Datumfeesten

Categorieën: 2000, 1 januari – 2004, 31 december | Archief

Trefwoorden: Canetti (Elias) | txaenzroof

Jaap Schot, 19 januari 2002

Datumfeesten, schoolvoorbeelden: Sinterklaas en verjaardagen, zijn bronnen van angst (het niet goed te doen, de eisende anderen niet tevreden te krijgen). Het zijn dagen waarop de gewone gebruikten in de civilisatie even over de anderen die dichtbij hen leven, heersen, hen terroriseren: alle gebruikten teisteren even elk ander om hen heen. En dat vinden ze prachtig en/of ze lijden er krachtig aan. Het zijn hoogtepunten in het ‘koninkje’ spelen. De koning die zij spelen is degene die uit de anderen txaenz zuigt. Het feit dat het deze datum is, geeft de spelers het recht te zuigen. Ze mogen nu eisen, wensen, het is immers hun verjaardag, hun Sinterklaas, hun beurt. De anderen moeten cadeautjes verzinnen, moeten daartoe het feestvarken kennen en dus oplettend toezien wat hij doet en zegt. Datumfeesten zijn pure terreur. Als de omgeving sterker is dan de jarige, voelt deze zich gedwongen een feestje te geven. Dat is de omkering: de zwakste blijft de zwakste, blijft degene uit wie TXAENZ gezogen wordt.

Hoe ze er toe komen ‘koninkje’ te spelen, de gewone mensen, de gebruikten, de geciviliseerden, dat beschreef ik al eerder en elders. Kort geformuleerd (zie ook ‘Massa en Macht’ van Canetti) komt het erop neer dat ze de vernedering doorgeven naar degenen die zwakker zijn dan zij. Iedereen in de civilisatie wordt gedwongen onder bedreiging met mishandeling en uiteindelijk de dood, om te gehoorzamen aan bevelen (tegenwoordig: de koopkrachtige vraag, ‘de markt’). De koopkracht berust op de vuurkracht en nergens anders op. Alle macht, die door de berustende en zichzelf en anderen bedriegende onderdrukten gezag genoemd wordt, komt uit de lopen van de geweren. De loonafhankelijken, de in de maatschappij “werkende” gebruikten, willen aan de beurt komen om te bevelen en daartoe gebruiken ze zwakkeren en minder beschermden: van de echtgenote tot de kinderen en de hond en het jachtwild, de vrije dieren, die geen vee zijn.
Als ze geluk hebben en in het genot van de jacht verkeren (gesteld zijn), ontwikkelen ze zich tot seriemoordenaars en plegen lustmoorden op die dieren, heerlijk (= zoals bij heren, dat is: gebruikers van mensen past). De meesten echter moeten zich in hun wraak beperken tot het zuigen van enige txaenz uit de zwakkeren om hen heen. Die txaenzroof neemt veelal de vorm aan van AANDACHT EISEN. Daarnaast zijn er de vormen van klusjes moeten doen en moeten ‘helpen’.

Dit geëtter vindt vooral plaats in de gezinnen, het laatste restant van de cultuur, die samenleving waarin men aan elkaar als familieleden verplicht was maar juist ook rechten had. Het spel van deze gebruikten is nu dit: de ongeschreven wetten en gebruiken van de oude cultuur worden gebruikt om de kinderen als minderen te gebruiken, voluit vernederbare minderen die deze spelers van ‘koninkje’ zich in de maatschappij niet hebben kunnen aanschaffen. Slechts overmacht is macht.

Juist in gezinnen is dit spelen (van ‘koninkje dus) zo ziekmakend, omdat de natuurlijke hechting (zoals die van de honden aan hun roedelgenoten / ouders / leiders) die de kinderen hebben mee werkt (= veroorzaakt). Dat natuurlijke is dieper dan de cultuur, die toevallig is, enkele duizenden kilometers verderop zijn de culturele normen gegarandeerd anders dan hier. Dat wil zeggen: voelt men zich als ingewijde tot heel andere dingen jegens heel andere relaties verplicht en gerechtigd. Trouw aan de ouders en de neiging hen te helpen en te verzorgen als ze ziek zijn, zit veel dieper, zit ook in honden.
Het boven beschrevene bewijst dat het ‘legale’, ‘ingebouwde’ vernederen van diegenen wier diensten (dienen dus!) men koopt voor het door te gehoorzamen verdiende geld niet toereikend is voor de meesten. De meesten, want zie maar: het feest alom, het viert datums, het gewone volk, de gebruikten.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Categorieën in Jaap’s teksten

Recente reacties