Geen verlossend woord geschreven

Categorieën: 1986, 1 april – 1989, 31 december | Archief

Trefwoorden: autobiografische notitie

Jaap Schot, 29 november 1986

Mijn uitschrijfwerk van meer dan 7000 bladzijden overziend, naar aanleiding van een gesprek waarin ik weer eens vaststelde dat ik er mee klaar ben, stel ik vast dat ik niet voor mijzelf en/ of anderen een verlossend woord heb geschreven, maar slechts het los, zonder bindingen zijn heb begrepen, bewust heb gemaakt en heb uitgeschreven. Het zonder bindingen zijn ging aan het bewustzijn van dat zo-zijn vooraf. Slechts van een moederbinding herinner ik mij mij verlost te hebben, niet zonder daarbij iets te verwoorden, maar niet door iets te verwoorden, misschien met behulp van dat verwoorden, misschien had het zonder die hulp niet gekund, dat weet ik niet.
Bindingen en identiteiten heb ik voor het overige slechts bij anderen aangetroffen.
Mijn onderwerpen zijn stukken uit het doen en laten van mensen en het daaruit volgende wereldgebeuren. Ik wilde weten waarom de mensen doen en laten wat ze doen en laten. Ik verlangde heel lang naar medemensen die de stand en gang van zaken in de wereld ook herkenden als mede door onnodig gedoe tot stand gebracht en in stand gehouden.
Ieder van ons mensen kan veel van wat hij doet en laat respectievelijk nalaten en wel doen. Slechts het nodige voor eigen leven en welzijn hoeft een levend individu te doen. Ondanks dat het iets hoeft, het nodige namelijk, is het individu vrij.
Soms staan het individu verschillende middelen om het voor zijn leven en welzijn nodige te veroorzaken ter keuze. Het individu houdt vrijwel altijd na het veroorzaken van wat voor zijn leven en welzijn nodig gebeuren moest nog enige tijd, aandacht en energie over. Wat te doen met die ruimte, dat onnodige? Dat zou een vraag kunnen zijn. Op die vraag is geen dwingend antwoord. Het gegeven en uitgevoerde antwoord is per individu ook van uiterst weinig gewicht. De schade die een enkel individu kan aanrichten is buitengewoon gering. Pas de georganiseerde massa maakt het aanrichten van merkbare schade mogelijk. De georganiseerde massa, de civilisatie, is trots op die mogelijkheid om blijvende sporen na te laten.

Ik vroeg mij af waarom mensen aan de civilisatie meedoen. Het antwoord is dat ze ertoe gedwongen werden als heel klein kind en dat ze later niet de moeite namen zich te ontdoen van dit tot een gewoonte gemaakte afgedwongen patroon van opvatten, doen en nalaten. De moeite die nodig is om zich hiervan te ontdoen is voor velen groot. Het nemen van het besluit om zich ervan te ontdoen is een kwestie van een moment. Dan echter moet begonnen worden met een volledige doordenking van wat nodig is voor eigen leven en welzijn en er moeten andere middelen worden aangeleerd om dat nodige te veroorzaken. Dat moet in de meeste gevallen gedaan onder tegenwerking van vele anderen. Vooral die anderen bij wie iemand in gebruik is, zullen hem tegenwerken als hij gaat veranderen aan zijn opvatten, doen en laten. Voor die gebruikers is zijn veranderen het veranderen van hun omgeving. Het kost hen tijd, aandacht en energie om rekening te houden met die veranderingen. Tot het daaraan besteden van die tijd, aandacht en energie dwingt hen degene die zich gaat veranderen. Dwingen wordt niemand in dank afgenomen. Dat is een ervaringsfeit.

Het heeft geen zin een wensplaatje te houden naast het opvatten, doen en nalaten dat men bij anderen aantreft. Wensen dat een ander blijft zoals hij is, voortgaat zoals hij gaat, is even zinloos als het wensen dat een ander verandert. Zulk wensen leidt tot dwingen en dwingen leidt in het beste geval tot verzet, in vele veel slechtere gevallen echter leidt het tot gehoorzamen en/ of tot het op zijn beurt de dwang doorgeven aan (het gaan dwingen van) anderen, derden. Gehoorzamen is het doen van dingen die door anderen zijn uitgedacht (of gedachtenloos gewenst), wat een garantie ervoor is dat wie gehoorzaamt er zijn leven en welzijn niet zo effectief mogelijk mee bevordert: per slot van rekening is wie gehoorzaamt ook bezig (minstens ook, vaak geheel en al en uitsluitend) het belang van de bevelgever te dienen. Zonde van de energie dus, laat die bevelgever voor zichzelf zorgen. Bevelen vindt slechts plaats in dat wat bevelen ook weer constitueren: de civilisatie. De civilisatie is het voorkomen van kleine gevechten tussen individuen om hun belangen. De mystificerende afkeurende kreet van de de civilisatie ondersteunende zogenaamd beschaafden is dat anders het recht van de sterkste zou heersen, wat een denkfout is, want de sterkste heerst niet, hij wint, hij overwint niet, de zwakkere verliest, hij onderwerpt zich niet. De sterkere heerst niet, de sterkere knecht niet. De zwakkere maakt zich niet tot slaaf. De verliezende zwakke vereert de sterkere niet, hij biedt de sterkere geen eer, maar vermijdt enige tijd de confrontatie in gevecht met de sterkere. Het gepraat dat het recht van de sterkste vermeden moet worden vooronderstelt het bestaan van recht, het bestaan van heersen, het bestaan van de civilisatie, daarin heerst altijd het recht van de sterkste, alleen is de betekenis van het begrip 'sterkste' veranderd, er wordt namelijk niet langer telkens weer de fysieke krachtsverhouding tussen de ingezetenen gemeten, maar 'sterker' dan een ander is wie een groep gehoorzamende (= van alle intelligentie ontdane) lieden fysiek geweld tegen die ander kan laten uitoefenen.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *