Gedragskeuzedeterminantenpakketten

Categorieën: 1973-1986 Docent lerarenopleiding, Rijksuniversiteit Groningen | Archief

Trefwoorden: civilisatie

Jaap Schot, 17 maart 1985

Gedragskeuzedeterminantenpakketten (gdp's), ten gebruike bij het kiezen van onnodige en onafgedwongen bestedingsvormen in de wereld van tijd, aandacht, energie en vaardigheden, rechtstreeks of via gespecialiseerde arbeid eerst omgezet in geld. Wie in de wereld, dus niet in het wild, leeft, mentaal en fysiek, geestelijk en niet slechts (daartoe gedwongen) lichamelijk, heeft als gebruiksvoorwerp, als gereedschap, een verzameling liefst samenhangende criteria nodig om te kiezen uit het overaanbod van mogelijke bestedingsvormen voor zijn tijd, aandacht, energie, vaardigheden en geld. Wie in de wereld meedoet, moet weten wat hij wil. Liefst zelfs moet hij als kind al weten wat hij worden wil. De eis van de civilisatie is namelijk een dynamische, geen statische. De vraag is niet wat je wilt zijn, maar wat je wilt worden en wilt nastreven. De cultuur is tevreden met zijn, evenals de vastzittende kasten- en standencivilisatie. De ontwikkelende civilisatie, die civilisatie waarin de veroverings- , bekerings- en koloniseringsoorlogen zijn gevolgd en vervangen door technologische ontwikkeling, eist van wie in haar meedoen, dat ze zich een dynamische, een stuwende, meelopende, bijdragende rol kiezen. Ze moeten wat willen bereiken, wat willen nastreven.

Het is voor het functioneren van zo'n (in dit geval "onze") civilisatie "met interne kolonisatie" niet van belang wat de ingezetenen nastreven, als het maar niet uitloopt op ongeregeldheden en liefst zich uitput in het bezitten van goederen en het kopen van diensten. Niemand wil burgeroorlog, ja niemand wil zelfs oorlog tussen de verschillende nationale staten (internationale blokken). Wat men wil is strijd: tussen alle enkelingen en alle IETSen. Men wil vrije markten: de vrije handelsmarkt en de vrije huwelijksmarkt om precies te wezen. Daarbij situeer ik de concurrentie tussen de doctrines (een soort gdp's) verkopende IETSen op de handelsmarkt. Ook de arbeidsmarkt situeer ik op de handelsmarkt, arbeid is koopwaar, evenals levende vrouwenlichamen dat zijn op de huwelijksmarkt en levende dieren het zijn op de veemarkt.

Harde en zachte terreur

Terreur komt voort uit de wapens van de politie en het lijfelijk geweld van mensen jegens zwakkeren, dat is de harde terreur. In de gezinnen worden de kinderen geslagen en bedreigd. Vanuit die vroege ervaringen brengen zij later als voor hen vanzelfsprekend het dwingen van anderen de maatschappij binnen. De maatschappij is het centrum van de wereld. In die maatschappij heeft men geen eigen wensen ten aanzien van wat men doen wil nodig. Men wordt er door anderen voor geld gedwongen. Men dwingt er op zijn beurt anderen voor geld.
Een gdp heeft men nodig om te kunnen leven in de civilisatie, waar het nodige niet alle tijd neemt en het besteden van die vrije tijd niet door een serie feesten en traditioneel geregelde gebeurtenissen en bezigheden wordt opgevuld zoals in de culturen. In de maatschappij geldt slechts de harde terreur. Men wordt er bedreigd zolang men gehoorzaamt aan de een of andere koopkrachtige vraag, men wordt er mishandeld zodra men geen geld meer verdient en dus steelt door te leven.

Men heeft in de maatschappij alleen als klant een identiteit, een gdp nodig, om de vorm te kiezen waarin men zich wreekt voor de ondergane vernederingen tijdens en in het dienen voor geld .

Slechts de deelnemer aan de civilisatie erkent hoog en laag, kan daardoor vernederd worden, wordt onontkoombaar daardoor vernederd. Binnen de civilisatie dient men zich te wreken. Dat kan op zeer vele manieren, b.v. die van obers in restaurants die een onmetelijke verachting voor klanten ontwikkelen. Andere vormen zijn het consumeren van opvallende goederen en diensten, zoals men dat door pooiers wel ziet doen. Duizenden, ja ontelbare vormen kan dit wraaknemen, dit op zijn beurt zich doen gelden, aannemen. Het aanvaarden van als diep gevoelde vernedering en het daarvoor compenseren met een bijpassende grote kwaadaardigheid tegenover derden, is een voorbeeld van een hoog gespannen evenwicht. Het goedpraten en belangrijk noemen van wat men als vernedering om den brode aanvaardt is op te vatten als het streven naar een laag gespannen evenwicht. Evenwicht komt altijd tot stand, ondanks alle duldzaamheid.

De zachte terreur is het dreigen en doen lijden dat uitgaat van de spelers met psychische krachten, het bedreigen van jonge kinderen door hun opvoeders met liefdesverlies en met wraak vanwege bedenksels: goden en kwade geesten. Ik herinner me nog dat mijn grootmoeder mij van het kijken in de regenbak trachtte te weerhouden door te vertellen dat 'oosje pik' mij zou pakken vanuit die bak. Erg onder de indruk van die verzonnen watergeest was ik niet, maar het gaat er alleen om vast te stellen dat ik hier over eigen ervaringen spreek, niet over wat ik van horen zeggen heb.

De mensen sturen elkaars gedrag door het te benoemen als voldoend aan of minder zijnd dan dat wat volgens het door de dader gekozen gdp betamelijk is. Als men mij zegt dat ik gedrag vertoon wat op grond van het streven een goede islamiet te zijn afkeurenswaardig is, treft mij dat niet. Alleen als ik een bepaalde gedragsdeterminant tot de mijne heb gemaakt, kan men mij treffen door mijn gedrag te benoemen als resp. te bewijzen als, daarbij niet passend, dat niet halend, daaraan niet voldoend. Wanneer men mijn gedrag goedkeurt met de uitspraak "te gek" en afkeurt met "totaal maf", geeft men uiting aan de publieke of private soevereiniteit bij het keuren van gedrag. Als men mijn gedrag goedkeurt met "edel" en afkeurt met "ordinair/volks" houdt men mij daarmee een tweetal verzamelingen omschreven, achterhaalbare, publieke gedragskeuzecriteria voor. Als ik mij door mijn omstanders (vrijwillig of onder dwang of angstig mij ingedachte dwang) mijn gedrag laat initiëren, remmen, veranderen, sturen of beëindigen, dan besturen die anderen mij, dan maak ik met hen een IETS door met hen een waarde te doen bestaan als gedragsdeterminant.
Andermans instemming of ontstemming als reden om iets te doen of te laten is ongelijk aan een technische reden voor het zus of zo tot stand brengen van iets nodigs en het is ook ongelijk aan het speels aanvullen van mijn functioneren, voor zover dat in het voorzien in het nodige niet tot stand kwam. Ik handel, op buitenbesturing staand, onnodig, in de wereld, dus onvrij. Ik doe mede de wereld bestaan. Zodra, zolang en in zoverre ik bezig ben met het doen van onnodigs, geldt: "de wereld, dat ben ik zelf."

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *