Jaap Schot, 21 juni 2002
Gij zijt, oh mens, geen geest, gevangen in een beest,
gij zijt een beest, gevangen in een geest.
De ‘geest’ die mijn gevangenis is (was), dat is het geheel van sporen van wat mij overkwam, het geheel van wat ik leerde.
Dat geheel, die apperceptieve (= hetgeen bij mij nu aan gegevens – exacter, aan opmerkingen – binnenkomt, ontvangende, al of niet erbij nemende) massa, is dus voor ieder van ons
- uniek,
- eenmalig, en
- door zijn omvang onkenbaar, zowel voor onszelf als voor ieder ander.
‘Al of niet’ neemt die massa aanwezigs het nieuwe op of verwerpt het.
Leren wordt er niet makkelijker op in de loop van het leven, naarmate er meer actieve apperceptieve massa keurend en ‘verwerkend’ het nieuwe aangrijpt.
0 Reacties