Economie, 1990

Categorieën: 1990, 1 januari – 1994, 31 december | Archief

Trefwoorden: economie | onnodigs

Jaap Schot, 7 december 1990

Het onderwerp van de economie is de aanmaak en verdeling van, voor leven en welzijn, onnodigs.
Dat ook het voor leven en welzijn nodige betrokken wordt in het
grote spel dat door de schijnwetenschap economie van een
leugenleer ter verwarring der gebruikten wordt voorzien, is
alleen omdat met nood de spelers anderen het spel binnen dwingen,
teneinde deze anderen te kunnen gebruiken. Gebruiken betekent
hier: laten dienen. Het maakt geen verschil of men dwingt te
dienen voor geld dat men onmisbaar maakt als middel om aan het
nodige te komen of dat men de gebruikten houdt zoals een veeboer
zijn gebruiksvee, op de manier dus die men 'echte slavernij'
noemt.
Zodra er een andere manier is om aan geld te komen dan ervoor
dienen, is het spel waarover de economen ons voorliegen gebroken
voor degenen voor wie deze manier er is.
Zijn soortgenoten helpen wil iedereen van nature, ruilen wil
iedereen af en toe ook, want dat is ook een overlevingstactiek,
dienen wil niemand, geen speler en geen niet-speler.
Met geen geld is van dienen ruilen te maken. Geld krijgen
betekent tot heer over anderen worden, dat is binnen het spel
zijn, ruilen eindigt buiten het spel, leidt niet tot heersen.
natuur --- helpen
cultuur -- ruilen
civilisatie - dienen (al of niet voor geld)
Er verandert niets aan de kwaliteit van geldverdienen (dienen
voor geld) als het tussen parttime heren/knechten gebeurt, als
iedere betrokkene op zijn beurt af en toe dienaar en heer is,
respectievelijk als producent/dienstverlener en als Koning Klant.

Wie iemand helpt werkt met die iemand samen aan iets waar die
iemand aan bezig is. De helper doet niet iets voor de geholpene,
hij doet iets met de geholpene samen. Het helpen verplicht de
geholpene tot niets. De gescheiden grootheden die we helper en
geholpene noemen bestaan niet in het echt, alleen bij wijze van
spreken bestaan die. En ze hebben, nee zijn, aparte lichamen,
maar daar gaat het begrijpen van het verschijnsel helpen niet
over, het lijfelijk los, een ander zijn, is vooraf aan, bij en in
het helpen gegeven.

Wie ruilt doet iets om aan een tegenprestatie van die ander met
wie hij ruilt te komen. De als ruil gedane, geleverde prestatie
verplicht de ander tot iets, met name tot die tegenprestatie. Het
ruilen verplicht de ruilenden jegens elkaar.

Het is veel minder abstract en vaag en oninvoelbaar dan het
wellicht klinkt:
wie nog niet geheel buiten natuur en cultuur is getogen
(opgevoed, geïnstrueerd, geprogrammeerd) VOELT dat hij met zijn
gezinsleden niet kan ruilen. Je moet je zusje helpen en
beschermen, en daarvoor is zij tot geen enkele tegenprestatie
verplicht. Ruilen binnen een gezin is een teken dat er iets mis
is, iets afwezig is, namelijk cultuur en natuur. Cultuur ook,
want ruilen kun je, als je zelf lid bent van een intacte stam,
alleen met leden van een andere stam.
Sommigen van onze tijdgenoten zijn zo buiten natuur en cultuur
geboren of gekomen, dat ze alleen nog begrijpen dat ze hun vrouw
of vriendin niet voor haar omgaan met hen kunnen betalen. Het
wemelt van de lieden die dat niet als onmogelijk zien, maar zelfs
vinden dat het betalen niet meer dan betamelijk is. Binnen de
civilisatie is het ook niet meer dan behoorlijk.

Waarom stelt men niet [bij wet, in sociologie en in de economie
als beschrijving van het dienen voor geld] openlijk dat een
getrouwde vrouw een hoer met een klant is en een getrouwde man
een hoerenloper met een abonnement bij een hoer die bij hem ook
nog een aanstelling als huishoudster en dergelijke heeft?

Dat doet men niet omdat zonder die duidelijkheid een groot aantal
vrouwen goedkoop die diensten verleent, waarvoor men anders de
lonen door vakbonden zou zien opgehoogd. Vrouwen worden bedrogen
en hebben maar een middel daartegen, op hun beurt bedriegen. We
zien het als onwaar verhaal in stand houden van het sprookje dat
er een samenleving is, een massa mensen verbonden in een cultuur,
dus interagerend met aller leven en welzijn als doel. Dat in
stand houden daarvan is een middel tot bedrog, dat zwakkeren tot
hun voordeel kunnen gebruiken omdat de bedriegers hun eigen
verhaal niet openlijk kunnen ontkennen, zonder verlies van de
voordelen ervan (het bijdragen van diensten tegen te weinig of
geen geld of tegenprestatie door de bedrogenen). Zolang er nog
veel mensen zich laten bedriegen is er van de gebruikers der
leugens nog een en ander af te persen.

Bijna alle inwoners van een land waarvan de economie beschreven
wordt dragen een deel van hun txaenz bij aan het geheel, zij
presteren. De voordelen van die prestaties worden ongelijk
verdeeld onder de aanwezigen, dat ongelijk verdelen is het doel
van de civilisatie, die een spel is om rang, hoger rang hebben
is: meer voor je gepresteerd krijgen door anderen.

De econoom brengt nooddruft en begeerte onder een noemer:
'behoefte'. Van die behoeften telt hij alleen die mee waar
koopkrachtige vraag naar is. Het onder een noemer brengen van
wezenlijk verschillende begrippen / verschijnselen is de manier
waarop de econoom bedriegt. Zoals de theoloog bedriegt door het
invoeren van bedenksels (verbiddelijke en ingrijpende goden, hel,
hemel, vagevuur, aanroepbare heiligen, afrekening na het
overlijden enz.).

 

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *