Jaap Schot, 30 april 1985
In de bezittersmaatschappij wordt het verdedigende geweld goedgekeurd, terwijl – doordat het bezitten niet tot het nodige beperkt wordt – het nemen van het voor hem nodige door de niet-bezitter tot aanval wordt gedefinieerd. Het nemen van het nodige uit zijn omgeving is echter niets anders dan een kant van het bestaan van een mens. Bestaan kan niet zonder het nodige te nemen uit de omgeving. De niet-bezitter wordt dus in zijn bestaan aangevallen door de bezittende samenleving om hem heen.
Ieder van ons wordt, in het bezitten door anderen van wat wij nodig hebben voor ons leven en welzijn, door de bezitters in kwestie aangevallen. Hun vechten is ten aanzien van hun bezit benoemd handhaven, maar het is geen verdedigen tegen degenen die het ("vruchtgebruik" van het) bezit in kwestie nodig hebben, het is een aanval op hun leven en welzijn.
Voorbeeld: het kraken van leegstaande huizen door wie geen dak boven hun hoofd hebben.
0 Reacties