Een Hollands Drama

Categorieën: 1990, 1 januari – 1994, 31 december | Archief

Trefwoorden: civilisatie

Jaap Schot, 12 augustus 1992

Ik lees "Een Hollands Drama" van Arthur van Schendel.

Naar aanleiding daarvan het volgende:

De goden van de Bijbel, daar zie ik er drie van:
1. de schepper en onderhouder van al wat leeft op aarde
2. de stamgod van Israel
3. de bankiergod van de geciviliseerden.
Deze drie goden worden in de bijbeltekst bewust en opzettelijk als een en dezelfde aangewezen. Dat is een van de grote overwinningen van de civilisatie op natuur en cultuur in de gelovigen.

De civilisatie is een ramp, het is DE grote misdaad. Het dienen van die civilisatiegod is dat daardoor ook. Die bankiergod leent de mensen vermogens, mogelijkheden uit, die 'talenten' worden genoemd, geldbedragen dus, dollars. Verder is die bankiergod een boekhouder, die niet alleen maar op het eind het resultaat waardeert (keurt), maar ook tijdens het woekeren op het zich daarbij houden aan zijn wetten let, de overtredingen (en, misschien, maar daar spreekt men weinig over, ook de verdiensten) bijhoudt, ze noteert, ze zich bij de eindafrekening zal herinneren.

De civilisatie heeft alle cultuurregels ongeldig en onbruikbaar gemaakt. Men kan ook zeggen: heeft deze leefregels vervangen door haar spelregels. Het is passend het in civilisatie leven als spel te benoemen omdat hetgeen men in civilisatie doet onnodig is en geregeld. Onnodigheid en geregeldheid kenmerken hetgeen wij 'spel' noemen.
De civilisatie(god) gebiedt aan iedere knecht te woekeren met zijn hem als enkeling apart, individueel, op z'n eentje gegeven talenten. Woekeren is ongelijk aan: bijdragen aan het geheel van inspanningen van de stam, de groep, het volk, de mensheid, laat staan de natuur. Het nut van het algemeen is vreemd aan de woekeropdracht en aan het streven van de woekeraar.
Integendeel het woekeren is,  doordat de aarde eindig is en haar opbrengst dus ook , een spel om een beperkte opbrengst ongelijk te verdelen. Wie het grootste deel neemt om de simpele reden dat zijn talenten en zijn kansen (de zegen van Vrouwe Fortuna) hem dat mogelijk maken, die wordt door de bankiergod het hoogst positief gewaardeerd. Zo eenvoudig ligt dat. Maar het vechten om de grootste portie met allen bij een beperkte voorraad veroverbaars (voorrechten, bijvoorbeeld bezit) moet gebeuren binnen regels. Bijvoorbeeld: gij zult niet stelen (een regel die niet aangevuld is met het gebod 'niet aan een ander te onthouden wat deze nodig heeft voor zijn leven en welzijn als natuurlijk wezen, als schepsel'.)

De geciviliseerden werden en worden echter ook nog in kennis gebracht van de leefregels van de cultuur van het volk waarin ze toevallig geboren en getogen worden, de leefregels (zeden, normen, fatsoensregels) van de een of andere cultuur. Elke cultuur echter is een verzameling van leefregels die er op gericht zijn de groep in leven en welzijn te houden, de groep, dus allen, behalve hen die de groep schaden door het schenden van die regels, lieden die dat doende ziekte en dood veroorzaken van (leden van) de groep.
Die leefregels van een cultuur zijn onverenigbaar met de spelregels die het vechten van allen binnen het spel van de civilisatie om beperkte buit moeten regelen.
Spel? Ja. Voetbal is oorlog. Civilisatie is roofmoord.

De veroveraar van voorrechten moet door kunnen gaan met zijn spel ook al worden andere spelers ziek en gaan ze dood doordat ze meer verloren dan ze missen konden voor hun leven en welzijn als schepsel van die andere god, die god van de natuursituatie.
Die natuurgod maakte de dieren zo dat ze rustig, loom, zijn zodra ze verzadigd zijn. Culturen kennen het privaat zijn niet, kent geen losse enkelingen, dus ook niet het privaat bezit zonder bovengrens. Civilisatie kent alleen het private losse bestaan van de geciviliseerden, de spelers van Risk, Monopoly, Mastermind en dergelijke in het echt.

De kinderen in een cultuur zijn leden, delen, van de groep, niet: bezit van de ouders. Wezen zijn niet ten dode opgeschreven, ja, ondervinden van het sterven van hun ouders geen schade die binnen de stam kan worden opgeheven, ongedaan gemaakt, resp. voorkomen. Het noemen van dezelfde regel ten aanzien van weduwen is een opmerking uit het patriarchaat, dus uit de civilisatie. [ De civilisatie in een fase die nu voor de industrie even niet meer de meest nuttige lijkt, zodat flinke meiden zich nu op een onbeschermde toekomst moeten voorbereiden].

De vraag in het boek van Van Schendel is 'waar komt de zonde vandaan?'. Het is bij die vraag al geimpliceerd dat de zonde via de kinderen de wereld binnenkomt. Die kinderen zijn geneigd tot het niet volgen van de regels die hen worden voorgehouden c.q. doorgegeven, c.q. opgelegd. De kinderen zijn de enveloppen, de zonde is de inhoud, de vraag is: "wie is de afzender: God of de Duivel?"
De aanvullende vraag is hoe de zonde uit de enveloppe moet worden gehaald: er uit slaan of met liefde en begrip er uit verjagen.

De zonde die zij zien is het niet volgen van de regels.
Ik onderscheid:
A. de regels van de natuur: het instinctieve
B. de regels van de cultuur: aan te leren leefregels en overlevingstechnieken
C. de regels van het spel om voorrechten.

De sterkste god is die van het spel, want die is bewapend, die wordt gediend (= zijn orde wordt gehandhaafd) door het leger en de politie. De ouders en opvoeders slaan in het boek nog liever zelf dan het opvoeden aan de politie over te laten.
Dat is tegenwoordig anders.
Na het slaan kwam het werken (vooral dreigen) met liefdesverlies (niet te verwarren met het dreigement te onterven, dat was nog uit de harde, vaderlijke periode).
De god van de cultuur moet het doen met schaamte en schande. De cultuur is in handen gelaten van de tweederangsmensen, de vrouwen en de (tot voor kort allen als vrouwen verklede) mannen van de kerk die daarop parasiteerden. Die kerk predikt niet de inhoud van de bijbel, niet alledrie die goden, maar ze predikt fatsoen, gebaar, schuldgevoel, angst, liefdadigheid en afkopende eigendomsoverdracht.
Let wel: eigendomsoverdracht is totaal iets anders dan het eerder genoemde aan de ander voor zijn levensonderhoud laten wat jij zelf daar dan niet voor dat van jou kunt benutten, c.q. hoeft te benutten.

De god van de natuur heeft geen snelle straf, waarmee het individu kan worden geconditioneerd op de wijze die Skinner beschreef. Het roken schaadt de gezondheid, maar doet dat sluipend. Het is ongehoord hoeveel alcohol een mens moet drinken om zijn lever en hersens te vernietigen. Daar wordt dus niets geleerd. De zonde van ontbossing wordt pas aan de kinderen en kindskinderen gewroken. Zeker komt de wraak, maar te laat om de dader er iets van te laten leren.
Andermans pijn is niet te voelen, dus ook het anderen pijn doen wordt nooit afgeleerd. Eigen pijn is direct een beweegreden om te gehoorzamen aan wie jou pijn doet. Pijn doen is dan ook het centrale gegeven in de civilisatie. Als het kind voldoende is mishandeld in verband met gehoorzamen aan andermans opdrachten (is gestraft dus, dat mishandelen in die context heet 'straffen') kan later volstaan worden met dreigen met straf. Vandaar en daartoe is het dat alle kinderen worden geslagen, opgesloten en anderszins mishandeld, zo niet door hun ouders, dan toch door andere kinderen en door onderwijzenden.

Niet het niet gehoorzamen aan de niet als instincten ingeboren regels (boven genoemd onder B en C) is zondigen, maar: het gaan meedoen aan het gevecht van de geciviliseerden. Dat zeg ik, maar dat zegt geen enkele geciviliseerde.

In het boek in kwestie is de centrale dienst aan god het afbetalen van de geldschulden die de een of andere losbol heeft gemaakt. Gediend wordt daarmee de god van de civilisatie, maar ook worden de door deze geldverkwister geschade armen schadeloos gesteld. En dat is weer goed in termen (normen, waarden, voorschriften, geboden, ja 'in de geest') van de cultuur.
==//==
vervolg, na correctie van het voorgaande, op 130892:
De verwarring van cultuur en civilisatie is dus in het boek gegeven. Dat is levensecht.
Wat inhoudelijk 'zondigen' is, wordt genoemd: stelen, liegen (om straf te ontlopen) en bedriegen. Verder alle zonden van de grote stad, die in het boek ongespecificeerd blijven. Zonden zijn het waarvoor geld nodig is, dat blijkt wel.

Zonder geweld(voor je te laten)plegen en zonder liegen (onwaarheid spreken en waarheid geheim houden met als doel de ander tot voor hem niet nuttig, zelfs mogelijk schadelijk, voor jou gewenst gedrag, doen en nalaten dus, te brengen) is er geen geciviliseerd gedrag, geen spelen om meer dan anderen mogelijk. Niemand die speelt (heeft of kan dus) geeft een ander zomaar, ongedwongen en tegen weten dat hij het niet hoeft in, wat dan ook aan winst. Winnen doe je slechts door bedreigen en bedriegen. De hele handel berust op het wapengeweld (het geweld waar de staat het monopolie op wenst en zegt te hebben) en op het leven met een verkeerd verhaal over waar ze mee bezig zijn bij, het gemystificeerdzijn van de 'burgers'.

Het Hollands Drama is het drama van lieden die leven met de bijbel als de tekst waarmee men hen bedriegt (en ook bedreigt).

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *