Jaap Schot, 25 december 2012
Moeder zou aan wat ze aan mij gedaan heeft de hemel verdiend en gekregen hebben, als de god die haar is aangepraat zou bestaan. Die god was van de roomsen, de Romeinse staatskerk en dus van de orthodoxe protestanten, die immers te vroeg opgehouden zijn met het loochenen van verzinsels. En ook de atheïsten / humanisten hebben die verzonnen god in hun begrippenapparaat, het díe god die zij loochenen. Het is díe verzonnen god, - een pleonasme, alle goden zijn verzonnen -, die de wereldse orde voorstaat en afdwingt door middel van dreiging met hel en beloning met hemelse vreugden in eeuwigheid. Als die god geen verzinsel was, en dat is hij niet voor de gelovigen, dan zou hij inderdaad de dader van dat dreigend en belovend handhaven van de wereldse orde zijn. Dan was hij de handhaver van die orde, waarvan nu, door de rechters en de dienaren met de geweren, slechts de wereldse wetten worden afgedwongen.
Dát, dat er geen gerechtigheid en solidariteit is in de wereld (dat is dus ongelijk aan: op aarde en ook ongelijk aan ‘in het denkbare’) heeft zij aan den lijve ervaren en aan mij ook gezegd. Gezegd, niet met een verhaal verteld.
Ze was net zo slim als Locke en vele anderen die in hun ‘mind’ slechts toelaten wat bij hen via hun zintuigen binnen kwam.
In dat beeld van dat hellend opgestelde bord, waarop spijkers vaststaan: deze mensen laten alleen die spijkers staan die door hun eigen ervaring stevig zijn gebleken. Bewijzen is bijwijzen. Bewezen kan met andere woorden alleen dát worden wat het geval is én waarneembaar voor diegene die het bewijs krijgt, vindt, ervaart.
Moeder heeft mij uit handen van de vaderenden kunnen houden gedurende de eerste 6 ½ jaar van mijn leven (= leren). Toen sloeg de leerplicht toe, maar was ik al ‘nog slechts tot schrik, vrees en angst te brengen’, wat dan ook meteen gebeurde.
Maar wat ik op die leeftijd daar opmerkte, ervoer, leerde, was te herinneren en dus later, - in het kader van mijn “zelfverkenning” genoemde bestudering van ‘wat in mij wakker te roepen was, met woorden en acties van anderen’. En dit verkennen wordt als ‘psychoanalyse’ aangeraden aan mensen die last hebben van hun ama (= ‘wat ze leerden en in hen actief is t.a.v. de kennis die zij nemen, = ‘wat ze opmerken van wat gebeurt’).
De ama kiest uit wat te behandelen, vertekent ook en ‘meent te herkennen’, waarbij fouten zullen voorkomen (optreden).
Zolang het leven niet al te erg vastloopt, is er weinig tot geen reden om aan je ama narigheid toe te schrijven en er aan te gaan sleutelen.
0 Reacties