Jaap Schot, 30 maart 1987
In de voorgaande opstellen is gesproken over het feit dat mensen elkaar beroven van txaenz en elkaar uit de natuurlijke vorm drukken. Zoals men met planten en dieren doet, zo doet men ook met mensen: men vervormt en verminkt, men maakt dienstbaar en bruikbaar.
De manieren waarop men dat doet veranderen in de loop van de tijd, die veranderingen zijn technologisch. De mentaliteit van de veredelaars is dezelfde, of ze nu met selectie van individuen of met zaad of met opvoeden of met genenmanipulatie werken. Het zich vergroten ten koste van anderen, het aan zich onderwerpen van zijn omgeving, dat is het centrale. Groei die vanuit het geheel gezien woekering, wildgroei is, functieloos en zelfs dysfunctioneel: een plaag, een ziekte, een dodelijke ziekte misschien wel, dat is de mens voor het geheel van het leven op aarde.
Wat kan moet gebeuren, want als een ander volk het eerder doet, dan is men achter en in het nadeel. De mensheid is zozeer in aantal toegenomen dat volkeren en enkelingen elkaar verdringen of ze nu willen of niet. Ze willen, ze ervaren het als inspirerend, ze ervaren het als een uitdaging, dat zeggen ze, ze, de jonge stedelijke beoefenaars van gespecialiseerde beroepen, die met het grote speelgoed mogen spelen: met de elektronenmiscroscopen, de laboratoria, de ziekenhuizen, de wapensystemen, de geldstromen, de organisaties, de overheid.
De rest van de mensen wordt gebruikt, is gevangen en plant zich in gevangenschap voort.
De spelers met het grote speelgoed spelen een spel dat lijkt op Risk. De rest van de mensen is veroordeeld tot het maken van machteloze gebaren of tot het af (laten) leiden van hun aandacht naar andere onderwerpen dan het wereldgebeuren dat hen af en toe dreigt te raken. Ze staan, van onoplettend tot gefascineerd toekijkend, buiten spel. Ze krijgen brood en spelen in ruil voor de txaenz die er van hen wordt gebruikt (als ze werk hebben) en/of om hen rustig te houden, hen af te houden van opstand en ongeregeldheden tegen het grote spel der grote jongens.
De Amerikaanse droom is de droom van het als kind van een gevangene, gebruikte, geboren individu, dat door het vormen van een sterke persoonlijkheid zich kan opwerken tot een speler. De Russische kinderen die omhoog willen zullen de partij als ladder kunnen gebruiken. Het is in elk deel van de civilisatie in beginsel eender.
De gewonen, gebruikten, worden door hun aantal op elkaar gedrukt en vervormen en onderdrukken elkaar. Ze vermeerderen nog steeds in aantal en ze eisen nog steeds economische groei, door mee te wensen met de propaganda en reclame.
Wie werk hebben, "hebben het druk". Dat is de uitdrukking. Ze hebben geen of onvoldoende tijd voor elkaar. Ze hebben geen of onvoldoende aandacht voor elkaar. De begrippen waarmee hun brein werkt zijn de begrippen die hen werden aangeleerd: ze hebben het begrip van wat is leren opvatten als een groeiende, grote, door niemand omvatte, door hen niet te omvatten, laat staan door hen aan te vullen verzameling, in bezit van het geheel. Zoals ze de taal opvatten als een afgeronde verzameling woorden (te vinden in het woordenboek).
Dat opvatten gebeurt onuitgesproken, zonder dat het doordacht wordt of bewust gemaakt.
Zelf verschijnselen bestuderen is voor geciviliseerden altijd amateurisme, en dat vinden ze minder waardig dan wat beroeps bij het bestuderen vonden en wat nu in boeken te lezen is. Zeg dan ook ooit dat je je voor een onderwerp interesseert of je er mee bezig houdt en de ander noemt je een boek over dat onderwerp, verwijst je naar een deskundige. Het gaat er om wat er aan het collectief bekend is, niet om wat er gekend wordt door individuen wier beroep (taak, opdracht vanuit het collectief) het niet is om om te gaan met het onderwerp in kwestie.
De centrale fout van de geciviliseerden is dat ze van hun deel uitmaken van een geheel geen parttime bezigheid maken.
'Parttime bezigheid' kan ik, nu ik dat betere begrip heb ingevoerd, vervangen door 'part txaenz-besteding'.
Militairen hebben wat dat betreft een positie die wat duidelijker is dan die van burgers: militairen hebben er door hun uniform weet (want het bewijs) van dat ze naast militair ook nog burger zijn. Het zou uiterst positief zijn wanneer burgers een individueel NATUURLIJK DIERLIJK leven zouden leiden (nemen, zich veroorloven) in al die tijd waarin ze niet gedwongen worden in de civilisatie mee te doen.
Het gepraat over 'privacy' en het vakantiegedoe zijn geen uitingen van het bovenbedoelde natuurlijke zijn zodra het gebruikt worden of spelen in de civilisatie over is.
Het gaat er om in te zien dat men naast geciviliseerde en logisch, ontologisch en psychologisch daarvoor en daarboven een vrij ("wild") exemplaar van zijn diersoort is.
Dat inzien houdt meteen ook in op te merken dat men
1. gebruikt wordt en / of 2. (vervormd en gereduceerd, verkleind) een dwaas en gevaarlijk spel meespeelt, een gewelddadig en zelfs moordend spel.
Vandaar dat dat inzicht in het eigen dier-zijn wordt vermeden.
Het eigen dier-zijn dringt zich vanzelfsprekend zeer vaak in het bewustzijn, al was het alleen maar doordat het maar geen motivatie levert voor de gespecialiseerde bezigheden. We zijn en blijven dieren, voor de gespecialiseerde bezigheden die we moeten doen omdat we geen andere geleerd hebben, zijn we niet 'geschapen'.
God schiep ons en de aarde, de wereld en functionarissen daarvoor schiep hij niet. Wij kunnen de scheppergod als concept wegdoen, dwaas is het om het besef weg te doen dat de civilisatie een menselijk bedenksel, een spel, is. Dwaas is het om voor dat spel zichzelf af te matten en anderen op duizenden verschillende manieren te schaden.
Dat de aarde geen couveuse was en is, er op aangelegd ons van al het nodige op haar initiatief te voorzien, is duidelijk. Dat echter het leven een strijd tegen de aarde en haar levensvormen zou moeten zijn of zelfs maar zou hoeven te zijn, is onjuist. Enigszins is dat te verduidelijken door te wijzen op het begin van het bewonen van een stuk nieuw aardoppervlak (een door vulkanisme uit zee opgerezen eilandje of een drooggelegde polder bijvoorbeeld.) De zaden die daar ontkiemen komen geen concurrenten tegen, deze zaden zouden dus niet kunnen leven, als leven het bestrijden van anderen was. Ze kunnen echter wel degelijk leven, want leven is het benutten van wat er is voor wat je nodig hebt.
Het spreken over leven als ware dat per definitie het schaden van de belangen van anderen is een projectie van de eigen verwerpelijke onnodige agressie op de natuur. Men wil het spel dat de civilisatie is verkopen als ware het natuurlijk leven.
Men leert het kinderen met geweld af zich als vrije exemplaren van hun diersoort, als wat ze zijn dus, te aanvaarden.
Alle natuurlijke functies worden voorgesteld als op zich negatief:
- verwerpelijk (denk aan poepen en pissen)
- helaas noodzakelijk (denk aan rusten, slapen en zich vertreden, in verband met vergaderingen en werk, hoezeer ze daar als storing en zwakte worden opgevat.)
of: - grondstof voor het aanmaken van een 'verfijnd' iets
(denk aan eten, drinken, zich warm houden en beschermen : kleden en wonen).
Kinderen worden door geciviliseerde ouders niet aanvaard als wat ze zijn en niet zoals ze zijn. Deze ouders maken van hun kinderen wrakken, vervormden, soortgelijk aan henzelf. Het is voor wie zo vroeg zozeer uit hun vorm werden gedrukt en uitgezogen, nodig dat ze later, via hun verstand
1. hun recht op hun natuurlijke zijn, hun dier-zijn leren beseffen, en
2. de civilisatie leren opvatten (herkennen) als slechts verdedigbaar voor zover en zolang het een middel is ten dienste van het natuurlijke leven.
De civilisatie in de betekenis van: technieken beheersen, weten (informatie hebben) en kunnen organiseren.
Hoe gaat de geciviliseerde met die txaenz om die hij zelf besteedt, die niet door anderen voor hem wordt besteed ?
Hij gaat er mee om zoals spelers in het spel van de civilisatie omgaan met de txaenz van een ander. De geciviliseerde speelt zijn eigen baas als hij eigen txaenz besteedt. Hij organiseert, hiërarchiseert, coördineert, structureert, plant, ordent, regelt, schematiseert, economiseert en zo voorts zijn bezigheden. Hij stelt zich taken. Hij zet zich onder tijdsdruk.
Hij vermijdt vooral dit ene:
ZOMAAR BEZIG OF ZELFS, nog erger: NIET BEZIG TE ZIJN.
Let wel: niet bezig zijn en zomaar bezig zijn kunnen wel voorkomen, maar dan als programmapunt. Ook ontspannen is een programmapunt.
Menig geciviliseerde zorgt voor zijn lichaam net zo goed als voor zijn auto: de bezitsverhouding tussen hem (als geciviliseerde) en zijn auto en zijn lichaam is ook dezelfde. Het mensenrecht dat iemands lichaam niet beschadigd mag worden komt voor de geciviliseerde overeen met het verbod andermans auto te beschadigen.
Mijn schrijven met behulp van het begrip txaenz maakt het ook mogelijk over txaenz te spreken als over iemands eigendom. Advocaten zouden het begrip kunnen gebruiken om er vele niet vooruit te bedenken vormen van wangedrag jegens anderen mee strafbaar te maken. Ze zouden dat kunnen doen als ze het wilden, als de politieke wil om dat te laten regelen in het volk aanwezig was. Geciviliseerden zullen echter slechts eenzijdig voorstander zijn, namelijk daar waar het verbod werkt in hun richting, hen beschermt voor sterkeren, voor anderen in een voordeliger positie.
Naast het anderen beroven van een deel van hun txaenz houdt het in civilisatie "samenleven" ook in: het aan elkaar onthouden van de gelegenheid om voor zichzelf te voorzien in wat voor eigen leven en welzijn genomen en gedaan moet worden. Tot bezit werd zoveel mogelijk alles gemaakt, alles wat te verdedigen was en te onttrekken en onthouden aan het gebruik en/of verbruik door anderen. Het recht om ook dat te bezitten wat voor een ander levensnoodzakelijk is en voor henzelf niet te gebruiken, is de geciviliseerden als voorrecht verleend door het geheel dat ze samen vormen (zeg maar "de staat").
Door bezit is het deelnemen aan het spel van de civilisatie niet meer ter keuze, maar wordt afgedwongen.
Door het streven van velen om nu groter te zijn dan ze nu zijn, groter te zijn zonder te groeien dus, groter te zijn ten koste van txaenz van anderen, worden er mensen vervormd en verkleind: vrijwel alle deelnemers (en spelers, dat zijn zij die vrijwillig meedoen, met plezier en in posities waarin men anderen gebruikt).
Kleiner maken kan door uitzuigen en door onder druk zetten.
Beide uitdrukkingen zijn maar beelden. Iedereen kan voor zichzelf de concrete anderen en hun manier van hem schaden opsommen. Blij wordt een mens niet van het zodoende in kaart brengen van het front waarin hij aangevallen wordt en vecht. Slechts wie wint aan alle kanten kan van zo'n inventarisatie blij worden. Het geschaad worden vindt ook plaats als de getroffene er zich niet denkend mee bezig houdt. Het bewust maken, begrijpen, beschrijven en bespreken van het geschaad worden maakt de schade niet erger. Het kan dus geen kwaad, alleen maar goed. Goed kan het wanneer op het inventariseren en doordenken een zelfbevrijdingsactie volgt. Voor velen die U schaden is hun voordeel uiterst gering, zodat ze met weinig moeite tot ermee ophouden te bewegen zijn. Het terugwinnen van Uw txaenz zal U enige txaenz kosten, en ook nog wel wat meer, zoals bijvoorbeeld de schijn van vriendschap (van wie U nu schaden); txaenz terugnemen voor jezelf hoeft niet gratis te zijn, waarom zou het?
Voor Uw bezittersrechten als geciviliseerde ruilde U het natuurrecht op Uw eigen txaenz in. Uw natuurrechten (op Uw txaenz) als exemplaar van Uw diersoort verkwanselde U door in te stemmen met het vogelvrij zijn van wilde dieren (en dan moet U altijd aan ratten denken, niet aan panda's, want daar wil menige geciviliseerde dan wel bescherming aan geven omdat hij dat voor zichzelf beschaafd noemt).
De wetten op de dierenbescherming zouden zodanig moeten zijn dat iedere gevangene door die wetten tegen elke foltervorm beschermd werd en elke arme tegen elke nood.
Er moet een einde komen aan het onbegrensde van het recht om te bezitten en aan het zich met elkaar meten [→ het streven om groter te zijn (zijn =/ worden !) dan men is]. Daardoor komt er namelijk een einde aan het verplichte deelnemen aan de civilisatie en aan het elkaar in de civilisatie uit de natuurlijke vorm drukken, het elkaar met geweld 'motiveren'. Txaenz-roof moet gestraft gaan worden nadat men is opgehouden het groter zijn toe te juichen.
Er zal een einde komen aan de civilisatie, het is verstandiger dat einde er zelf aan te maken en te leven (niet slechts te overleven) als diersoort plus het ons omgevend ecosysteem (het leven in andere vormen). */
Iedereen kan begrijpen dat een niet te verlaten planeet niet blijvend, zelfs niet lang, bewoond kan worden door een soort met een niet-eindig streven. Zulk een soort zal het einde van haar streven laten samenvallen met het einde van de bewoonbaarheid van die planeet. Dat is het bewijs dat die soort te dom is voor de handigheid die ze heeft: te weinig verstand bij zoveel technologie. Er zou niets te betreuren zijn, als wij onze medeschepselen niet meetrokken in onze ondergang (zondeval). Geciviliseerden kunnen niet eens meer met het dier "in henzelf", met het dier dat zij zelf zijn, meevoelen, laat staan met andere levensvormen (nogmaals: zoals ratten, slangen, haaien en wolven en dergelijke: met ongedierte en onkruid).
Het is jammer voor de geciviliseerden, maar ze halen het niet.
Ze proberen het niet eens.
Let maar op.
= = = = =
Uittreden, ophouden er deel en bouwsteen van uit te maken, moet zowel fysiek (je niet oneindig, 'onsterfelijk', maken door je voort te planten) als mentaal (je niet langer vergelijken en maximaal oppompen, maatschappelijk doen gelden, dat wedijveren voorlevend) gedaan worden, elk van beide is zonder de andere onwerkzaam.
In "onze" civilisatie wordt op uiterst efficiente (hoogst arbeidsproductieve) wijze voorzien in alle materieels wat voor ons leven en welzijn nodig is. Wie daarin voorzien dwingen en verleiden ons om van hun diensten gebruik te maken (al of niet via de door hen aangemaakte goederen te consumeren). Zodra, zolang en inzoverre we op die manier via anderen voorzien in het voor ons nodige, zijn we genoodzaakt om die txaenz die ons niet in ruil daarvoor wordt afgenomen, die ons resteert, te verbruiken in het doen van onnodigs.
Alle onnodigs belast het milieu onnodig, extra, boven de last van het voor ons nodige. Er is geen 'goede' belasting van het milieu. Menigeen zou met de hem resterende txaenz iets voor hem onnodigs kunnen doen (of voor geld laten doen) dat neerkwam op het ongedaan maken van of compenseren voor een door anderen (al of niet in zijn opdracht) aan het milieu aangebrachte schade.
Dat (laten) compenseren voor aangedane schade aan ons milieu komt overeen met het weldoen aan 'onze' armen. Evenals verkommerend milieu zijn ook armen een product van het spel dat de civilisatie is: het spel van onder elkaar ongelijk verdelen en per speler maximaliseren van buit (= bezit = aan gebruik door anderen onttrokken goederen en diensten).
Liefdadigheid breekt het spel niet, maar maakt het voor de spelers minder belastend, negatieve gevolgen zijn er dan immers niet meer voor hen, voor die gevolgen zijn specialisten-opheffers. Dat opheffen (voorzover dat het spelen niet stoort) maakt dan deel uit van het spel.
De civilisatie blijft een plaag, blijft een streven naar oneindigs op een eindige planeet. Aantalsvermindering is het enige middel om er beheerst een einde aan te maken, wat het enige alternatief is van er met geweld een eind aan te laten komen, doordat de aarde niet langer de last van ons allen kan dragen. Aantalsvermindering hoeft heel lang niet tot verlies aan kwaliteit
te leiden. De massa draagt aan de kwaliteit verhoudingsgewijs niet veel, zo al iets, bij.
*) De bijdrage van iedereen apart aan dat beheerst beëindigen van de civilisatie als allesvernietigende roofmoordtocht over het hele aardoppervlak bestaat uit twee delen (manieren) van zich tot het voor eigen leven en welzijn nodige te beperken:
1. zich niet voortplanten
en
2. een einde maken aan zichzelf als persoon, dat wil zeggen: aan zichzelf als zich in competitie met anderen metende en zich ontplooiende toppresterende consument. Ophouden, om met Jules Henry in "Culture against Man" te spreken, met 'het verrichten van heldhaftige daden van consumptie'. De spontane summatie van deze topprestaties van al die enkelingen levert het alles verslindende monster op dat de civilisatie is.
0 Reacties