Jaap Schot, 26 januari 2005
1. Ik weet nog dat Moeder liet merken hoe onmetelijk dom ze het geroep van een stuk verre schoonfamilie vond omtrent leren op school: “Het gaat om het papiertje”.
2. En ook een andere benadering, - het geven van geld voor goede cijfers op een rapport van school -, vond geen instemming bij haar. Extrinsieke motivatie is uit den boze.
3. Moeder had door dat het bij (bewust, planmatig, systematisch, txaenz investerend, schools) leren (dus: je láten onderwijzen) gaat om het resulterende kunnen (kunnen doen, kunnen herkennen, kunnen bespreken, “weten”).
4. En bij ‘je laten opleiden’ (de kweekschool en de universiteit in mijn geval) gaat het om het in die jaren maatschappelijk ‘onder dak’, - dat is in mijn huidige bewoordingen: ‘veilig als vee in gebruik’ – zijn.
5. De ethologie vindt bij mensapen en mensen: bij de mannelijke exemplaren het hormonaal veroorzaakt en aangedreven streven om te heersen (minderen te hebben, die jou respecteren, die achteruitwijken voor je en die achterom kijken of jij er niet tegen bent, tegen wat ze aan het doen zijn). Eén operatie en de hormonen zijn weg en de heerszucht, het streven zich minderen aan te schaffen en te behouden, is weg. Bij vrouwtjes vindt de ethologie het broedzorgen en het bijeen blijven als groep.
6. Die apen (chimpansees en bonobo’s) bezitten niet en ze kunnen vrijwel niks (technisch) en dus (Reich en Roheim ‘de inval van de seksmoraal’) hebben ze de ruimte om elkaar te vlooien (aan te raken) en (vooral bij de bonobo’s) seksueel ongeremd met elkaar bezig te zijn. Er is maatschappelijk niks tegen seks, als er maar geen geld (bruidsschatten en zo) mee in verband stroomt van familie x naar familie Y.
7. In de streekromans, - zo bleek aan een vrouw die (RUG 2005) daar een dissertatie over schreef -, fungeert de welwillende, alwetende, wijze, regelende Moeder. Een soort godin dus. Dát is de bron van het ‘goede gevoel’ dat in de lezer(es) wordt opgeroepen.
8. Dit soort alpha-apinnen van de diersoort ‘mens’ drinkt dus hele potten thee en zit eindeloos concrete gebeurtenissen (met eigennamen en plaatsnamen en tijden) te verhalen en vooral te herhalen. De leidster – godin verwerkt al die rommel in stilte (waarschijnlijk onbewust) en af en toe borrelen daar dan wijsheden en doeltreffende handreikingen uit.
9. Bij ‘de mens’ kwam bij dit apengegeven dus reeds vóór de invoering van het houden van soortgenoten als gebruiksvee (de invoering van de beschaving heet dat): het in een cultuur bijeenleven, dat is: het als groep, stam, volk, bezitten (= aan gebruik door anderen, soortgenoten en niet soortgenoten ontnemen en onthóuden van bebouwbare ‘arabel’ grond en van ‘jachtwild’) en het bijpassende verdoen van de ( min of meer angstig, ongerust, want altijd onzeker, wachtend op de oogst en afziend van onnodig aangrijpen van het ecosysteem, ‘het milieu’ modern benoemd) niet nuttig te besteden txaenz op een de stam kenmerkende, iedereen voor elk ander voorspelbaar en te ‘bedienen’ (zoals een computer) makende, vaste, ook kinderen weer zó makende, manier.
10. Op z’n laatst de twee qua genoemde traditionele txaenzverdoegewoonten verschillende stammen in intensief contact brengende intrede van de beschaving veroorzaakte de noodzaak van het afstand nemen tot die verzamelingen gewoonten: het betreden van en verblijven op de Aztekentrap: het beschouwen, de contemplatie, het óverdenken in plaats van het er ín denken.
11. Aula pocket nr. 1000 van prof. Bouman beschrijft de cultuur van toen (jaren 1960) hier ‘in het Westen’: ‘cultuur’ als verzameling door na-apen opgelopen gewoonten; de zonder erg aangeleerde manieren van txaenz verdoen. Het zijn gewoon apen van die soort ‘mens’, die soort die door de natuur begiftigd is met een woekering van ‘te waarschuwen zijn’ (dus ook vatbaar zijn voor vals alarm en bedrogen worden en bedriegen) en van ‘tot onnodigs, spel, vorm van txaenzverdoen dus, te verlokken zijn’.
12. Bij het gedrag van de massa die bij voetballen en politiek partijdig toeschouwt is geen extra verklaring nodig. Ze blijven gewoon exemplaren van die soort aap. In eindeloos gevarieerde vormen zijn ze precies eender: hun uniekheid per exemplaar is tegelijk hun volstrekte eenderheid. Steekproeven uit een enorme hoop gewoonten. Unieke steekproeven, allemaal random, geheel zonder plan of structuur of functie. Caleidoscopische constellaties van veelvoorkomende aangeleerde gewoonten en neigingen.
13. Zoals een kind met speelgoed, zo kan een exemplaar (een individu) met die door hem opgelopen gewoonten iets gaan bouwen: een karakter, een eigenheid. Daar was in de 19de eeuw in Europa her en der wel deze en gene aan bezig.
14. Dat ‘ermee bouwen’ is dus iets anders dan zichzelf als exemplaar en de anderen als onkenbare ‘zwarte dozen’ beschouwen vanaf de Aztekentrap. Beschouwen brengt kennen en dat (kennen dus) is geen vorm van bewerken van ‘het gekende’ (= het onderwerp). De beschouwer grijpt het beschouwde niet aan. Hij kán dat ook helemaal niet.
15. Die 19de eeuwers waren het die over Menswording schreven. Mens, met een hoofdletter was je niet van geboorte, als zodanig, dáárvan, van geboorte, was je een exemplaar van een aap van een bepaalde soort, een dier als alle andere. De adel was afgeschaft, het feodale was over: er was geen adeldom eerst gegeven, die dan verplichtte, er was slechts voor sommige kinderen de mogelijkheid, de begaafdheid plus de gelegenheid om uit te groeien tot een edel mens. Zo’n edel mens scoorde niet hoger op een dimensie waar ook de gewone gebruikte genietende mensen op scoorden, waarbij hij dan hoger scoorde en won, nee, het edel wordende mensenkind scoorde op een andere dimensie en vergeleek (mat) zich niet met andere edele mensen, Iemand worden is (dat was bekend) geen wedstrijd, geen competitie.
16. De edel wordende mens ontgroeide niet aan zijn natuur, maar verwerkelijkte die, kwam tot groei en bloei en het dragen van vrucht. Niet voor deze of gene god, niet voor de anderen, het doel van dit tot edel uitgroeien was ‘immanent’, was functioneren, was gebeuren van de genencombinatie in kwestie. Er was geen extra loon voor nodig, zoals in alle functioneren was er LUST ( via endorfinen) aan verbonden. Anders gezegd: er was geen doel, het was gewoon nodig. Vanzelfsprekend zeiden die mensen toen dat met andere woorden, begrepen ze het met andere concepten, duiden ze het aan met andere wegwijzers. Maar híer wezen ze naar.
17. De edel wordende verwijderde zich van zijn ‘ook zo’n gewóne (onontwikkelde, als vee gehouden, zoals een batterijkip nooit KIP geworden beest) dat is: gebruikte en gehouden aap van die soort zijn’. Want in de 19de eeuw was er al duizenden jaren civilisatie (= mensen als gebruiksvee gehouden door parasitaire soortgenoten).
18. Wie dat pad van de uitgroei, de ontplooiing, het Mensworden, het volop en volledig harmonieus functioneren op ging, verwierp daarmee het meedoen aan (het voor zover men het bekostigen kan na-apen van) het hofgedoe (dat in de civilisátie ‘cultuur’ heet). Prins Gautama ging daar zelfs (over een groot aantal beschikbare willige mooie jonge meiden heen stappend, zie de schilderijen) vandaan, van het hof, hij was dus ‘bewezen niet afgunstig’. 26-1-2005 13:44||
19. 26-1-2005 13:49: Terecht kregen deze ontplooiden een hoog aanzien, want ze konden goede raad geven en deden dat ook wel. Waar aanzien is voor echten, komen na-apers die het niet op het zijn, maar op het schijnen als middel om aan aanzien te komen, gemunt hebben. Vandaar dat er heel veel massa’s namaakwijsheid zijn aangemaakt. Steiner en goeroes, pro memorie.
20. Het denken is door de 20ste eeuw (twee wereldoorlogen) zwaar gestoord geraakt. Men was geschokt door het massaal en industrieel / gedisciplineerd vermoorden van mensen. Dat moorden gebeurde met als opgaaf van reden 1. dat ze uit een bepaalde mensenveehouderij kwamen (Fransen, Russen, Duitsers), vooral WOI, 2. ‘dat ze, wat hen als groep kenmerkte (aangeleerd) hadden (politieke tegenstanders, zigeuners)’ of 3. een zomaar aangeplakt iets (met name: wat de Nazi’s “Jood zijn” noemden). Voelend in plaats van denkend besloot men tegen doden überhaupt te zijn en iedere aap van onze soort meteen door geboorte alleen al, de adeldom van Mens met een hoofdletter en recht op respect en onaantastbaarheid te verlenen. En nog een hele hoop meer. Nu is dus Mens met een hoofdletter worden, uitgroeien tot een edel iemand, nutteloos, het levert niks maatschappelijk geldigs op. Wie goeroe wordt, wordt sowieso als een sekteleider / schertsfiguur gezien. Alle teksten zijn gelijkwaardig behalve op één dimensie en dat is dan (maatschappelijk !) dus de dimensie waar het om gaat: de verkoopbaarheid.
21. Het aanmaken van teksten met woorden (begrippen) die ook door wijzen en ontwikkelden werden gebruikt, is een vaardigheid, met logica, grammatica en het vaardig gebruik van beeldspraak en debatteertrucs als gereedschap.
22. Zulke teksten zijn als ballonvaarten, tijdens het lezen is het alsof je op de Aztekentrap staat en de gids dat daar beneden hoort aanwijzen en bespreken. Boek dicht, tekst weg. Iedereen blijft alle tekst vreemd, die hij niet in zichzelf verneemt (met zijn geestesoor hoort, uitgesproken door zijn eigen tekstaanmaker).
23. Bij (in) dat ‘zelf ontplooien’, dat volop gebeuren, wordt niet een plan verwerkelijkt, het gebeurt gewoon omdat het toevallig niet tegengehouden wordt. Zoals uit een goed beukennootje een “ideale” beuk groeit, als daartoe volop storeloosheid, ruimte, voedsel, licht, gelegenheid dus, is.
24. Waar ‘gebruikt worden’ is, is die gelegenheid er niet volop. Dat is in ieder geval duidelijk. Ook ziekten en schaarste aan levensmiddelen in de ruimste betekenis van dat woord verhinderen dat ‘volop’ zijn.
25. Niet op het idee gebracht worden of komen om zich aan het gebruikt worden en/of aan de karige omgeving te onttrekken verhindert ook het ‘gaan uitgroeien tot een “ideaal”, edel Mens. [Denk aan Yentl (in die film) die naar de USA gaat, waar ze, hoewel vrouw, zal kunnen leren en uitgroeien.]
26. Zij die “denken” dat zulk uitgroeien een vorm van ‘zich verheffen boven anderen’ is, zullen tégen dit ‘de Aztekentrap op gaan’ zijn. Wie in een klooster gingen legden geloften van armoe en nederigheid en gehoorzaamheid af, juist om van dit verwijt vrij te zijn.
27. Het is een uiterst zeldzaam toeval als iemand zonder zulke rare bijmengsels nodig te hebben en/of van huis te hoeven, kan gáán voor dit ideaal. Ik heb dat geluk gehad, de kans gezien en die ‘waargenomen’ in de betekenis van ‘benut’.
0 Reacties