Denken, 2002

Categorieën: 2000, 1 januari – 2004, 31 december | Archief

Trefwoorden:

Jaap Schot, 27-31 januari 2002

Er zijn begrippen van vooronderstellingen te onderscheiden als samenstellende delen van teksten. Vooronderstellingen zijn onuitgesproken schijnwaarnemingen, schijnconstateringen. Het zijn, zou men in de logica zeggen: verzwegen premissen. Ze zijn niet in de tekst aanwezig en dus niet direct waarneembaar. Enigszins zoals tot het bestaan van ‘zwarte materie’ tussen de sterren en sterrenhopen, zo is tot het bestaan van vooronderstellingen te concluderen, doordat het betoog ten opzichte van het waargenomen besproken onderwerp vertekend blijkt.
Daar zit echter een extra probleem: de begrippen van de schrijver verschillen waarschijnlijk van die van de lezer.
De woorden die deze beiden gebruiken zijn wel gelijk.

Het is zelden te merken dat schrijvers in de gaten hebben dat ze begrijpen en vooronderstellen. Ik heb er ook niets mee te maken. Ik ga zo snel mogelijk van de tekst van anderen naar het onderwerp waar ze het over hebben en als ik daar niet bij kan, dan laat ik het zo: dan heb ik er niets mee te maken.

Begrijpen doet men met benoemde abstracte begrippen en met verhalen (ónbenoemde begrippen). Verhalen líjken te gaan over dingen die gebeurd zijn. Daar gaan ze NIET over, of het zijn wezenloze niemendalletjes. Wat voorbij is, dat is voorbij en doet (veroorzaakt) niets meer; voorbijer en voorbijst bestaan niet. Geen zinnig (met inzicht werkend) mens vertelt dus zo’n verhaal dat geen vervoermiddel voor begrippen is. Verhalen worden verteld omdat de hoorder zulk een situatie, zulke lieden, zulke verschijnselen en gebeurtenissen als die welke er in voorkomen zelf later ook tegen kan komen. Dan kan de hoorder dus hérkennen wat hij nooit KENde.
Dat is een voordeel, gebracht door het vertellen.

Namen geven aan spul, spullen, dingen, verschijnselen, bezigheden enz. kunnen we beter niet ‘begrijpen’ noemen, om verwarring te voorkomen. Het is benoemen.

Daarnaast is er de bezigheid ordenen. Benoemde grootheden kan men ordenen: Linnaeus over de levensvormen. Mendelejev of zo over de scheikundige elementen. Vele anderen over vele andere verzamelingen zaken en verschijnselen.

De meeste mensen praten, ze spreken niet. Ze gebruiken woorden en grammatica, geen begrippen en logica.
Wie logica en begrippen gebruiken zijn vaak al zo trots op zichzelf dat ze er niet toe komen in te zien dat ze moeten gaan naar het onderwerp, dat NOOIT van woorden is gemaakt.

Iets anders werkt de huisarts, die een toepasser van de opbrengsten van wetenschappelijk bestuderen is. De ‘huisarts’ is geen wetenschapper. [De ‘’ staan hier om aan te geven dat het hier om zo’n toepasser in het algemeen, van welke wetenschappelijk verkregen verzameling herkenningsvaardigheden dan ook, gaat.]
Een herkenningsvaardigheid noemt men vaak ‘kennis’. Ik acht dat foutief: kennis is altijd actueel, zijnde de inhoud van het kennen, dat ‘aandachtig hanteren en zintuiglijk waarnemen’ is. De inhoud is ongelijk aan het onderwerp, het gekende.

 

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Categorieën in Jaap’s teksten

Recente reacties