Erfgenaam gezocht

Categorieën: Overige teksten

Trefwoorden: onbewerkte versie

Jaap Schot, 2 februari 2010

100202erfgenaamgezocht

==================

dinsdag 2 februari 2010

----------------------------

2-2-2010 22:08:

 

De vorm voor dat ‘erfgenaam zijn’ kan zijn: bestuurslid van de Stichting en een reden om de erfenis te accepteren kan zijn dat mijn gezamenlijke teksten bruikbaar zijn in zijn wetenschappelijk onderzoek.

Studentassistentie kan via deze erfgenaam en zijn onderzoek komen.

2-2-2010 22:18|52||

Vervolg op woensdag 3 februari 2010:

3-2-2010 10:56:

       God, mensen, kinderen, het is allemaal zo goed te zien, - hoe het komt dat de enorme Gotische kathedraal overeind blijft -, als je maar niet binnen blijft en je aandacht niet laat afleiden door de daarvoor aangebrachte beelden en beschilderingen en die prekende en ritueel toneel spelende priesters maar tot zwijgen en rust brengt. Die gotische kathedraal “staat voor” de structuur van onze sociale macro-omgeving: onze civilisatie, cultuur, maatschappij, samenleving, beschaving, ontwikkeling of met welke andere wezenloze term je het ook wilt aanduiden: dat wat wij aantroffen en aantreffen en ons zal overleven.

       Waar de ene steen is, kan de andere niet zijn. Voor ons, levende lijven, is hetzelfde het geval: Waar de een is, kan de ander niet zijn. Maar wij verschillen van die stenen en een gevolg van het feit dat iedereen op een ander punt staat dan elk ander levert op dat aan ieder een ander ansicht gegeven is dan aan elk ander: zijn eigen ansicht. Gegeven is, ontvangers zijn wij allen: ook wie niet aan het actief zijn van een Gever gelooft (hoewel er van die gever veel sprake is en nog meer sprake wás).

       Er is spreken, dat treft iedereen aan. “Kijk uit”, niet doen, duwen, kom mee, hier kunnen we eten. En duizend andere nuttige korte waarschuwingen en aanwijzingen, doorgegeven noodzakelijks om onbeschadigd en gezond verder te gebeuren (groeien, leren, enz.). Gebeuren in die gegeven omgeving. De moederende ander kán je waarschuwen en uitnodigen enz. omdat er een overlap is in de ansichten van die moederende en de bemoederde. Die bemoederende oudere spreekt de passende beschrijvende woorden bij wat hij als onderwerp neemt en/of waar het kind naar vraagt.

Zo leert het kind de moedertaal.

De onderscheiden dingen hebben een naam gekregen en die naam zit in de woordenschat van de moedertaal. Wat óm gegeven is, gebeurt, dat concluderen dieren die zien uit het verschillen  van het actuele, met het vorige beeld. Verhalen waarin samengaande veranderingen als samenhangend worden voorgesteld, vergemakkelijken het onthouden van het ten diepste onverklaarbare natuurwetmatige gebeuren. Nóg is dit moedertaal. Er wordt niet het waar zijn van die verhalen gesuggereerd, er is niet een pater die aandringt op geloven. De onderwijzende dringt slechts aan op en/of dwingt slechts tot het onvertekend en volledig gebruiken van de moedertaal bij de passende verschijnselen en situaties.

Didactisch handelen is: in de omgeving van het lerende kind datgene brengen wat het moet leren kennen, later herkennen, benutten, ontwijken, hanteren, of wat ook. Scholen zijn er om te voorkomen dat de leerling van nu later onvoorbereid is, als het onderwerp binnen zijn situatie / bereik / ansicht e.d. komt. Door de moedertaal te leren verstaan (en spreken, d.w.z. in zijn eigen hoofd als gedachten hoort) wordt de leerling beter te waarschuwen en uit te nodigen.

       Wat hij moet dóen (= kiezen aan gedrag) als die dingen die nu onderwerp zijn van onderwijs hem later (be)treffen, dát is hem altijd gegeven als doel (ongehinderd en onbeschadigd verder gebeuren) en de middelen, ja, die zijn afhankelijk van wat hij kan (aan vaardigheden en aan ‘diversiteit van opvatten van zijn omgeving’ heeft) en van wat dáár dan kan (de gelegenheden die hem daar gegeven zijn). 

       En tot hier heb ik die zinnen zo moeilijk moeten maken omdat ik elk bevel, elke plicht, elk spookverhaal en elke verzameling loze beloften en andere verzinsels erbuiten wou houden. Die prekende priesters en staatsbestaanstellers zijn immers weggeblazen mét de beeldenstorm.

Wat men ‘de Verlichting’ noemt, daarbij past de kreet: “weg met de vadertaal”. “Leve de wetenschappelijke mentaliteit”. “Weg met de suggestie”. No innate ideas. Niets in het verstand, wat niet daarvóór in de zintuigen was.

‘Aanschouwelijk onderwijs’ is een pleonasme. Waar geen vat is, kan de regenval niet worden gemeten, want de regen die valt is zonder vat niet op te vangen. Zonder ogen is er geen licht. Aan kleurenblinden zijn geen kleuren gegeven. Zij kunnen er ook niet bij spreken.

Wie kleuren ziet, kan zijn waarnemen (gekregen hebben) van kleuren, niet gaan ontkennen om reden dat hij tussen kleurenblinden leeft. Het is ook niet vanzelfsprekend dat hij van die kleurenblinden geloof eist. 3-2-2010 12:09|744||

=========== vrijdag 5 februari 2010 vervolg:

5-2-2010 10:41:

       De mensen die in dezelfde mensveehouderij als ik gehouden worden, welke rol ze ook spelen, boer of txaenzaftapvee, leven met een vals bewustzijn in een verhaal dat ze uitspelen. Ze gaan helemaal óp in dat verhaal dat ze spelen, ze denken dat ze een “identiteit” hebben. Die identiteit is het geheel waarvan zij, - als eigenlijfeigenaar -, ook vinden dat ‘je’ dat doet, dat vindt (als mening hebt), als gewoonte, doel, enz. hebt. Dit ‘een identiteit hebben’, omvat de áfwezigheid van ‘zichzelf bezig zien en daarbij spreken’, als in een spiegel enige afstand zien tussen ‘waar je bent als degene die spreekt’ en ‘waar je bent als besprokene, als onderwerp waarbij gesproken wordt’. Dit heet (noem ik) reflecteren.

       Met het eigen verleden als onderwerp kan dat ook. De reflecterende ‘distantieert zich dan van die feiten van toen’. Het als spreker afstand nemen verwekt gevoelsmatige afstand (cognitieve consonantie, dus).

       Ik was Moeders project. Ik werd levenslang beschermd tegen bevaderd worden en tegen afgewezen worden. Ik bleef dier. Ik kreeg geen deel aan de waan van bovendierlijkheid, die de priesters  van de Romeinse staatskerk na 325 in omloop hebben gebracht. Het concept ‘bovendierlijkheid’ hadden ze gejat uit, c.q. mét ‘het Oude Testament’ , het geheel van door de priesters der joden uitgeschreven traditionele verhalen. Die bovendierlijkheid was bij de joden meer een geconstateerde stand van zaken, dan een troostprijs voor tot slaaf gemaakte overwonnenen. En, zoals elke stand van zaken, werd ze voorgesteld als ‘van God’. Als ‘resultaat (= bedóelde resultante) van het ‘doen van alles wat gebeurt’ langs iedereen heen, ongedaan door enig mens. Wat geen artefact is, is geschapen, van God afkomstig. Geen mens kan het als zijn bezit aan het gebruik door anderen onthouden, ‘met recht’, terecht, zonder dat hij met geweld dreigt, aanvaller is, tegenstander. Enig verband tussen het onderwerp van bespreking, en zo’n bezitter die geen maker ervan is, is niet te kennen. Er zijn geen te eerbiedigen gegeven claims. Alle “recht” is bedreiging, anders niets.

       Slechts wat ik zelf gemaakt hebt, is ‘van mij’ in de zin van ‘met mij verbonden’. De rest is van een ander, of mijn buit, door mij met geweld en dreiging aan gebruik door anderen onttrokken en gehouden roofgoed. Wat door God gemáákt is, Zijn schepsel is, kan nooit als ‘van enig mens’ worden gekend. Wie ‘denkt’ dat enig schepsel van enig mens (hier: persoon) is, heeft een vals bewustzijn. ‘Wie denkt’ dat is m.a.w. wie in zich de gedachte waarneemt (= met zijn geestesoor het dansen (zich aaneenrijgen, opvolgen, achtereenvolgend waarneembaar actief worden, ‘vuren’) van begrippen in zijn denkhoofd auditief waarneemt, ‘hoort’ dus. Gedachten komen in mij op, alle woorden in dit gepraat om aan te duiden wat niet aan te wijzen (te tonen, te laten horen) is, zijn ‘moeilijk’ in de moedertaal. 5-2-2010 11:30|1.222||

=========

Het spiegelbeeldige is virtueel.

Wat ik in juristentaal uitzeg, is alleen maar verhulling voor de dreigende wapens.

==============================

5-2-2010 12:00:

       Het bestaan van recht wordt gespeeld, op het toneel van de burgerlijke samenleving, waarbij de wapens waarmee alle spelers worden bedreigd zoveel mogelijk in (achter, tussen) de gordijnen opgesteld en buiten het zicht gehouden worden. Er is in het stuk dat gespeeld wordt, geen sprake van, ze spelen in het uitgespeelde verhaal geen rol, zo te horen. Er is geen sprake van dat dreigen, men spreekt van recht en plicht, eigendom en koop.

       ‘Rechtsstaatje’ spelend zet men de onderwerping voort, de toestand van vlak na de overwinning. Het door de arbeider geproduceerde is ‘rechtens’ eigendom (= genoteerd als bezit) van de werkdoorgever, die een bestelling heeft in zijn orderportefeuille en/of gokt op de verkoopbaarheid van het product. De overwinnaars zijn de enigen met wapens: slechts voor wie geld hebben bedreigen de gewapende politieagenten dieven. Stelen is nemen zonder de eigenaar er door betalen toe te brengen af te zien van ‘de politie erbij te roepen (aangifte te doen).

--------

       Op school houden de meedoende gebruikte mensen hun pestende klasgenoten er van af hen te pesten, door mee te doen aan wat die pesters afdwingen. Pesten is het assisteren van de propaganda, de politie en de justitie.

------------

       Tot je het zelf aan een ongelovige oningewijde hebt getoond, aangewezen en daarbij gesproken (in moedertaal én wijzend op de vadertaal als rookgordijn), is het je vreemd, heb je het van horen zeggen, hoewel je er in en aan meedoet, meespeelt, en alle daarvoor nodige informatie en vaardigheden hébt.

Uitleggen (c.q. uitschrijven als uitlegvoorbereiding) is DE manier om kennis te nemen. Onderwijsvoorbereiding.

--------------

       Moeder heeft mij voorgeleefd dat je als gevangene (in ons geval: als burger van dit koninkrijk) ondanks de onontkoombare levenslange dwangarbeid (1) en camouflage (‘fatsoenlijk en netjes zijn’)(2) zo vrij als Robinson Crusoe alleen op zijn eiland kunt zijn, door al die ‘beschavinkje spelende omlevenden’ te kennen, te herkennen, te erkennen, als bestaand. Zoals de bomen op het eiland van Robinson daar ook bij hem stonden en ruimte innamen en vruchten “leverden” en schaduw gaven, in de weg van het zonlicht stonden. En als de Robinson die jíj bent, geen bijl heeft gevonden in het wrak, dan zijn die bomen niet om te hakken, niet te verwijderen. Je bent er tussen beland. Gegeven (aangetroffen) als omgeving is dat spelen en het zal er zijn, na jou. Jouw onvermijdelijke nemen van wat je nodig hebt, is naar hun spelen: deel nemen van het nationaal bezit, het koopbare. Dat onvermijdelijke nemen vatten zíj die spelen op als deelnemen, meespelen. Omdat het aangetroffen en blijvend is, dat gebeuren, dat gedácht wordt als echt, maar met een vals bewustzijn van wetten in vadertaal, spélen is -, is het er KENNIS van nemen slechts een nutteloze hobby, die geen nieuwe gedragsmogelijkheden opent, maar slechts het gevoel treft. Het kennis nemen verdelgt het gevoel, de identiteit, de trots op het brandmerk, waartegen je protesteerde, toen het werd aangebracht. Maar het is niet te verwijderen, de verwijderde clitoris groeit niet weer aan. De verminkingen blijven en de vadertaalbegrippen worden niet dan met veel moeite herkend. En herkennen valt niet samen met inactiveren. Nee hoor, zeker bij het tot anderen gerichte spreken komen ze weer in actie, begunstigd door de tijdsdruk, het zeer beperkte recht op spreektijd, dat geen verband houdt met de tijd die nodig is om passend bij ‘wat gebeurt’ te spreken. Gezag, recht van spreken, het is het tegendeel van het alle onderworpenen opgelegde spreekverbod.

WAAR KENNEN IS, IS GEEN VOELEN. Gevoeld (gekeurd) worden overeenkomsten van en  verschillen tussen het gekende en een verzameling wensen, verzinsels, droombeelden. Zonder wensende verwachting geen teleurstelling, blijde verrassing, enz. enz.

Dat de omlevende spelers van het spel ‘samenlevinkje’ / ‘rechtstaatje’ enz. onaanspreekbaar blijken, stelt slechts de gelovige teleur. Aanspreekbaarheid doet zich alleen buiten het spel voor. Iets met iemand afspreken ís: buiten het spel treden. Dat is ook precies wat het huwelijk zo’n verraderlijk “iets” maakt: op het stadhuis trekken spelers de afspraak het spel binnen. Verstandig hoor, trouwen i.p.v. buiten spel samenwonen en van elkaar houden ‘onder invloed’ (in dit geval van endogene psychotrope stoffen, feromonen, geslachtshormonen, enz., die na enige tijd niet meer werkzaam zullen zijn tussen de betrokkenen). Aan het afgesproken sámen gebeuren is geen inhoud meer te geven binnen het spel waarin de gevangenen meedoen. Alleen in hun vrije tijd. En met hun vrije denken:  kennen en daarbij in moedertaal spreken.

       Ze weten niet (ze hebben niet doordenkend herkend en erkend dat ze gevangenen zijn, onderworpenen, subjecten, erfgenamen van de nederlaag, die geleden werd in de diverse achtereenvolgende kolonisaties – bezettingen). Verliezers dus, veroordeeld door dwangarbeid die ze ‘werkgelegenheid’ hebben leren noemen en nu  doodgewoon vinden.

========

Te weten komen, hoe doe je dat?

Door er meerzintuiglijk kennis van te nemen en het gekende te begrijpen en te bespreken. Doordénken, reflecteren, het uitleggend onderwijzen ervan voor te bereiden. Herhaaldelijk uitschrijvend gebeurt vanzelf in variërende bewoordingen, verhalen, beelden, volzinnen, betogen. Daardoor worden de begrippen helderder en beter onderling verbonden: beter passend aan het waargenomene onderscheidene opgemerkte. Gebruiksvoorbeelden verhelderen meer dan (want anders en naast) verbale definities.

       Mijn begrippenapparatuur / woordenschat, mijn verhalen en mijn wbcs en wmsggs vormen míjn denkgereedschap. Zelf gemaakt, door gebruik gescherpt, hersteld, uitgebreid. Hier en daar zijn onderdelen vastgekoekt, vastgeroest en zelfs niet meer open te krijgen. “Vergeten”, woordvindingsmoeilijkheden, niet te verwarren met ‘niet meer begrijpen’.

-------- 5-2-2010 13:56|2.124||

       

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *