Jaap Schot, 29 maart 2007
070329CURSUS
==========
Start: donderdag 29 maart 2007 10:15
==========
Aan wie deze cursus wil doen en eventueel daarna zelf geven:
- zie, laat tot je doordringen, wees je er helder van bewust, besef en houd je streng voor, dat je NIET aan het veerdonckeren bent. Wat je je, door deze cursus te doen aanleert, is niet voor de verkoop. Het is puur, enkel en alleen voor jezelf. Zoals een kind leert staan en lopen, voor zichzelf en leert praten, voor zichzelf.
- Je moet dit glashelder hebben en voluit ménen ( = voor jezelf besluiten en je van dat besluit niet laten afbrengen). Dat moet omdat het waarschijnlijk voor een stel mensen waar je mee te maken hebt, niet vanzelf spreekt, dat je voor jezelf bezig gaat en blijft.
- En wat erger is: al kun je er niets aan doen, misschien zit er in jezelf (= in wat je aanleerde) wel
- zo’n afwijzer van ‘voor jezelf bezig zijn’ en
- een bewonderaar van ‘grote schrijvers’.
Deze twee inhouden van ‘wat je aanleerde’ zijn als gaten in een emmer waarmee je water vervoert.
- als je aan het werk gáát, aan de cursus, doet 3.1. je steeds denken aan de anderen, die jij alleen laat
- als je aan het werk bént, aan/ in de cursus, lekt er steeds aandacht weg via 3.2.: je moet de gedachte aan mogelijke goedkeuring of afkeuring van wat je denkt (à uitschrijft) telkens onderdrukken. En dat onderdrukken kost txaenz.
Het vergemakkelijkt het ‘je vrij nemen om deze cursus te doen’ wellicht het zo te formuleren dat je niet bezig bent jezelf op de slavenmarkt duurder te maken. Soms helpen zulke uitdrukkingen tegen aangeleerde manieren. Zie: Mijn Oude Testament.
- Het doel van de cursus is LEZEN en SCHRIJVEN. Zonder SCHRIJVEN kun je LEZEN wel vergeten. Zonder zelf te SCHRIJVEN (= puur met onderwerp en taal bezig te zijn, waarbij slechts wat je actueel gegeven is je onderwerp kan zijn) leer je geen onderscheid te maken (binnen de verzameling ‘woorden’ en ‘volzinnen’ die grammaticaal door de beugel kunnen) tussen gespreek en bespreking (= door hetgeen de spreker waarneemt geleid spreken).
- Diverse uiterst boeiende en spannende boeken zijn door geen enkele waarneming geleid. Hoe kan zo’n tekst die nergens op slaat, nooit ergens, voor (het begrijpen ≈ passend verwachten binnen en t.a.v.) enig onderwerp bruikbaar zal zijn, dan zo positief ervaren worden? Wat is er zo fijn aan geboeid (= je aandacht getrokken en erbij gehouden krijgen) en ‘in spanning gebracht worden’? Het antwoord is verre van ingewikkeld: de geciviliseerde mens VERVEELT ZICH (en de anderen, maar dat is een ander hoofdstuk). Als actief dier (wat elke menselijke genencombinatie is) heb ‘je’ gebeuren dáár, waar jíj bij betrokken bent (1.: boeiends) en onzekerheid omtrent wat er zal gebeuren (2. spannends) nodig om je niet te vervelen, a.w.: om in te functioneren. Bij functioneren ‘geniet’ je, men zegt: je scheidt inwendig endorfinen af. Wát je interesseert, dat is gekozen door de omgeving waarin je opgroeide. Roddeltantes planten zich voort, evenals “sportieven” die de tribunes en de banken voor de televisies vullen. Wie belang heeft leren stellen in de relaties tussen mensen en de bij”behorende” emoties en gevoelens (meningen, oordelen, zoals bewonderen, benijden en minachten, enz. enz.) kan smullen van heel veel romans. Gefantaseerde waarheid van het eerste niveau: de porseléinen kopjes, waar in de hele roman NOOIT enig belang zal blijken van het feit dat ze van dát materiaal waren. Wat wil de schrijver er dan mee zeggen? Wij zullen het niet weten, nooit. Misschien: duur, misschien ++ (in Newspeak uit 1984 van Orwell). Wel, ik heb weinig tegen Newspeak. Orwell heeft er veel tegen. Maar hij is ook helemaal geshakespeard, zoals ieder Engels jongetje.
- Het doen van deze cursus vult tijd, vergt aandacht, kost energie, vereist toewijding, enz.
- Deze cursus dien je zó te doen, dat je er plezier in hebt, dat het je lóónt (met endorfine). Je moet je plezier uit de bezigheid halen, NIET uit het aan anderen tonen van (of vertellen over) je resultaten, je teksten, je gevoel erbij.
- Je kunt deze cursus alleen doen zoals een kunstenaar werkt: alleen (= in je eentje, solitair) met
- dat waaráán je werkt (je onderwerp) en
- dat waarméé je werkt (hier: de taal, voor een kunstschilder zijn kwasten en zijn verf).
- LET OP: het onderwerp is niet actief met de kunstenaar bezig, het is andersom. Zodra een boek (een tekst, in deze cursus gaat het over die dingen als onderwerp, niet over landschappen en voor stillevens geschikte groepen voorwerpen) jou iets doet: ontroeren, boeien, intrigeren, of spannen, dan is dat initiatief jou ontnomen. Je zult ze de kost geven, die juist deze actieve teksten loven en aanprijzen. Zij laten hun ‘ziel’ (ama) masseren. Ik denk dat ze dat lekker vinden en ik zou niet graag deze masseerindustrie beschimpen of zo. Het is alleen zo dat teksten die zo werken voor deze cursus net zo ongeschikt zijn als chocolade-eieren om uit te broeden. Chocolade-eieren zíjn ergens goed voor: om op te eten en te verteren.
- Hoe onderscheid je een chocolade-ei (een verkoopbaar boek, geschreven voor de markt, in het kader van de bewustzijnsindustrie, afdeling ‘ama-massage’) van een echt ei (in ons geval een boek, een tekst dus) met een levende kiem (= een IDEE, dat de SCHRIJVER uitwerkte, zelf en voor zích, zo zijn tekst aanmakende)?
- ten eerste moet je het verschil kennen (er van gehoord hebben) en erkennen
- soms kun je het door de schrijver uitgewerkte idee eenvoudig vinden. Robinson Crusoe is het schoolvoorbeeld.
- Hoe kom je aan de voor deze cursus nodige vrije tijd (resp. , - als géver van de cursus-, aan leerlingentijd)? Die vraag is er voor iedereen, maar de antwoorden zijn per persoon en per situatie verschillend. Sommigen hebben het heel eenvoudig, zij hoeven alleen maar over te schakelen van televisie kijken naar LEZEN / SCHRIJVEN. Maar er zijn vrijwel altijd dingen die moeilijk zijn en anderen die moeilijk (gaan) doen.
- En wat héb je er aan? Die vraag blijft, ook al heb je er al plezier ín. 29-3-2007 11:04 | 471 w||
- 29-3-2007 11:28: de kleine Christus in de tempel
- het chocolade-ei.
- 29-3-2007 15:26: Ik ben, - al uitschrijvend -, zonder discipline bezig aan een hele ríj EIGEN UITWERKINGEN VAN IDEEËN:
- Mijn Robinson.
- Mijn boerderij der dieren.
- Mijn Oude Testament.
- Mijn Nieuwe Testament.
- Mijn Leerboek Wereldgeschiedenis.
- Zonder discipline en zonder publicatieoogmerk.
- De indeling in die boeken die als dozen voor opmerkingen zijn, is gewelddadig, zoals het hakken van karbonades dat is. Anatomisch is de werkelijkheid al niet geweldloos te ontleden. Zelfs het uiteenleggen van de onderdelen van een geweer of van een mechanisch uurwerk, komt neer op kapot maken, hoe reparabel ook. Weer gereed maken, weer in orde maken.
- Wij spreken bij een werkend, actief, gebeurend geheel, waarvan we verhoudingsgewijs nog minder zien dan van een horloge (de wijzers en de wijzerplaat en een inkijk / inzicht verhinderend achterplaat).
- Als we een stand van zaken melden (iemand zeggen hoe laat we het hebben) is dat al bezig onwaar te worden, als we het bericht geven. Toch spreken we dan waarheid, laten we dat ‘waarheid van niveau 1’ Vertellen we dat de wijzers over de wijzerplaat bewogen worden, dan is dat waar tot de veer is ontspannen, het horloge ‘afgelopen’ is. Dat duren van dat waar-zijn maakt het zinnig hier van ‘waarheid van niveau 2’ te spreken. Het zal bij uitwerking allemaal ingewikkelder moeten worden verwoord, maar daar ben ik niet aan bezig. Ik duid alleen een onderscheid aan. Hier wél even de opmerking dat ‘nooit eindigend’, buitentijdelijk waar-zijn een verzinsel is, we hebben het niet aangetroffen, noch hebben we ergens een reden om te vermoeden aangetroffen. De “eeuwigheid” en de goden zijn echter zeer bruikbaar gebleken om mensen mee te gebruiken. Met andere woorden: om mensen mee te bedriegen en te bedreigen. De eeuwigheid is de draagtas voor hemel en hel en de ideale geheime politie voor de staat (de staat, dat is: “de wereld” in Nieuwtestamentische termen) is er ook in gevestigd: die alwetende en alziende staatsgod, die de overheden zou hebben ingesteld (i.p.v.) andersom. Denk dus niet dat dat verzinsel weg te redeneren is, het is veel te nuttig. Je ziet hier een voorbeeld van het overglijden van ‘religie’ en ‘rationalisme’ (= doorpraten met woorden met slechts gebruiksgewoonten, dingen zeggend dus, die nergens over gaan, waar niets bij aan te wijzen is, van die rommel als rechten en plichten). Een christenboerin uit de regering wil de dieren geen rechten toegekend zien, zonder plichten. Was dezer dagen op televisie. Ze zijn echt nérgens, als denkende wezens, onze tijdgenoten. Vee dat zijn status van vee niet kent. Geen reflectie. Alleen debat: naar elkaar gooien met rijen woorden: rederijk.
- Ik zie zojuist een boerenwagen voorbij rijden, gevuld met ‘hout voor de open haard’. Open haarden stookt men voor de pret. Het hout dat door het aardgas vervangen is als middel om het huis te verwarmen, wordt niet anders dan als brandhout gebruikt. Alle levende planten zijn niet bezig hoogveen en dan later steenkool te maken (te worden). Pas dát, steenkool e.d. minerale vormen van koolstof (C) maken zou de CO2vermindering brengen waar de propaganda het nu over heeft. 29-3-2007 16:11|| 1.213 w||
0 Reacties