een mogelijkheid buiten (de natuur),
waardoor als onnodig herkend kan worden de rauwe wreedheid waarmee het in de
civilisatie ( // de schuur) centrale, alles overheersende spel gespeeld wordt.
Het spel in kwestie is dat van het ongelijk verdelen van de voorrechten
[inclusief het bezitbare (= hetgeen met geweld aan benutten door tijdgenoten
te onttrekken en te onthouden is)].
Vooral zeer slimme propaganda is het, -want maximaal verwarrend-, te stellen
dat de persoonlijkheid een spontaan, 'eigen' product is van de erfelijke
natuurlijke aanleg van het individu. Zo wordt het alternatief (: leven vanuit
de oorspronkelijke, "luie" en "ongeinspireerde natuurlijke staat) dat negatief
uitwerkt voor de civilisatie als het gekend wordt, tot bron verklaard van wat
in de civilisatie is. Spelregels als 'verdeel ongelijk', 'heers / knecht waar
je kunt', 'stel je schadeloos door het op jouw beurt schaden en vernederen van
derden / zwakkeren' worden verkocht als natuurlijke neigingen.
De bewijslast wordt bij wie de propaganda niet geloven gelegd. Het leveren van
het bewijs wordt verboden en / of onmogelijk gemaakt. Bovendien is het geen
spelregel zich door bewijzen het gedrag te laten beinvloeden.
Het zich denken van een alternatief is even schadelijk voor het spel dat
gespeeld wordt als het concrete bestaan van zulk een alternatief; het geloven
in de mogelijkheid van het bestaan (hebben) ooit, ervan is zelfs niet eens
nodig.
In vele tijden en vele plaatsen in civilisaties was het (om
veiligheidsredenen) nuttig en nodig om dit postuleren van een alternatief te
doen in religieuze termen. Ongerust ziet men bezig wie (als
bevrijdingstheologen) dit alternatief tevoorschijn halen uit het overvloedig
gebruikte pakpapier van gepraat dat past aan de stand en gang van zaken in
civilisaties. Een deel van de kerkmensen moet de rol op zich nemen de
onbedreigendheid van het geloof voor de civilisatie te blijven suggereren en
bezweren. De geciviliseerden deinzen nergens voor terug als ze hun spel
verdedigen tegen 'gebroken worden' en / of 'doorzien worden'.
Dat nergens voor terugdeinzen is allerwegen te zien, wordt allerwegen via alle
media medegedeeld, wat medegedeeld wordt aan schendingen van de mensenrechten
elders en aan anderen brengt bij de geciviliseerden de schrik er in, al of
niet hen herinnerend aan wat hen vroeger thuis en op school en op het werk en
elders is overkomen. --Zo werken de media, niemand kan vaststellen of er
iemand die uitwerking zit te bedoelen en / of toe te juichen. Dat is ook niet
boeiend.
Ook in mijn teksten verwijs ik soms naar de tijdgenoten als naar een gesloten
blok van bewust en opzettelijk handelende samen levende (nou ja, bestaande en
agerende) anderen; dat praat namelijk erg makkelijk weg.
Veel van wat ik uitschreef was een uiting van inzichten die met emoties
samengingen. Het is een technische fout het uitschrijven, dat een manier van
individuele mentale hygiene handhaven is, te belasten met genuanceerde
formuleringen.
Overigens zijn zelfs brieven en andere publicaties beter als ze niet "ontsmet"
zijn. Ik heb ervaren dat iedereen door die ontsmettende formuleringen heen de
emotie kan opsporen en op die opgespoorde emotie wordt ook weer gereageerd,
vaak met ook weer verpakte, gecamoufleerde, slechts, maar juist door haar
verpakking heen zeer duidelijk zichtbare emotie. Verpakken werkt hier als een
manier van extra benadrukken.
Ik herken die verpakkingsneiging ook bij mijzelf waar ik bezig ben met mijn
buurman over zijn zonsverduistering-voor-mij door middel van zijn bomen.
Van die persoonlijkheidstrekken, aangeleerde rottrucs, die ik niet ""bezit""
zal ik wel zelden iets begrijpen of weten, vermoed ik. Het niet-hebben van een
persoonlijkheid zit er als mogelijkheid voor mij, opgevoede, geschoolde, niet
in. Wel het er afstand van nemen, het opvatten van mijn persoonlijkheid als
een verzameling onstoffelijke kledingstukken, die ik heb omgehangen
(gekregen). Ik ken dan ook af en toe sommige trucs zeer wel.
Het niet willen kennen als van mij, vast aan mij, van mijn eigen
persoonlijkheid, komt ook tot uiting in het evenmin letten op de
persoonlijkheid van de anderen. Ik wil de kenmerkende, karakteristieke,
eenmalige persoonlijkheid van de anderen helemaal niet kennen. Ik wil langs
die aangeleerde flauwe kul heen met de anderen omgaan.
Het heeft me toch vrij veel geschrijf gekost om dit alles helder en duidelijk
te beseffen en te formuleren. Het uiteindelijke resultaat is er nu. Nou en ?
Niks dus.
toevoeging op 21 december 1986:
Het is niet uit de botsing van meningen dat er waarheid tevoorschijn komt.
Zomin als er competitie tussen knechten of perfectionisme nodig is om
topprestaties te laten ontstaan. Laat iedereen met zijn begrippenapparaat
waarheid putten. Laat het voeren van gesprekken en het corresponderen het bij
en naast elkaar plaatsen van ware uitspraken zijn. Ware uitspraken kunnen niet
tegenover elkaar staan, kunnen niet met elkaar botsen er kan geen wrijving
tussen hen zijn.
Het kennis nemen van wat is (kennis ten geschenke krijgen kan niet, kennis
stelen ook niet) sluit het nemen van andere kennis van datzelfde door anderen
niet uit. Mijn water scheppen maakt het water niet op; de voorraad water is
onuitputtelijk. Waarheid is even onuitputtelijk, waarheid is helemaal geen
spul, dus zelfs die onuitputtelijkheid is slechts een spreekbeeld.
Ik ben totaal niet meer gelukkig. Ik ben te alleen. Ik wilde al nooit iets mee
maken in het grote maatschappelijke spel. Nu ik buiten gezet (gekomen) ben,
ontsnapt, verworpen, precies zoals men wil, is de grote lege stilte in mijn
teksten tot uiting gekomen. Van niets, naar niets, tot niets, om niets is
alles.
einde
0 Reacties