Jaap Schot, 18 oktober 1986
Over economische ontwikkeling.
Een korte schets, slechts bedoeld om opmerkingen over het omgaan van mensen met elkaar hier te lande heden ten dage niet los van hetgeen 'economisch gebeuren' genoemd wordt te laten staan. Van het economisch gebeuren is het voor ons als individu beschikbaar komen van het stoffelijke nodige voor ons leven en welzijn een onmisbare voorwaarde. Dat gedrag (doen en laten) waartoe anderen en/of onze omstandigheden ons dwingen om aan dit nodige te komen kan ons niet als vrije daad worden aangerekend. Het aanrekenen van enig doen en laten als 'vrijwillig' is een voorwaarde om het bespreken van doen en laten überhaupt de moeite waard, zinvol, te kunnen achten. Als doel van het bedrijven van psychologie werd in leerboeken in de jaren vijftig nog aangegeven: te leren voorspellen en beheersen wat (andere) mensen (de voorwerpen van studie) doen en zullen doen. Psychologie dus als middel om andere mensen te leren kennen en hanteren zoals men robots/ computers zou willen leren kennen en hanteren: als onaanspreekbare dingen, onaanspreekbaar, als gesprekspartner onbruikbaar, zij het wel met de stem, bevelen gevend, zeer gebruikersvriendelijk dus, te 'bedienen'.
Nergens in de (uit de USA afkomstige) leerboeken waarin ik dat doel met het bedrijven van psychologie genoemd vond, werd uitdrukkelijk de mensheid in twee standen ingedeeld: beheersten met voorspeld gedrag en beheersenden: knechten en heersers. Waarschijnlijk zouden de Yankees in kwestie zulk een indeling ook niet willen expliciteren. Overduidelijk was dat wie dat wou zichzelf als een voorwerp van psychologische studie kon opvatten, het was en is de gewoonte van de betrokken lieden om jonge studenten te dwingen om als proefpersonen (voorwerpen van onderzoek) te dienen. De mensen in de democratie worden opgevat als bezig elkaar van opzij tot voorwerpen te reduceren en zichzelf ook, instemmend met de anderen, als een voorwerp op te vatten. In de jaren zestig is dat even als 'zelfvervreemding' benoemd en zelfs afgekeurd, maar onder de druk van een of andere kracht is nu weer alles bij het oude.
Die een of andere kracht zal, zo vermoed ik, een economische kracht, herleidbaar dus tot de koopkracht zijn. Aan vrijheid is niet veel te verdienen.
Het onderstaande, een korte tekst over het economische mechanisme, is bedoeld als een schema om naar die kracht te kunnen zoeken. Ik wil begrijpen hoe mensen ertoe gebracht worden zich en hun kinderen tot robot/ computer te (laten) reduceren en te (laten) vergeten, te verdringen, dat hen dat is aangedaan. Zozeer zijn mensen tot biologisch geproduceerde robots/ computers geworden dat ze nu niet meer weten wat hen van anders geproduceerde robots/ computers zal blijven onderscheiden, als de technische ontwikkeling voortschrijdt.
De heersende stand en de geknechte stand vallen in de democratie samen: parttime, (bij het besteden van geld, als Koning Klant bezig) zijn de ingezetenen van de democratie heer, heersend. Parttime ook, (als ze werken voor hun brood, als ze dienen voor geld, geld verdienen) zijn ze knecht, tot gehoorzamen gedwongen.
Tegelijkertijd is de geleerde onderzoeker die zijn medemens tot een voorwerp om te voorspellen en te beheersen reduceert zelf ook zo'n voorwerp, als zodanig vat hij ook zichzelf op.
Hoe diep gaat dat? dat zichzelf opvatten als dat wat hij zich en zijn medemensen als voorwerp van studie noemt in de termen van zijn theorie. Nog niet zo lang geleden sprak menig psycholoog over de menselijke drijfveren. Nu, drijfveren zitten er niet in ons, mechanieken zijn wij niet, overspannen zijn slaat niet op ons. Evenmin is de maatschappij een stelsel van raderen en radertjes, met vliegwielen en zo voorts.
Iedereen weet dat, iedereen weet ook dat het praten over de mensen met de termen waarmee men robots/ computers beschrijft, even "fout" is als dat beschrijven van de mens als een mechaniek. Het zijn beide slechts spreekbeelden.
Mooi als we dat weten. Dan komt de vraag of we geheel nieuwe termen moeten vinden voor wat 'de mens', ('ieder van ons'?, sommigen, sommigen potentieel?) (nog) is of kan zijn of kan worden na en naast wat er van ons geworden / gemaakt is: een biologisch geproduceerde en maatschappelijk (door scholing en disciplinering gebruikersvriendelijk) afgestelde en geprogrammeerde robot/ computer. Moeten we voor het mogelijke en/ of resterende 'specifiek menselijke' geheel nieuwe termen vinden of moeten we juist zoeken naar heel oude termen, uit de tijd en de taal van voordat het vergelijken van mensen met zelfgemaakte technische dingen mogelijk was, gewoon omdat die technische dingen er nog niet waren?
Die oude woorden zullen dan misschien ook geen woorden zijn waarmee de mensen over zichzelf spraken alsof ze op een afstand van zichzelf stonden. Er zijn woorden als 'ziel' en 'geest', waardoor mensen zich (hun lichaam) bewoond dachten: bezeten. Ik ervaar "mijn brein" (dat in mij dat mij de tekst die ik uitschrijf met mijn geestesoor doet horen) niet als zo'n geest die mij bezit, maar ik kan ook niet zeggen dat ik kan denken wat ik wil, dat ik 'mijn brein' gebruik; die gebruikende 'ik' zou dan wel een heel schaduwachtig iets of iemand moeten zijn, zelf totaal onwaarneembaar; alleen bij (door de) wijze van spreken bestaand.
Ik heb het als ik het over mijn uitschrijven heb al over iets heel ongebruikelijk onsociaals: ik probeer niet me te herinneren en/ of af te leiden hoe dit of dat volgens deze of gene aangeleerde informatie en/ of theorieën is, en ik ben al evenmin in gesprek, discussie of debat met een ander, en ik ben zelfs niet bezig met uitleggen aan een lezer die ik mij indenk.
Ik kan niet uitschrijven wat ik wil, die willende ik is een gedachteconstructie of nog beter een werken (met name straffen en belonen) legitimeerbaar makende veronderstelling; rechtsprekenden "weten" dat er geen vrije wil is in de beklaagden. De theorie waarin er "menselijke waardigheid' is, eist echter dat er een vrije wil bestaat.
Mensen zijn programmeerbaar, af te richten, te kwalificeren, te disciplineren, tot gebruikersvriendelijke knechten te maken. Dat is ook precies wat er alom gedaan wordt. Met een glimlach op het gezicht dwingen de ouderen de nieuwkomers, de kinderen, ertoe hun zelfbestuur, hun eigen initiatief, hun eigen tempo, hun eigen duur, hun eigen aandriften te ignoreren en/of op te geven en zich 'op buitenbesturing' te (laten) stellen: te doen wat bevolen wordt, mee te doen aan wat door anderen wordt voorgesteld, zelf ook voorstellen tot gezellig bezig zijn te doen in plaats van solitair bezig te zijn en bezig te gaan.
Verzet tegen het geknecht worden treedt aanvankelijk altijd bij ieder kind op en blijft bij enige geknechten (zij die niet gebroken werden) optreden, ook als dat knechten (= heersen) door de medemensen naast hen gedaan wordt, lieden die zich niet als beter (laten) opvatten en als tot een hogere stand behorend eerbiedig behandeld willen worden.
Er zijn altijd wat mensen die blijvend niet op buitenbesturing willen staan. Daar zijn twee soorten van: een soort die een plaats aan de top zoekt, de top die zogenaamd niet bestaat; en daarnaast een soort die niet alleen geen bevelen wil krijgen maar ze ook niet wil geven, die met andere woorden ongebruikelijk minder betrokken is op zijn medemensen, geen invloed wenst, maar rust en ruimte om zelf te zijn. Alleen en solitair leven is van deze soort niet zozeer een doel als wel een middel tot en gevolg van het zoeken van die rust en ruimte (voor zelf zijn, in eigen beheer), die ze in hun vroege jeugd toevallig hebben leren kennen en gebruiken. Zij kunnen zich het zelf zijn als individu later herinneren uit die jeugdtijd van voordat de civiliserende (tot knecht annex heerszuchtige makende) school toesloeg.
ECONOMISCH ONTWIKKELEN
Van "onderontwikkelde" (= niet voor een markt arbeidsproductieve) volkeren kun je alleen de natuur om hen heen exploiteren, niet de natuur in hen. Hun tijd, aandacht, energie, leervermogens en vaardigheden besteden ze slechts om te voorzien in wat zij zelf daar dan nodig hebben en daarvoor, gezien de omstandigheden moeten doen. Om de presteervermogens (= tijd x aandacht x energie x vaardigheden x leervermogen) van die volkeren te kunnen exploiteren ontwikkelen "wij", de ontwikkelden, deze volkeren. We geven hen ontwikkelingshulp. Zoals wij onze kinderen, die ook als wilden geboren worden, opvoeden en scholen.
Door de natuur om de onderontwikkelde volkeren heen te exploiteren, maken wij die volkeren tot woestijnbewoners, tot armen, noodlijdenden, hongerenden, die van hun natuurlijk milieu niet langer kunnen leven. Deze volkeren veranderden zelf niet aan hun omgeving en hanteerden noch vernietigden die, vaak leefden ze al tienduizenden jaren op dezelfde manier, even langzaam deze manier veranderend als hun milieu veranderde.
Dat gevolg van onze activiteiten heffen we op door die volkeren te helpen, nee, te dwingen om op ons te gaan lijken voor wat betreft hun opvatten van en omgaan met de natuur in en om hen: we ontwikkelen ze.
Om te ontwikkelen moeten ze zich (laten) disciplineren en scholen, zich vestigen en privaat gaan bezitten. Ze moeten starten met voortdurend het bezit ongelijk te verdelen. Dat verdelen mag echter slechts betreffen het nieuw aangemaakte, verworven, gevonden bezitbare (= tegen het benutten en toe-eigenen door anderen verdedigbare). Het eenmaal verworven bezit (of voorrecht) mag niet weer aan de bezitter ontnomen worden. Herverdelen moet, maar zonder dat het eenmaal verworven bezit telkens weer wordt kwijtgeraakt, het moet zonder dat de bezitters telkens toch weer arm, bezitloos gemaakt worden. Er is dus steeds nieuw bezitbaars (= verdedigbaars) nodig: nieuw consumeerbaars, nieuw verdeelbaars. Dat kan alleen door economische groei, dat wil zeggen: door het voortdurend toenemen van de output aan bezitbaars van het dit ongelijk verdelende volk in kwestie.
Dat economisch groeien kan een volk alleen door (een combinatie) van
1. de natuur om zich heen sneller en verder vernietigen, opmaken, sterker uitbuiten: roofbouw plegen
2. technologische vooruitgang: doeltreffender gereedschap (in de ruimste zin) en technieken, inclusief organisatie en coördinatie en bundeling van krachten en vaardigheden; meer aandacht bij en aan het werk besteden
3. vaardigheden opvoeren, meer leren, scholen en disciplineren
4. langere tijd werken
5. harder werken (tot en met roofbouw op eigen lichaam en eigen brein (het geobsedeerd worden door het werk))
6. meer mensen fokken, inzetbaar maken en aan het werk zetten.
Een combinatie van deze dingen moet dan ook gebeuren. Ze moet gedaan worden, door de betrokkenen. Dat doen wordt dan ook veroorzaakt. Alle "hulp" is slechts als smeerolie voor dit proces. De nonnen die de kindersterfte komen helpen terugdringen zijn evenzeer aan een factor voor die outputvermeerdering en aan het motiveren daartoe bezig als de onderwijzenden, de handhavers van het privaat en staatsbezit van land en andere productiemiddelen en als de projectontwikkelaars.
Optredende ontwikkeling ontslaat het volk in kwestie niet van de noodzaak om een combinatie van bovenstaande factoren te verwerkelijken: aan ontwikkeling komt geen einde. Er bestaat geen 'economie van het genoeg': spreken van een democratische civilisatie zonder groei is een contradictie binnen de termen.
Civilisatie betekent: heersen dat knechten is: als heer leven van (parasiteren op) het extra presteren door anderen, de geknechten. Civilisatie is bijeenleven in interactie met als speldoel het ongelijk verdelen van de lusten en lasten der onophoudelijk voortschrijdende ontwikkeling.
Als een natuurwet zo zeker zal een deel der knechten zich proberen te onttrekken aan het gewone, harde werken dat hen wordt afgedwongen: ze zullen extra uitstekende prestaties (kunstjes, kunsten, diensten) aanbieden aan de heren. De beloning der heren hiervoor brengt al een ongelijke verdeling onder de knechten op gang. Aan dat ongelijk verdelen komt geen einde. De heren bieden tegen elkaar op met de prestaties van hun knechten. Dat houdt al het proces op gang: het als heren elkaar steeds willen overtreffen. Dat werkt naast het er als knecht naar streven dat jouw kinderen het beter, minder zwaar zullen hebben dan jij. In civilisatie met elkaar omgaan is een spel zonder ingebouwd, uit het spel, uit de regels volgend, einde.
Enthousiasme, begeerte, perfectionisme, wedijverig zijn, het ervaren van dit of dat als een uitdaging, het zoeken naar de eigen presteergrenzen enz. zijn evenzovele vormen van 'vluchten naar voren': van het overnemen van het initiatief door het maar vast gaan doen waar men anders toch straks, later het bevel toe krijgt: zich tot het uiterste inspannen: zich als bron van tijd x aandacht x energie x vaardigheden x leervermogen exploiteerbaar maken.
Zij die dit doen hebben een ingebouwde slavendrijver, zij beulen zichzelf af. Zij hebben zelfdiscipline.
Wie met zo'n vaart vooruit vlucht, zal zijn naasten, 'de zijnen' (kinderen, opvoedelingen, leerlingen, volgelingen) aan de hand nemen en hen meeslepen als ze niet hard genoeg meerennen: men voedt zijn kinderen op tot nuttigen en succesvollen. Wat deze kinderen vooral wordt afgeraden is "het zitten op hun luie kont" en "het rondhangen". Dat soort uitdrukkingen vormen de motiverende taal van de civilisatie in de gezinnen.
Het gaat er om dat deze kinderen het beter zullen hebben dan hun opvoeders. Het overkomt hen allemaal voor hun eigen bestwil.
0 Reacties