Gebod, verbod en deugd

Categorieën: 1973-1986 Docent lerarenopleiding, Rijksuniversiteit Groningen | Archief | Definitieve boeken | Eigen boek (1984-1987) | Maart 1985 | Opstellen

Trefwoorden: eigen boek

Jaap Schot, 10 maart 1985

Derde hoofdstuk van mijn boek na het hoofdstuk over uitschrijven en wat daar aan vastzit (file schemavv*) en het hoofdstuk over de indeling van het leven in de wereld en het wild en de indeling van de wereld in cultuur, civilisatie, beschaving en maatschappij.

Dit derde hoofdstuk gaat over gedragskeuze door de enkelingen. D.w.z. de ingezetenen die zich niet volledig gelijk kunnen achten aan wat ze zijn in de wereld.
Het gaat niet over individuen. D.w.z. niet over vrije mensen die buiten de wereld zijn.
Het gaat over ingezetenen, die zich niet met hun positie uitputtend beschreven ervaren. Voor die enkelingen stelt zich een handelingsruimte, waarbinnen ze gedrag moeten kiezen.

Ze treffen zich bij die keuze aan voor GEBOD, VERBOD en DEUGD.

Een gebod is gewoon een bevel. D.w.z. een gedomesticeerde bedreiging met de dood. Een bevel stelt: dit mag je niet nalaten, dit dwingen wij jou te doen.
Een verbod is een bedreiging met het verliezen van voorrechten. Een verbod stelt: dit mag jij niet doen, anders mishandelen wij je en nemen we je iets af, dat je hebt, doordat wij het je niet afnemen. Jij bent zwakker dan wij en dus bepalen wij de grenzen waarbinnen jij soeverein bent. Soeverein, want wat niet verboden is, mag. En wat jou niet bevolen is, hoef jij niet te doen.
Mensen houden zich aan verboden beter, naarmate ze meer te verliezen hebben. Tenzij ze zoveel te verliezen hebben ten opzichte van wat men hen dreigt af te nemen, dat het nalaten van wat verboden is duurder is dan het overtreden van de door het verbod gevormde grens. Zo vervuilen de ondernemingen het milieu omdat de boetes die ze daarvoor krijgen veel minder zijn dan de winst die ze door Koning Klant als premie krijgen voor hun goedkope manier van produceren.

Naast gebod en verbod is er de deugd. Deugd wordt een bruikbare gedragsdeterminant wanneer en waar een mens niet bang hoeft te zijn. Daar en wanneer leven noch bevoorrechting gevaar lopen. Deugden als fairness, openheid (het niet hebben van geheimen) en sportiviteit zijn onbereikbaar voor de angstige, de bedreigde.

Naast deze drie – gebod, verbod en deugd – is het leven in vrijheid. Dat is: buiten de wereld, in het wild. Wat in het wild gedaan wordt, het nodige, staat buiten elke beoordeling in termen van deugdzaam of verwerpelijk. Wat aan nodigs – naar beste kunnen – gedaan wordt, is noch te veroordelen, noch te prijzen.

De deugd is binnen de wereld. Daar is ze het hogere, naast gebod en verbod. Ook wat onder bedreiging gedaan of nagelaten wordt, valt buiten de categorie 'verdienstelijk'.
Slechts naast het onnodig gedane en nagelatene op eigen initiatief kan men een plaatje houden. En door vergelijken van het waargenomene met het plaatje tot een beoordeling komen: loven of laken. Of iemand zich aan een gebod of verbod iets gelegen laat liggen, is een kwestie van berekening. Dat weten de mensen. En daarom eisen ze ook straffen die gewicht geven aan geboden en verboden. Ook de hoogleraar criminologie die stelt dat mensen zich waarschijnlijker aan verboden houden naarmate ze iets/ meer te verliezen hebben, zegt eigenlijk dat: het gedrag van gehoorzamen en nalaten, is de uitkomst van een berekening op grond van hanteerbare factoren. Als de straf 'afnemen van wat men heeft' is, is een percentuele en progressieve straf nodig om gehoorzaamd te worden. Wie niets – of, oneindig veel – heeft, is niet te straffen op die manier.
De samenleving is een artefact, een onderneming, iets onnodigs. Naast die samenleving kan men dus terecht een plaatje houden om tot een beoordeling van de verschillen tussen plaatje (voornemen) en bereikte werkelijkheid te komen.

Angst

De staat is er om de onderdanen lijfelijk te bedreigen met beschadiging en vernietiging. De kerk is er om de onderdanen met geestelijke ondergang te bedreigen. Beide werken met geboden en verboden, die door de onderdanen moeten worden gehouden. Beide werken met angst. Als de angst voor het kwijtraken van luxe en voorrechten niet groot genoeg is, kan men altijd overgaan tot het dreigen met het wegnemen van het nodige.
Wat ik de maatschappij noem, is die levenssituatie waarin deze twee machten die met angst werken (kerk en staat), zonder enige beperking heersen. Er is geen eind of grens aan de bereidheid van de machthebbers in de maatschappij om hun onderdanen te bedreigen en te mishandelen. De mishandeling klontert een beetje, niet eens heel erg, in de landen waar gefolterd wordt, bij de armen van het land, bij de armen van de wereld. Daar vindt men de Roomse kerk, daar vindt men nazisme en stalinisme, deze drie tegen de geest gericht. En daar vindt men het folteren door de politie, dat is: de staat. In die streken komt men daar ook openlijk, "eerlijk" voor uit. Wie in het centrum van de macht zit, hoeft niets te verbergen. De macht komt uit het volk. Altijd en overal. Uit de middenklasse, de lui die wat te verliezen hebben en die aan de beurt zijn om enig bezit – goederen, voorrechten, een baan – te verdedigen tegen niet‑bezitters. Dat verdedigen doen ze genadeloos. Zoals ze het de succesvolle kolonisatoren hebben zien doen, resp. zoals ze het uit de verhalen daaromtrent begrepen hebben.
Nieuwe kolonisatoren, nieuwe soevereinen, hebben nog geen tijd in rustig opgroeien zonder vechten kunnen beleven. Ze zijn dan ook onmetelijk fel.

Al gebruikt ooit iemand, door een toeval daartoe in de gelegenheid en geneigd, de kerk en/of de staat om beter gedrag (naastenliefde, sociale wetgeving, nivellering van inkomens, delen van de werkgelegenheid of wat ook) te proberen te verwerkelijken, de middenklasse wil dit niet en verzet zich met alle haar ten dienste staande middelen (ongeloof, veinzen, schijnheiligheid, fraude, diefstal, misbruik sociale wetgevingen, een zwarte economie, belastingontduiking, enzovoort, enzovoort.)
In de maatschappij is geen broederschap, wordt niet gedeeld, is niemand sportief of fair of een man van eer of open. Iin tegenstelling tot tuk op geheimhouden en gegevens misbruiken, d.w.z. als wapen gebruiken.

Een van de duidelijkst als gevechtshandeling te herkennen trucs uit de maatschappij is de school, waar de kinderen, de nieuwkomers, de vijanden van morgen worden beziggehouden met het leren van wat ze in de maatschappij niet kunnen gebruiken voor een ander doel dan zichzelf laten gebruiken, als werknemer of als consument.

De kerk en de staat zijn in een schijngevecht gewikkeld. Net als de sociale partners in de maatschappij (werkgevers en werknemers) dat zijn. Zonder elkaar zouden ze echter geen van beide kunnen bestaan. LET WEL: de ongeorganiseerde kerk, het echte geloof van deze tijd betreft geen als zodanig ingeschreven religie. Een religie is een toevallig aan elkaar geprate hoeveelheid dingen, waar mensen meedoend waarde aan hechten en iets voor over hebben. Wie van de wereldreligie die we gemakshalve even 'amerikanisme' kunnen noemen, de verschijnselen aan elkaar wil praten, moet de blauwbroeken en lawaailuisteraars voorzien van een verhaal waarin hun gedrag passend is en een uiting van iets, het maakt niet uit wat. Dat die religie er niet is, komt doordat we nu weten dat er geen verhaal, geen aan elkaar vast praten van wat men met de mode mee doet, nodig is.
Ik vermoed dat er zelfs geen antwoord bestaat op de vraag waarom de mensen die al die rotzooi willen hebben en al of niet verkrijgen, zich niet ertoe kunnen brengen dit gedoe te verachten en zich niet het geld, de tijd, de aandacht, de energie enzovoort kunnen besparen, die ze nu besteden aan al dat gedoe.
Als er iets is waar ik diep van overtuigd ben, dan is het dat de mensen geen redenen voor hun doen en laten hebben. Niet bewust en ook niet onbewust. Volgens mij zijn ze net als ik: als ze meedoen aan een begrafenis huilen ze. En de enige manier om niet te huilen is: niet meedoen. Zo is het ook met samen met de anderen "leven". Alle sociale bijeenkomen, is als het bijwonen van begrafenissen. Dat geld voor het theaterbezoek van de middenklasse‑figuren, en voor de discobezoeken, en voor alles wat datzelfde karakter heeft. Ze leren dat al op de kleuterschool, waar de terreur al begint dat de kleuter die kleren aan moet die op dat moment 'iedereen' aan heeft.

Enige tijd geleden hoorde ik een DDRburger de term 'collectief bewustzijn' of 'publiek bewustzijn' gebruiken. Hij wou publiceren om daar iets aan bij te dragen, iets in omloop te brengen. Ik vermoed dat die gedachtenconstructie een hersenschim zal zijn.
Toen ik, zo'n twintig jaar geleden begon door te denken en tot mezelf te komen, stelde ik ooit eens vast, ik weet nog tegen wie ik het zei en zelfs precies de plaats waar we toen langsfietsten: "ik weet niet meer zo goed wat ik wel en niet meen". Als er een bewustwording plaats zou vinden bij die blauwbroe­ken en lawaaiaanhoorders, dan zou hen de leegte in hen blijken. Bij deze lieden, bij wat Machiavelli 'gewoon volk' noemt, wordt het bewustzijn niet van binnenuit door hun eigen brein gevuld, maar van buitenaf en in onvoorziene en ongewens­te ogenblikken van stilte: met materiaal uit hun verleden. Overigens wordt hun bewustzijn sowieso zoveel mogelijk met betekenisvrij materiaal gevuld: muziek, of wiskunde, of spelletjes.

Er is overigens geen enkele grond van waaruit men iets tegen de grote blauwbroekerij in zou kunnen brengen. Ieder alternatief ontwerp voor de wereld is even onbenullig. De MX1 is veel gevaarlijker dan een piramide, maar niet onbenulliger. De tunica van de Romeinen is niet beter geweest dan de blauwe broek van tegenwoordig.
Van buiten de wereld uit bekeken, is alleen het feit dat ze nu tweeduizend jaar later nog net zo onbenullig bezig zijn, het enige verbazingwekkende. Alles verandert, behalve het schema. Bewustmaken helpt niet. Daar zijn al zoveel pogingen toe gedaan en in zoveel vormen. Dat dat niet werkt, kan nu eindelijk wel als bewezen worden beschouwd. Het werkt niet massaal, het werkt wel voor individuen.
Een buitenstaander kan ook bijna niet anders doen dan heel blij zijn dat ze elkaar in de wereld een beetje in toom houden, meestentijds. Als ze dan al niet ophouden met hun dwaze gezamenlijke zelfmoord in termijnen, is het toch positief dat ze hun aandacht niet ononderbroken richten op het vernietigen van afwijkers en buitenstaanders; dat ze dat maar af en toe doen onder leiding van hun 'aan-elkaar-praters': de priesters van de roomse kerk bij het uitroeien van heidenen, ketters, heksen, protestanten, joden en islamieten en de nazi's bij het uitroeien van joden, zigeuners, communisten en homofielen. Verdere voorbeelden zijn de protestantse kerken in actie tegen de oorspronkelijke bewoners van Afrika, Amerika en Australië. En als er ooit eens geen verhaal beschikbaar was om vanuit te handelen bij het vernietigen van minder goed bewapende anderen, dan deden ze het zonder zo'n verhaal. En ook de troost dat het misschien een fout van alleen blanken was, ontbreekt ons.
Het verontschuldigt ons niet dat er ook oorlogen tussen ratten bestaan, en dat er ook in de natuur wel onwelvoeglijke handelingen schijnen op te treden. Wij, mensen hoeven geen wereld te maken zoals wij dat nu doen. Onafhankelijk van het gebeuren elders en/of vroeger, zijn wij in staat en in de gelegenheid om met deze hele manier van doen op te houden. WIJ zijn daartoe in de gelegenheid. WIJ, DE MENSEN VAN NU, ALLEN TEZAMEN. Alleen niet, maar wel in vereniging.
Er kan geen goede wereld bestaan. De kern van de wereld is de maatschappij, dat is de erfgenaam van het koloniseren, dat vastgelopen is in een loopgravensituatie, omdat het aardoppervlak eindig is. Daarom is 'vooruitgang' een spreekbeeld geworden, niet omdat er verder iets veranderd is. Als ze ook maar in gedachten even een nieuwe mogelijkheid zien: vreemde planeten, wordt de hele religie die het doen en laten bepaalt, initieert en stuurt, weer bewust gemaakt en uitgesproken. Ook in de termen die ze gebruiken om over hun bezig zijn in de maatschappij voor hun IETS te spreken, laten ze hun religie (het grote veroveren, het plegen van de grote roofmoord) aan de oppervlakte komen: de strategieën en tactieken, de veroveringen, het penetreren enzovoort.

*) [red.] Dat is, het schrijfsel "Schema boek".

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *