Jaap Schot, 15 april 1985
Het is niet verantwoord om achter het doen en laten der mensen
- een plan in uitvoering,
- het werken van krachten en/of
- het tot uiting komen van een zijn
te zien, te vooronderstellen.
In de mensen treft men onbewuste wensen ten aanzien van andermans gedrag aan en die wensen trachten ze door toveren te vervullen. Als je mensen planmatig (strategieën en tactieken toepassend) bezig aantreft, zijn ze met het besteden van de tijd, aandacht enzovoort van anderen bezig. Ze zijn anderen aan het bestrijden of aan het besturen.
Vroeger (zeg de 18e en 19e eeuw) was het voor vorsten en burgermensen-in-navolging nog wel gebruikelijk dat ze een plan maakten waaraan ze dan vrijwel hun levenslang bezig gingen: een plan met hetgeen hen ter beschikking stond: hun tijd, hun vaardigheden, hun bezit, hun macht, hun gelegenheden, hun kansen. Ze wilden wat van hun leven maken.
Voor de veel lager geplaatsten, de kansarmeren, was een vergelijkbaar doel: dit of dat worden. Iets worden in de maatschappij, op een zelfgekozen manier dienen voor geld, dat was hun streven. Dit streven iets te worden kon nog weer ondergeschikt zijn aan het ontkomen of bereiken van iets, ontkomen aan de armoe, ervoor zorgen dat ze niet arm werden of dat ze hun kinderen betere startomstandigheden konden bieden dan ze zelf gehad hadden.
Dit soort voornemens, die men aan het uitvoeren kon zijn, waren een bewust, doordacht iets, dat tot uiting kon komen in het kiezen en in het doen en laten der betrokkenen. Wie zulke voornemens hadden werden niet geleefd, zij leefden zelf. Ze deden, ze deden niet mee. Oh zeker, ze speelden het maatschappelijke spel mee volgens de regels, ze braken het spel niet, zelfs niet als ze zo vals mogelijk speelden. Hun doen en laten was echter zeer zeker niet te verstaan als zuiver reageren en zich laten leiden door suggesties en uitnodigingen. De eigen tijd, aandacht, energie, werkkracht, werden opgevat als bezit, als talenten, waarmee zoal niet gewoekerd, dan toch zuinig omgegaan moest worden. Het zelf aangemaakte doel was bedacht en daardoor voor een ander mens begrijpelijk. Dat wat er van het gebruik van de eigen talenten werd gemaakt, had ook een vorm, was zichtbaar. Een plan leidt altijd tot het bouwen van iets waarneembaars met structuur, een piramide a.h.w.; terwijl we hier nu door het doen en laten zowel van de enkelingen als van de massa der enkelingen ("onze samenleving") zien ontstaan: een AFVALBERG. Het maakt geen verschil of we die afvalberg als zodanig zien of als een stad met gebouwen uit vele verschillende stijlen en tijden of als een huis, een woning, vol boeken, meubels en andere voorwerpen waaraan de bewoners ooit, toen ze ze kochten de voorkeur gaven. Wat we zien is een verzameling sporen van het verleden, niet het resultaat van het uitvoeren van een doordacht plan, zoals een piramide dat is.
Het zich iets voornemen is op zich geen verdienste. Waar zou de goedkeuring op moeten berusten?
Ik beschrijf die door sommigen ooit wel verwerkelijkte menselijke mogelijkheid ook niet als een vorm van propaganda ervoor. Ik heb als onderwerp: de onmogelijkheid om iets doordachts te vinden 'achter' het doen en laten der mensen, achter het eigen doen en laten als men begint te reflecteren.
Wie gaat nadenken over de vraag "waar ben ik nu eigenlijk aan en mee bezig?" zal waarschijnlijk 'in' zichzelf geen doordacht voornemen aantreffen, dat hij aan het uitvoeren is. De vraag waaraan men bezig is, is waarschijnlijk makkelijker te beantwoorden dan de vraag waarmee men bezig is. De eerste suggestie van een antwoord op de vraag waarmee men bezig is, is dat men bezig is met die anderen en dat andere daarbuiten. Pas in tweede of zoveelste instantie komt men op het antwoord dat men bezig is de eigen tijd, aandacht, energie, leervermogens, vaardigheden en gelegenheden te besteden.
De AFVALBERGEN zijn de sporen van duizend kortstondige deeldoelen die gesuperponeerd werden op de steeds arbeidsproductiever en door minder dienaren voor allen bereikte doelen die men 'overleven en genieten' noemt en die in plaats kwamen van wat ik in mijn teksten "leven en welzijn' noem.
De deeldoelen van de gewone mensen zowel als van de democratieën die zij vormen, kennen geen duur en geen ander doel dan genieten resp. ergernis en lijden en frustratie wegwerken (inclusief: het compenseren voor wat niet weg te werken is, omdat het onontkoombaar is of in het verleden ligt en dus niet meer hanteerbaar is).
Hier komt het COMPENSEREN als iets waaraan men bezig is, terug. Terug van mijn verwerping ervan als concept ter verheldering, als oorzaaksbeschrijving 'achter' het doen en laten der mensen. Mijn verhaal waarin ik de mensen beschreef als bezig te compenseren in hun kopen voor de vernedering en veronzelfstandiging die ze in de maatschappij ondergaan, klonk zo mooi, zo verstaanbaar, zo verhelderend. Maar het komt toch neer op of minstens dichtbij het vooronderstellen van een onafhankelijke "natuurlijke" neiging tot het in evenwicht brengen van geleid worden en zelf leiden. Als iemand in hoge mate door anderen geleid wordt, via zijn verleden en/of in zijn ondergeschikte, gebruikte, afhankelijke positie in de samenleving hier en nu, dan stelt die compensatie-theorie dat deze mens hoogst dictatoriaal zal worden jegens alles wat hem ondergeschikt is of beter : wat het ongeluk heeft in zijn macht te geraken. Vandalisme, sadisme en nog zo het een en ander aan braakverwekkende verschijnselen worden met zulk een theorie verklaarbaar: doorgegeven bevelen, omgerichte agressie, frustratie-agressie-theorie, zelfs de erfzonde-theorie passen hier moeiteloos in.
Het feit dat die reeds bestaande theorieën erin passen maakt juist dat het invoeren van dit compenserend bezig zijn een beetje verdacht is: is het geen oude wijn in nieuwe zakken, is het geen oud begrip, alleen even anders benoemd.
Daar zit een probleem: zodra, zolang en in zoverre we weer het benoemde, het compenseren, opvatten als een onbewust proces of als een mechanisme of als een oorzaak van gedrag, dan zijn we weer nergens, dan is er weer iets via de mensen in kwestie bezig, dan wordt de levende mens weer voorgesteld als een doorgangspunt van werkingen, als een oppervlakteverschijnsel: volgens de biologen: van de genen die aan het voortbestaan zijn en waarvan de mensen slechts dragers, tijdelijke 'gastheren' zijn, zoals ze dat ook van vlooien, luizen en schurftmijten zijn. De individuele mens is dan een wegwerpverpakking voor de genen die hij draagt. De biologen, bezig hun kijk op het leven van alledag te projecteren op de levende natuur beschrijven de individuen als wegwerpverpakkingen, voor informatie. Precies datgene wat men in scholen van kinderen heeft gemaakt: biologisch geproduceerde voorlopers van de computers en robots. De ouderen brachten het "erfgoed der beschaving" (godbetere, maar zo noemden ze dat) onder in kinderen, dat heette onderwijs en opvoeding. De zo bruikbaar gemaakte, geprogrammeerde levende wezens, een schaduw van de vrije mensen waartoe ze hadden kunnen uitgroeien, werden trots gemaakt op het feit dat ze deel uitmaakten van een groter geheel: niet "de samenleving", want die is geschiedenisloos en nergens aan bezig, maar de "civilisatie", die lineair verloopt in "vooruitgang".
Nu de robots en computers er zijn, blijken de biologisch geproduceerde voorlopers ervan ineens een enorme handicap te hebben: ze zijn veel en veel moeilijker om te programmeren. Waar een computer een heel ander 'iemand' wordt zodra en zolang je een ander programma er in stopt, blijft een mens maar doorwerken met oude afstellingen, ook al wil zijn gebruiker (tijdgenoot/soortgenoot) hem anders hebben.
Die tijdgenoot/soortgenoot/gebruiker heeft inmiddels wel geleerd het veranderen van zijn omgeving, inclusief de anderen, te wensen, te verlangen, te eisen. Die ander moet dan maar naar de psychiater, naar de omscholing, naar de bijscholing, hij moet vooral zeer FLEXIBEL worden.
Vroeger zou men gezegd hebben: het is godgeklaagd: eerst wordt een kind met geweld inflexibel gemaakt, worden het kind geboden en verboden ingeprent 'die het heugen moeten', daarop berust de hele opvoeding, met straf en met 'betrouwbaarheid' en 'eerlijkheid'. De continuïteit die iedere door bevoorrechting boven nieuwkomers medeplichtig gemaakte ingezetene van de civilisatie heeft leren liefhebben en verdedigen, berust op het gelijk blijven en geldig blijven van hetgeen men aan sociale gedragsregels (b.v. de Tien Geboden en de wetten) heeft geleerd.
Het kind als leerling wordt gedwongen zijn leven voor het hier en nu in zelfstandigheid, zelf de wereld verkennend, spelend zich inlevend, op te geven. Het moet in goed vertrouwen op zijn onderwijzers en opvoeders zich gaan laten afstellen en bruikbaar maken voor wat die anderen verwachten dat er later zal zijn. Daar en dan, in de scholen gebeurt het: de kinderen geven als leerling, onder dwang het zelf leven op. Ze richten niet langer hun eigen aandacht, hun aandacht wordt gericht door de onderwijzer op het onderwerp of hun aandacht wordt afgeleid door de vogel buiten het raam van het klaslokaal. DAAR IN SCHOOL BEGINT HET GELEEFD WORDEN, DAT WIJ NU ZIEN.
IN HUN FUNCTIE VAN MAATSCHAPPIJLID VATTEN DE MENSEN ELKAAR OP ALS EEN VERZAMELING MATERIAAL EN GEREEDSCHAP.
Mensen die een voornemen met hun leven hebben, een doel, een toewijding, iets waaraan ze bouwen, vatten zichzelf in navolging van die anderen op hun beurt op als in het bezit van een verzameling materialen plus gereedschappen. Die verzameling is het geheel van wat er van hen gemaakt is, wat ze van zichzelf gemaakt hebben. Ze zoeken gelegenheid, een plaats, een positie, waar en medewerkers, gelijkgezinden, medestanders of bruikbaren waarmee ze hun plan kunnen uitvoeren. Zij zijn de ondernemers, zij brengen het werk, de werkgelegenheid in het land, die uitgaat boven het nodige voor het leven en welzijn der levenden hier en nu bijeen.
Die ondernemers, die entrepreneurs zoals ze dan plotseling heten, zullen als middel om hun voornemen met hun leven (= tijd, aandacht, energie enzovoort) uit te voeren, andere dingen (door anderen laten) doen, in ruil voor hun gespecialiseerde bijdragen aan de afvalberg van goederen en diensten die de civilisatie voortbrengt. De inspanningen komen uit die enkelingen, die voor zichzelf beginnend het spel 'menselijke mogelijkheden gebruiken voor het een of andere onnodige en onspeelse doel' zijn gaan spelen. Deze ondernemenden, deze mensen met een plan met hun leven, zijn de componenten van de maatschappij, zij zijn de levende samen stellende delen van een geheel dat niet meer is dan de som dezer delen. Niet meer dan de som, vandaar dat de output van de civilisatie een afvalberg is. Die afvalberg is evenmin bedoeld als de vernietiging van de natuur in en om de mensen.
Ik zeg hier nu in diverse bewoordingen:
HET GEMEENSCHAPPELIJKE LEVEN GAAT NERGENS OVER, HET HEEFT GEEN ONDERWERP.
De enkelingen kunnen zich dus niet inschakelen in het geheel van de samenleving, want er is geen geheel. Als de enkelingen als los van elkaar opvat, dan is de samenleving als een hoop zand, iedere enkeling een losse korrel. Als ik de enkelingen opvat als deel van een groter iets waarbuiten ze geestelijk noch lichamelijk kunnen bestaan, dan is de samenleving een hoop blokken, ieder blok een IETS waarin de enkelingen houtcellen zijn. (Die houtcellen zijn in structuur bijeen en de blokken hebben een stevigte die een functie van die structuur is.)
In de beschreven werkelijkheid zien we het uiteenvallen van IETSen wel eens en in zekere mate ergens gebeuren, wat in deze beelden niet kan worden uitgedrukt.
De koopkracht die de mensen uitoefenen schept de schijn van een voornemen-in-uitvoering van een machtig vorst: Koning Klant. De gewone werkgevers zijn alleen maar lui die op een gunstige positie zijn gaan zitten, waar ze de wensen van Koning Klant als machtsmiddel hanteren, de wensen der kopende enkelingen bundelend. Hun risico is gelegen in de grilligheid van Koning Klant, die immers nergens aan bezig is en zelfs in het voorzien in zijn nooddruft niet vast en voorspelbaar is, omdat er steeds nieuwe middelen voor dat voorzien op de markt komen. Koning Klant wordt geleefd, hij is uiterst suggestibel en de propaganda en de reclame zijn opmerkelijk grote takken van de bewustzijnsindustrie.
Nog weer eens anders gezegd: volgens mij zit er geen complot achter wat er uiteindelijk, als resultaat van alle streven in de samenleving gebeurt. Volgens mij zit er geen plan in de meeste mensen. Een betrekkelijk gering percentage gedreven ZELFGEBRUIKERS "trekt de kar" en houdt de kluit op gang. Zij trekken de anderen mee in hun streven een deel van de afvalberg aan te maken en die massa der anderen is zozeer gewend aan het zich laten gebruiken, dat ze daar helemaal geen gevoel meer bij hebben en geen aandacht meer aan besteden, maar alleen kijken naar wat hen aan genot, voorrechten, bezit, gemakken en ander positiefs ten deel valt. Misschien kunnen we stellen dat niemand iets negatiefs wenst, maar dat ook niemand dat negatieve dat eventueel door zijn initiëren en/of meedoen ontstaat wil tenietdoen door ophouden met wat dan ook. De manier om op dat negatiefs wat men niet wenst te reageren is : het toevoegen van een nieuwe bezigheid aan wat men doet. Als men aan het ergens mee ophouden niet kan ontkomen, stelt men dat zo lang mogelijk uit.
Wie iets wil veranderen aan het gebeuren in de wereld doet er goed aan niet aan te dringen op het ergens mee ophouden, maar integendeel de mensen uit te nodigen mee te doen aan iets nieuws. "Meedoen aan het opbouwen van iets nieuws, is misschien ook wel leuk", denken ze dan, en dan doen ze mee, zolang het leuk lijkt. Wordt het nieuwe tot een gevestigd IETS, dan zijn alleen de voorzitter, de secretaris, de beroepskrachten en de actieve gelovigen die er een identiteit aan ontlenen nog enthousiast. De massa is dan verveeld.
Op het chaotische gegeven van de mens die op buitenbesturing staat, die slechts reageert op prikkels van buiten, wiens bewustzijn door de bewustzijnsindustrie via de media gevuld wordt, PASSEN ALLE BEDENKBARE PERSOONLIJKHEID-THEORIEEN.
De chaotici in kwestie laten zich de orde uit het verhaal (van die theorie) gaarne aanmeten en welgevallen. Tenzij de theoreticus de domheid begaat onaangename dingen in zijn theorie te doen. [Voorbeeld: Freud stopte zijn patiënten vol met seksuele drift, die ze nu juist slecht hadden leren noemen en met mechanismen, terwijl ze machines niet als gelijkwaardig aan de mens hadden leren zien. Tegenwoordig kun je zonder enig bezwaar de mensen vertellen dat ze 'informatieverwerkende machines' zijn, want de computers en robots, als sterkere concurrenten op de arbeidsmarkt, die evenals machines niet gebruikt, maar bediend moeten worden en wel door deskundigen, hebben een behoorlijk hoge status.]
Ondernemen, het gebruiken van de eigen tijd, aandacht, mogelijkheden om er zelf iets van te maken, wordt niet op scholen onderwezen. Dat leer je niet of thuis van pa, die het al tot iets bracht. zo blijft het ondernemerschap in families. De andere mensen, die van de school leren wat te doen in het leven, leren op school zich bruikbaar te laten maken voor anderen, teneinde zich later, als werknemer, door anderen te laten gebruiken. Het zich verenigen in vakbonden leren ze ook niet, de samenwerking van de klas tegen de schoolomstandigheden wordt niet geleerd. De school was en is een arbeidersfabriek. Toen ik studeerde (1963-1970) propageerden nog diverse professoren dat de kinderen moesten leren samenwerken (teamwork), nu onderwijzen ze dat de kinderen OMSCHOOLBAAR GEMAAKT MOETEN WORDEN. Zulke inhouden van het wetenschappelijk onderwijs passen zich naadloos aan het toevallige verloop van de aanmaak van de afvalberg, die aanmaak die men dan wel de ontwikkeling van de technologie en van de samenleving noemt.
De kinderen leren op school hun eigen situatie (zitten, gebruikt en toegesproken worden) niet op te merken, daar geen aandacht aan te besteden, maar als het ware door die echte situatie heen hun aandacht te brengen naar het onderwerp van onderwijs: dat daar buiten, elders en vroeger, op dat wat niet is.
De aandacht wordt gericht op dat wat hier nu niet is, wat hier nu mijn zintuigen en mijn ervarende lichaam niet melden. De goede leerling ziet Napoleon bezig, niet de juffrouw die over Napoleon vertelt. De goede leerling weet niet dat hij gebruikt en volgestopt met geheugeninhouden en vaardigheden, hij weet slechts die inhouden en kan slechts die vaardigheden. Hij, de goede leerling, identificeert zich met die inhouden en vaardigheden, hij meldt zich desgevraagd als psycholoog, boekhouder of timmerman aan. Hij beleeft zich niet als een volgestopte, de herinnering zelfs aan het leegzijn, is vervlogen.
Er gebeurt nu iets leuks, de flexibele, herschoolbare, omschoolbare, 'Mehrzweckarbeiter' moet zich plotseling gaan distantiëren van zijn inhouden. Die inhouden zijn echter niet ingebracht als middelen (materiaal en gereedschap) voor een eventueel zelf te stellen doel. Het werkeloos worden als wat men geworden is, maakt de werkeloze ervan bewust waar hij eigenlijk aan bezig had behoren te zijn : aan zelf zijn tijd, aandacht, vaardigheden enz. gebruiken voor eigen doelen, in plaats van zich te laten gebruiken als een eenmaal afgestelde machine door een ander voor andermans doel (uiteindelijk: het doel van Koning Klant). Als de werkeloze werd toegesproken zou hij horen dat hij zelf in zijn kopersgedrag en in zijn omgaan met zijn geld in het algemeen, de oorsprong is van de krachten die hem de maatschappij uit duwden. Het maatschappelijke, economische gebeuren is niets anders dan het geheel van daden en nalatigheden der aanwezige levenden.
Het blijkt nu ineens niet voldoende dat men het kwade niet gewenst heeft, maar alleen maar gedaan, in opdracht gegeven en/of gedoogd. Men heeft over de concrete natuurvernietiging in zich en om zich heen gezien: de lever is aangetast door de alcohol, de longen zijn dat door de sigarettenrook.
Gewetenloosheid is niet de juiste benaming voor wie zo handelen, het is aandachtloosheid. Om zich in te zetten voor het eigen leven en welzijn heeft men geen geweten nodig. Iedereen die wel eens heeft geprobeerd te leren roken of alcohol te drinken weet dat het lichaam duidelijk melding maakt van de ongewenstheid van beide consumpties. Maar de echte aanstaande gebruikers/misbruikers/verslaafden luisterden niet naar hun lichaam, dat hadden ze afgeleerd.
0 Reacties