De rol van de lezer bij verhalen lezen

Categorieën: Onder de loep Jaap's teksten

Trefwoorden: lezer

door Jan | 1 reactie

Jan Schot, 3 april 2026

Als basis voor dit ‘onder de loep’-artikel neem ik "De model-lezer". Dat is het derde hoofdstuk uit Umberto Eco’s “Lector in fabula; De rol van de lezer in narratieve tek­sten”.
Het gaat in dit artikel dan ook, zoveel mogelijk, specifiek over de lezer in narratieve teksten, oftewel verhalen. Dat sluit mooi aan op een vraag, die ik ontving in reactie op "Eco, Sartre, Orwell, Jaap & de lezer":

Heel interessant en leuk om de verschillende experts te lezen...ik ben geen prof maar mijn gedichten zijn voor mijzelf....
zou er een verschil bestaan tussen het dichten en schrijven van een boek als het om de lezer gaat?

Het antwoord luidt uiteraard bevestigend. Naast gedichten zijn er nog diverse andere soorten tekst waarvoor min of meer hetzelfde geldt. Denk aan dagboeken, brieven, wetenschappelijke artikelen enzovoort.

Aan bovenstaande figuur uit Eco's derde hoofdstuk, ontbreekt helaas een onderschrift. Uit de tekst blijkt echter wat zij weergeeft: ‘een overzicht van pragmatische beperkingen van het communicatie­model van de eerste informatietheoretici'. Een schematische voorstelling dus van de pragmatische wet die lange tijd verborgen bleef in de geschiedenis van de communicatie:

Deze wet kan het eenvoudigst als volgt geformuleerd worden: de competentie van de ontvanger is niet noodzakelijkerwijs die van de zender.

Het niveau van schrijver en lezer

Onwillekeurig doet mij dit denken opmerkingen van Jaap in de trant van 'ik schrijf voor lezers van mijn niveau'. In "Wetenschappen, taal en taalgedrag" (2001), respectievelijk "Publiceren" (1999), schrijft hij:

In mij werkt een tekstaanmaker die direct tekst aan mijn geestesoor laat horen. Zo hoor ik nu tekst die door niemand gesproken wordt en schrijf die uit. Doordat ik heel veel tijd besteed aan het uitschrijven van die teksten die mij invallen, verzorg ik dus een eigen radioprogramma met lezingen en dan met lezingen die ik graag zou willen horen: mijn onderwerpen op mijn niveau van begrijpen en als ík er aan toe ben.

Kijk, het is een feit, dat wat ik te zeggen heb voor velen de moeite waard zal zijn, voor vele anderen echter te weinig geïnformeerd en/of te weinig doordacht. Die laatste anderen zijn bijvoorbeeld slimmer dan ik, hebben betere zintuigen dan ik, hebben meer apparaten en hebben laboratoria, kennen mede daardoor meer, hebben betere begrippenapparatuur in gebruik dan ik, enzovoorts. Het spreekt vanzelf dat die mensen niet in contact moeten worden gebracht met mijn teksten (← gedachten); dat zou zonde van hun txaenz zijn.

Nee, mijn gedachten (→ teksten) passen bij lezers van mijn niveau.

TENZIJ, de doordachtere mijn onderwijzer is, of de minder doordachte mijn leerling.

Terug naar de figuur!

Als men haar nader bestudeert, ziet men daarin de bekende trits 'zender-boodschap-ontvanger'. Verder is het duidelijk dat zij uiteenvalt in twee helften. Daarbij is de linkerhelft 'de kant van de zender', de rechterhelft 'de kant van de ontvanger'.
Niet zonder meer duidelijk is "aleatoire connotaties". Het bijvoeglijk naamwoord aleatoir kwam in ieder geval niet voor in mijn vocabulaire. Het betekent: onzeker, wisselvallig, afhankelijk van het toeval. 1

Uiteraard ga ik niet het hele hoofdstuk "De model-lezer" uitspitten. De geïnteresseerde lezer kan het in zijn geheel tot zich nemen. Ik beperk me ertoe enkele zaken uit te lichten en die dan te becommen­tariëren. Daarbij zal ik een en ander verbinden met zaken die terug te vinden zijn in Jaap's teksten.

Direct aan het begin schrijft Eco dat 'de ontvanger altijd wordt gepostuleerd'. Dat betekent dat de auteur onvermijdelijk – om Jaap eens te parafraseren – 'een lezer tussen de oren heeft'. Eco vervolgt aldus: "We kunnen dus stellen dat iedere boodschap een grammaticale competentie bij de ontvanger postu­leert (...)", en over tekstuele coöperatie 2 schrijft hij:

Een tekst onderscheidt zich echter van andere vormen van expressie door zijn grotere complexiteit, met als voornaamste oorzaak het feit dat hij doorspekt is met onuitgesproken taal [...].
'Onuitgesproken' betekent niet manifest aan de oppervlakte, op het niveau van de expressie: maar het is nu net dit onuitgesprokene dat geactualiseerd dient te worden op het niveau van de actualisering van de inhoud. Een tekst vereist dus, meer dan welke andere boodschap ook, actieve en bewuste coöperatieve stappen van de lezer.

Hij formuleert het verband tussen tekst en lezer op verschillende manieren:

  • Een tekst wil dat iemand hem helpt functioneren.
  • Een tekst postuleert zijn eigen ontvanger.
  • Een tekst wordt uitgezonden opdat iemand hem actualiseert – ook als men niet hoopt (of wil) dat die iemand concreet en empirisch bestaat.

Jaap's worsteling met de lezer

Alvorens nog een stukje mee te lopen op Eco's theoretische pad, wil ik iets opmerken over wie Jaap zich als lezer voorstelde. Bij hem passeerden allerlei ideeën de revue. Illustratief daarvoor is wat hij schrijft in "God 'verstaat' alles wat ik uitschrijf".
Zelf neem ik aan dat in de semiotische theorie met de lezer (uit de trits zender-boodschap-ontvanger) toch echt een natuurlijk persoon bedoeld wordt. Dus, als Jaap begint met "Het valt me, als ik uitschrijf veel gemakkelijker mij God als Luisterende voor te stellen, in te denken, aanwezig te vooronderstellen dan andere mensen als zodanig.", krijg ik sterk de indruk dat hij zich niet daadwerkelijk bezighoudt met het reëel postuleren van een model-lezer. Door als het ware 'een brief aan God' te schrijven, is hij in ieder geval niet bezig met 'incalculeren van de eigen model-lezer'. Eco zegt het zo: "De eigen model-lezer incalculeren betekent dus niet alleen maar 'hopen' dat deze bestaat, maar ook de tekst zodanig manipuleren dat die model-lezer geconstrueerd wordt."

Ik keer terug naar Jaap's tekst, en constateer dat hij zelfs geen poging doet om zijn tekst zodanig te manipuleren dat de eigen model-lezer geconstrueerd wordt. Nee, hij schrijft:

Ik maak dan liever, bewust, de fout te doen alsof ik aan God kan schrijven, als ik uitschrijf, dan, bewust, zo dom te zijn te proberen ‘leesbaar’ en ‘te verstaan’ te zijn voor anderen: enige anderen, die mij ook nog eens restloos onbekend zijn. Precies zoals ik hen.

Ik besloot postuum te publiceren, via een stichting.

Ik bespaar me alle gedoe met mensen door die horende en verstaande God te postuleren.

Zowel dat postuleren van God als 'model-lezer' als zijn besluit om postuum te publiceren, komt (bij mij) over als angst voor reële personen. In theoretische termen: hij houdt zich, als 'empirische auteur' bezig met een 'empirische lezer', die zich – tot overmaat van ramp – ook nog eens onwelwillend opstelt. Verder lijkt me het argument dat die lezer en die auteur (voor) elkaar onbekend zijn, niet relevant.

Waar gaat het nu om bij een 'model-lezer'?

Even genoeg kritische noten gekraakt. Ik keer nu terug naar Eco, voor hetgeen ik de essentie van hoofdstuk 3 zou willen noemen.

Het moge dus duidelijk zijn dat we van nu af aan, iedere keer als we termen als 'auteur' en 'model-lezer' gebruiken, altijd, in beide gevallen, verschillende soorten tekstuele strategieën bedoelen. De model-lezer is een samenstel van tekstueel vastgestelde succesvoorwaarden (felicity conditions), waaraan voldaan moet worden, wil de potentiële inhoud van een tekst volledig geactualiseerd worden.

Let op!
Er staat 'tekstuele strategieën'. Het gaat dus expliciet niet om empirische subjecten. Anders gezegd, de schrijver en de lezer hebbenals individuniets met elkaar te maken.
Eco gebruikt 'auteur' en 'model-auteur' als onderling uitwisselbare termen, en vervolgt:

Als auteur en model-lezer twee tekstuele strategieën zijn, zien we ons dus gesteld voor een tweeledige situatie. Enerzijds – zoals we tot dusver zagen – formuleert de empirische auteur in zijn hoedanigheid van subject van de tekstenunciatie een hypothese van de model-lezer, en bij het vertalen van die hypothese in termen van een passende strategie schildert hij zichzelf – auteur in de hoedanigheid van subject van de uiting – in net zo 'strategische' termen af als wijze van tekstoperatie. Maar anderzijds moet ook de empirische lezer, als concreet subject in de samenwerking, een hypothese formuleren omtrent de auteur, en wel door deze af te leiden uit de tekstuele strategieën. De door de empirische lezer geformuleerde hypothese aangaande zijn eigen model-auteur lijkt gefundeerder dan degene die de empirische auteur formuleert aangaande zijn model-lezer. De tweede moet namelijk iets postuleren dat nog niet daadwerkelijk bestaat en dat vervolgens realiseren als serie tekstoperaties; de eerste daarentegen leidt een standaardbeeld af uit iets dat al eerder voorgekomen is als uitingshandeling en in de tekst als taaluiting aanwezig is.

Schema tweeledige situatie

Laten we proberen bovenstaand citaat enigszins schematisch weer te geven.

  • Enerzijds (…)
    • empirische auteur → (schrijft) → tekst → (construeert) → (nog niet bestaande) model-lezer
    • empirische auteur → (formuleert hypothese over) → (nog niet bestaande) model-lezer
  • Maar anderzijds (…)
    • empirische lezer → (leest) → tekst → (leidt daaruit standaardbeeld af) → model-auteur
    • empirische lezer → (formuleert hypothese over) → (eigen) model-auteur

Tekstuele coöperatie, met enig commentaar

 

Om te beginnen moeten we onder tekstuele coöperatie niet de actualisering van de bedoelingen van het empirische subject van de taaldaad verstaan, maar de bedoelingen die virtueel in de taaluiting besloten liggen.

In "Onvrijheid" schrijft Jaap over de onwelwillende lezer. Hij 'verdedigt' zichzelf daar met de woorden "Zo kan toch geen zinnig mens zijn opmerkingen bedoelen, ik dus ook niet."
Feitelijk vecht hij daar tegen een spookbeeld: een lezer die niet bezig is zich een eerlijk beeld te vormen van de eigen model-auteur. Oftewel, een empirische lezer die – in plaats van zijn rol te spelen in de tekstuele coöperatie – bezig is met een gevecht tegen de empirische auteur.
Mijns inziens zou Jaap er beter aan hebben gedaan zijn energie uitsluitend te besteden aan het opstellen van een werkbare(!) hypothese omtrent zijn model-lezer.
Omdat het zo belangrijk is, schroomt Eco niet het nog eens ter sprake te brengen:

De tekstuele coöperatie is een fenomeen dat, we herhalen het nogmaals, verwezenlijkt wordt tussen twee discursieve strategieën, niet tussen twee individuele subjecten.

Nog wat opmerkingen tot slot

Al schrijvend aan deze tekst over ‘de rol van de lezer’, probeerde ik mij hiervoor een model-lezer voor te stellen. Ik merkte hoe moeilijk dat is.
Laat niet onverlet dat ik er nu lol in heb deze meta-opmerking te maken. Meta, want het gaat om de rol van de lezer bij het lezen van een tekst over de rol van de lezer.

En toch bleef enigszins het gevoel hangen, langzaam maar zeker, vast te lopen in mijn pogingen iets over te brengen van een ingewikkelde theorie, zonder zelf ingewikkeld te schrijven.
Al met al reden genoeg om het voorgenomen staartje, over ‘de crisis van het narratieve’, tot later te bewaren. Hopelijk binnenkort, kom ik met een apart stukje tekst over het sombere feit dat we elkaar geen verhalen meer vertellen.

VOETNOTEN

1) Aleatoir is afgeleid van het Latijn, en betekent zoveel als 'betrekking hebbend op het gokspel'. Als ik dat heb opgezocht, schiet me de uitdrukking "alea iacta est" te binnen. En dat wordt doorgaans vertaald met "de teerling is geworpen".
Terzijde, Sartre schreef in 1947 de roman "Les jeux sont faits". In de Nederlandse vertaling werd dat: "De teerling is geworpen". Beide titels verwijzen naar het gokspel: de Franse naar roulette, de Nederlandse naar het dobbelen.
2) Let wel, het gaat over coöperatie tussen de lezer en de tekst. Dus niet over coöperatie tussen de lezer en de auteur.

1 Reactie

  1. Noor Belkhir

    Beste Jan,

    Een veel te late reactie, die ik nog niet eerder had gedeeld op deze blog. 🙂

    Dank voor het delen van deze mooie beschouwing. Ik vond vooral het idee van de model-lezer interessant. Het laat zien hoe schrijven en lezen altijd een samenspel zijn, waarbij een tekst pas echt tot leven komt in de ontmoeting met de lezer. Dat zet me weer aan het denken over mijn eigen manier van schrijven!

    Antwoorden

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *