Jaap Schot, 28 december 2009
De econoom van een grote Nederlandse bank sprak van de DISCIPLINERENDE WERKING van de markt.
Deze econoom heeft een verzinsel in gebruik om het institutionele geweld goed te praten. Het fysieke dwingen van de proletariërs tot armoe of werk heet ineens marktwerking. God is ineens ‘markt’ gaan heten. Het geld, de afgod Mammon, het kapitaal, het recht van de rechtsstaat. Naast de theologen, die vertellen dat de uithuiszetting de straf van god is voor de hebzucht/begeerte of wat voor zonde nu weer ook, van wie het overkomt, troffen we al de juristen met hun gewauwel over recht aan. En hier bleek (28 dec. 09) zonder tegenspraak of navraag of verduidelijkend commentaar nu een econoom als Waardenlader te mogen spreken.
In 1968, - ongeveer 40 jaar geleden dus -, was het publiekelijk bekend dat deze waarde ontmaskerd is. De burgerij had het geweld verhuld en de gebruikte omhullende, verhullende veelnamerij en bespreking in vadertaal was van het gepleegde geweld afgerukt. (Boer Harmsen in Hollandscheveld had de marechaussee op paarden met karabijnen aan huis laten komen, door ongehoorzaam te blijven.) De rechtsstaat was en is gewoon het masker van de gelande en gebleven veroveraar, bezetter. De macht van de rechtsstaat = de macht van de bezetter, de bezettende macht. De persoon is de lijfeigenaar, die leenman is van de bezetter (die leenheer, die eigenaar van de lijven van “ons Nederlanders” is, zoals in de grondwet omtrent ons, onderdanen is vastgeschreven. Wat we aan ‘persoonlijke plichten, rechten en vrijheden’ hebben, dat hebben wij ontvangen uit handen van die bezettende macht, die zich nu aan ons voordoet als een bemand systeem. Wij worden toegesproken als behoorden de bemanning van het systeem én de gevangen gehouden en als vee bejegende onderdanen tot één ‘wij’. Alsof de vampier een symbiont zou zijn. Nee, het is een parasiet. Het systeem is een voor de onderdanen nutteloze, ja uiterst schadelijke voorstelling van de bezetters, die er ‘posities’ in bekleden. ‘Een positie bekleden’ is ongelijk aan ‘op een formatieplaats zitten, die formatieplaats vullen’.
De bekleders van posities doen zich voor als ‘dienaren van het systeem, de staat’. Ze doen dat ‘zich voordoen’ door zo over zich te (laten) spreken. Ministers heten dan bijvoorbeeld ‘dienaren van de Kroon’. USAmerikanen kennen ‘allegiance to the flag’. Vroeger (een piek in WOII) sprak men hier ook nog wel eens van ‘Vaderlandsliefde’.
Zonder dat de macht van de rechtsstaat ertegen gebruikt wordt, wordt Poppers term ‘open society’ vertaald met ‘ vrije samenleving’. Het kind dat de onderdaan tijdelijk is, is leerplichtig, zoiets als ademplichtig.
Er is heel veel propaganda en het reflecteren op taal en taalgebruik wordt van het curriculum én uit de media geweerd (gehouden door het eeuwig uitblijven van elke beloning, bekrachtiging, applaus). “we” zijn ruim 300 jaar achter, want in John Locke’s ‘Leidraad voor het verstand’ staat het allemaal al voldoende duidelijk om ‘opgepakt’ te worden, het te gaan gebruiken: het opmerkzaam en onderscheidensvaardig vernuft.
0 Reacties