Context voor theologie en atheologie

Categorieën: 1995, 1 januari – 1999, 31 december | Archief

Trefwoorden: Auschwitz | God | het begrip 'bestaan' | illusief spel

Jaap Schot, 6 oktober 1996​

Gemakkelijke woorden bestaan niet.

Stel je voor: je leeft zonder meer alleen maar tussen je tijdgenoten [inclusief je soortgenoten]. Biologisch is dat al zo, geen bioloog merkt iets anders op. Maar stel het je nu eens duidelijk voor, laat het nu eens tot je doordringen. Er is niemand buiten de aarde, die jou kent, die op jou let, met wie jij contact hebt, stel je dat eens voor. De hele natuurwetenschap stelt dat al vast, merkt reeds niets anders op. Maar laat het nu eens tot je doordringen. Stel je eens voor: je conceptie was niet bedoeld, kon niet bedoeld worden, ze was het resultaat van een proefje waarbij ontelbaar veel sperma'visjes' een wedren hielden naar een enkele eicel. Jij was niet die cel die won, die er het eerst bij en in was, nee dat wat daar won, werd de helft van jou. Er was geen bedoeler. Zo wordt het verteld. De aarde was niet bedoeld, het leven op aarde niet, ik niet, jij niet. En ook wat er gebeurt, door het er-zijn van ons allemaal en door wat we doen en nalaten, ook dat gebeuren is onbedoeld en wordt door niemand buiten de aanwezigen waargenomen. Laat dat nou eens echt tot je doordringen. Waar heb je dan nog beweegredenen voor ? Laat nou eens tot je doordringen dat nationale staten, dynastieën, firma's, kerken, ja alle organisaties evenzovele illusies zijn: zoals spelende kinderen dat doen : "ik was de vader, jij was het kind, dit was het huis...". En als de ander meespeelt, dan besteden ze hun aandacht en energie binnen dat spel, met die illusies als onstoffelijk speelgoed. Het spel wordt de bedding waardoorheen hun 'inspanning + gedrag' stroomt. En dan is het net alsof die verzinsels van ze bestaan.
Laat dat nou eens echt tot je doordringen: "en dan was zij koningin, hij was minister-president, hij was politieagent, enz. enz. en jij was een .....".
========
Laat nou eens tot je doordringen dat er alleen dit plaatsvindt: mensen die al aan een illusiespel bezig zijn, nemen jou op als nieuwe speler. Je mag meedoen en via plichten is dit mogen gelijk aan moeten. Er is geen andere reden dan hun dwang. Zij hoeven niet anders dan van anderen en jij ook niet. Waar je niet toe gedwongen wordt, dat hoef je ook niet, want er is nergens enige reden voor, van jou uit, van nature. Nergens voor, voor geen enkele zet in dat spel, voor geen enkele belangstelling in de stand ervan, in de gang ervan en/of in de regels.
Alleen het nodige, dat is van nature voor jou nodig: eten, ademen, bewegen, denken, de nodige functies van het exemplaar van deze diersoort, dat jij bent. Dat dat nodige moet, dat merk je aan twee dingen: als je het nalaat, treedt onlust op, en als je het goed (en dat is ongelijk aan maximaal en ongelijk aan minimaal) doet, beleef je daar lust aan.
========
Meer is er niet aan de hand. Je bent alleen, onbedoeld, van geen enkel belangrijk gevolg de oorzaak. Het hele gedoe, die hele mensenplaag, dat hele elkaar tot slovende slaven maken, dat gaat nergens over, het is nergens goed voor. Je kunt er evenmin iets aan veranderen als aan het percentage vrije zuurstof in de atmosfeer. Je bent overgeleverd aan het sociale klimaat, aan het sociale weer. Al je streven is poeha. Alles gebeurt zoals het gebeurt, of je het nu opmerkt of niet, of je er van hoort of niet, of je het afkeurt of goedkeurt of toejuicht of niet. Pas als je weer heel kleine onderwerpen kiest (dingen die je doen kunt zowel als nalaten kunt) dan beteken je iets. Maar je bent zo klein en onbeduidend, alles verliep eender, ook als je er niet was, alles wat ooit besproken wordt buiten die paar mensen die het ooit over jou hebben. Laat dit echt tot je doordringen en alles in je leven wordt vederlicht. Over honderd jaar zijn we allemaal dood en vergeten. Voor wat of wie zou je sporen willen nalaten? Je bent een toevalsproduct tussen ontelbare toevalsproducten en er is geen zaak, dus doe jij niet ter zake. ER IS GEEN ZAAK, dat is het centrale feit. Ook al zijn er mensen die zeggen dat zij ('wij' zeggen ze) deelnemen op hun beurt aan een groot project 'de opkomst en bloei van de mens, het kronen van de evolutie'. Dat is net zo'n illusie als die kleine ondernemingen die ik eerder noemde: de Shell, het koninkrijk der Nederlanden, de roomse kerk, het Chinese keizerrijk, noem maar op. Spelletjes. Spelen met echte wapens in plaats van met namaakgeweertjes maakt van het spel geen niet-spel, het maakt het spel alleen maar levensgevaarlijk. Dat gevaar is een dringende reden om met dat spelletje op te houden.
=======
Laat nou eens goed tot je doordringen dat er niemand buiten je tijdgenoten leeft, dat spel waarneemt, aan dat spel aandacht besteedt, in dat spel zal ingrijpen, dat spel zal laten beëindigen, de spelenden [die er plezier in hebben en ook die er slechts in gebruikt worden] tot de orde zal roepen, hen uit hun illusiespel zal halen.
Laat dat nou eens goed tot je doordringen. Dan begrijp je moeiteloos dat je in paniek kunt raken: je leeft tussen begoochelden en slaven en mensengebruikers. En je leeft daar al levenslang tussen en je bent niet de eerste tot wie de situatie doordringt: er zijn al heel veel mensen voor en naast je (geweest) die het ook door hadden en die het zelfs hebben uitgeroepen en opgeschreven en gepubliceerd. En dat heeft absoluut niet geholpen. Auschwitz, dat was 60 jaar geleden, niet 600 jaar, niet 6000 jaar.
===========
Je kunt de feiten in kwestie uit je gedachten zetten en je aandacht ononderbroken (laten) wegrichten op details van de werkelijkheid en/of op fantasieën. [De werkelijkheid, dat is: het geheel van wat er gebeurt en dus op zijn beurt veroorzaakt, inclusief wat er door mensen gedaan wordt met hun illusies als richtlijnen.] Weg (laten) richten, van dat inzien vandaan, dat inzien dat ik boven uitschreef.
Je kunt als je wat ik hiervoor beschreef inziet, ook heel gemakkelijk begrijpen dat er mensen buitenaardsen en goden zullen verzinnen. Om daarmee weg te dromen. En om daarover troostende verhalen aan anderen te vertellen. En dan kan het zijn dat 'de troost' er eerder is dan 'de dreiging in paniek te geraken bij het inzien van wat ik boven beschreef'. Vaak wordt namelijk de troostende fantasie al aan je overgeleverd voordat die angst en/of paniek er zijn, die kunnen ontstaan door het inzien wat ze om je heen en met jou aan het doen zijn. Dan is dat net als bij het drie maal daags goed eten: de honger en zelfs de reden om te eten blijven onopgemerkt, komen niet voor. Er ontstaan bij wie regelmatig en ruim voldoende te eten krijgen rare gedachten omtrent eten: alsof eten iets is dat moet van anderen (de verzorgers) en alsof eten er was om lekker te smaken en/of alsof je at voor de gezelligheid. En ook wordt eten dan bijvoorbeeld tot een middel om aan je lichaam een vorm te geven, die je wenst. En niet-eten wordt tot een manier om te tonen dat jij een vrije wil hebt.
Rare gedachten en verhalen worden ook gevormd omtrent dat wat er gedaan wordt door de anderen (met of zonder jouw deelname) en omtrent het troosten waar dat nog niet kan (omdat er nog geen inzicht in de hopeloosheid is).
Waar zijn die atheologen nou mee bezig, die tegen gelovigen en theologen rhetorisch tekeer gaan: "jullie troostende fantasie is een fantasie!" ? Ja, hè hè. Kregen die atheologen hun zendingsopdracht uit hun leeg heelal? Analyseerden ze wat ze van het wereldgebeuren hoorden en lazen echt zo, dat ze die troostende verhalen en de ondernemers die 'de religieuze kaart spelen' als DE boosdoeners zien ?
Wat de atheologen in ieder geval doen met hun eigen aandacht is: deze afleiden van 'de feitelijke troosteloze en hopeloze 'menselijke situatie'' naar het lekker ruziën met andere liefhebbers van twistspreken.
Waarom laten ze de theïsten niet hun troost, zolang ze zelf nog niets beters te bieden hebben.
Oh, er is beters te bieden dan troost en dan zinloze verterende ijver en dan zich rangschikken, maar dat vond ik nog niet bij de firma 'Twistgesprek' in de aanbieding.

Wie zegt "God bestaat" en dat meent, meldt ons op onduidelijke wijze hoe hij de boven beschreven 'menselijke situatie' probeert op te lossen. Hij kan ons nog twee dingen uitleggen: 1. wat hij met het woord 'God' benoemt en 2. wat hij met het woord 'bestaan' in dit verband benoemt. Het gaat om die beide stukken uitleg en verklaring. We moeten die belijder eerst die uitleggingen en verklaringen laten geven; zelfs als we daartoe bij hem moeten aandringen. Zonder die verklaringen en die uitleg kunnen we niet in gesprek gaan. Ik verwerp, als 'tijdverdrijf', elke lege twistende woordenwisseling, waarbij de termen niet over en weer worden geijkt op begrippen [en op de feiten en/of introspectief gegeven ervaringen welke zo begrepen worden].
Laten we om dat helder te krijgen nog even terug gaan naar dat feit dat we overgeleverd zijn aan het wereldgebeuren. Als we zeggen dat gebeuren 'mee te maken' scheppen we op, zoals die mier, die samen met een olifant over een brug lopend uitroept "Wat stampen we lekker hè !" Dat woordje 'samen' kan ik hier oppakken: menigeen gaat staan juichen langs de kant als de overwinnaars hun zege vieren. Menig recent atheïstisch betoog bevat van die juichende opmerkingen over de stand en gang van zaken in de wereld. "Leve de liberalistische democratie!" Juichen over wat is en jezelf wijsmaken dat je een overwinnaar bent en dus rechtmatig rooft, dat helpt de machteloos overgeleverde tegen de angst en paniek net zoals het wegdromen naar goden en buitenaardsen helpt. Slechts bij het spreken over wie de oorlog verloren noemt men die juichenden 'meelopers', bij de winnaars waren het de eenvoudigen die constructief hun morele steun toonden.
Voor wie beseft dat ook hij onder de voet gelopen kan worden en niet mee kan of wil doen met de machthebbers / overwinnaars is toejuichen een bezwerend gebaar om hun agressie van zich af te leiden.
=========
Dat het begrip God niet eenduidig is, is de minder ondoordachte atheïsten wel bekend. Meerduidigheid kenmerkt echter ook het werkwoord 'bestaan'. Een kleine tekst daarover had ik nog in mijn archief: op 11-11-'77 schreef ik voor mijn studenten toen:
In het onderstaande rijtje is het mogelijk om het werkwoord 'bestaan' op te vatten als 'gebruikt in verschillende betekenissen'. Neem de moeite om die verschillende betekenissen zo volledig mogelijk uit te schrijven, alvorens ......
 dit blad papier bestaat
 ik besta
 jij bestaat
 het Rode Kruis bestaat
 de zwaartekracht bestaat
 het mogelijke bestaat
 het onmogelijke bestaat niet
 God bestaat
 trouw bestaat
 het werkwoord 'bestaan' bestaat
 het begrip 'bestaan' bestaat
 electronen bestaan
 nut bestaat
 engelen bestaan
 zeemeerminnen bestaan

"Hoe bestaat het ?" zou je zeggen, maar dat is de vraag hier nu niet.
Formuleer de betekenissen van [ dat is: het terecht en correct 'bedoelde met' en 'verstane onder' ] 'bestaan'.
==========
Dat was dus een hoop werk voor ze. Het resultaat van zo'n opgave is al heel wat, als het gemakkelijk en gedachtenloos doorpraten met (woorden zoals) 'bestaan' er door wordt nagelaten.
Dat is ten diepste waar het om gaat.
==========
Het bestuderen van eigen en andermans gebruikte woorden (> begrippen) is vrijwel altijd vruchtbaar. Vruchtbaarder dan het is om met lange betogen op lange betogen te reageren. Samen onderwerp en begrippenapparatuur bestuderen is niet per definitie minder levendig dan het tot bloei laten komen van misverstand in dispuut, discussie, twistgesprek. Uit de botsing van meningen kan geen waarheid opbloeien, waar(heid) neem je, door je aandacht te besteden aan wat niet van woorden gemaakt is en jij nog niet begrepen hebt. 'Wat is' is groter en meer dan 'wat kenbaar is', dat is weer groter dan 'wat door mij gekend wordt' (doordat ik het waarneem), 'wat ik waarneem' is weer groter dan 'wat ik begrijp' en 'wat ik begrijp' is weer meer en beter dan 'wat ik, onder woorden gebracht, kan melden aan een ander'.
Als we dat door hebben, tot ons door hebben laten dringen, dan verstommen we niet geheel, maar een vlotte prater blijft niemand als hij gaat doordenken.
=============
Misschien neem ik het allemaal veel te ernstig en is dat schrijven en praten over het wel of niet bestaan van God alleen maar een vorm van gezellig met elkaar bezig zijn. Zoals voetballen: een teamsport. Misschien ben ik wel bezig zoals die vreemdeling die het voetballen niet geheel begreep en opmerkte dat er veel meer doelpunten konden worden gemaakt als de elftallen op het veld elkaar niet zouden tegenwerken.

 

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Categorieën in Jaap’s teksten

Recente reacties