Jaap Schot, 7 februari 2003
Slechts dat wat van wat ooit ‘het bewoonde’ was, ging drijven, kwam door stroom en storm met veel van andere ‘levens’ resterends op die massa drijfpuin tegen die verhoging in het landschap aan. Slechts een deel daarvan weer was voor de mensen in de buurt van die hoop te bereiken en daarvan weer een deeltje was te gebruiken.
Zoals met die drijvende dingen, zo is het met begrippen en inzichten, waarin de denkende ‘woont’: zelfs als ‘bericht’ bedoelde maquettes en poppenhuizen komen zwaar beschadigd en soms onherkenbaar bij de anderen aan.
Het is helemaal niet zeker of het onderzoeken van oorspronkelijk gebruik bij de vorige het gevondene voor de vinder bruikbaarder of anderszins meer waard maakt. Die vorige gebruiker is verdronken, vergaan of woont al lang in een nieuwe behuizing, al of niet nu berekend op herhaling van het gebeuren waardoor de bedoelde en onbedoelde ‘berichten omtrent zijn zo-zijn’ van hem uit gingen.
Ieder van ons is gedoemd een strandjutter te zijn, die in aangespoelde hopen ‘tekenen van vroeger leven’ zoekt naar bruikbaars, dat hij zelf niet kan maken. Ieder van ons zoekt naar dingen die hem verbergen en beschermen, zoals een heremietkreeftje zoekt naar een schelp daarvoor. Wat ooit door anderen ervoor gebruikt is, dat is, zo hopen wij, ook voor ons bruikbaar. Die hoop wordt ook gesuggereerd terecht te zijn, door een deel van de omstanders/ omlevende bezigen. Een ander deel propageert precies het tegendeel en maakt bekend dat slechts ‘nieuw’ positief is: niet het in traditie overgeleverde dat ooit ergens bruikbaar gebleken is, maar hetgeen zojuist is uitgevonden en/of ontwikkeld (veranderd, “verbeterd”).
0 Reacties